Elisabeth Hooftman
Elisabeth Hooftman, genaamd Eyckelenbergh.
tr. in 1647
met
Abel Coenders Lewe, heer van Ulrum.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Petronella | *1648 | Ulrum [gr] | †1686 | 's-Gravenhage [zh] | 38 | 1 | 2 |
>
Hendrik Ferdinand von Inn- Und Kniphausen
Hendrik Ferdinand von Inn- Und Kniphausen heer van Ulrum, curator van deHogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen Hogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen 1695, lid Staten-Generaal 1707 en van de Admiraliteit van Amsterdam 1709, ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 14 nov 1666, ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Ulrum [gr] op 3 apr 1716.
tr, kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 27 jaar oud) (ned.ger.) te Haren [gr] op 22 jan 1693
met
Aurelia Jarges, dr. van Schelto Jarges en Johanna Alberda, ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 6 jun 1665, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te Ulrum [gr] op 3 okt 1702.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | ~1693 | Groningen [gr] | †1734 | Mathenesse | 40 | 1 | 2 |
| 2 | Haro | *1698 | Ulrum [gr] | †1741 | Ulrum [gr] | 43 | 2 | 2 |
| 3 | Wilhelm | *1700 | | †1768 | | 68 | 0 | 0 |
>
Aurelia Jarges
Aurelia Jarges, ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 6 jun 1665, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te Ulrum [gr] op 3 okt 1702.
tr, kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 26 jaar oud) (ned.ger.) te Haren [gr] op 22 jan 1693
met
Hendrik Ferdinand von Inn- Und Kniphausen heer van Ulrum, curator van deHogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen Hogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen 1695, lid Staten-Generaal 1707 en van de Admiraliteit van Amsterdam 1709, zn. van Haro Caspar von Inn- Und Kniphausen (pandheer van Lütetsburg,) en Petronella Anna Lewe (vrouwe van Ulrum, erfdochter), ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 14 nov 1666, ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Ulrum [gr] op 3 apr 1716.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | ~1693 | Groningen [gr] | †1734 | Mathenesse | 40 | 1 | 2 |
| 2 | Haro | *1698 | Ulrum [gr] | †1741 | Ulrum [gr] | 43 | 2 | 2 |
| 3 | Wilhelm | *1700 | | †1768 | | 68 | 0 | 0 |
>
Schelto Jarges
Schelto Jarges.
relatie
met
Johanna Alberda.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Aurelia | ~1665 | Groningen [gr] | †1702 | Ulrum [gr] | 37 | 1 | 3 |
>
Johanna Alberda
Johanna Alberda.
relatie
met
Schelto Jarges.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Aurelia | ~1665 | Groningen [gr] | †1702 | Ulrum [gr] | 37 | 1 | 3 |
>
Anna von Inn- Und Kniphausen
Anna von Inn- Und Kniphausen, ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 12 nov 1693, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Mathenesse op 3 mei 1734.
- Vader:
Hendrik Ferdinand von Inn- Und Kniphausen heer van Ulrum, curator van deHogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen Hogeschool van Groningen 1691, lid Gedeputeerde Staten van Groningen 1695, lid Staten-Generaal 1707 en van de Admiraliteit van Amsterdam 1709, zn. van Haro Caspar von Inn- Und Kniphausen (pandheer van Lütetsburg,) en Petronella Anna Lewe (vrouwe van Ulrum, erfdochter), ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 14 nov 1666, ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Ulrum [gr] op 3 apr 1716, tr, kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 27 jaar oud) (ned.ger.) te Haren [gr] op 22 jan 1693.
tr. (ongeveer 23 jaar oud) te Mensingeweer [gr] op 9 apr 1717
met
Joost Jan Lewe van Mathenesse, zn. van Jan Lewe op Blauwborg en Willemina Lewe van Cantens, luit. generaal in Statendienst, ovl. voor 12 mei 1758.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hendrik | *1723 | Mensingeweer [gr] | †1788 | Groningen [gr] | 64 | 1 | 1 |
| 2 | Everdina | *1733 | Groningen [gr] | †1808 | Groningen [gr] | 74 | 1 | 2 |
>
Joost Jan Lewe van Mathenesse
Joost Jan Lewe van Mathenesse, luit. generaal in Statendienst, ovl. voor 12 mei 1758.
tr. (Anna ongeveer 23 jaar oud) te Mensingeweer [gr] op 9 apr 1717
met
Anna von Inn- Und Kniphausen, dr. van Hendrik Ferdinand von Inn- Und Kniphausen en Aurelia Jarges, ged. ned.ger. te Groningen [gr] op 12 nov 1693, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Mathenesse op 3 mei 1734.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hendrik | *1723 | Mensingeweer [gr] | †1788 | Groningen [gr] | 64 | 1 | 1 |
| 2 | Everdina | *1733 | Groningen [gr] | †1808 | Groningen [gr] | 74 | 1 | 2 |
>
Jan Lewe op Blauwborg
Jan Lewe op Blauwborg, ged. te Middelstum [gr] op 8 mei 1659, ovl. (ongeveer 46 jaar oud) in 1705.
