tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 23 jaar oud) (1) in 1929, (gesch. in 1933)
met
Jacobus Johannes Joan Remmelts, geb. te Zwolle [ge] op 12 aug 1905, acteur en toneelregisseur behalve op toneel speelde Remmelts in diverse speelfilms en uiteenlopende televisieseries zoals De kleine waarheid en Erik of het klein insectenboek. In de tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel leende hij zijn stem aan Commissaris Bulle Bas, ovl. (82 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 19 dec 1987, begr. te Amsterdam [nl] Zorgvliet.
tr. (resp. 27 en 34 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] op 24 jan 1934, (gesch. te Amsterdam [nl] op 25 jan 1946)
met
Cornelis Jan Cees Laseur, zn. van Cornelis Jan Laseur (officier van gezondheid in het Nederlands-Indisch leger) en Clara Maria Vielaars, geb. te Kota Radja (Ind) Atjeh Sumatra op 3 apr 1899, directeur Haagse Comedie, ovl. (60 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 2 jan 1960 overleden t.g.v. een val van de trap in het restaurant Saur, begr. te Leiden [zh] Rhijnhof, tr. (2) met Joan de Bruïne Groeneveldt. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Cornelis Jan Laseur.
LASEUR, Cornelis Jan (1899-1960).
Laseur, Cornelis Jan, toneelleider, acteur en regisseur (Kota Radja (Nederlands-Indië) 3-4-1899 - 's-Gravenhage 2-1-1960). Zoon van Cornelis Jan Laseur, officier van gezondheid in het Nederlands-Indisch leger, en Clara Maria Vielaars. Gehuwd op 24-1-1934 met Marie Johanna Dresselhuijs (bekend onder de naam Mary Dresselhuys), actrice. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. Na echtscheiding (25-1-1946) gehuwd op 6-2-1954 met Joan de Bruïne Groeneveldt. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.
Cees Laseur bezocht van 1912 tot 1917 de HBS aan de Haagse Stadhouderslaan. Zijn reeds vroeg aanwezige lust tot toneelspelen werd hier door zijn leraar Duits J.P. Heyligers aangewakkerd. In 1917 nam Cor van der Lugt Melsert de jonge Laseur, zonder voorafgaande opleiding, als volontair aan bij het zojuist opgerichte Hofstadtooneel (later: Vereenigd Rotterdamsch-Hofstadtooneel). Te Hengelo debuteerde hij in oktober 1917 in de kleine rol van 'Guiraud de tuinman' in Micheline van R. de Flers en G.A. de Cavaillet. In 1919/1920 volgde een kortstondig engagement bij NV Tooneelvereeniging onder leiding van Herman Heijermans, waarna hij zijn militaire dienstplicht vervulde.
Terug bij het Hofstadtooneel speelde Laseur in 1921 zijn eerste opvallende rol: de jonge 'Damis' in Molières Tartuffe . Van grote betekenis voor zijn ontwikkeling was zijn engagement bij Eduard Verkade en diens gezelschap Die Haghespelers in het Voorhout in 1921/1922, en bij Cor Ruys' Princessetooneel van 1922 tot 1924. Na nog een jaar bij het Odeongezelschap onder leiding van Jan Fabricius werkzaam te zijn geweest vertrok Laseur uit Den Haag naar Amsterdam, waar hij zich eerst, van 1925 tot 1930, aansloot bij het Vereenigd Tooneel van Eduard Verkade en Dirk Verbeek en daarna, tot 1932, bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel onder leiding van Verbeek en Louis Saalborn. Laseur had dus alle invloeden van het toenmalige Nederlandse theater ondergaan en verwerkt, stond bekend als een voortreffelijk acteur, wiens voorkeur niet uitging naar de rol van de jeune premier, doch naar figuren met karakter, zoals 'Siegfried', de man tussen twee vaderlanden, van Jean Giraudoux, waarmee hij in 1930 zijn twaalf en een half-jarig jubileum vierde.
