Arnoldus Franciscus Schade van Westrum
Arnoldus Franciscus Schade van Westrum, geb. op 3 mei 1611, advocaat, ovl. (63 jaar oud) te Utrecht [ut] op 4 okt 1674.
- Moeder:
Maria van Haeften, geb. op 19 aug 1587, begr. te Utrecht [ut] op 14 apr 1634.
otr. te Utrecht [ut] huwelijkse voorwaarden op 9 jan 1641, tr. (29 jaar oud) te Vianen [nb] op 12 jan 1641
met
Elisabeth van Vianen, dr. van Eerst Janszn. van Vianen (brouwer te Vianen) en Judith Coenraetsdr. van Heteren, ovl. te Utrecht [ut] op 4 okt 1674, begr. te Utrecht [ut] in de Catharijnekerk.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ernestus | *1641 | Utrecht [ut] | †1678 | Groenendijk | 36 | 0 | 0 |
| 2 | Dirk | *1643 | | †1710 | Utrecht [ut] | 66 | 1 | 1 |
| 3 | Antonius | *1648 | Utrecht [ut] | †1721 | Utrecht [ut] | 73 | 0 | 0 |
| 4 | Theodorus | | | | | | 1 | 0 |
>
Elisabeth van Vianen
Elisabeth van Vianen, ovl. te Utrecht [ut] op 4 okt 1674, begr. te Utrecht [ut] in de Catharijnekerk.
otr. te Utrecht [ut] huwelijkse voorwaarden op 9 jan 1641, tr. (Arnoldus 29 jaar oud) te Vianen [nb] op 12 jan 1641
met
Arnoldus Franciscus Schade van Westrum, zn. van Pieter Dircks Schade van Westrum (advocaat) en Maria van Haeften, geb. op 3 mei 1611, advocaat, ovl. (63 jaar oud) te Utrecht [ut] op 4 okt 1674.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ernestus | *1641 | Utrecht [ut] | †1678 | Groenendijk | 36 | 0 | 0 |
| 2 | Dirk | *1643 | | †1710 | Utrecht [ut] | 66 | 1 | 1 |
| 3 | Antonius | *1648 | Utrecht [ut] | †1721 | Utrecht [ut] | 73 | 0 | 0 |
| 4 | Theodorus | | | | | | 1 | 0 |
>
Antonius Schade van Westrum
Antonius Schade van Westrum, geb. te Utrecht [ut] op 14 jan 1648, priester en pastoor o.a. van de Wittevrouwen-statie te Utrecht sedert 1679 wijding 1675 door Van Neercassel, ovl. (73 jaar oud) te Utrecht [ut] op 9 nov 1721.
>
Eerst van Vianen
Eerst Janszn. van Vianen, brouwer te Vianen, ovl. circa 1638.
tr. te Vianen [nb] gerecht op 21 sep 1602
met
Judith Coenraetsdr. van Heteren, dr. van Coenraat Gerritszn. van Heteren (o.a. schepen van Vianen) en Jannichgen Cornelisdr. , ovl. vermoedelijk te Vianen [nb] op 6 aug 1636.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | ~1615 | Vianen [nb] | †1686 | | 70 | 1 | 9 |
| 2 | Elisabeth | | | †1674 | Utrecht [ut] | | 1 | 7 |
>
Theodorus Schade van Westrum
Theodorus Schade van Westrum, advocaat en regent van het kath. weeshuis in Utrecht.
tr. te Utrecht [ut] op 11 aug 1660
met
Maria van Kilsdonk, tr. (1) met Willem van Bronkhorst. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
Maria van Kilsdonk
Maria van Kilsdonk.
tr. (1)
met
Willem van Bronkhorst.
tr. (2) te Utrecht [ut] op 11 aug 1660
met
Theodorus Schade van Westrum, zn. van Arnoldus Franciscus Schade van Westrum (advocaat) en Elisabeth van Vianen, advocaat en regent van het kath. weeshuis in Utrecht.
>
Willem van Bronkhorst
Willem van Bronkhorst.
tr.
met
Maria van Kilsdonk, tr. (2) met Theodorus Schade van Westrum. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
Ernestus Franciscus Schade van Westrum
Ernestus Franciscus Schade van Westrum, geb. te Utrecht [ut] op 16 nov 1641, priester en pastoor in Amersfoort en Hazerswoude wijding dec. 1667, ovl. (36 jaar oud) te Groenendijk op 1 aug 1678.
>
Pieter Schade van Westrum
Pieter Dircks Schade van Westrum, geb. op 3 mei 1583, advocaat, begr. te Utrecht [ut] op 9 jan 1654.
- Vader:
Dirk Schade van Westrum, geb. te Amersfoort [ut] op 11 nov 1554, brouwer en schepen te Amersfoort, ovl. (61 jaar oud) te Amersfoort [ut] op 15 dec 1615, tr. (26 jaar oud) op 29 sep 1581.
tr. (resp. 27 en 23 jaar oud) te Amersfoort [ut] op 26 aug 1610
met
Maria van Haeften, geb. op 19 aug 1587, begr. te Utrecht [ut] op 14 apr 1634.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Arnoldus | *1611 | | †1674 | Utrecht [ut] | 63 | 1 | 7 |
| 2 | Johannes | *1612 | | †1665 | Delft [zh] | 53 | 0 | 0 |
| 3 | Geertrui | *1617 | Utrecht [ut] | †1657 | Utrecht [ut] | 40 | 1 | 1 |
>
Maria van Haeften
Maria van Haeften, geb. op 19 aug 1587, begr. te Utrecht [ut] op 14 apr 1634.