- Vader:
Johan Everts Lewe van Middelstum, geb. te Groningen [gr] op 10 okt 1622, ovl. (49 jaar oud) te Middelstum [gr] op 20 okt 1671, tr. (resp. 26 en ongeveer 20 jaar oud) te Groningen [gr] op 17 okt 1648.
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 18 jaar oud) te Zandeweer [gr] op 4 apr 1683
met
Willemina Lewe van Cantens, dr. van Joost II Lewe van Klinkenborg en Peterke Coenders van Helpen, geb. te Groningen [gr] geboren aan de Vismarkt, ged. te Groningen [gr] NK op 26 mrt 1665, ovl. (hoogstens 32 jaar oud) voor 1697.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joost | | | †1758 | | | 1 | 2 |
>
Willemina Lewe van Cantens
Willemina Lewe van Cantens, geb. te Groningen [gr] geboren aan de Vismarkt, ged. te Groningen [gr] NK op 26 mrt 1665, ovl. (hoogstens 32 jaar oud) voor 1697.
- Vader:
Joost II Lewe van Klinkenborg Hij is heer van Klinkenborg. Hij is tevens enige tijd lid van Gedeputeerde Staten, lid van de Staten-Generaal en curator van de Groningse Hogeschool geweest. Hij verkreeg bij het overlijden van zijn vader Evert onder meer ter Hansouwe en twee erven in het kerspel Peize. Joost II voerde ter Hansouwe blijkbaar hoog in zijn vaandel: meestal noemde hij zich jonker en hoveling Ter Hansouw en Klinkenborg (of Van Kantens). In 1679 werd de erfenis verdeeld; de toen tweejarige Evert-Joost Lewe erfde Ter Hansouwe maar omstreeks 1700 verkocht hij het, zn. van Evert Lewe Tho Asinga en Ewsum en Anna Coenders van Helpen, geb. te Eelde [dr] op 1 jun 1626, ovl. (50 jaar oud) te Kantens [gr] op 2 feb 1677, tr. (resp. 23 en ongeveer 14 jaar oud) op 14 okt 1649.
tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 23 jaar oud) te Zandeweer [gr] op 4 apr 1683
met
Jan Lewe op Blauwborg, zn. van Johan Everts Lewe van Middelstum en Geertruida Alberda, ged. te Middelstum [gr] op 8 mei 1659, ovl. (ongeveer 46 jaar oud) in 1705.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joost | | | †1758 | | | 1 | 2 |
>
Everdina Josina Lewe van Mathenesse
Everdina Josina Lewe van Mathenesse, geb. te Groningen [gr] op 28 apr 1733, ged. te Baflo [gr] op 3 mei 1733, ovl. (74 jaar oud) te Groningen [gr] op 24 feb 1808.
tr. (resp. 26 en 29 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 25 aug 1759
met
Maurits Clant van Hanckema Hij studeerde rechten in Groningen 05-09-1747. Op 16 mei 1748 werd Maurits met z’n vader van de Hanckemaborg gehaald en naar Groningen gebracht. Nadat hier tot verheffing van de Prins van Oranje was besloten, wilden de studenten door een feestelijke optocht hun blijdschap tonen. Zij kozen hiervoor Maurits tot hun kolonel. Met 150 studenten trokken zij onder zijn commando met het vaandel van 1672, muzikanten, oranje sjerpen en linten door de straten van Groningen. In het Academiegebouw maakte Maurits bekend dat zijn studiegenoten waren uitgenodigd voor een maaltijd. Tot aan de morgen is hier feest gevierd.
Maurits is de laatste bewoner met de naam Clant die de borg Hanckema heeft bewoond en met hem stierf het geslacht CLANT uit in de mannelijke lijn. De borg werd op 26-01-1808 pubiekelijk te koop gezet en werd in 1877 gesloopt, zn. van Edzard Jacob Clant van Hankema en Swana Aldegonda Gruys, geb. te Groningen [gr] op 29 mei 1730, heer van Hankema, ovl. (73 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 26 mei 1804.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Alegonda | ~1761 | Groningen [gr] | †1826 | Groningen [gr] | 65 | 2 | 0 |
| 2 | Josina | ~1773 | Groningen [gr] | †1833 | Zuidhorn [gr] | 60 | 1 | 1 |
>
Maurits Clant van Hanckema
Maurits Clant van Hanckema Hij studeerde rechten in Groningen 05-09-1747. Op 16 mei 1748 werd Maurits met z’n vader van de Hanckemaborg gehaald en naar Groningen gebracht. Nadat hier tot verheffing van de Prins van Oranje was besloten, wilden de studenten door een feestelijke optocht hun blijdschap tonen. Zij kozen hiervoor Maurits tot hun kolonel. Met 150 studenten trokken zij onder zijn commando met het vaandel van 1672, muzikanten, oranje sjerpen en linten door de straten van Groningen. In het Academiegebouw maakte Maurits bekend dat zijn studiegenoten waren uitgenodigd voor een maaltijd. Tot aan de morgen is hier feest gevierd.
Maurits is de laatste bewoner met de naam Clant die de borg Hanckema heeft bewoond en met hem stierf het geslacht CLANT uit in de mannelijke lijn. De borg werd op 26-01-1808 pubiekelijk te koop gezet en werd in 1877 gesloopt, geb. te Groningen [gr] op 29 mei 1730, heer van Hankema, ovl. (73 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 26 mei 1804.
