Beatrix van Borselen
Beatrix van Borselen.
>
Janna van Halewijn
Janna van Halewijn, geb. voor 1415, ovl. (minstens 51 jaar oud) op 18 mrt 1467, begr. te Veere [zl].
tr. (resp. minstens 14 en ongeveer 25 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 26 dec 1429
met
Hendrik II van Borselen, zn. van Wolfert V van Borselen (heer van Veere en Zandenburg) en Hadewich van Borselen-Brigdamme, geb. circa 1404, heer van Veere en Zandenburg, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 15 mrt 1474, begr. te Veere [zl], relatie. Hij krijgt 4 kinderen.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Wolfert VI | *1430 | | †1486 | Gent [ov, België] | 55 | 2 | 6 |
| 2 | Margaretha | | | †1510 | Brugge [wv] | | 1 | 2 |
| 3 | Anna | | | | | | 1 | 0 |
>
Olivier van Halewijn
Olivier van Halewijn, heer van Heemsrode.
relatie
met
Margaretha van de Clijte.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Janna | *1415 | | †1467 | Veere [zl] | 51 | 1 | 3 |
>
Margaretha van de Clijte
Margaretha van de Clijte.
relatie
met
Olivier van Halewijn, heer van Heemsrode.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Janna | *1415 | | †1467 | Veere [zl] | 51 | 1 | 3 |
>
Margaretha van Borselen
Margaretha van Borselen, ovl. op 29 aug 1510, begr. te Brugge [wv].
- Vader:
Hendrik II van Borselen, zn. van Wolfert V van Borselen (heer van Veere en Zandenburg) en Hadewich van Borselen-Brigdamme, geb. circa 1404, heer van Veere en Zandenburg, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 15 mrt 1474, begr. te Veere [zl], Hij krijgt 4 kinderen, tr. (resp. ongeveer 25 en minstens 14 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 26 dec 1429.
tr. in 1455
met
Lodewijk van Brugge/van Gruuthuse, heer van Gruuthuse, graaf van, ovl. op 26 nov 1492.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | | | | | | 1 | 0 |
| 2 | Jan | | | †1512 | Abbeville [f] | | 1 | 1 |
>
Anna van Borselen
Anna van Borselen.
- Vader:
Hendrik II van Borselen, zn. van Wolfert V van Borselen (heer van Veere en Zandenburg) en Hadewich van Borselen-Brigdamme, geb. circa 1404, heer van Veere en Zandenburg, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 15 mrt 1474, begr. te Veere [zl], Hij krijgt 4 kinderen, tr. (resp. ongeveer 25 en minstens 14 jaar oud) te Zandenburg [ze] op 26 dec 1429.
relatie
met
Gillis van Arnemuiden.
>
Gillis van Arnemuiden
Gillis van Arnemuiden.
relatie
met
Anna van Borselen, dr. van Hendrik II van Borselen (heer van Veere en Zandenburg,) en Janna van Halewijn.
>
Lodewijk van Brugge/van Gruuthuse
Lodewijk van Brugge/van Gruuthuse, heer van Gruuthuse, graaf van, ovl. op 26 nov 1492.
tr. in 1455
met
Margaretha van Borselen, dr. van Hendrik II van Borselen (heer van Veere en Zandenburg,) en Janna van Halewijn, ovl. op 29 aug 1510, begr. te Brugge [wv].
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | | | | | | 1 | 0 |
| 2 | Jan | | | †1512 | Abbeville [f] | | 1 | 1 |
>
Paulus bastaardzn Hendrik van Borselen
Paulus bastaardzn Hendrik van Borselen, heer van Schellach.
>
Wolfert bastaardzn Hendrik van Borselen
Wolfert bastaardzn Hendrik van Borselen, geb. op 10 okt 1440, baljuw van Brouwershaven, ovl. (ongeveer 61 jaar oud) in 1502, begr. te Axel [ze].
tr, kerk.huw. (38 jaar oud) op 10 feb 1479
met
Jacqueline Jonasdr van de Capelle, ovl. op 14 dec 1479.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
>
Catharina bastaarddr Hendrik van Borselen
Catharina bastaarddr Hendrik van Borselen, ovl. na 1487.
tr. voor 1487
met
Cornelis van Schengen.