tr. (resp. 23 en 27 jaar oud) te Amersfoort [ut] op 26 aug 1610
met
Pieter Dircks Schade van Westrum, zn. van Dirk Schade van Westrum (brouwer en schepen te Amersfoort) en Gertrud Verhel van Bylant, geb. op 3 mei 1583, advocaat, begr. te Utrecht [ut] op 9 jan 1654.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Arnoldus | *1611 | | †1674 | Utrecht [ut] | 63 | 1 | 7 |
| 2 | Johannes | *1612 | | †1665 | Delft [zh] | 53 | 0 | 0 |
| 3 | Geertrui | *1617 | Utrecht [ut] | †1657 | Utrecht [ut] | 40 | 1 | 1 |
>
Johannes Schade van Westrum
Johannes Schade van Westrum bijnaam: Johannes Damnius, geb. circa 1612, vanaf 1650 pastoor van het Begijnhof te Dleft, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Delft [zh] op 4 sep 1665.
- Moeder:
Maria van Haeften, geb. op 19 aug 1587, begr. te Utrecht [ut] op 14 apr 1634.
>
Elisabeth Sweelinck
Elisabeth Jansdr. Sweelinck, geb. circa 1604, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1664.
- Vader:
Jan Pietersz Sweelinck, zn. van Pieter Swybertsz. en Sweelinck, geb. te Zwolle [ge] in mei 1562, musicus en organist van de Oude Kerk, ovl. (59 jaar oud) te Amsterdam [nl] vanuit de "Coestraat" op 16 okt 1621, begr. te Amsterdam [nl] in de Oude Kerk op 20 okt 1621, otr. (resp. 27 en ongeveer 24 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 28 apr 1590, tr. te Medemblik [nh].
tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 34 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 27 apr 1635
met
Benedictus Janszn. Ingels, zn. van Reinier Ingels (advocaat te Amsterdam) en Dieuwer Bentes, geb. circa 1600, advocaat te Amsterdam, begr. te Amsterdam [nl] OK in mei 1664.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johannes | | | 1670 | Amsterdam [nl] | | 1 | 3 |
| 2 | Nicolaas | *1639 | Amsterdam [nl] | †1707 | | 67 | 1 | 6 |
>
Benedictus Ingels
Benedictus Janszn. Ingels, geb. circa 1600, advocaat te Amsterdam, begr. te Amsterdam [nl] OK in mei 1664.
- Vader:
Reinier Ingels INGELS (Mr. Reynier) (1), geb. omstr. 1560, overl. tusschen 1622 en 1629, rechtsgeleerde. Hij werd 28 April 1581 student in de rechten te Leiden (‘Regnerus Ingelius Amsterodamensis J.’) en vestigde zich na zijn promotie als advocaat te Amsterdam; dit was in een tijd, toen nog zeer weinig advocaten te Amsterdam praktiseerden. Blijkens het amsterdamsche belastingkohier van 1585 woonde hij toenmaals in de Kalverstraat; in 1605 en 1607 was hij gevestigd op den Nieuwe Zijds Achterburgwal. Hij bezat een huis te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde. Begin 1622 gaf hij nog zijn zoon Mr. Barthout (zie art.) als priester op bij den magistraat van Amsterdam. In een brief van Hooft dd. 10 Juni 1629 wordt bij als overleden vermeld. Zijn huis te Ankeveen was toen ‘vertimmert en verkapt en pavillon’ en werd bewoond door zijn zoon Mr. Jan Ingels, die voorgaat, en zijn schoonzoon Jan Vechtersz.
Reynier Ingels was de stamvader van het aanzienlijke katholieke geslacht Ingels te Amsterdam, waartoe verschillende juristen en priesters hebben behoord. Omstr. 1582 huwde hij Dieuwer Bentes (of Bennings), die als zijn weduwe voorkomt in 1631, woonachtig op de Oude Vesten (haar vermogen werd toenmaals geschat op ƒ 32.000). Van zijn kinderen noemen wij: Maritgen, geb. omstr. 1583, te Amsterdam op 29 Dec. 1605 ondertrouwd met Arent Willemsz.; Catharina, geb. omstr. 1587, ondertrouwt te Amsterdam 7 Mei 1607 met Jan Vechtersz, woonachtig in de Kalverstraat; Barthout, die voorgaat; Jan, die voorgaat; Mr. Benedictus, geb. omstr. 1600, werd advocaat te Amsterdam, begr. ald. in de Oude Kerk, Mei 1664, ondertrouwde aldaar 27 April 1635 met Elisabeth Jansdr. Sweelinck, een dochter van den organist Jan Pietersz. Sweelinck (zie art.). Uit dit huwelijk worden een drietal kinderen vermeld: Joannes Benedictus Ingels, begr. in de Oude Kerk te Amsterdam 2 Oct. 1670, trouwt te Antwerpen in 1664 (ondertr. te Amsterdam 16 Nov.) met Johanna Catharina Losson, te Antwerpen woonachtig (uit dit huwelijk drie dochters); Mr. Nicolaas Benedictus Ingels, geb. te Amsterdam 1639, jur. stud. te Leiden 12 Aug. 1659, daarna advocaat te Amsterdam, overl. te Beveren in het land van Waas 20 Mrt. 1707, teekent te Amsterdam 29 Oct. 1667 aan met Catharina Agatha de Kies te Haarlem (uit dit huwelijk drie zoons, die ongehuwd blijven, en twee dochters); Jan Ingels, ongehuwd overl. en begr. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam 19 Nov. 1678.
