Website van Leo HENDRIKS
Lucia van Walta
Lucia Pieters van Walta, geb. in 1610, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) op 18 jun 1674.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 29 jaar oud) op 27 jan 1630
met

Cornelis van Aerssen heer van Sommelsdijk, Bommel, de Plaat en Spijck, zn. van Francois van Aerssen (diplomaat en gezant) en Petronella Borre, geb. waarschijnlijk te Paris in 1600, gouverneur van Nijmegen, kolonel infanterie, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 19 nov 1662.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Francois*1630  †1658 Zierikzee [ze] 28
Cornelis*1637  †1688 Paramaribo [Suriname] 50
Francesca*1642 's-Gravenhage [zh] †1720  78


Lieuwe van Juckema
Lieuwe van Juckema.

tr.
met

Tietke van Burmania.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frouck     


Tietke van Burmania
Tietke van Burmania.

tr.
met

Lieuwe van Juckema.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frouck     


Thomas Morgan
Thomas Morgan Engels kolonel.

tr.
met

Anna de Mérode-Pietersheim, dr. van Johan IX van Merode-Pietersheim en Margaretha van Pallandt (Culemborg), geb. op 9 jan 1565, ovl. (69 jaar oud) te Leiden [zh] op 8 okt 1634, begr. te Leiden [zh] Hooglandse Kerk, tr. (2) met Justinus van Nassau gouverneur van Breda Van 1601 tot 1625. Het enige buitenechtelijke kind van Willem van Oranje; zijn moeder was Willems vriendin Eva Elincx, dochter van de burgemeester van Emmerik. Willem heeft Justinus officieel erkend en opgevoed. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1590  †1625  35


Francois van Aerssen
Francois van Aerssen, geb. op 29 okt 1630, ovl. (28 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 14 nov 1658 verdronken op de terugreis uit Engeland voor Zierikzee.


Cornelis van Aerssen
Cornelis van Aerssen, geb. op 20 aug 1637, gouverneur van Suriname sedert 1683, ovl. (50 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] op 19 jul 1688 vermoord, begr. te Sommelsdijk [ze] in 1689.

tr. (resp. 26 en ongeveer 23 jaar oud) te Hagetmau [Frankrijk] op 1 jun 1664
met

Marguerite de Puy de Saint André Montbrun, dr. van Alexander de Puy en Louise Madeleine de la Fin Salin, geb. in 1640, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 4 dec 1694.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frans*1669 Paris †1740 's-Gravenhage [zh] 71


Marguerite de Puy de Saint André Montbrun
Marguerite de Puy de Saint André Montbrun, geb. in 1640, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 4 dec 1694.

tr. (resp. ongeveer 23 en 26 jaar oud) te Hagetmau [Frankrijk] op 1 jun 1664
met

Cornelis van Aerssen, zn. van Cornelis van Aerssen (gouverneur van Nijmegen, kolonel infanterie) en Lucia Pieters van Walta, geb. op 20 aug 1637, gouverneur van Suriname sedert 1683, ovl. (50 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] op 19 jul 1688 vermoord, begr. te Sommelsdijk [ze] in 1689.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frans*1669 Paris †1740 's-Gravenhage [zh] 71


Alexander de Puy
Alexander de Puy markies de St. André Montbrun.

tr.
met

Louise Madeleine de la Fin Salin dame de la Noche.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguerite*1640  †1694 's-Gravenhage [zh] 54


Louise Madeleine de la Fin Salin
Louise Madeleine de la Fin Salin dame de la Noche.

tr.
met

Alexander de Puy markies de St. André Montbrun.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguerite*1640  †1694 's-Gravenhage [zh] 54