>
Lijsbet bastaarddr Hendrik van Borselen
Lijsbet bastaarddr Hendrik van Borselen, ovl. na 1484.
relatie
met
Jan van Emmichoven, ovl. voor 1484.
>
Jan van Emmichoven
Jan van Emmichoven, ovl. voor 1484.
relatie
met
Lijsbet bastaarddr Hendrik van Borselen, dr. van Hendrik II van Borselen (heer van Veere en Zandenburg,), ovl. na 1484.
>
Cornelis van Schengen
Cornelis van Schengen.
tr. voor 1487
met
Catharina bastaarddr Hendrik van Borselen, dr. van Hendrik II van Borselen (heer van Veere en Zandenburg,), ovl. na 1487.
>
Walraven II van Brederode
Walraven II van Brederode, geb. op 8 jan 1462, heer van Brederode, Vianen en Ameide, burggraaf van Utrecht, ovl. (69 jaar oud) in feb 1531, begr. te Vianen [zh].
- Vader:
Reinoud II van Brederode was een zoon van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen. Zijn vader overleed toen hij jong was. Zijn oom Willem van Brederode trad voor hem als voogd op, tot hij bij zijn meerderjarigheid in 1438 officieel tot heer werd benoemd. Van Brederode wordt in 1440 voor het eerst genoemd in verband met de overdracht van eigendommen in het Gooi. In het volgend jaar verkochten hij en zijn broer Gijsbrecht een deel van de heerlijkheid Gennep. In 1453 werkten hij en zijn broer Gijsbrecht mee aan de onderwerping der Gentenaren aan Filips de Goede.
In 1445 trad hij toe tot de Orde van het Gulden Vlies en werd hij ook tot burggraaf van Utrecht benoemd. Reinoud (II) schoot zijn broer Gijsbrecht te hulp in zijn bisschoppelijk dispuut met David van Bourgondië, wat ontaarde in de Utrechtse oorlog van 1456-58, maar David nam hem in 1470 gevangen en martelde hem. Karel de Stoute gaf hem zijn vrijheid terug, maar Reinoud werd nooit meer echt de oude.
Reinoud huwde omstreeks 1440 met Elisabeth of Lijsbeth Willems. Uit dit huwelijk kwamen veel kinderen voort, maar dit huwelijk werd nooit als rechtsgeldig beschouwd, waardoor de kinderen als bastaarden werden gezien. Omstreeks 1458 sloot Reinoud een tweede huwelijk met Yolande van Lalaing (ca. 1422-1497), een dochter van Willem van Lalaing en Johanna van Créquy, vrouwe van Bignicourt, zn. van Walraven I van Brederode (8e heer van Brederode, en militair bevelhebber van gravin Jacoba) en Johanna van Vianen (erfdochter van Vianen, Ameide en Herlaar), geb. te Santpoort circa 1415, 9e heer van Brederode, Vianen en Ameide, ridder Gulden Vlies 1446, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Vianen [nb] in 1473, tr. (2) met Lijsbeth Willems . Uit dit huwelijk een zoon, tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 18 jaar oud) (1) circa 1445.
- Moeder:
Jolande de Lalaing Yolande was het tweede kind en de oudste dochter van de Henegouwse edelman Willem van Lalaing en zijn Picardische vrouw Johanna van Créquy. Toen haar vader in 1433 een functie kreeg aan het hof van Isabella van Portugal, echtgenote van Filips de Goede, nam hij zijn circa twaalfjarige dochter Yolande en haar zusje Isabella mee om hen daar een Bourgondische opvoeding te laten doorlopen. Haar oudere broer Jacques kreeg zijn leerschool aan het hof van de hertog zelf – hij zou uitgroeien tot een van de bekendste toernooihelden van de vijftiende eeuw.