Zie: Huwelijksint. reg. van de Pui te Amsterdam (Gem. Archief aldaar); Dietsche Warande X, 324; Oud-Holland III (1885), 290, 294, 295; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 52; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem XVIII (1893) 51; J.G. van Dillen, Bedrijfsleven en gildewezen van Amster-
dam (1934) II, 238; dez, De sergeants en schutters van Rembrandt's schuttersoptocht in Jaarboek Amstelodamum (1934), 99; B. van den Sigtenhorst Meyer, Jan Pietersz. Sweelinck 1934, 18.
Wijnman, geb. circa 1560, advocaat te Amsterdam, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1629, tr. (ongeveer 22 jaar oud) circa 1582.
tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 30 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 27 apr 1635
met
Elisabeth Jansdr. Sweelinck, dr. van Jan Pietersz Sweelinck (musicus en organist van de Oude Kerk) en Claesgen Dircxd Puynder, geb. circa 1604, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1664.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johannes | | | 1670 | Amsterdam [nl] | | 1 | 3 |
| 2 | Nicolaas | *1639 | Amsterdam [nl] | †1707 | | 67 | 1 | 6 |
>
Johan Ingels
Johan Reiniersz Ingels INGELS (Mr. Jan), gelatiniseerd Ingelius, geb. te Amsterdam omstr. 1595, overl. na 1654, rechtsgeleerde en letterkundige. Hij was een zoon van Mr. Reynier Ingels (1), die volgt. Zijn naam vindt men niet vermeld in een der nederlandsche alba studiosorum, zoodat hij vermoedelijk in het buitenland (Leuven?) gestudeerd heeft. In 1617 vestigde hij zich te Amsterdam als advocaat; dit blijkt uit een verklaring op 31 Mei 1631 afgelegd o.a. door de toenmaals belangrijkste advocaten van Amsterdam, Jan de Witte, Pieter Cloek, Jan Ingels en Dirk Buis, waarvan vermeld werd dat deze resp. 32, 21, 30 (lees: 13) en 12 jaren de praktijk aldaar hadden uitgeoefend (Consultatien, advyzen en advertissementen 1662, III, 467-69); met de Witte was hij in 1624 opgetreden als advocaat van eenige R.-K. tegen den bisschop van Haarlem (Bijdr. voor de gesch. van het bisdom van Haarlem, 1873, I, 337, 338). Op 19 April 1617 ondertrouwde hij als ‘Doctor Joannes Ingels’ te Amsterdam met
[p. 404]
Cunera van Veen, dochter van Mr. Simon van Veen (dl. VII, kol. 1299). Van zijn vader had hij een huis geërfd te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde; vandaar dat hij belangen had in Gooiland. In 1625 verkreeg hij met anderen vergunning om eenige moerassen aldaar droog te maken; in 1634 was dit werk voltooid, dat de oorsprong werd van het dorp 's Graveland. In zijn huis te Ankeveen had hij een kamer ingericht als r.-k. kapel; bij een huiszoeking werd dit door Hooft als baljuw van Gooiland ontdekt (1629). Niettemin was hij een geziene gast op het Muiderslot. Zoo schrijft Hooft aan Baeck dd. 21 Juli 1634: ‘D'advocaet Ingel zondt ons eenighe latijnsche veirsen, in de welke ujtgelejt was wat yders bedrijf zoude zijn; ende geeft hij UE den last van alles nae te vertellen. D. Barlaeus heeft se beantwoordt’. Hooft uit zich in een brief aan Baeck dd. 15 Aug. 1641 eveneens vleiend over Ingels: deze zou bij een bezoek van Baeck en zijn vrouw aan het Muiderslot voor goed gezelschap en ‘fraeye geesten’ zorgen. Van Barlaeus bestaat nog een 18-regelig lofdicht Ad ampl. doctissimumque virum Johannem Ingelium advocatum et poëtam insignem (Barlaeus, Poemata (1645) II, 573). In 1644 deed Hooft op last van hoogerhand wederom een inval in het huis te Ankeveen, benevens in een huis te Hinderdam, dat eveneens aan Ingels toebehoorde. Ook in het laatste was een ruimte als kapel ingericht.
Gedichten van de hand van Ingels zijn thans niet meer aan te wijzen. Drie er van, gericht aan Barlaeus (van 13 Dec. 1639, Jan. 1641 en Dec. 1642), waren in hs. indertijd in het bezit van jhr. I.F. Storm van's Gravesande op het kasteel De Bramel te Vorden, zie Bibliografische adversaria (1874-75) II, 136; zij waren geteekend J.R. Ingelius.
Ingels was te Amsterdam in 1631 woonachtig op den Wester-achterburgwal, waar men ‘Mr. Jan Engelen met d'erffenis’ vermeld vindt, getaxeerd op een vermogen van ƒ 16.000 (Kohier van den 200sten penning voor Amsterdam, uitg. door J.G. en P.J. Frederiks, 1890, 67). Op het eind van zijn leven ging hij failliet. Op 7 Jan. 1654 werd de inventaris opgemaakt van zijn huis te Amsterdam en van de hofstede bij den Hinderdam aan de Vecht; deze inventaris vermeldt ruim 30 schilderijen (w.o. een St. Jan van Rembrandt, een koeketer van Lievens), verder teekeningen, prenten, (o.a. een crucifix van Rembrandt), een clavecimbel enz. Zie Gem. Arch. Amsterdam, Desolate Boedelkamer 359, fo. 240.