Klaar om zijn vleugels uit te slaan werd Laseur in 1932 opgenomen in de directie van het Centraal Tooneel, dat hij weldra geheel alleen bestuurde. Daarmee begon zijn eerste periode als toneelleider. Hij drukte zijn stempel op één kant van de theatermedaille, want naast hem traden de gezelschappen op van Albert van Dalsum en August Defresne, die wilden spelen 'in opdracht van de tijd'; er werd daar weinig gelachen. Des te meer bij Laseur, maar niet luidruchtig om platte kluchten. Repertoire en spel van dit ensemble waren verfijnd, beschaafd en van een hoog niveau. Het repertoire werd vooral bepaald door societycomedies van auteurs als J. Deval, M. Achard, H.M. Harwood, L. Fodor, M. Hart, G.S. Kaufmann, H. Bahr en C. Götz. Stukken van Nederlandse schrijvers, zoals Leonard Huizinga en Jan Fabricius, ontbraken evenmin. Naast amusement was er ook ernst: bijvoorbeeld in 1934 het artsenstuk Mannen in 't wit van S. Kingsley, het jezuïetendrama Het voorste legioen van E. Lavery en het spel over een jonge bokser en zijn vader Golden Boy van C. Odets, beide in 1936. In de jaren dertig was het Centraal Tooneel 'werkelijk een factor van warme betekenis in het uitgaansleven van Amsterdam' (Viruly, 113).
Politieke en sociale bindingen werden door Laseur steeds geschuwd. Hoewel anti-Duits gezind, heeft hij tijdens de bezetting, na de oprichting van de Kultuurkamer in februari 1942, doorgespeeld in de verwachting talrijke Nederlanders in een duistere tijd een plezierige avond te kunnen bezorgen. De Centrale Ereraad voor de Kunst heeft in mei 1947 de uitspraak van de Eereraad voor de Tooneelkunst van 3 augustus 1945, waarbij hem een schorsing van drie maanden was opgelegd, vernietigd. In de veertien jaren van zijn directie heeft Laseur 77 stukken uitgebracht, deze geregisseerd, ten dele zelf vertaald en er hoofdrollen in gespeeld, bijgestaan door een vaste kern, bestaande uit Mary Dresselhuys, Rie Gilhuys en Joan Remmelts, en aangevuld met onder meer Tilly Lus, Hermann Schwab, Cor Hermus en Chris Baay.
In 1946 bezocht Laseur de Verenigde Staten om daar nieuwe indrukken op te doen. Na zijn terugkeer begon de tweede periode, waarin hij opnieuw een eigen stempel drukte op het Nederlandse toneelleven. Samen met Paul Steenbergen leidde hij tot aan zijn dood de nieuwgevormde Haags(ch)e Comedie. Het was een gezelschap van formaat, dat veertig jaar lang zou bestaan. Het repertoire was internationaal georiënteerd en behield zijn hoge niveau. Belangrijk werk van eigentijdse auteurs werd geïntroduceerd, zoals Chr. Fry, Eugene O'Neill, Th.N. Wilder, F. Hochwälder, J. Anouilh, Giraudoux, H. de Montherlant en B. Brecht. Vast onderdeel vormden de blijspelen van Shakespeare, en het amusement werd niet verwaarloosd. Nederlandse auteurs als Max Croiset en Ary den Hertog zagen hun werk hier opgevoerd. Er werden ter verruiming en verdieping buitenlandse regisseurs aangetrokken, zoals Erwin Piscator, Michael Langham, Peter Wood en Pjotr Sjarov, en er kwam voor het eerst een dramaturg: Karl Guttmann. Een keur van acteurs en actrices werkte mee: Albert van Dalsum, Joris Diels, Bob de Lange, Luc Lutz, Jan Retèl, Elisabeth Andersen, Caro van Eyck, Heleen Pimentel, Myra Ward en Ida Wasserman, bij wie zich jongeren voegden als Coen Flink, Annet Nieuwenhuyzen en Jules Royaards. Altijd streefde Laseur naar de harmonie van het ensemble en naar de continuïteit ervan. Door spel en repertoire verwierf dit typisch Haagse gezelschap een bijzonder goede naam, ook in andere plaatsen.