- Vader:
Edzard Jacob Clant van Hankema Hankema Formsma
Deze borg is kennelijk genoemd naar het geslacht Hanckema, waarvan leden, met name Hille, Jelle en Reneka, in de jaren 1444-1446 in het Westerkwartier voorkomen, zonder nadere plaatsaanduiding. Wél is de woonplaats bekend van Tyasse Hannekema; deze was in de tweede helft van de 15e eeuw (vóór 1486) kerkvoogd in Zuidhorn.
De heerd zelf wordt in 1540 genoemd "myt die stede". 86 grazen groot.
In 1565 was de heerd in bezit van de familie Broersema blijkens een boedelscheiding. Het ging naar alle waarschijnlijkheid om de boedel van Pabe Broersema en Ide Retkema. Zij zou de dochter zijn geweest van Reyner Rotkema (niet Rolteman), die in 1556 als hoofdeling te Zuidhom voorkomt, en Hille Hantkema. Op deze wijze zou door vererving Hanckema aan de familie Broersema zijn gekomen.
De genoemde boedelscheiding verliep niet vlot. Tjaart Broersema zou ten slotte eigenaar zijn geworden. In 1598 komt hij nog voor als hoofdeling te Zuidhorn. Hij was getrouwd met Aeltien Fritema en zou 8 juli 1607 zijn gestorven. Hanckema kwam daarna aan zijn zoon Pabe, getrouwd met Eeuke of Juecke Jensema. Hanckema wordt tijdens hem voor het eerst borg genoemd en in 1628 omschreven als uit het water opgemetseld. bestaande uit een keuken, kamer en een grote benedenzaal, te zamen kelderhol, met drie goede bovenkamers, een groot hof, singel en poort.
Pabe stierf 26 februari 1646. Aangezien zijn kinderen voor hem waren overleden, vermaakte bij Hanckema en andere bezittingen aan zijn broer Menno en zo deze kinderloos overleed zou de borg aan zijn neef Tiaert toe Nansum komen.
Menno overleed inderdaad kinderloos, reeds op 6 mei 1646 en zo kwam Hanckema aan Tjaart toe Nansum. Deze komt van 1646-1650 als eigenaar van Hanckema voor en na hem in 1652 Coppen tho Nansum.
Vervolgens treffen we van 1653-1663 Herman de Sighers als eigenaar aan. Deze heeft de borg verkregen door zijn huwelijk in 1652 met Anna Catharina Kijff, gezegd Frens, weduwe van Tjaert tho Nansum. De Sighers stierf 5 november 1663. Zijn weduwe hertrouwde met Adolf van Holtzappel, heer van Blauwborg bij Obergum. Wegens ziekte van de bruidegom werd het huwelijk op Hanckema voltrokken, 31 januari 1667. De volgende dag stierf hij. Nog hetzelfde jaar, 1 december 1667, trouwde Anna Catharina voor de vierde maal. Rembt ten Ham van het naburige Klinckema was thans de gelukkige. Deze had reeds tevoren op 15 november 1667 Hanckema gekocht.
Lang heeft dit echtpaar er niet gewoond. In 1670 werd het huis gerechtelijk ten verkoop aangeboden. Er waren echter geen liefhebbers die voldoende boden of de koopsom konden betalen en zo kwam de borg nog enige malen onder de hamer, todat ten slotte Derk Jacob Clant van Juckema onder Zeerijp eigenaar werd voor 25.500 gulden. Dit was in 1675.
Enige jaren tevoren, in 1672, was de borg bezet geweest door de Munsterse troepen als centrum van hun strooptochten in het Westerkwartier.
Van deze tijd zijn de oudste afbeeldingen van de borg, die ons wel voor enige problemen stellen. In de eerste plaats is er de tekening die vanouds aan Van Beerstraten wordt toegeschreven en dan van omstreeks 1660 zou zijn. Enige twijfel is hier wel gerechtvaardigd.
Dan is er de vergissing van Schoemaker. Door vergelijking van zijn tekeningen met die van de Coenderskaart (niet op de rand) en met latere afbeeldingen blijkt, dat hij Hanckema en de Tammingaborg te Hornhuizen verwisseld heeft. Corrigeert men deze vergissing dan blijkt, dat Hanckema omstreeks 1677 dus in overeenstemming met de tekening van Van Beerstraten een toren bezat zoals honderd jaar later op de Beckeringkaart te zien is. Het is dan ook de vraag of deze toren tijdens Derk Jacob Clant gebouwd is.
Onder de familie Clant viel de bloeitijd van Hanckema. Het huis werd uitwendig en inwendig opgeluisterd en aangepast aan de behoeften van de tijd (zie het artikel van Jacob Vinhuizen in de Groningse Volksalmanak van 1924).
De leden van de familie Clant, die Hanckema bewoonden, waren achtereenvolgens Derk
Jacob Clant, 1638-1700, getrouwd met Margriet Josina Ripperda, gestorven 1670, Maurits Clant, 1667-1734, bekend geworden door zijn strijd met de beruchte Mepsche van 't Faan, getrouwd niet Bouwina Clant, 1671-1704, Edzard Jacob Clant, 1698-1750, getrouwd met Swana Alegonda Gruys, 1706-1775, en Maurits Clant, 1730-1804, getrouwd met Everdina Josina Lewe van Mattenes, 1733-1808.