In 1440 verhuisde Yolande naar Den Haag, waar haar vader was benoemd tot Bourgondisch stadhouder in Holland en Zeeland. Willem raakte er verwikkeld in de partijstrijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. Die strijd liep zo uit de hand dat hij in 1445 als stadhouder moest worden vervangen. In het kader van de financiële afwikkeling van zijn ambtsperiode trof hij een regeling met een belangrijke schuldeiser, de Hoekse edelman Reinoud van Brederode, heer van Brederode en Vianen. Willem schonk hem zijn 23-jarige dochter Yolande en gaf haar een aanzienlijke medegave van twaalfduizend Bourgondische schilden, terwijl hij zijn dochter bovendien een erfenis van negenduizend schilden toezegde.
Yolande ging wonen op het kasteel Batestein in Vianen, de voornaamste residentie van haar man. Daar bracht zij enkele dochters ter wereld: Josina, Johanna, Walravina en Anna. Pas in 1462 werd een zoon geboren: Walraven, in 1465 gevolgd door Frans en in 1466 – Yolande moet toen tenminste 44 jaar geweest zijn – door een dochter, die naar haar moeder werd genoemd. Behalve in Vianen verbleef Yolande ook in Utrecht, waar Reinoud en haar zwager, domproost Gijsbrecht, bezittingen hadden. Toen Reinoud in 1470 door de bisschop van Utrecht gevangen was genomen, nam zij voor hem het bestuur over de Brederode-goederen waar. In 1472 werd Reinoud weer vrijgelaten, maar toen hij op 16 oktober 1473 onverwacht overleed, brak voor Yolande een nieuwe periode van zelfstandigheid aan.
Op zijn sterfbed had Reinoud Yolande aangewezen als voogdes van zijn zonen, op dat moment respectievelijk elf en negen jaar oud. De voogdij werd echter ook geclaimd door enkele neven, onder wie Reinier van Broekhuizen. Yolande verdedigde haar rechten aanvankelijk met succes, maar na de dood van hertog Karel de Stoute in 1477 maakte Reinier van Broekhuizen zich met geweld meester van stad en kasteel van Vianen. Vervolgens wist hij ook zoon Walraven en twee dochters van Yolande in handen te krijgen. Yolande moest accepteren dat Reinier de goederen beheerde en de inkomsten daaruit opstreek totdat Walraven meerderjarig was (1480). Zij ging wonen op het kasteel Brederode in Santpoort, dat tot haar weduwgoed behoorde. Over haar optreden daar is weinig bekend. Yolande heeft zich niet in het openbaar bemoeid met de zogenaamde Jonker Fransenoorlog, genoemd naar haar zoon Frans, een van de leiders van deze Hoekse opstand. Hij sneuvelde in 1490.
Uit het bezit van Yolande is een rijk verlucht getijdenboek bewaard dat omstreeks 1460 moet zijn vervaardigd (Oxford, Bodleian Library, Douce 93). De verluchter, bekend als de Meester van Yolande van Lalaing, was werkzaam in Utrecht. Het getijdenboek staat vol met Brederode-heraldiek en emblematiek (zwijnskoppen en brandende takken). In de ondermarges zijn voorstellingen aangebracht van onder andere jacht- en toernooipartijen en een schutterswedstrijd. Kort na de dood van haar man heeft Yolande aan Jan Gerbrandsz. van Leiden opdracht gegeven tot het schrijven van een familiekroniek, waarin niet alleen de daden van Reinoud breed worden uitgemeten en de Brederode-kinderen ten voorbeeld worden gesteld, maar ook wordt aangetoond dat het geslacht Brederode uit de Trojaanse adel stamt.