Het talent van Cees Laseur als acteur kende talrijke facetten. Hij was een elegante jonge of al oudere minnaar in allerlei blijspelen, maar ook een corrupte en toch uiteindelijk meelijwekkende burgemeester in Gogols De Revisor (1951) en een aangrijpende 'Cornelius Melody' in O'Neills De dag van Talavera (1959). Bij het creëren van een rol stond bij hem de eenwording van speler en rol voorop. Laseur was psychologisch realist en paste daarmee in de school van zijn leermeesters, zonder ooit epigoon te worden. Hij ging voornamelijk intuïtief te werk, en dit deed hij ook als regisseur. Hij was - aldus H.A. Gomperts - de dirigent van het ensemblespel, en zijn voorstellingen onderscheidden zich door helderheid, zuiverheid en eenvoud (speciale editie Het Parool , 28-10-1953).
Ook voor belangrijke filmrollen werd Laseur gevraagd, onder meer in de rolprent ter gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina: Veertig jaren uit 1938. Grote populariteit verwierf hij met zijn typering van 'Vader Doorsnee' in de muzikale hoorspelserie In Holland staat een huis van Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire, die de VARA-radio tussen 1952 en 1958 om de veertien dagen uitzond. Terecht noemde Albert van Dalsum hem in zijn grafrede 'een zondagskind onder de toneelspelers'.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
tr. (resp. 48 en 50 jaar oud) (3) op 15 mrt 1955
met
Adriaan Viruly, zn. van Jan Dionijs Viruly (burgemeester van Westkapelle) en Teuntje Antoinette Butner, geb. te Breda [nb] op 5 jan 1905, vliegenier/piloot, ovl. (81 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 13 aug 1986, tr. (resp. 22 en 20 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 21 apr 1927, (gesch. te 's-Gravenhage [zh] op 27 mrt 1946) met Dina Maria Tobia van Hattum, dr. van Johannes Tobias van Hattum (aannemer van publieke werken, fabrikant.) en Dina Maria Prins, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 26 jun 1906, ovl. (69 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 27 nov 1975. Uit dit huwelijk 3 kinderen, tr. (41 jaar oud) (2) op 15 apr 1946, (gesch. op 26 feb 1955) met Henderika Groenhout. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
tr. (1)
met
Cornelis Jacobus de Korver, geb. te Gorinchem [zh] circa 1910, directiesecretaris, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) te Groningen [gr] op 30 okt 1952.
tr. (resp. 34 en 54 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] op 6 feb 1954
met
Cornelis Jan Cees Laseur, zn. van Cornelis Jan Laseur (officier van gezondheid in het Nederlands-Indisch leger) en Clara Maria Vielaars, geb. te Kota Radja (Ind) Atjeh Sumatra op 3 apr 1899, directeur Haagse Comedie, ovl. (60 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 2 jan 1960 overleden t.g.v. een val van de trap in het restaurant Saur, begr. te Leiden [zh] Rhijnhof, tr. (1) met Marie Johanna Mary Dresselhuijs, dr. van Cornelis Willem Dresselhuijs (tabaksfabrikant) en Christina Henriette Tijdeman. Uit dit huwelijk 2 kinderen.
Cornelis Jan Laseur.
LASEUR, Cornelis Jan (1899-1960).