Johan van der Veecken
Johan van der Veecken heer van Triangel, Capelle en Nieuwkerke. ohan van der]
VEKEN (Johan van der), koopman en bankier, geb. te Mechelen 1 Dec. 1549 als zoon van Johan v.d. V. en Barbara Huybertsdr. Verwey, overl. te Rotterdam 26 Aug. 1616. Hij was getrouwd met Johanna Quingets, overl. te Rotterdam 24 Juni 1591.
Op 25-jarigen leeftijd verliet van der Veken zijn geboorteplaats om zich te Antwerpen te vestigen. Den 20en Mei 1575 wordt hij daar poorter geëed. Doch hij bleef er niet lang; de toestanden te Antwerpen werden na de spaansche furie (4 Nov. 1576) voor den handel zeer ongunstig en het was te voorzien dat, als de stad onder het spaansche bewind zou terugkeeren, de handel voorgoed gefnuikt zou zijn. Van der Veken zag dit zeer goed in; hij begon al in 1581 zijn vaste bezittingen te gelde te maken en reeds in den herfst van 1583 heeft hij zijn zaken naar Rotterdam overgebracht.
Hij had wel gezorgd, dat hij daar niet met leege handen kwam, maar uit Antwerpen zooveel mogelijk baar geld had meegenomen. In het laatst van 1583, de eerste maal dat wij te Rotterdam van hem hooren, is het in zijn kwaliteit van geldschieter. En in het begin van het volgend jaar treedt hij reeds als koopman en reeder op. Een paar jaar later wordt hij in één adem genoemd met de gezeten kooplieden Wittert en Draeck. Ook de stedelijke regeering begint weldra zijn verdiensten te erkennen. Den 31sten Januari 1596 draagt zij hem op, om, met vier andere kooplieden, haar te adviseeren omtrent het salaris der makelaars en het volgend jaar wordt zijn hulp ingeroepen bij de opstelling van de instructie voor de beurs. Dan ook maakt hij een aanvang met het uitrusten van schepen naar de kusten van Guinea, Peru en West-Indië, terwijl hij een paar jaar later, in 1599, betrokken was in de vloot, die den 15den Mei in zee stak, vooral met het doel om de door het verbod van handel geleden schade op Spanje's galjoenen en Portugal's rijke kraken te verhalen. In 1600 zond hij wederom, nu vereenigd met den zeeuwschen koopman Hesse, een schip van 100 last naar Amerika.
Maar ook bij de groote vaart en den handel op Oost-Indië had van der Veken zich reeds geïnteresseerd. Toen allerwegen in Holland de scheepvaart zich zoo krachtig ontwikkelde en de bruisende ondernemingslust haast overal ten spon uitbarstte, toen de val van Antwerpen tal van kapitaalkrachtige menschen met durf en ondernemingsgeest naar het Noorden had gebracht, toen moest de nederlandsche handel zijn vleugels wel uitslaan en ook Oost-Indië tot zijn gebied trekken. En het sprak vanzelf, dat Rotterdam daarbij niet achter zou blijven; ook daar kwam op het laatst van 1596 de begeerte op om Oost-Indië te bezoeken. Wel liep de compagnie van Wissel en van der Hagen op niets uit, doch op het eind van 1597 wendde de laatste zich tot van der Veken voor een tocht door de straat van Magelhaen, eerst naar de westkust van Amerika en daarna naar de rijke specerijgewesten van Oost-Indië. Dit was wel de beste keuze die van der Hagen kon doen, want van dat oogenblik scheen de onderneming alle kans tot welslagen te zullen bieden. 'Johan van der Veken', aldus de Jonge, 'was door zijn talrijke betrekkingen tot de Staten-Generaal, tot de staten
[p. 1082]van Holland, tot Oldenbarnevelt en niet minder tot de kronen van Engeland en Frankrijk, een man die hier te lande ontzien werd en door zijn groot vermogen invloed bezat'.
Van der Veken en zijn handelsvrienden in Duitschland, Italië en elders staken een groot kapitaal in de onderneming en de eerste stelde zich bovendien borg voor eventueel in leen te krijgen geschut en ammunitie. Eindelijk was de vloot, bestaande uit vier groote schepen en een jacht, gereed: den 27sten Juni 1598 verliet zij het Goereesche gat en stevende zeewaarts.