Uit zijn huwelijk werden een achttal kinderen geboren; de namen er van komen voor op een kelk van verguld zilver, thans nog bewaard op het Bagijnhof te Amsterdam; deze kelk was blijkens de inscriptie geschonken aan den jongsten zoon Mr. Reynier (2), die volgt. Behalve laatstgenoemde waren kinderen van Jan: Simon, die volgt, Cornelis, die voorgaat; verder: Anna, Agatha, Joanna, Divera en Gertrudis. Zonder voldoenden grond hebben van Rijckevorsel en Sterck ondersteld dat Anna Ingels dezelfde zou geweest zijn als Anna Engels, die bezongen is in de Maydeuntjes, welke Vondel in den mond legt van Constantyn Sohier, den zusterszoon van Hooft (1642). Anna werd de tweede echtgenoote van den schilder Adriaan van Ostade, met wien zij in 1657 huwde; zij werd te Haarlem begr. 24 Nov. 1666 (A. van der Willigen Pz, Geschiedk. aant. over Haarl. schilders, 1866, 171). Over een aan Mr. Jan Ingels toegedichten zoon Johannes Ingels zie men de art. Cornelis en Reynier Ingels (2).
Zie: P.C. Hooft, Brieven. Uitg. door J.
[p. 405]
v. Vloten II (1856), 397; IV (1857), 30; Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht I (1875), 272; XXIV (1897), 250, 265; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem VIII (1880), 236, 237; Oud Holland(1887), 105; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 53; H.J. Allard, Vondeliana in Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied (1890), 287-292; A. Bredius, Künstler-Inventare I (1915), 215; J.F.M. Sterck, Rondom Vondel (1927), 44; P. Leendertz Jr, Uit den Muiderkring (1935), 159, 160.
Wijnman, geb. te Amsterdam [nl] circa 1595, advocaat en literator, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) in 1654.
- Vader:
Reinier Ingels INGELS (Mr. Reynier) (1), geb. omstr. 1560, overl. tusschen 1622 en 1629, rechtsgeleerde. Hij werd 28 April 1581 student in de rechten te Leiden (‘Regnerus Ingelius Amsterodamensis J.’) en vestigde zich na zijn promotie als advocaat te Amsterdam; dit was in een tijd, toen nog zeer weinig advocaten te Amsterdam praktiseerden. Blijkens het amsterdamsche belastingkohier van 1585 woonde hij toenmaals in de Kalverstraat; in 1605 en 1607 was hij gevestigd op den Nieuwe Zijds Achterburgwal. Hij bezat een huis te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde. Begin 1622 gaf hij nog zijn zoon Mr. Barthout (zie art.) als priester op bij den magistraat van Amsterdam. In een brief van Hooft dd. 10 Juni 1629 wordt bij als overleden vermeld. Zijn huis te Ankeveen was toen ‘vertimmert en verkapt en pavillon’ en werd bewoond door zijn zoon Mr. Jan Ingels, die voorgaat, en zijn schoonzoon Jan Vechtersz.
Reynier Ingels was de stamvader van het aanzienlijke katholieke geslacht Ingels te Amsterdam, waartoe verschillende juristen en priesters hebben behoord. Omstr. 1582 huwde hij Dieuwer Bentes (of Bennings), die als zijn weduwe voorkomt in 1631, woonachtig op de Oude Vesten (haar vermogen werd toenmaals geschat op ƒ 32.000). Van zijn kinderen noemen wij: Maritgen, geb. omstr. 1583, te Amsterdam op 29 Dec. 1605 ondertrouwd met Arent Willemsz.; Catharina, geb. omstr. 1587, ondertrouwt te Amsterdam 7 Mei 1607 met Jan Vechtersz, woonachtig in de Kalverstraat; Barthout, die voorgaat; Jan, die voorgaat; Mr. Benedictus, geb. omstr. 1600, werd advocaat te Amsterdam, begr. ald. in de Oude Kerk, Mei 1664, ondertrouwde aldaar 27 April 1635 met Elisabeth Jansdr. Sweelinck, een dochter van den organist Jan Pietersz. Sweelinck (zie art.). Uit dit huwelijk worden een drietal kinderen vermeld: Joannes Benedictus Ingels, begr. in de Oude Kerk te Amsterdam 2 Oct. 1670, trouwt te Antwerpen in 1664 (ondertr. te Amsterdam 16 Nov.) met Johanna Catharina Losson, te Antwerpen woonachtig (uit dit huwelijk drie dochters); Mr. Nicolaas Benedictus Ingels, geb. te Amsterdam 1639, jur. stud. te Leiden 12 Aug. 1659, daarna advocaat te Amsterdam, overl. te Beveren in het land van Waas 20 Mrt. 1707, teekent te Amsterdam 29 Oct. 1667 aan met Catharina Agatha de Kies te Haarlem (uit dit huwelijk drie zoons, die ongehuwd blijven, en twee dochters); Jan Ingels, ongehuwd overl. en begr. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam 19 Nov. 1678.
Zie: Huwelijksint. reg. van de Pui te Amsterdam (Gem. Archief aldaar); Dietsche Warande X, 324; Oud-Holland III (1885), 290, 294, 295; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 52; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem XVIII (1893) 51; J.G. van Dillen, Bedrijfsleven en gildewezen van Amster-
dam (1934) II, 238; dez, De sergeants en schutters van Rembrandt's schuttersoptocht in Jaarboek Amstelodamum (1934), 99; B. van den Sigtenhorst Meyer, Jan Pietersz. Sweelinck 1934, 18.