Laseur, Cornelis Jan, toneelleider, acteur en regisseur (Kota Radja (Nederlands-Indië) 3-4-1899 - 's-Gravenhage 2-1-1960). Zoon van Cornelis Jan Laseur, officier van gezondheid in het Nederlands-Indisch leger, en Clara Maria Vielaars. Gehuwd op 24-1-1934 met Marie Johanna Dresselhuijs (bekend onder de naam Mary Dresselhuys), actrice. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. Na echtscheiding (25-1-1946) gehuwd op 6-2-1954 met Joan de Bruïne Groeneveldt. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.
Cees Laseur bezocht van 1912 tot 1917 de HBS aan de Haagse Stadhouderslaan. Zijn reeds vroeg aanwezige lust tot toneelspelen werd hier door zijn leraar Duits J.P. Heyligers aangewakkerd. In 1917 nam Cor van der Lugt Melsert de jonge Laseur, zonder voorafgaande opleiding, als volontair aan bij het zojuist opgerichte Hofstadtooneel (later: Vereenigd Rotterdamsch-Hofstadtooneel). Te Hengelo debuteerde hij in oktober 1917 in de kleine rol van 'Guiraud de tuinman' in Micheline van R. de Flers en G.A. de Cavaillet. In 1919/1920 volgde een kortstondig engagement bij NV Tooneelvereeniging onder leiding van Herman Heijermans, waarna hij zijn militaire dienstplicht vervulde.
Terug bij het Hofstadtooneel speelde Laseur in 1921 zijn eerste opvallende rol: de jonge 'Damis' in Molières Tartuffe . Van grote betekenis voor zijn ontwikkeling was zijn engagement bij Eduard Verkade en diens gezelschap Die Haghespelers in het Voorhout in 1921/1922, en bij Cor Ruys' Princessetooneel van 1922 tot 1924. Na nog een jaar bij het Odeongezelschap onder leiding van Jan Fabricius werkzaam te zijn geweest vertrok Laseur uit Den Haag naar Amsterdam, waar hij zich eerst, van 1925 tot 1930, aansloot bij het Vereenigd Tooneel van Eduard Verkade en Dirk Verbeek en daarna, tot 1932, bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel onder leiding van Verbeek en Louis Saalborn. Laseur had dus alle invloeden van het toenmalige Nederlandse theater ondergaan en verwerkt, stond bekend als een voortreffelijk acteur, wiens voorkeur niet uitging naar de rol van de jeune premier, doch naar figuren met karakter, zoals 'Siegfried', de man tussen twee vaderlanden, van Jean Giraudoux, waarmee hij in 1930 zijn twaalf en een half-jarig jubileum vierde.
Klaar om zijn vleugels uit te slaan werd Laseur in 1932 opgenomen in de directie van het Centraal Tooneel, dat hij weldra geheel alleen bestuurde. Daarmee begon zijn eerste periode als toneelleider. Hij drukte zijn stempel op één kant van de theatermedaille, want naast hem traden de gezelschappen op van Albert van Dalsum en August Defresne, die wilden spelen 'in opdracht van de tijd'; er werd daar weinig gelachen. Des te meer bij Laseur, maar niet luidruchtig om platte kluchten. Repertoire en spel van dit ensemble waren verfijnd, beschaafd en van een hoog niveau. Het repertoire werd vooral bepaald door societycomedies van auteurs als J. Deval, M. Achard, H.M. Harwood, L. Fodor, M. Hart, G.S. Kaufmann, H. Bahr en C. Götz. Stukken van Nederlandse schrijvers, zoals Leonard Huizinga en Jan Fabricius, ontbraken evenmin. Naast amusement was er ook ernst: bijvoorbeeld in 1934 het artsenstuk Mannen in 't wit van S. Kingsley, het jezuïetendrama Het voorste legioen van E. Lavery en het spel over een jonge bokser en zijn vader Golden Boy van C. Odets, beide in 1936. In de jaren dertig was het Centraal Tooneel 'werkelijk een factor van warme betekenis in het uitgaansleven van Amsterdam' (Viruly, 113).