Met Maurits Clant stierf het geslacht Clant uit in de mannelijke lijn. Hij liet twee dochters na. De oudste, Alegonda Swana Anna Sophia, was in 1786 getrouwd met Edzard Unico de Hertoghe van Feringa. Dit huwelijk werd in 1799 ontbonden (zie Rikkerda). Zij hertrouwde in 1814 met de 15 jaar jongere koopman Petrus van Hees te Groningen. Ook dit huwelijk werd ontbonden, in 1821. Zij stierf te Groningen in 1826.
De jongste dochter, Josina Edzardina Jacoba, werd geschaakt door de uit Leiden afkomstige officier Pieter Bindervoet, met wie zij 25 juli 1794 te Haren in het huwelijk trad. Voor haar euveldaad werd zij door haar vader onterfd voor de duur van het leven van haar echtgenoot. Toch had dit testament waarbij dit bepaald werd niet de bedoelde uitwerking. Wel kwam Hanckema, nadat het 26 januari 1808 publiek te koop was aangeboden, bij boedelscheiding van 27 februari 1809 aan de oudste dochter, maar deze droeg onmiddellijk daarna, 4 maart 1809, de borg over aan Pieter Bindervoet. Deze had zich reeds een jaar na de dood van Maurits Clant met zijn vrouw te Zuidhorn gevestigd (attestatie 1 september 1805). De moeder was dus blijkbaar niet zo boos als de vader. Bindervoet liet onmiddellijk verschillende reparaties verrichten, waarbij de toren werd ingekort.
Hij overleed 19 februari 1822, zijn vrouw 12 februari 1833, als laatste van het adellijke geslacht Clant, zoals op haar grafsteen te Zuidhorn vermeld staat.
Hun zoon Evert Barthold Bindervoet, die het huis erfde, verkocht het in 1842 aan mr. Arnoldus Gelderman, burgemeester van Zuidhorn. Na diens dood, 19 mei 1867, werd de borg 20 januari 1868 bij palmslag verkocht. Koper werd mr. Maurits Clant Bindervoet, de jongste broer van voornoemde Evert Barthold. Tot 1876 heeft hij met zijn gezin de borg bewoond.
In 1877 werd het huis op afbraak verkocht en gesloopt.
Huidige toestand
Het borgterrein is thans met huizen bebouwd . De kwekerij is verdwenen. Het schathuis is "gerestaureerd".
BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4, zn. van Maurits Clant en Bouwina Clant Tot Nijenstein, geb. te Zeerijp [gr] in 1698, ged. te Zeerijp [gr], ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1750, otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 21 jaar oud) te Groningen [gr] op 19 jun 1728.
- Moeder:
Swana Aldegonda Gruys, dr. van Daniël Gruys en Sophia Sickinghe, geb. te Maastricht [li], ged. te Maastricht [li] op 30 okt 1706, ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Groningen [gr] in 1775, begr. te Groningen [gr] op 13 okt 1775.
tr. (resp. 29 en 26 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 25 aug 1759
met
Everdina Josina Lewe van Mathenesse, dr. van Joost Jan Lewe van Mathenesse (luit. generaal in Statendienst) en Anna von Inn- Und Kniphausen, geb. te Groningen [gr] op 28 apr 1733, ged. te Baflo [gr] op 3 mei 1733, ovl. (74 jaar oud) te Groningen [gr] op 24 feb 1808.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Alegonda | ~1761 | Groningen [gr] | †1826 | Groningen [gr] | 65 | 2 | 0 |
| 2 | Josina | ~1773 | Groningen [gr] | †1833 | Zuidhorn [gr] | 60 | 1 | 1 |
>
Edzard Jacob Clant van Hankema
Edzard Jacob Clant van Hankema Hankema Formsma
Deze borg is kennelijk genoemd naar het geslacht Hanckema, waarvan leden, met name Hille, Jelle en Reneka, in de jaren 1444-1446 in het Westerkwartier voorkomen, zonder nadere plaatsaanduiding. Wél is de woonplaats bekend van Tyasse Hannekema; deze was in de tweede helft van de 15e eeuw (vóór 1486) kerkvoogd in Zuidhorn.
De heerd zelf wordt in 1540 genoemd "myt die stede". 86 grazen groot.
In 1565 was de heerd in bezit van de familie Broersema blijkens een boedelscheiding. Het ging naar alle waarschijnlijkheid om de boedel van Pabe Broersema en Ide Retkema. Zij zou de dochter zijn geweest van Reyner Rotkema (niet Rolteman), die in 1556 als hoofdeling te Zuidhom voorkomt, en Hille Hantkema. Op deze wijze zou door vererving Hanckema aan de familie Broersema zijn gekomen.