Wijnman, geb. circa 1560, advocaat te Amsterdam, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1629, tr. (ongeveer 22 jaar oud) circa 1582.
tr. (ongeveer 21 jaar oud) op 29 apr 1617
met
Cunera van Veen, dr. van Simon van Veen en Anna Ysnouts.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Regnerus | *1620 | | †1673 | Amsterdam [nl] | 52 | 0 | 0 |
| 2 | Cornelis | *1630 | Amsterdam [nl] | | | | 0 | 0 |
>
Cunera van Veen
Cunera van Veen.
tr. (Johan ongeveer 21 jaar oud) op 29 apr 1617
met
Johan Reiniersz Ingels INGELS (Mr. Jan), gelatiniseerd Ingelius, geb. te Amsterdam omstr. 1595, overl. na 1654, rechtsgeleerde en letterkundige. Hij was een zoon van Mr. Reynier Ingels (1), die volgt. Zijn naam vindt men niet vermeld in een der nederlandsche alba studiosorum, zoodat hij vermoedelijk in het buitenland (Leuven?) gestudeerd heeft. In 1617 vestigde hij zich te Amsterdam als advocaat; dit blijkt uit een verklaring op 31 Mei 1631 afgelegd o.a. door de toenmaals belangrijkste advocaten van Amsterdam, Jan de Witte, Pieter Cloek, Jan Ingels en Dirk Buis, waarvan vermeld werd dat deze resp. 32, 21, 30 (lees: 13) en 12 jaren de praktijk aldaar hadden uitgeoefend (Consultatien, advyzen en advertissementen 1662, III, 467-69); met de Witte was hij in 1624 opgetreden als advocaat van eenige R.-K. tegen den bisschop van Haarlem (Bijdr. voor de gesch. van het bisdom van Haarlem, 1873, I, 337, 338). Op 19 April 1617 ondertrouwde hij als ‘Doctor Joannes Ingels’ te Amsterdam met
[p. 404]
Cunera van Veen, dochter van Mr. Simon van Veen (dl. VII, kol. 1299). Van zijn vader had hij een huis geërfd te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde; vandaar dat hij belangen had in Gooiland. In 1625 verkreeg hij met anderen vergunning om eenige moerassen aldaar droog te maken; in 1634 was dit werk voltooid, dat de oorsprong werd van het dorp 's Graveland. In zijn huis te Ankeveen had hij een kamer ingericht als r.-k. kapel; bij een huiszoeking werd dit door Hooft als baljuw van Gooiland ontdekt (1629). Niettemin was hij een geziene gast op het Muiderslot. Zoo schrijft Hooft aan Baeck dd. 21 Juli 1634: ‘D'advocaet Ingel zondt ons eenighe latijnsche veirsen, in de welke ujtgelejt was wat yders bedrijf zoude zijn; ende geeft hij UE den last van alles nae te vertellen. D. Barlaeus heeft se beantwoordt’. Hooft uit zich in een brief aan Baeck dd. 15 Aug. 1641 eveneens vleiend over Ingels: deze zou bij een bezoek van Baeck en zijn vrouw aan het Muiderslot voor goed gezelschap en ‘fraeye geesten’ zorgen. Van Barlaeus bestaat nog een 18-regelig lofdicht Ad ampl. doctissimumque virum Johannem Ingelium advocatum et poëtam insignem (Barlaeus, Poemata (1645) II, 573). In 1644 deed Hooft op last van hoogerhand wederom een inval in het huis te Ankeveen, benevens in een huis te Hinderdam, dat eveneens aan Ingels toebehoorde. Ook in het laatste was een ruimte als kapel ingericht.
Gedichten van de hand van Ingels zijn thans niet meer aan te wijzen. Drie er van, gericht aan Barlaeus (van 13 Dec. 1639, Jan. 1641 en Dec. 1642), waren in hs. indertijd in het bezit van jhr. I.F. Storm van's Gravesande op het kasteel De Bramel te Vorden, zie Bibliografische adversaria (1874-75) II, 136; zij waren geteekend J.R. Ingelius.
Ingels was te Amsterdam in 1631 woonachtig op den Wester-achterburgwal, waar men ‘Mr. Jan Engelen met d'erffenis’ vermeld vindt, getaxeerd op een vermogen van ƒ 16.000 (Kohier van den 200sten penning voor Amsterdam, uitg. door J.G. en P.J. Frederiks, 1890, 67). Op het eind van zijn leven ging hij failliet. Op 7 Jan. 1654 werd de inventaris opgemaakt van zijn huis te Amsterdam en van de hofstede bij den Hinderdam aan de Vecht; deze inventaris vermeldt ruim 30 schilderijen (w.o. een St. Jan van Rembrandt, een koeketer van Lievens), verder teekeningen, prenten, (o.a. een crucifix van Rembrandt), een clavecimbel enz. Zie Gem. Arch. Amsterdam, Desolate Boedelkamer 359, fo. 240.
Uit zijn huwelijk werden een achttal kinderen geboren; de namen er van komen voor op een kelk van verguld zilver, thans nog bewaard op het Bagijnhof te Amsterdam; deze kelk was blijkens de inscriptie geschonken aan den jongsten zoon Mr. Reynier (2), die volgt. Behalve laatstgenoemde waren kinderen van Jan: Simon, die volgt, Cornelis, die voorgaat; verder: Anna, Agatha, Joanna, Divera en Gertrudis. Zonder voldoenden grond hebben van Rijckevorsel en Sterck ondersteld dat Anna Ingels dezelfde zou geweest zijn als Anna Engels, die bezongen is in de Maydeuntjes, welke Vondel in den mond legt van Constantyn Sohier, den zusterszoon van Hooft (1642). Anna werd de tweede echtgenoote van den schilder Adriaan van Ostade, met wien zij in 1657 huwde; zij werd te Haarlem begr. 24 Nov. 1666 (A. van der Willigen Pz, Geschiedk. aant. over Haarl. schilders, 1866, 171). Over een aan Mr. Jan Ingels toegedichten zoon Johannes Ingels zie men de art. Cornelis en Reynier Ingels (2).