Zooals bekend, was de tocht een volslagen mislukking en kwam slechts één schip terug 'met een verlooren reyse', zonder zelfs Indië bereikt te hebben, maar van der Veken wist den slag te boven te komen en was in staat de door hem gemaakte schulden te betalen.
Naast deze gewaagde tochten naar Oost- en West-Indië dreef van der Veken een levendigen handel eensdeels op het Noorden en anderdeels op Portugal, Spanje en Italië. Het protocol van notaris Jacob Symons te Rotterdam wemelt van door hem gesloten vrachtbrieven en handelscontracten. Zijn schepen brachten hout en tarwe en vlas van Koningsbergen naar Bordeaux en naar Vianna in Portugal en, toen de duurte der granen in Italië den nederlandschen kooplieden een nieuwe bron van inkomsten ontsloot, was van der Veken een der eersten, die op ruime schaal talrijke schepen volgeladen met graan naar Genua en Venetië uitrustte.
In 1600 drijft hij in compagnieschap met zijn zwager Carolo Hellemans te Venetië een levendigen handel op St. Thomé en de kust van Brazilië en vertegenwoordigen hun schepen, van die streken huiswaarts keerende, soms een waarde van 3000 à 4000 dukaten elk. In den herfst van 1607 vindt men in den tijd van nog geen maand vier schepen met tarwe en rogge geladen: De Valk, 't Vliegende Hart, Den Orangieboom en Holland's Scheythuyn, door hem naar Italië gestuurd.
Maar daarnaast vergat van der Veken niet, dat zijn vader een goed deel van zijn fortuin verdiend had met den haringhandel; ook hij nam hierin ijverig deel, getuige de vele haringplaatsen in Rotterdam die op zijn naam vermeld staan, en vermeerderde daarmede zijn vermogen in niet geringe mate.
In 1612 kocht hij de heerlijkheden Kapelle en Nieuwerkerk en op het terrein van het oude slot Kapelle liet hij een nieuwe prachtige huizinge optrekken, met dubbele grachten, rondom met muren voorzien en met vier achtkante torens op de hoeken. Ook in de stad zelf liet van der Veken een voorname woning bouwen, waar hij geregeld de uitoefening van den katholieken godsdienst liet plaats vinden. In tegenstelling met zijn broeder Hendrik bleef hij het geloof zijner vaderen getrouw, doch twee van zijn dochters huwde hij uit aan het streng gereformeerde geslacht van Aerssen.
Een door van der Veken in 1609 in de Frankenstraat gebouwd hofje is als stichting tot 1754 blijven bestaan; het hofje zelf is pas in de 19de eeuw afgebroken.
Als geldschieter heeft van der Veken groote diensten bewezen aan ons land en het is grootendeels aan hem te danken dat de aan Engeland in pand gegeven steden zoo spoedig konden worden teruggenomen. Ook met Oldenbarnevelt, die meermalen van zijn diensten gebruik maakte, stond van der Veken in nauwe relatie.
Zijn devies was: 'Stabilis fortuna merenti'.
[p. 1083]Zijn portret in olieverf als bewindhebber der O.I.C, copie door Pieter van der Werff, bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam. Naar dat portret is de kop in den voorgevel van het rotterdamsche stadhuis gebeeldhouwd.
Zie: E. Wiersum, Johan van der Veken, koopman en bankier te Rotterdam (1583-1616) in Handelingen en mededeelingen v.d. Maatsch. v. Letterk. te Leiden (1911-12), 165-190; dez, Bijdrage tot de genealogie van der Veken en W.F. Juten, Aanvullingen [van dat artikel], beide in De Nederlandsche Leeuw (1913); Dumesnil, Het vijfde hoofd in N.R.C. (7 Nov. 1919), Ochtendbl. A; en de papieren Van Aerssen/Voshol in het Algemeen Rijksarchief.
Wiersum, geb. te Mechelen [li] op 1 dec 1549, koopman te Rotterdam, ovl. (66 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 26 aug 1616.