Yolande van Lalaing stierf op 15 augustus 1497 op kasteel Brederode, dr. van Willem de Lalaing en Johanna van Crequy (vrouwe van Bignicourt), geb. circa 1427, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Santpoort op 15 aug 1497.
tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 20 jaar oud) (1) in 1492
met
Margaretha van Borselen, dr. van Wolfert VI van Borselen (heer van Veere, Zandenburg,) en Charlotte de Bourbon, geb. circa 1472, vrouwe van Kloetinge en Ridderkerk, ovl. (minstens 34 jaar oud) te Brussel [België] tussen 14 feb 1507 en 30 jun 1507 .
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
tr. (46 jaar oud) (2) op 11 mei 1508 h.c
met
Anna van Neunenahr, ovl. in 1535.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Walburga | *1512 | | †1567 | | 54 | 1 | 1 |
>
Anna van Neunenahr
Anna van Neunenahr, ovl. in 1535.
tr. (Walraven II 46 jaar oud) op 11 mei 1508 h.c
met
Walraven II van Brederode, zn. van Reinoud II van Brederode (9e heer van Brederode, Vianen en Ameide, ridder Gulden Vlies 1446) en Jolande de Lalaing, geb. op 8 jan 1462, heer van Brederode, Vianen en Ameide, burggraaf van Utrecht, ovl. (69 jaar oud) in feb 1531, begr. te Vianen [zh], tr. (1) met Margaretha van Borselen. Uit dit huwelijk 4 kinderen.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Walburga | *1512 | | †1567 | | 54 | 1 | 1 |
>
Reinoud II van Brederode
Reinoud II van Brederode was een zoon van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen. Zijn vader overleed toen hij jong was. Zijn oom Willem van Brederode trad voor hem als voogd op, tot hij bij zijn meerderjarigheid in 1438 officieel tot heer werd benoemd. Van Brederode wordt in 1440 voor het eerst genoemd in verband met de overdracht van eigendommen in het Gooi. In het volgend jaar verkochten hij en zijn broer Gijsbrecht een deel van de heerlijkheid Gennep. In 1453 werkten hij en zijn broer Gijsbrecht mee aan de onderwerping der Gentenaren aan Filips de Goede.
In 1445 trad hij toe tot de Orde van het Gulden Vlies en werd hij ook tot burggraaf van Utrecht benoemd. Reinoud (II) schoot zijn broer Gijsbrecht te hulp in zijn bisschoppelijk dispuut met David van Bourgondië, wat ontaarde in de Utrechtse oorlog van 1456-58, maar David nam hem in 1470 gevangen en martelde hem. Karel de Stoute gaf hem zijn vrijheid terug, maar Reinoud werd nooit meer echt de oude.
Reinoud huwde omstreeks 1440 met Elisabeth of Lijsbeth Willems. Uit dit huwelijk kwamen veel kinderen voort, maar dit huwelijk werd nooit als rechtsgeldig beschouwd, waardoor de kinderen als bastaarden werden gezien. Omstreeks 1458 sloot Reinoud een tweede huwelijk met Yolande van Lalaing (ca. 1422-1497), een dochter van Willem van Lalaing en Johanna van Créquy, vrouwe van Bignicourt, geb. te Santpoort circa 1415, 9e heer van Brederode, Vianen en Ameide, ridder Gulden Vlies 1446, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Vianen [nb] in 1473.
- Vader:
Walraven I van Brederode, zn. van Reinoud I van Brederode (6e heer van Brederode, en baljuw van Kennemerland) en Jolanda van Gennep (vrouwe van Gennep en van der Eem), geb. circa mei 1370, 8e heer van Brederode, en militair bevelhebber van gravin Jacoba, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Gorinchem [zh] op 1 dec 1417, tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 34 jaar oud) op 11 aug 1414.