Zie: P.C. Hooft, Brieven. Uitg. door J.
[p. 405]
v. Vloten II (1856), 397; IV (1857), 30; Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht I (1875), 272; XXIV (1897), 250, 265; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem VIII (1880), 236, 237; Oud Holland(1887), 105; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 53; H.J. Allard, Vondeliana in Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied (1890), 287-292; A. Bredius, Künstler-Inventare I (1915), 215; J.F.M. Sterck, Rondom Vondel (1927), 44; P. Leendertz Jr, Uit den Muiderkring (1935), 159, 160.
Wijnman, zn. van Reinier Ingels (advocaat te Amsterdam) en Dieuwer Bentes, geb. te Amsterdam [nl] circa 1595, advocaat en literator, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) in 1654.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Regnerus | *1620 | | †1673 | Amsterdam [nl] | 52 | 0 | 0 |
| 2 | Cornelis | *1630 | Amsterdam [nl] | | | | 0 | 0 |
>
Regnerus Ingels
Regnerus Reinier Ingels De jonge Reinier studeerde eerst in de rechten en bekwaamde zich toen voor den geestelijken stand. Het is niet waarschijnlijk, dat hij ooit als advokaat heeft
gepractiseerd, zoodat het minder juist is om hem - zooals Sterck doet - als advokaat aan te duiden. Van 1640 af schijnt hij gedurende twee of drie jaren te Uitgeest werkzaam te zijn geweest ‘. Sterck deelt mede, dat hij - blijkens de acts
van het Haarlemsch kapittel - in het begin van 1653 te Amsterdam een huis
huurde om er een kerkje te stichten. In 1660 werd hij pastoor van de St. Annakerk
te Outewaal aan den St. Antoniesdijk, later Wittenburg. In 1663 verplaatste hij zijn kerkje naar Oostenburg en weer eenige jaren later naar Kattenburg, waar hij in 1673 stierf ‘, geb. in 1620, priester en pastoor in Uitgeest en Amsterdam wijding 1644, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 14 mei 1673.
- Vader:
Johan Reiniersz Ingels INGELS (Mr. Jan), gelatiniseerd Ingelius, geb. te Amsterdam omstr. 1595, overl. na 1654, rechtsgeleerde en letterkundige. Hij was een zoon van Mr. Reynier Ingels (1), die volgt. Zijn naam vindt men niet vermeld in een der nederlandsche alba studiosorum, zoodat hij vermoedelijk in het buitenland (Leuven?) gestudeerd heeft. In 1617 vestigde hij zich te Amsterdam als advocaat; dit blijkt uit een verklaring op 31 Mei 1631 afgelegd o.a. door de toenmaals belangrijkste advocaten van Amsterdam, Jan de Witte, Pieter Cloek, Jan Ingels en Dirk Buis, waarvan vermeld werd dat deze resp. 32, 21, 30 (lees: 13) en 12 jaren de praktijk aldaar hadden uitgeoefend (Consultatien, advyzen en advertissementen 1662, III, 467-69); met de Witte was hij in 1624 opgetreden als advocaat van eenige R.-K. tegen den bisschop van Haarlem (Bijdr. voor de gesch. van het bisdom van Haarlem, 1873, I, 337, 338). Op 19 April 1617 ondertrouwde hij als ‘Doctor Joannes Ingels’ te Amsterdam met
[p. 404]
Cunera van Veen, dochter van Mr. Simon van Veen (dl. VII, kol. 1299). Van zijn vader had hij een huis geërfd te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde; vandaar dat hij belangen had in Gooiland. In 1625 verkreeg hij met anderen vergunning om eenige moerassen aldaar droog te maken; in 1634 was dit werk voltooid, dat de oorsprong werd van het dorp 's Graveland. In zijn huis te Ankeveen had hij een kamer ingericht als r.-k. kapel; bij een huiszoeking werd dit door Hooft als baljuw van Gooiland ontdekt (1629). Niettemin was hij een geziene gast op het Muiderslot. Zoo schrijft Hooft aan Baeck dd. 21 Juli 1634: ‘D'advocaet Ingel zondt ons eenighe latijnsche veirsen, in de welke ujtgelejt was wat yders bedrijf zoude zijn; ende geeft hij UE den last van alles nae te vertellen. D. Barlaeus heeft se beantwoordt’. Hooft uit zich in een brief aan Baeck dd. 15 Aug. 1641 eveneens vleiend over Ingels: deze zou bij een bezoek van Baeck en zijn vrouw aan het Muiderslot voor goed gezelschap en ‘fraeye geesten’ zorgen. Van Barlaeus bestaat nog een 18-regelig lofdicht Ad ampl. doctissimumque virum Johannem Ingelium advocatum et poëtam insignem (Barlaeus, Poemata (1645) II, 573). In 1644 deed Hooft op last van hoogerhand wederom een inval in het huis te Ankeveen, benevens in een huis te Hinderdam, dat eveneens aan Ingels toebehoorde. Ook in het laatste was een ruimte als kapel ingericht.