Politieke en sociale bindingen werden door Laseur steeds geschuwd. Hoewel anti-Duits gezind, heeft hij tijdens de bezetting, na de oprichting van de Kultuurkamer in februari 1942, doorgespeeld in de verwachting talrijke Nederlanders in een duistere tijd een plezierige avond te kunnen bezorgen. De Centrale Ereraad voor de Kunst heeft in mei 1947 de uitspraak van de Eereraad voor de Tooneelkunst van 3 augustus 1945, waarbij hem een schorsing van drie maanden was opgelegd, vernietigd. In de veertien jaren van zijn directie heeft Laseur 77 stukken uitgebracht, deze geregisseerd, ten dele zelf vertaald en er hoofdrollen in gespeeld, bijgestaan door een vaste kern, bestaande uit Mary Dresselhuys, Rie Gilhuys en Joan Remmelts, en aangevuld met onder meer Tilly Lus, Hermann Schwab, Cor Hermus en Chris Baay.
In 1946 bezocht Laseur de Verenigde Staten om daar nieuwe indrukken op te doen. Na zijn terugkeer begon de tweede periode, waarin hij opnieuw een eigen stempel drukte op het Nederlandse toneelleven. Samen met Paul Steenbergen leidde hij tot aan zijn dood de nieuwgevormde Haags(ch)e Comedie. Het was een gezelschap van formaat, dat veertig jaar lang zou bestaan. Het repertoire was internationaal georiënteerd en behield zijn hoge niveau. Belangrijk werk van eigentijdse auteurs werd geïntroduceerd, zoals Chr. Fry, Eugene O'Neill, Th.N. Wilder, F. Hochwälder, J. Anouilh, Giraudoux, H. de Montherlant en B. Brecht. Vast onderdeel vormden de blijspelen van Shakespeare, en het amusement werd niet verwaarloosd. Nederlandse auteurs als Max Croiset en Ary den Hertog zagen hun werk hier opgevoerd. Er werden ter verruiming en verdieping buitenlandse regisseurs aangetrokken, zoals Erwin Piscator, Michael Langham, Peter Wood en Pjotr Sjarov, en er kwam voor het eerst een dramaturg: Karl Guttmann. Een keur van acteurs en actrices werkte mee: Albert van Dalsum, Joris Diels, Bob de Lange, Luc Lutz, Jan Retèl, Elisabeth Andersen, Caro van Eyck, Heleen Pimentel, Myra Ward en Ida Wasserman, bij wie zich jongeren voegden als Coen Flink, Annet Nieuwenhuyzen en Jules Royaards. Altijd streefde Laseur naar de harmonie van het ensemble en naar de continuïteit ervan. Door spel en repertoire verwierf dit typisch Haagse gezelschap een bijzonder goede naam, ook in andere plaatsen.
Het talent van Cees Laseur als acteur kende talrijke facetten. Hij was een elegante jonge of al oudere minnaar in allerlei blijspelen, maar ook een corrupte en toch uiteindelijk meelijwekkende burgemeester in Gogols De Revisor (1951) en een aangrijpende 'Cornelius Melody' in O'Neills De dag van Talavera (1959). Bij het creëren van een rol stond bij hem de eenwording van speler en rol voorop. Laseur was psychologisch realist en paste daarmee in de school van zijn leermeesters, zonder ooit epigoon te worden. Hij ging voornamelijk intuïtief te werk, en dit deed hij ook als regisseur. Hij was - aldus H.A. Gomperts - de dirigent van het ensemblespel, en zijn voorstellingen onderscheidden zich door helderheid, zuiverheid en eenvoud (speciale editie Het Parool , 28-10-1953).