- Moeder:
Johanna van Vianen, dr. van Hendrik II van Vianen (heer van Vianen 1391 en jure) en Hadewij van Herlaar (erfdochter van Ameide, vermeld vanaf 1358), geb. circa 1380, erfdochter van Vianen, Ameide en Herlaar en burggravin van Utrecht, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) op 18 apr 1418, begr. te Vianen [zh].
tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 18 jaar oud) (1) circa 1445
met
Jolande de Lalaing Yolande was het tweede kind en de oudste dochter van de Henegouwse edelman Willem van Lalaing en zijn Picardische vrouw Johanna van Créquy. Toen haar vader in 1433 een functie kreeg aan het hof van Isabella van Portugal, echtgenote van Filips de Goede, nam hij zijn circa twaalfjarige dochter Yolande en haar zusje Isabella mee om hen daar een Bourgondische opvoeding te laten doorlopen. Haar oudere broer Jacques kreeg zijn leerschool aan het hof van de hertog zelf – hij zou uitgroeien tot een van de bekendste toernooihelden van de vijftiende eeuw.
In 1440 verhuisde Yolande naar Den Haag, waar haar vader was benoemd tot Bourgondisch stadhouder in Holland en Zeeland. Willem raakte er verwikkeld in de partijstrijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. Die strijd liep zo uit de hand dat hij in 1445 als stadhouder moest worden vervangen. In het kader van de financiële afwikkeling van zijn ambtsperiode trof hij een regeling met een belangrijke schuldeiser, de Hoekse edelman Reinoud van Brederode, heer van Brederode en Vianen. Willem schonk hem zijn 23-jarige dochter Yolande en gaf haar een aanzienlijke medegave van twaalfduizend Bourgondische schilden, terwijl hij zijn dochter bovendien een erfenis van negenduizend schilden toezegde.
Yolande ging wonen op het kasteel Batestein in Vianen, de voornaamste residentie van haar man. Daar bracht zij enkele dochters ter wereld: Josina, Johanna, Walravina en Anna. Pas in 1462 werd een zoon geboren: Walraven, in 1465 gevolgd door Frans en in 1466 – Yolande moet toen tenminste 44 jaar geweest zijn – door een dochter, die naar haar moeder werd genoemd. Behalve in Vianen verbleef Yolande ook in Utrecht, waar Reinoud en haar zwager, domproost Gijsbrecht, bezittingen hadden. Toen Reinoud in 1470 door de bisschop van Utrecht gevangen was genomen, nam zij voor hem het bestuur over de Brederode-goederen waar. In 1472 werd Reinoud weer vrijgelaten, maar toen hij op 16 oktober 1473 onverwacht overleed, brak voor Yolande een nieuwe periode van zelfstandigheid aan.
Op zijn sterfbed had Reinoud Yolande aangewezen als voogdes van zijn zonen, op dat moment respectievelijk elf en negen jaar oud. De voogdij werd echter ook geclaimd door enkele neven, onder wie Reinier van Broekhuizen. Yolande verdedigde haar rechten aanvankelijk met succes, maar na de dood van hertog Karel de Stoute in 1477 maakte Reinier van Broekhuizen zich met geweld meester van stad en kasteel van Vianen. Vervolgens wist hij ook zoon Walraven en twee dochters van Yolande in handen te krijgen. Yolande moest accepteren dat Reinier de goederen beheerde en de inkomsten daaruit opstreek totdat Walraven meerderjarig was (1480). Zij ging wonen op het kasteel Brederode in Santpoort, dat tot haar weduwgoed behoorde. Over haar optreden daar is weinig bekend. Yolande heeft zich niet in het openbaar bemoeid met de zogenaamde Jonker Fransenoorlog, genoemd naar haar zoon Frans, een van de leiders van deze Hoekse opstand. Hij sneuvelde in 1490.
Uit het bezit van Yolande is een rijk verlucht getijdenboek bewaard dat omstreeks 1460 moet zijn vervaardigd (Oxford, Bodleian Library, Douce 93). De verluchter, bekend als de Meester van Yolande van Lalaing, was werkzaam in Utrecht. Het getijdenboek staat vol met Brederode-heraldiek en emblematiek (zwijnskoppen en brandende takken). In de ondermarges zijn voorstellingen aangebracht van onder andere jacht- en toernooipartijen en een schutterswedstrijd. Kort na de dood van haar man heeft Yolande aan Jan Gerbrandsz. van Leiden opdracht gegeven tot het schrijven van een familiekroniek, waarin niet alleen de daden van Reinoud breed worden uitgemeten en de Brederode-kinderen ten voorbeeld worden gesteld, maar ook wordt aangetoond dat het geslacht Brederode uit de Trojaanse adel stamt.