Gedichten van de hand van Ingels zijn thans niet meer aan te wijzen. Drie er van, gericht aan Barlaeus (van 13 Dec. 1639, Jan. 1641 en Dec. 1642), waren in hs. indertijd in het bezit van jhr. I.F. Storm van's Gravesande op het kasteel De Bramel te Vorden, zie Bibliografische adversaria (1874-75) II, 136; zij waren geteekend J.R. Ingelius.
Ingels was te Amsterdam in 1631 woonachtig op den Wester-achterburgwal, waar men ‘Mr. Jan Engelen met d'erffenis’ vermeld vindt, getaxeerd op een vermogen van ƒ 16.000 (Kohier van den 200sten penning voor Amsterdam, uitg. door J.G. en P.J. Frederiks, 1890, 67). Op het eind van zijn leven ging hij failliet. Op 7 Jan. 1654 werd de inventaris opgemaakt van zijn huis te Amsterdam en van de hofstede bij den Hinderdam aan de Vecht; deze inventaris vermeldt ruim 30 schilderijen (w.o. een St. Jan van Rembrandt, een koeketer van Lievens), verder teekeningen, prenten, (o.a. een crucifix van Rembrandt), een clavecimbel enz. Zie Gem. Arch. Amsterdam, Desolate Boedelkamer 359, fo. 240.
Uit zijn huwelijk werden een achttal kinderen geboren; de namen er van komen voor op een kelk van verguld zilver, thans nog bewaard op het Bagijnhof te Amsterdam; deze kelk was blijkens de inscriptie geschonken aan den jongsten zoon Mr. Reynier (2), die volgt. Behalve laatstgenoemde waren kinderen van Jan: Simon, die volgt, Cornelis, die voorgaat; verder: Anna, Agatha, Joanna, Divera en Gertrudis. Zonder voldoenden grond hebben van Rijckevorsel en Sterck ondersteld dat Anna Ingels dezelfde zou geweest zijn als Anna Engels, die bezongen is in de Maydeuntjes, welke Vondel in den mond legt van Constantyn Sohier, den zusterszoon van Hooft (1642). Anna werd de tweede echtgenoote van den schilder Adriaan van Ostade, met wien zij in 1657 huwde; zij werd te Haarlem begr. 24 Nov. 1666 (A. van der Willigen Pz., Geschiedk. aant. over Haarl. schilders, 1866, 171). Over een aan Mr. Jan Ingels toegedichten zoon Johannes Ingels zie men de art. Cornelis en Reynier Ingels (2).
Zie: P.C. Hooft, Brieven. Uitg. door J.
[p. 405]
v. Vloten II (1856), 397; IV (1857), 30; Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht I (1875), 272; XXIV (1897), 250, 265; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem VIII (1880), 236, 237; Oud Holland(1887), 105; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 53; H.J. Allard, Vondeliana in Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied (1890), 287-292; A. Bredius, Künstler-Inventare I (1915), 215; J.F.M. Sterck, Rondom Vondel (1927), 44; P. Leendertz Jr., Uit den Muiderkring (1935), 159, 160.
Wijnman, zn. van Reinier Ingels (advocaat te Amsterdam) en Dieuwer Bentes, geb. te Amsterdam [nl] circa 1595, advocaat en literator, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) in 1654, tr. (ongeveer 21 jaar oud) op 29 apr 1617.
>
Reinier Ingels
Reinier Ingels INGELS (Mr. Reynier) (1), geb. omstr. 1560, overl. tusschen 1622 en 1629, rechtsgeleerde. Hij werd 28 April 1581 student in de rechten te Leiden (‘Regnerus Ingelius Amsterodamensis J.’) en vestigde zich na zijn promotie als advocaat te Amsterdam; dit was in een tijd, toen nog zeer weinig advocaten te Amsterdam praktiseerden. Blijkens het amsterdamsche belastingkohier van 1585 woonde hij toenmaals in de Kalverstraat; in 1605 en 1607 was hij gevestigd op den Nieuwe Zijds Achterburgwal. Hij bezat een huis te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde. Begin 1622 gaf hij nog zijn zoon Mr. Barthout (zie art.) als priester op bij den magistraat van Amsterdam. In een brief van Hooft dd. 10 Juni 1629 wordt bij als overleden vermeld. Zijn huis te Ankeveen was toen ‘vertimmert en verkapt en pavillon’ en werd bewoond door zijn zoon Mr. Jan Ingels, die voorgaat, en zijn schoonzoon Jan Vechtersz.
Reynier Ingels was de stamvader van het aanzienlijke katholieke geslacht Ingels te Amsterdam, waartoe verschillende juristen en priesters hebben behoord. Omstr. 1582 huwde hij Dieuwer Bentes (of Bennings), die als zijn weduwe voorkomt in 1631, woonachtig op de Oude Vesten (haar vermogen werd toenmaals geschat op ƒ 32.000). Van zijn kinderen noemen wij: Maritgen, geb. omstr. 1583, te Amsterdam op 29 Dec. 1605 ondertrouwd met Arent Willemsz.; Catharina, geb. omstr. 1587, ondertrouwt te Amsterdam 7 Mei 1607 met Jan Vechtersz, woonachtig in de Kalverstraat; Barthout, die voorgaat; Jan, die voorgaat; Mr. Benedictus, geb. omstr. 1600, werd advocaat te Amsterdam, begr. ald. in de Oude Kerk, Mei 1664, ondertrouwde aldaar 27 April 1635 met Elisabeth Jansdr. Sweelinck, een dochter van den organist Jan Pietersz. Sweelinck (zie art.). Uit dit huwelijk worden een drietal kinderen vermeld: Joannes Benedictus Ingels, begr. in de Oude Kerk te Amsterdam 2 Oct. 1670, trouwt te Antwerpen in 1664 (ondertr. te Amsterdam 16 Nov.) met Johanna Catharina Losson, te Antwerpen woonachtig (uit dit huwelijk drie dochters); Mr. Nicolaas Benedictus Ingels, geb. te Amsterdam 1639, jur. stud. te Leiden 12 Aug. 1659, daarna advocaat te Amsterdam, overl. te Beveren in het land van Waas 20 Mrt. 1707, teekent te Amsterdam 29 Oct. 1667 aan met Catharina Agatha de Kies te Haarlem (uit dit huwelijk drie zoons, die ongehuwd blijven, en twee dochters); Jan Ingels, ongehuwd overl. en begr. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam 19 Nov. 1678.