Ook voor belangrijke filmrollen werd Laseur gevraagd, onder meer in de rolprent ter gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina: Veertig jaren uit 1938. Grote populariteit verwierf hij met zijn typering van 'Vader Doorsnee' in de muzikale hoorspelserie In Holland staat een huis van Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire, die de VARA-radio tussen 1952 en 1958 om de veertien dagen uitzond. Terecht noemde Albert van Dalsum hem in zijn grafrede 'een zondagskind onder de toneelspelers'.
tr. (resp. 43 en 47 jaar oud) (3) te 's-Gravenhage [zh] op 1 okt 1962, (gesch. te 's-Gravenhage [zh] op 3 mrt 1972)
met
Johan Wilhelm Thijssen, zn. van Amédée Jean Marie Thijssen en Johanna Margaretha Kleinenhammans, geb. te Mr. Cornelis [Indonesië] op 17 feb 1915, officier-vlieger, attaché te Londen en Washington, ovl. (67 jaar oud) op 2 dec 1982, tr. (31 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 18 okt 1946, (gesch. te 's-Gravenhage [zh] op 30 mei 1962) met . Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
tr. (resp. 22 en 31 jaar oud) te Probolinggo [Indonesië] op 13 apr 1918
met
Julius Adriaan Sieburgh, zn. van Julius Sieburgh en Adriana Tönjes, geb. te Probolinggo [Indonesië] op 6 jan 1887, employé van Gending.
>
tr. (resp. 31 en 22 jaar oud) te Probolinggo [Indonesië] op 13 apr 1918
met
Atalie Berthe Caroline Laseur, dr. van Cornelis Jan Laseur (officier van gezondheid in het Nederlands-Indisch leger) en Clara Maria Vielaars, geb. te Litoga [Indonesië] gelegen op Sumatra op 24 sep 1895, ovl. (73 jaar oud) te Soest [ut] op 22 mei 1969, begr. Nieuw Eikenduinen.
>
tr. (resp. 27 en 18 jaar oud) te Probolinggo [Indonesië] op 2 feb 1885
met
Adriana Tönjes, geb. te Besoeki [Indonesië] op 12 nov 1866, ovl. (48 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 20 mei 1915.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Julius | *1887 | Probolinggo [Indonesië] | 1 | 0 |
tr. (resp. 18 en 27 jaar oud) te Probolinggo [Indonesië] op 2 feb 1885
met
Julius Sieburgh, zn. van Edouard Nicolaas Sieburgh en Jacoba Antoinetta Wilhelmina Potter, geb. te Semarang [Indonesië] op 8 jun 1857.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Julius | *1887 | Probolinggo [Indonesië] | 1 | 0 |
tr. (resp. ongeveer 25 en 21 jaar oud) te Hillegersberg [zh] en Rotteban op 24 mrt 1783
met
Helena Hendrika Beumer, dr. van Hendrik Beumer en Adriana van den Hove, geb. te Hillegersberg [zh] op 4 jan 1762, ged. te Rotterdam [zh] op 8 jan 1762, ovl. (64 jaar oud) te Abcoude [ut] huize Kronenstein op 22 dec 1826.
Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Hendrica | *1785 | Zwammerdam [zh] | †1876 | Delft [zh] | 90 | 2 | 1 |
| 2 | Michiel | *1787 | Zwammerdam [zh] | †1873 | 86 | 2 | 0 | |
| 3 | Clara | *1791 | Hillegersberg [zh] | †1812 | Schiedam [zh] | 20 | 1 | 1 |
| 4 | Pieter | *1793 | Hillegersberg [zh] | †1865 | Delft [zh] | 72 | 1 | 8 |
| 5 | Emmerentia | *1798 | Rijswijk (Zh) | †1869 | 's-Gravenhage [zh] | 71 | 3 | 0 |
| 6 | Johanna | *1801 | Rijswijk (Zh) | †1838 | Abcoude [ut] | 36 | 1 | 1 |
tr. (resp. 21 en ongeveer 25 jaar oud) te Hillegersberg [zh] en Rotteban op 24 mrt 1783
met
Jan Dionijs Viruly, zn. van Michiel Viruly (directeur der Maatshappij van Assurantiën, Discontering en belening der Stad Rotterdam) en Clara Verburgh, geb. te 's-Gravenhage [zh] in 1757, ged. te 's-Gravenhage [zh] op 29 mrt 1757 remonstrants, koopman, en later grondeigenaar te Rijswijk, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Rijswijk (Zh) huize's-Gravenmade op 29 jul 1831.
Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Hendrica | *1785 | Zwammerdam [zh] | †1876 | Delft [zh] | 90 | 2 | 1 |
| 2 | Michiel | *1787 | Zwammerdam [zh] | †1873 | 86 | 2 | 0 | |
| 3 | Clara | *1791 | Hillegersberg [zh] | †1812 | Schiedam [zh] | 20 | 1 | 1 |
| 4 | Pieter | *1793 | Hillegersberg [zh] | †1865 | Delft [zh] | 72 | 1 | 8 |
| 5 | Emmerentia | *1798 | Rijswijk (Zh) | †1869 | 's-Gravenhage [zh] | 71 | 3 | 0 |
| 6 | Johanna | *1801 | Rijswijk (Zh) | †1838 | Abcoude [ut] | 36 | 1 | 1 |
tr. (Anna ongeveer 20 jaar oud) te Delft [zh] op 22 okt 1774
met
Anna Sibilla Elisabeth Trippelaar, geb. circa 1754, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Delft [zh] op 20 feb 1825.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Petronella | ~1789 | Delft [zh] | †1875 | Delft [zh] | 85 | 1 | 8 |
tr. (ongeveer 20 jaar oud) te Delft [zh] op 22 okt 1774
met
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Petronella | ~1789 | Delft [zh] | †1875 | Delft [zh] | 85 | 1 | 8 |
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 22 jaar oud) in 1929, (gesch. in 1933)
met
Marie Johanna Mary Dresselhuijs, dr. van Cornelis Willem Dresselhuijs (tabaksfabrikant) en Christina Henriette Tijdeman, geb. te Tiel [ge] op 22 jan 1907, Nederlands actrice, die ruim honderdvijftig rollen heeft gespeeld op toneel, in films en voor de te, ovl. (97 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 19 mei 2004, tr. (resp. 27 en 34 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] op 24 jan 1934, (gesch. te Amsterdam [nl] op 25 jan 1946) met Cornelis Jan Cees Laseur. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) met Adriaan Viruly. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
tr. (resp. 22 en 20 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 21 apr 1927, (gesch. te 's-Gravenhage [zh] op 27 mrt 1946)
met
Dina Maria Tobia van Hattum, dr. van Johannes Tobias van Hattum (aannemer van publieke werken, fabrikant.) en Dina Maria Prins, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 26 jun 1906, ovl. (69 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 27 nov 1975.
Uit dit huwelijk 3 kinderen.
tr. (41 jaar oud) (2) op 15 apr 1946, (gesch. op 26 feb 1955)
met
tr. (resp. 50 en 48 jaar oud) (3) op 15 mrt 1955
met
Marie Johanna Mary Dresselhuijs, dr. van Cornelis Willem Dresselhuijs (tabaksfabrikant) en Christina Henriette Tijdeman, geb. te Tiel [ge] op 22 jan 1907, Nederlands actrice, die ruim honderdvijftig rollen heeft gespeeld op toneel, in films en voor de te, ovl. (97 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 19 mei 2004, tr. (1) met Jacobus Johannes Joan Remmelts. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. 27 en 34 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] op 24 jan 1934, (gesch. te Amsterdam [nl] op 25 jan 1946) met Cornelis Jan Cees Laseur. Uit dit huwelijk 2 kinderen.
>
tr.
met
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Gerrit | *1825 | †1874 | Lopik [ut] | 48 | 1 | 1 |
tr.
met
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Gerrit | *1825 | †1874 | Lopik [ut] | 48 | 1 | 1 |
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Bediena | *1819 | 1 | 1 |
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Bediena | *1819 | 1 | 1 |