Yolande van Lalaing stierf op 15 augustus 1497 op kasteel Brederode, dr. van Willem de Lalaing en Johanna van Crequy (vrouwe van Bignicourt), geb. circa 1427, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Santpoort op 15 aug 1497.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Walraven II | *1462 | | †1531 | Vianen [zh] | 69 | 2 | 5 |
tr. (2)
met
Lijsbeth Willems .
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joost | | | †1551 | | | 1 | 0 |
>
Jolande de Lalaing
Jolande de Lalaing Yolande was het tweede kind en de oudste dochter van de Henegouwse edelman Willem van Lalaing en zijn Picardische vrouw Johanna van Créquy. Toen haar vader in 1433 een functie kreeg aan het hof van Isabella van Portugal, echtgenote van Filips de Goede, nam hij zijn circa twaalfjarige dochter Yolande en haar zusje Isabella mee om hen daar een Bourgondische opvoeding te laten doorlopen. Haar oudere broer Jacques kreeg zijn leerschool aan het hof van de hertog zelf – hij zou uitgroeien tot een van de bekendste toernooihelden van de vijftiende eeuw.
In 1440 verhuisde Yolande naar Den Haag, waar haar vader was benoemd tot Bourgondisch stadhouder in Holland en Zeeland. Willem raakte er verwikkeld in de partijstrijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. Die strijd liep zo uit de hand dat hij in 1445 als stadhouder moest worden vervangen. In het kader van de financiële afwikkeling van zijn ambtsperiode trof hij een regeling met een belangrijke schuldeiser, de Hoekse edelman Reinoud van Brederode, heer van Brederode en Vianen. Willem schonk hem zijn 23-jarige dochter Yolande en gaf haar een aanzienlijke medegave van twaalfduizend Bourgondische schilden, terwijl hij zijn dochter bovendien een erfenis van negenduizend schilden toezegde.
Yolande ging wonen op het kasteel Batestein in Vianen, de voornaamste residentie van haar man. Daar bracht zij enkele dochters ter wereld: Josina, Johanna, Walravina en Anna. Pas in 1462 werd een zoon geboren: Walraven, in 1465 gevolgd door Frans en in 1466 – Yolande moet toen tenminste 44 jaar geweest zijn – door een dochter, die naar haar moeder werd genoemd. Behalve in Vianen verbleef Yolande ook in Utrecht, waar Reinoud en haar zwager, domproost Gijsbrecht, bezittingen hadden. Toen Reinoud in 1470 door de bisschop van Utrecht gevangen was genomen, nam zij voor hem het bestuur over de Brederode-goederen waar. In 1472 werd Reinoud weer vrijgelaten, maar toen hij op 16 oktober 1473 onverwacht overleed, brak voor Yolande een nieuwe periode van zelfstandigheid aan.
Op zijn sterfbed had Reinoud Yolande aangewezen als voogdes van zijn zonen, op dat moment respectievelijk elf en negen jaar oud. De voogdij werd echter ook geclaimd door enkele neven, onder wie Reinier van Broekhuizen. Yolande verdedigde haar rechten aanvankelijk met succes, maar na de dood van hertog Karel de Stoute in 1477 maakte Reinier van Broekhuizen zich met geweld meester van stad en kasteel van Vianen. Vervolgens wist hij ook zoon Walraven en twee dochters van Yolande in handen te krijgen. Yolande moest accepteren dat Reinier de goederen beheerde en de inkomsten daaruit opstreek totdat Walraven meerderjarig was (1480). Zij ging wonen op het kasteel Brederode in Santpoort, dat tot haar weduwgoed behoorde. Over haar optreden daar is weinig bekend. Yolande heeft zich niet in het openbaar bemoeid met de zogenaamde Jonker Fransenoorlog, genoemd naar haar zoon Frans, een van de leiders van deze Hoekse opstand. Hij sneuvelde in 1490.