tr. (ongeveer 24 jaar oud) te Mechelen (B) [b] in 1574
met

Johanna Quinget, dr. van Christoffel Quinget (koopman in laken te Antwerpen) en Cornelia Ruts, ovl. te Rotterdam [zh] op 24 jun 1591.

Uit dit huwelijk 4 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1580  †1653 's-Gravenhage [zh] 7316 
Johanna*1578  †1641  63
Catharina  †1613 Antwerpen [b, België]  
Barbara     


Johanna Quinget
Johanna Quinget, ovl. te Rotterdam [zh] op 24 jun 1591.

tr. (Johan ongeveer 24 jaar oud) te Mechelen (B) [b] in 1574
met

Johan van der Veecken heer van Triangel, Capelle en Nieuwkerke. ohan van der]
VEKEN (Johan van der), koopman en bankier, geb. te Mechelen 1 Dec. 1549 als zoon van Johan v.d. V. en Barbara Huybertsdr. Verwey, overl. te Rotterdam 26 Aug. 1616. Hij was getrouwd met Johanna Quingets, overl. te Rotterdam 24 Juni 1591.
Op 25-jarigen leeftijd verliet van der Veken zijn geboorteplaats om zich te Antwerpen te vestigen. Den 20en Mei 1575 wordt hij daar poorter geëed. Doch hij bleef er niet lang; de toestanden te Antwerpen werden na de spaansche furie (4 Nov. 1576) voor den handel zeer ongunstig en het was te voorzien dat, als de stad onder het spaansche bewind zou terugkeeren, de handel voorgoed gefnuikt zou zijn. Van der Veken zag dit zeer goed in; hij begon al in 1581 zijn vaste bezittingen te gelde te maken en reeds in den herfst van 1583 heeft hij zijn zaken naar Rotterdam overgebracht.
Hij had wel gezorgd, dat hij daar niet met leege handen kwam, maar uit Antwerpen zooveel mogelijk baar geld had meegenomen. In het laatst van 1583, de eerste maal dat wij te Rotterdam van hem hooren, is het in zijn kwaliteit van geldschieter. En in het begin van het volgend jaar treedt hij reeds als koopman en reeder op. Een paar jaar later wordt hij in één adem genoemd met de gezeten kooplieden Wittert en Draeck. Ook de stedelijke regeering begint weldra zijn verdiensten te erkennen. Den 31sten Januari 1596 draagt zij hem op, om, met vier andere kooplieden, haar te adviseeren omtrent het salaris der makelaars en het volgend jaar wordt zijn hulp ingeroepen bij de opstelling van de instructie voor de beurs. Dan ook maakt hij een aanvang met het uitrusten van schepen naar de kusten van Guinea, Peru en West-Indië, terwijl hij een paar jaar later, in 1599, betrokken was in de vloot, die den 15den Mei in zee stak, vooral met het doel om de door het verbod van handel geleden schade op Spanje's galjoenen en Portugal's rijke kraken te verhalen. In 1600 zond hij wederom, nu vereenigd met den zeeuwschen koopman Hesse, een schip van 100 last naar Amerika.
Maar ook bij de groote vaart en den handel op Oost-Indië had van der Veken zich reeds geïnteresseerd. Toen allerwegen in Holland de scheepvaart zich zoo krachtig ontwikkelde en de bruisende ondernemingslust haast overal ten spon uitbarstte, toen de val van Antwerpen tal van kapitaalkrachtige menschen met durf en ondernemingsgeest naar het Noorden had gebracht, toen moest de nederlandsche handel zijn vleugels wel uitslaan en ook Oost-Indië tot zijn gebied trekken. En het sprak vanzelf, dat Rotterdam daarbij niet achter zou blijven; ook daar kwam op het laatst van 1596 de begeerte op om Oost-Indië te bezoeken. Wel liep de compagnie van Wissel en van der Hagen op niets uit, doch op het eind van 1597 wendde de laatste zich tot van der Veken voor een tocht door de straat van Magelhaen, eerst naar de westkust van Amerika en daarna naar de rijke specerijgewesten van Oost-Indië. Dit was wel de beste keuze die van der Hagen kon doen, want van dat oogenblik scheen de onderneming alle kans tot welslagen te zullen bieden. 'Johan van der Veken', aldus de Jonge, 'was door zijn talrijke betrekkingen tot de Staten-Generaal, tot de staten
[p. 1082]van Holland, tot Oldenbarnevelt en niet minder tot de kronen van Engeland en Frankrijk, een man die hier te lande ontzien werd en door zijn groot vermogen invloed bezat'.