De genoemde boedelscheiding verliep niet vlot. Tjaart Broersema zou ten slotte eigenaar zijn geworden. In 1598 komt hij nog voor als hoofdeling te Zuidhorn. Hij was getrouwd met Aeltien Fritema en zou 8 juli 1607 zijn gestorven. Hanckema kwam daarna aan zijn zoon Pabe, getrouwd met Eeuke of Juecke Jensema. Hanckema wordt tijdens hem voor het eerst borg genoemd en in 1628 omschreven als uit het water opgemetseld. bestaande uit een keuken, kamer en een grote benedenzaal, te zamen kelderhol, met drie goede bovenkamers, een groot hof, singel en poort.
Pabe stierf 26 februari 1646. Aangezien zijn kinderen voor hem waren overleden, vermaakte bij Hanckema en andere bezittingen aan zijn broer Menno en zo deze kinderloos overleed zou de borg aan zijn neef Tiaert toe Nansum komen.
Menno overleed inderdaad kinderloos, reeds op 6 mei 1646 en zo kwam Hanckema aan Tjaart toe Nansum. Deze komt van 1646-1650 als eigenaar van Hanckema voor en na hem in 1652 Coppen tho Nansum.
Vervolgens treffen we van 1653-1663 Herman de Sighers als eigenaar aan. Deze heeft de borg verkregen door zijn huwelijk in 1652 met Anna Catharina Kijff, gezegd Frens, weduwe van Tjaert tho Nansum. De Sighers stierf 5 november 1663. Zijn weduwe hertrouwde met Adolf van Holtzappel, heer van Blauwborg bij Obergum. Wegens ziekte van de bruidegom werd het huwelijk op Hanckema voltrokken, 31 januari 1667. De volgende dag stierf hij. Nog hetzelfde jaar, 1 december 1667, trouwde Anna Catharina voor de vierde maal. Rembt ten Ham van het naburige Klinckema was thans de gelukkige. Deze had reeds tevoren op 15 november 1667 Hanckema gekocht.
Lang heeft dit echtpaar er niet gewoond. In 1670 werd het huis gerechtelijk ten verkoop aangeboden. Er waren echter geen liefhebbers die voldoende boden of de koopsom konden betalen en zo kwam de borg nog enige malen onder de hamer, todat ten slotte Derk Jacob Clant van Juckema onder Zeerijp eigenaar werd voor 25.500 gulden. Dit was in 1675.
Enige jaren tevoren, in 1672, was de borg bezet geweest door de Munsterse troepen als centrum van hun strooptochten in het Westerkwartier.
Van deze tijd zijn de oudste afbeeldingen van de borg, die ons wel voor enige problemen stellen. In de eerste plaats is er de tekening die vanouds aan Van Beerstraten wordt toegeschreven en dan van omstreeks 1660 zou zijn. Enige twijfel is hier wel gerechtvaardigd.
Dan is er de vergissing van Schoemaker. Door vergelijking van zijn tekeningen met die van de Coenderskaart (niet op de rand) en met latere afbeeldingen blijkt, dat hij Hanckema en de Tammingaborg te Hornhuizen verwisseld heeft. Corrigeert men deze vergissing dan blijkt, dat Hanckema omstreeks 1677 dus in overeenstemming met de tekening van Van Beerstraten een toren bezat zoals honderd jaar later op de Beckeringkaart te zien is. Het is dan ook de vraag of deze toren tijdens Derk Jacob Clant gebouwd is.
Onder de familie Clant viel de bloeitijd van Hanckema. Het huis werd uitwendig en inwendig opgeluisterd en aangepast aan de behoeften van de tijd (zie het artikel van Jacob Vinhuizen in de Groningse Volksalmanak van 1924).
De leden van de familie Clant, die Hanckema bewoonden, waren achtereenvolgens Derk
Jacob Clant, 1638-1700, getrouwd met Margriet Josina Ripperda, gestorven 1670, Maurits Clant, 1667-1734, bekend geworden door zijn strijd met de beruchte Mepsche van 't Faan, getrouwd niet Bouwina Clant, 1671-1704, Edzard Jacob Clant, 1698-1750, getrouwd met Swana Alegonda Gruys, 1706-1775, en Maurits Clant, 1730-1804, getrouwd met Everdina Josina Lewe van Mattenes, 1733-1808.
Met Maurits Clant stierf het geslacht Clant uit in de mannelijke lijn. Hij liet twee dochters na. De oudste, Alegonda Swana Anna Sophia, was in 1786 getrouwd met Edzard Unico de Hertoghe van Feringa. Dit huwelijk werd in 1799 ontbonden (zie Rikkerda). Zij hertrouwde in 1814 met de 15 jaar jongere koopman Petrus van Hees te Groningen. Ook dit huwelijk werd ontbonden, in 1821. Zij stierf te Groningen in 1826.
De jongste dochter, Josina Edzardina Jacoba, werd geschaakt door de uit Leiden afkomstige officier Pieter Bindervoet, met wie zij 25 juli 1794 te Haren in het huwelijk trad. Voor haar euveldaad werd zij door haar vader onterfd voor de duur van het leven van haar echtgenoot. Toch had dit testament waarbij dit bepaald werd niet de bedoelde uitwerking. Wel kwam Hanckema, nadat het 26 januari 1808 publiek te koop was aangeboden, bij boedelscheiding van 27 februari 1809 aan de oudste dochter, maar deze droeg onmiddellijk daarna, 4 maart 1809, de borg over aan Pieter Bindervoet. Deze had zich reeds een jaar na de dood van Maurits Clant met zijn vrouw te Zuidhorn gevestigd (attestatie 1 september 1805). De moeder was dus blijkbaar niet zo boos als de vader. Bindervoet liet onmiddellijk verschillende reparaties verrichten, waarbij de toren werd ingekort.