Uit het bezit van Yolande is een rijk verlucht getijdenboek bewaard dat omstreeks 1460 moet zijn vervaardigd (Oxford, Bodleian Library, Douce 93). De verluchter, bekend als de Meester van Yolande van Lalaing, was werkzaam in Utrecht. Het getijdenboek staat vol met Brederode-heraldiek en emblematiek (zwijnskoppen en brandende takken). In de ondermarges zijn voorstellingen aangebracht van onder andere jacht- en toernooipartijen en een schutterswedstrijd. Kort na de dood van haar man heeft Yolande aan Jan Gerbrandsz. van Leiden opdracht gegeven tot het schrijven van een familiekroniek, waarin niet alleen de daden van Reinoud breed worden uitgemeten en de Brederode-kinderen ten voorbeeld worden gesteld, maar ook wordt aangetoond dat het geslacht Brederode uit de Trojaanse adel stamt.
Yolande van Lalaing stierf op 15 augustus 1497 op kasteel Brederode, geb. circa 1427, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Santpoort op 15 aug 1497.
tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 30 jaar oud) circa 1445
met
Reinoud II van Brederode was een zoon van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen. Zijn vader overleed toen hij jong was. Zijn oom Willem van Brederode trad voor hem als voogd op, tot hij bij zijn meerderjarigheid in 1438 officieel tot heer werd benoemd. Van Brederode wordt in 1440 voor het eerst genoemd in verband met de overdracht van eigendommen in het Gooi. In het volgend jaar verkochten hij en zijn broer Gijsbrecht een deel van de heerlijkheid Gennep. In 1453 werkten hij en zijn broer Gijsbrecht mee aan de onderwerping der Gentenaren aan Filips de Goede.
In 1445 trad hij toe tot de Orde van het Gulden Vlies en werd hij ook tot burggraaf van Utrecht benoemd. Reinoud (II) schoot zijn broer Gijsbrecht te hulp in zijn bisschoppelijk dispuut met David van Bourgondië, wat ontaarde in de Utrechtse oorlog van 1456-58, maar David nam hem in 1470 gevangen en martelde hem. Karel de Stoute gaf hem zijn vrijheid terug, maar Reinoud werd nooit meer echt de oude.
Reinoud huwde omstreeks 1440 met Elisabeth of Lijsbeth Willems. Uit dit huwelijk kwamen veel kinderen voort, maar dit huwelijk werd nooit als rechtsgeldig beschouwd, waardoor de kinderen als bastaarden werden gezien. Omstreeks 1458 sloot Reinoud een tweede huwelijk met Yolande van Lalaing (ca. 1422-1497), een dochter van Willem van Lalaing en Johanna van Créquy, vrouwe van Bignicourt, zn. van Walraven I van Brederode (8e heer van Brederode, en militair bevelhebber van gravin Jacoba) en Johanna van Vianen (erfdochter van Vianen, Ameide en Herlaar), geb. te Santpoort circa 1415, 9e heer van Brederode, Vianen en Ameide, ridder Gulden Vlies 1446, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Vianen [nb] in 1473, tr. (2) met Lijsbeth Willems . Uit dit huwelijk een zoon.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Walraven II | *1462 | | †1531 | Vianen [zh] | 69 | 2 | 5 |
>
Willem de Lalaing
Willem de Lalaing, ovl. in 1475.
relatie
met
Johanna van Crequy, vrouwe van Bignicourt.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jolande | *1427 | | †1497 | Santpoort | 70 | 1 | 1 |
>
Johanna van Crequy
Johanna van Crequy, vrouwe van Bignicourt.
relatie
met
Willem de Lalaing, ovl. in 1475.
Uit deze relatie een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jolande | *1427 | | †1497 | Santpoort | 70 | 1 | 1 |
>