Van der Veken en zijn handelsvrienden in Duitschland, Italië en elders staken een groot kapitaal in de onderneming en de eerste stelde zich bovendien borg voor eventueel in leen te krijgen geschut en ammunitie. Eindelijk was de vloot, bestaande uit vier groote schepen en een jacht, gereed: den 27sten Juni 1598 verliet zij het Goereesche gat en stevende zeewaarts.
Zooals bekend, was de tocht een volslagen mislukking en kwam slechts één schip terug 'met een verlooren reyse', zonder zelfs Indië bereikt te hebben, maar van der Veken wist den slag te boven te komen en was in staat de door hem gemaakte schulden te betalen.
Naast deze gewaagde tochten naar Oost- en West-Indië dreef van der Veken een levendigen handel eensdeels op het Noorden en anderdeels op Portugal, Spanje en Italië. Het protocol van notaris Jacob Symons te Rotterdam wemelt van door hem gesloten vrachtbrieven en handelscontracten. Zijn schepen brachten hout en tarwe en vlas van Koningsbergen naar Bordeaux en naar Vianna in Portugal en, toen de duurte der granen in Italië den nederlandschen kooplieden een nieuwe bron van inkomsten ontsloot, was van der Veken een der eersten, die op ruime schaal talrijke schepen volgeladen met graan naar Genua en Venetië uitrustte.
In 1600 drijft hij in compagnieschap met zijn zwager Carolo Hellemans te Venetië een levendigen handel op St. Thomé en de kust van Brazilië en vertegenwoordigen hun schepen, van die streken huiswaarts keerende, soms een waarde van 3000 à 4000 dukaten elk. In den herfst van 1607 vindt men in den tijd van nog geen maand vier schepen met tarwe en rogge geladen: De Valk, 't Vliegende Hart, Den Orangieboom en Holland's Scheythuyn, door hem naar Italië gestuurd.
Maar daarnaast vergat van der Veken niet, dat zijn vader een goed deel van zijn fortuin verdiend had met den haringhandel; ook hij nam hierin ijverig deel, getuige de vele haringplaatsen in Rotterdam die op zijn naam vermeld staan, en vermeerderde daarmede zijn vermogen in niet geringe mate.
In 1612 kocht hij de heerlijkheden Kapelle en Nieuwerkerk en op het terrein van het oude slot Kapelle liet hij een nieuwe prachtige huizinge optrekken, met dubbele grachten, rondom met muren voorzien en met vier achtkante torens op de hoeken. Ook in de stad zelf liet van der Veken een voorname woning bouwen, waar hij geregeld de uitoefening van den katholieken godsdienst liet plaats vinden. In tegenstelling met zijn broeder Hendrik bleef hij het geloof zijner vaderen getrouw, doch twee van zijn dochters huwde hij uit aan het streng gereformeerde geslacht van Aerssen.
Een door van der Veken in 1609 in de Frankenstraat gebouwd hofje is als stichting tot 1754 blijven bestaan; het hofje zelf is pas in de 19de eeuw afgebroken.
Als geldschieter heeft van der Veken groote diensten bewezen aan ons land en het is grootendeels aan hem te danken dat de aan Engeland in pand gegeven steden zoo spoedig konden worden teruggenomen. Ook met Oldenbarnevelt, die meermalen van zijn diensten gebruik maakte, stond van der Veken in nauwe relatie.
Zijn devies was: 'Stabilis fortuna merenti'.
[p. 1083]Zijn portret in olieverf als bewindhebber der O.I.C, copie door Pieter van der Werff, bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam. Naar dat portret is de kop in den voorgevel van het rotterdamsche stadhuis gebeeldhouwd.
Zie: E. Wiersum, Johan van der Veken, koopman en bankier te Rotterdam (1583-1616) in Handelingen en mededeelingen v.d. Maatsch. v. Letterk. te Leiden (1911-12), 165-190; dez, Bijdrage tot de genealogie van der Veken en W.F. Juten, Aanvullingen [van dat artikel], beide in De Nederlandsche Leeuw (1913); Dumesnil, Het vijfde hoofd in N.R.C. (7 Nov. 1919), Ochtendbl. A; en de papieren Van Aerssen/Voshol in het Algemeen Rijksarchief.
Wiersum, zn. van Johan van der Veecken en Barbara Huybertsdr Verweij, geb. te Mechelen [li] op 1 dec 1549, koopman te Rotterdam, ovl. (66 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 26 aug 1616.