Hij overleed 19 februari 1822, zijn vrouw 12 februari 1833, als laatste van het adellijke geslacht Clant, zoals op haar grafsteen te Zuidhorn vermeld staat.
Hun zoon Evert Barthold Bindervoet, die het huis erfde, verkocht het in 1842 aan mr. Arnoldus Gelderman, burgemeester van Zuidhorn. Na diens dood, 19 mei 1867, werd de borg 20 januari 1868 bij palmslag verkocht. Koper werd mr. Maurits Clant Bindervoet, de jongste broer van voornoemde Evert Barthold. Tot 1876 heeft hij met zijn gezin de borg bewoond.
In 1877 werd het huis op afbraak verkocht en gesloopt.
Huidige toestand
Het borgterrein is thans met huizen bebouwd . De kwekerij is verdwenen. Het schathuis is "gerestaureerd".
BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4, geb. te Zeerijp [gr] in 1698, ged. te Zeerijp [gr], ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1750.
otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 21 jaar oud) te Groningen [gr] op 19 jun 1728
met
Swana Aldegonda Gruys, dr. van Daniël Gruys en Sophia Sickinghe, geb. te Maastricht [li], ged. te Maastricht [li] op 30 okt 1706, ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Groningen [gr] in 1775, begr. te Groningen [gr] op 13 okt 1775.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maurits | *1730 | Groningen [gr] | †1804 | Zuidhorn [gr] | 73 | 1 | 2 |
>
Swana Aldegonda Gruys
Swana Aldegonda Gruys, geb. te Maastricht [li], ged. te Maastricht [li] op 30 okt 1706, ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Groningen [gr] in 1775, begr. te Groningen [gr] op 13 okt 1775.
- Vader:
Daniël Gruys kapitein van een compagnie te voet, zn. van Jacob Gruys en Swana Alegonda van der Merwede, ged. te Groningen [gr] op 29 jul 1674, ovl. (ongeveer 32 jaar oud) in 1707, tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 21 jaar oud) te Groningen [gr] op 29 dec 1705.
otr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 29 jaar oud) te Groningen [gr] op 19 jun 1728
met
Edzard Jacob Clant van Hankema Hankema Formsma
Deze borg is kennelijk genoemd naar het geslacht Hanckema, waarvan leden, met name Hille, Jelle en Reneka, in de jaren 1444-1446 in het Westerkwartier voorkomen, zonder nadere plaatsaanduiding. Wél is de woonplaats bekend van Tyasse Hannekema; deze was in de tweede helft van de 15e eeuw (vóór 1486) kerkvoogd in Zuidhorn.
De heerd zelf wordt in 1540 genoemd "myt die stede". 86 grazen groot.
In 1565 was de heerd in bezit van de familie Broersema blijkens een boedelscheiding. Het ging naar alle waarschijnlijkheid om de boedel van Pabe Broersema en Ide Retkema. Zij zou de dochter zijn geweest van Reyner Rotkema (niet Rolteman), die in 1556 als hoofdeling te Zuidhom voorkomt, en Hille Hantkema. Op deze wijze zou door vererving Hanckema aan de familie Broersema zijn gekomen.
De genoemde boedelscheiding verliep niet vlot. Tjaart Broersema zou ten slotte eigenaar zijn geworden. In 1598 komt hij nog voor als hoofdeling te Zuidhorn. Hij was getrouwd met Aeltien Fritema en zou 8 juli 1607 zijn gestorven. Hanckema kwam daarna aan zijn zoon Pabe, getrouwd met Eeuke of Juecke Jensema. Hanckema wordt tijdens hem voor het eerst borg genoemd en in 1628 omschreven als uit het water opgemetseld. bestaande uit een keuken, kamer en een grote benedenzaal, te zamen kelderhol, met drie goede bovenkamers, een groot hof, singel en poort.
Pabe stierf 26 februari 1646. Aangezien zijn kinderen voor hem waren overleden, vermaakte bij Hanckema en andere bezittingen aan zijn broer Menno en zo deze kinderloos overleed zou de borg aan zijn neef Tiaert toe Nansum komen.
Menno overleed inderdaad kinderloos, reeds op 6 mei 1646 en zo kwam Hanckema aan Tjaart toe Nansum. Deze komt van 1646-1650 als eigenaar van Hanckema voor en na hem in 1652 Coppen tho Nansum.
Vervolgens treffen we van 1653-1663 Herman de Sighers als eigenaar aan. Deze heeft de borg verkregen door zijn huwelijk in 1652 met Anna Catharina Kijff, gezegd Frens, weduwe van Tjaert tho Nansum. De Sighers stierf 5 november 1663. Zijn weduwe hertrouwde met Adolf van Holtzappel, heer van Blauwborg bij Obergum. Wegens ziekte van de bruidegom werd het huwelijk op Hanckema voltrokken, 31 januari 1667. De volgende dag stierf hij. Nog hetzelfde jaar, 1 december 1667, trouwde Anna Catharina voor de vierde maal. Rembt ten Ham van het naburige Klinckema was thans de gelukkige. Deze had reeds tevoren op 15 november 1667 Hanckema gekocht.
Lang heeft dit echtpaar er niet gewoond. In 1670 werd het huis gerechtelijk ten verkoop aangeboden. Er waren echter geen liefhebbers die voldoende boden of de koopsom konden betalen en zo kwam de borg nog enige malen onder de hamer, todat ten slotte Derk Jacob Clant van Juckema onder Zeerijp eigenaar werd voor 25.500 gulden. Dit was in 1675.
Enige jaren tevoren, in 1672, was de borg bezet geweest door de Munsterse troepen als centrum van hun strooptochten in het Westerkwartier.
Van deze tijd zijn de oudste afbeeldingen van de borg, die ons wel voor enige problemen stellen. In de eerste plaats is er de tekening die vanouds aan Van Beerstraten wordt toegeschreven en dan van omstreeks 1660 zou zijn. Enige twijfel is hier wel gerechtvaardigd.
Dan is er de vergissing van Schoemaker. Door vergelijking van zijn tekeningen met die van de Coenderskaart (niet op de rand) en met latere afbeeldingen blijkt, dat hij Hanckema en de Tammingaborg te Hornhuizen verwisseld heeft. Corrigeert men deze vergissing dan blijkt, dat Hanckema omstreeks 1677 dus in overeenstemming met de tekening van Van Beerstraten een toren bezat zoals honderd jaar later op de Beckeringkaart te zien is. Het is dan ook de vraag of deze toren tijdens Derk Jacob Clant gebouwd is.
Onder de familie Clant viel de bloeitijd van Hanckema. Het huis werd uitwendig en inwendig opgeluisterd en aangepast aan de behoeften van de tijd (zie het artikel van Jacob Vinhuizen in de Groningse Volksalmanak van 1924).
De leden van de familie Clant, die Hanckema bewoonden, waren achtereenvolgens Derk
Jacob Clant, 1638-1700, getrouwd met Margriet Josina Ripperda, gestorven 1670, Maurits Clant, 1667-1734, bekend geworden door zijn strijd met de beruchte Mepsche van 't Faan, getrouwd niet Bouwina Clant, 1671-1704, Edzard Jacob Clant, 1698-1750, getrouwd met Swana Alegonda Gruys, 1706-1775, en Maurits Clant, 1730-1804, getrouwd met Everdina Josina Lewe van Mattenes, 1733-1808.
Met Maurits Clant stierf het geslacht Clant uit in de mannelijke lijn. Hij liet twee dochters na. De oudste, Alegonda Swana Anna Sophia, was in 1786 getrouwd met Edzard Unico de Hertoghe van Feringa. Dit huwelijk werd in 1799 ontbonden (zie Rikkerda). Zij hertrouwde in 1814 met de 15 jaar jongere koopman Petrus van Hees te Groningen. Ook dit huwelijk werd ontbonden, in 1821. Zij stierf te Groningen in 1826.
De jongste dochter, Josina Edzardina Jacoba, werd geschaakt door de uit Leiden afkomstige officier Pieter Bindervoet, met wie zij 25 juli 1794 te Haren in het huwelijk trad. Voor haar euveldaad werd zij door haar vader onterfd voor de duur van het leven van haar echtgenoot. Toch had dit testament waarbij dit bepaald werd niet de bedoelde uitwerking. Wel kwam Hanckema, nadat het 26 januari 1808 publiek te koop was aangeboden, bij boedelscheiding van 27 februari 1809 aan de oudste dochter, maar deze droeg onmiddellijk daarna, 4 maart 1809, de borg over aan Pieter Bindervoet. Deze had zich reeds een jaar na de dood van Maurits Clant met zijn vrouw te Zuidhorn gevestigd (attestatie 1 september 1805). De moeder was dus blijkbaar niet zo boos als de vader. Bindervoet liet onmiddellijk verschillende reparaties verrichten, waarbij de toren werd ingekort.
Hij overleed 19 februari 1822, zijn vrouw 12 februari 1833, als laatste van het adellijke geslacht Clant, zoals op haar grafsteen te Zuidhorn vermeld staat.
Hun zoon Evert Barthold Bindervoet, die het huis erfde, verkocht het in 1842 aan mr. Arnoldus Gelderman, burgemeester van Zuidhorn. Na diens dood, 19 mei 1867, werd de borg 20 januari 1868 bij palmslag verkocht. Koper werd mr. Maurits Clant Bindervoet, de jongste broer van voornoemde Evert Barthold. Tot 1876 heeft hij met zijn gezin de borg bewoond.
In 1877 werd het huis op afbraak verkocht en gesloopt.
Huidige toestand
Het borgterrein is thans met huizen bebouwd . De kwekerij is verdwenen. Het schathuis is "gerestaureerd".
BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4, zn. van Maurits Clant en Bouwina Clant Tot Nijenstein, geb. te Zeerijp [gr] in 1698, ged. te Zeerijp [gr], ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1750.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maurits | *1730 | Groningen [gr] | †1804 | Zuidhorn [gr] | 73 | 1 | 2 |
>
Josina Edzardina Jacoba Clant van Hankema
Josina Edzardina Jacoba Clant van Hankema, ged. te Groningen [gr] op 5 feb 1773, geschaakt, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Zuidhorn [gr] als laatste van het adellijke geslacht Clant, zoals op haar grafsteen te Zuidhorn vermeld staat op 12 feb 1833.
- Vader:
Maurits Clant van Hanckema Hij studeerde rechten in Groningen 05-09-1747. Op 16 mei 1748 werd Maurits met z’n vader van de Hanckemaborg gehaald en naar Groningen gebracht. Nadat hier tot verheffing van de Prins van Oranje was besloten, wilden de studenten door een feestelijke optocht hun blijdschap tonen. Zij kozen hiervoor Maurits tot hun kolonel. Met 150 studenten trokken zij onder zijn commando met het vaandel van 1672, muzikanten, oranje sjerpen en linten door de straten van Groningen. In het Academiegebouw maakte Maurits bekend dat zijn studiegenoten waren uitgenodigd voor een maaltijd. Tot aan de morgen is hier feest gevierd.
Maurits is de laatste bewoner met de naam Clant die de borg Hanckema heeft bewoond en met hem stierf het geslacht CLANT uit in de mannelijke lijn. De borg werd op 26-01-1808 pubiekelijk te koop gezet en werd in 1877 gesloopt, zn. van Edzard Jacob Clant van Hankema en Swana Aldegonda Gruys, geb. te Groningen [gr] op 29 mei 1730, heer van Hankema, ovl. (73 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 26 mei 1804, tr. (resp. 29 en 26 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 25 aug 1759.
tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 24 jaar oud) te Haren [gr] op 25 jul 1794
met
Pieter Bindervoet, zn. van Pieter Bindervoet en Elisabeth Springvliet, ged. te Leiden [zh] op 15 sep 1769, luit. kolonel; vrederechter, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 19 feb 1822.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pieter | *1797 | Midlaren [dr] | †1866 | Grijpskerk [gr] | 69 | 1 | 1 |
>
Pieter Bindervoet
Pieter Bindervoet, ged. te Leiden [zh] op 15 sep 1769, luit. kolonel; vrederechter, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 19 feb 1822.
tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 21 jaar oud) te Haren [gr] op 25 jul 1794
met
Josina Edzardina Jacoba Clant van Hankema, dr. van Maurits Clant van Hanckema (heer van Hankema) en Everdina Josina Lewe van Mathenesse, ged. te Groningen [gr] op 5 feb 1773, geschaakt, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Zuidhorn [gr] als laatste van het adellijke geslacht Clant, zoals op haar grafsteen te Zuidhorn vermeld staat op 12 feb 1833.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pieter | *1797 | Midlaren [dr] | †1866 | Grijpskerk [gr] | 69 | 1 | 1 |
>
Pieter Bindervoet
Pieter Bindervoet.
relatie
met
Elisabeth Springvliet.
Uit deze relatie een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pieter | ~1769 | Leiden [zh] | †1822 | Zuidhorn [gr] | 52 | 1 | 1 |
>
Elisabeth Springvliet
Elisabeth Springvliet.
relatie
met
Pieter Bindervoet.
Uit deze relatie een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pieter | ~1769 | Leiden [zh] | †1822 | Zuidhorn [gr] | 52 | 1 | 1 |
>
Pieter Bindervoet
Pieter Bindervoet, geb. te Midlaren [dr] op 6 mei 1797, landeigenaar, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Grijpskerk [gr] in 1866.
- Vader:
Pieter Bindervoet, zn. van Pieter Bindervoet en Elisabeth Springvliet, ged. te Leiden [zh] op 15 sep 1769, luit. kolonel; vrederechter, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) te Zuidhorn [gr] op 19 feb 1822, tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 21 jaar oud) te Haren [gr] op 25 jul 1794.
tr. (resp. 25 en 26 jaar oud) (Burgerlijke Stand) te Zuidhorn [gr] op 23 mei 1822
met
Adriaantje Kruizinga, dr. van Rindert Meinus Kruizinga (hervormd predikant) en Eelje Grevylink, geb. te Noordhorn [gr] op 16 mei 1796.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Josina | *1829 | Grijpskerk [gr] | †1902 | Veendam [gr] | 72 | 1 | 1 |
>
Adriaantje Kruizinga
Adriaantje Kruizinga, geb. te Noordhorn [gr] op 16 mei 1796.
tr. (resp. 26 en 25 jaar oud) (Burgerlijke Stand) te Zuidhorn [gr] op 23 mei 1822
met
Pieter Bindervoet, zn. van Pieter Bindervoet (luit. kolonel; vrederechter) en Josina Edzardina Jacoba Clant van Hankema (geschaakt), geb. te Midlaren [dr] op 6 mei 1797, landeigenaar, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Grijpskerk [gr] in 1866.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Josina | *1829 | Grijpskerk [gr] | †1902 | Veendam [gr] | 72 | 1 | 1 |
>
Rindert Meinus Kruizinga
Rindert Meinus Kruizinga, hervormd predikant.
relatie
met
Eelje Grevylink.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Adriaantje | *1796 | Noordhorn [gr] | | | | 1 | 1 |
>