Uit dit huwelijk 4 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1580  †1653 's-Gravenhage [zh] 7316 
Johanna*1578  †1641  63
Catharina  †1613 Antwerpen [b, België]  
Barbara     


Johan Baptista van Aerssen
Johan Baptista van Aerssen heer van Triangel, geb. op 9 mrt 1614, raadsheer in de Raad en het Hof van Brabant (1649), ovl. (42 jaar oud) op 21 nov 1656.

tr. (resp. 26 en 23 jaar oud) te Bergen op Zoom [nb] op 27 nov 1640
met

Maria Hack vrouwe van Hoogerheide en half Ossendrecht, dr. van Pieter Hack en Judith Pierling, geb. op 15 okt 1617, ovl. (70 jaar oud) op 21 sep 1688.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1642 's-Gravenhage [zh] †1712 Bergen op Zoom [nb] 69
Cornelis*1646 Delft [zh] †1728 's-Gravenhage [zh] 8110 


Maria Hack
Maria Hack vrouwe van Hoogerheide en half Ossendrecht, geb. op 15 okt 1617, ovl. (70 jaar oud) op 21 sep 1688.

tr. (resp. 23 en 26 jaar oud) te Bergen op Zoom [nb] op 27 nov 1640
met

Johan Baptista van Aerssen heer van Triangel, zn. van Jacobus van Aerssen (president van het Hof van Brabant) en Maria van der Veecken, geb. op 9 mrt 1614, raadsheer in de Raad en het Hof van Brabant (1649), ovl. (42 jaar oud) op 21 nov 1656.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1642 's-Gravenhage [zh] †1712 Bergen op Zoom [nb] 69
Cornelis*1646 Delft [zh] †1728 's-Gravenhage [zh] 8110 


Pieter Hack
Pieter Hack heer van Hoogerheide en Half-Ossendrecht.

tr.
met

Judith Pierling.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1617  †1688  70


Judith Pierling
Judith Pierling.

tr.
met

Pieter Hack heer van Hoogerheide en Half-Ossendrecht.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1617  †1688  70


Emmerentiana van Aerssen
Emmerentiana van Aerssen, geb. op 9 jun 1609, ovl. (61 jaar oud) op 28 jul 1670.

tr. (21 jaar oud) op 29 dec 1630
met

Adriaan van Cuyck van Meteren heer van Meteren en Kerkwijk, zn. van Johan van Cuyck van Meteren (kapitein in Staatse dienst) en Maria van Swieten, kolonel, commandeur van Woudrichem en Loevestein, ovl. op 26 nov 1672.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1635  †1694  59


Adriaan van Cuyck van Meteren
Adriaan van Cuyck van Meteren heer van Meteren en Kerkwijk, kolonel, commandeur van Woudrichem en Loevestein, ovl. op 26 nov 1672.

tr. (Emmerentiana 21 jaar oud) op 29 dec 1630
met

Emmerentiana van Aerssen, dr. van Jacobus van Aerssen (president van het Hof van Brabant) en Maria van der Veecken, geb. op 9 jun 1609, ovl. (61 jaar oud) op 28 jul 1670.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1635  †1694  59


Johan van Cuyck van Meteren
Johan van Cuyck van Meteren, kapitein in Staatse dienst, ovl. te Zaltbommel [ge] in 1641.

tr.
met

Maria van Swieten, dr. van Adriaan van Swieten en Josina van Naaldwijk.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan  †1672   


Maria van Swieten
Maria van Swieten.

tr.
met

Johan van Cuyck van Meteren, kapitein in Staatse dienst, ovl. te Zaltbommel [ge] in 1641.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan  †1672   


Pieter van Aerssen
Pieter van Aerssen, geb. op 19 feb 1621, ovl. (43 jaar oud) op 14 jun 1664.