Zie: Huwelijksint. reg. van de Pui te Amsterdam (Gem. Archief aldaar); Dietsche Warande X, 324; Oud-Holland III (1885), 290, 294, 295; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 52; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem XVIII (1893) 51; J.G. van Dillen, Bedrijfsleven en gildewezen van Amster-
dam (1934) II, 238; dez, De sergeants en schutters van Rembrandt's schuttersoptocht in Jaarboek Amstelodamum (1934), 99; B. van den Sigtenhorst Meyer, Jan Pietersz. Sweelinck 1934, 18.
Wijnman, geb. circa 1560, advocaat te Amsterdam, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1629.
tr. (ongeveer 22 jaar oud) circa 1582
met
Dieuwer Bentes Bennings.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johan | *1595 | Amsterdam [nl] | †1654 | | 59 | 1 | 8 |
| 2 | Barthout | | | †1653 | | | 0 | 0 |
| 3 | Benedictus | *1600 | | 1664 | Amsterdam [nl] | 63 | 1 | 2 |
>
Barthout Ingels
Barthout Bartoldus Ingels, pastoor in Ankeveen, ovl. op 2 dec 1653.
- Vader:
Reinier Ingels INGELS (Mr. Reynier) (1), geb. omstr. 1560, overl. tusschen 1622 en 1629, rechtsgeleerde. Hij werd 28 April 1581 student in de rechten te Leiden (‘Regnerus Ingelius Amsterodamensis J.’) en vestigde zich na zijn promotie als advocaat te Amsterdam; dit was in een tijd, toen nog zeer weinig advocaten te Amsterdam praktiseerden. Blijkens het amsterdamsche belastingkohier van 1585 woonde hij toenmaals in de Kalverstraat; in 1605 en 1607 was hij gevestigd op den Nieuwe Zijds Achterburgwal. Hij bezat een huis te Ankeveen, dat hij des zomers bewoonde. Begin 1622 gaf hij nog zijn zoon Mr. Barthout (zie art.) als priester op bij den magistraat van Amsterdam. In een brief van Hooft dd. 10 Juni 1629 wordt bij als overleden vermeld. Zijn huis te Ankeveen was toen ‘vertimmert en verkapt en pavillon’ en werd bewoond door zijn zoon Mr. Jan Ingels, die voorgaat, en zijn schoonzoon Jan Vechtersz.
Reynier Ingels was de stamvader van het aanzienlijke katholieke geslacht Ingels te Amsterdam, waartoe verschillende juristen en priesters hebben behoord. Omstr. 1582 huwde hij Dieuwer Bentes (of Bennings), die als zijn weduwe voorkomt in 1631, woonachtig op de Oude Vesten (haar vermogen werd toenmaals geschat op ƒ 32.000). Van zijn kinderen noemen wij: Maritgen, geb. omstr. 1583, te Amsterdam op 29 Dec. 1605 ondertrouwd met Arent Willemsz.; Catharina, geb. omstr. 1587, ondertrouwt te Amsterdam 7 Mei 1607 met Jan Vechtersz., woonachtig in de Kalverstraat; Barthout, die voorgaat; Jan, die voorgaat; Mr. Benedictus, geb. omstr. 1600, werd advocaat te Amsterdam, begr. ald. in de Oude Kerk, Mei 1664, ondertrouwde aldaar 27 April 1635 met Elisabeth Jansdr. Sweelinck, een dochter van den organist Jan Pietersz. Sweelinck (zie art.). Uit dit huwelijk worden een drietal kinderen vermeld: Joannes Benedictus Ingels, begr. in de Oude Kerk te Amsterdam 2 Oct. 1670, trouwt te Antwerpen in 1664 (ondertr. te Amsterdam 16 Nov.) met Johanna Catharina Losson, te Antwerpen woonachtig (uit dit huwelijk drie dochters); Mr. Nicolaas Benedictus Ingels, geb. te Amsterdam 1639, jur. stud. te Leiden 12 Aug. 1659, daarna advocaat te Amsterdam, overl. te Beveren in het land van Waas 20 Mrt. 1707, teekent te Amsterdam 29 Oct. 1667 aan met Catharina Agatha de Kies te Haarlem (uit dit huwelijk drie zoons, die ongehuwd blijven, en twee dochters); Jan Ingels, ongehuwd overl. en begr. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam 19 Nov. 1678.
Zie: Huwelijksint. reg. van de Pui te Amsterdam (Gem. Archief aldaar); Dietsche Warande X, 324; Oud-Holland III (1885), 290, 294, 295; T.M.C.H. van Rijckevorsel, Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam (1887), 52; Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem XVIII (1893) 51; J.G. van Dillen, Bedrijfsleven en gildewezen van Amster-
dam (1934) II, 238; dez., De sergeants en schutters van Rembrandt's schuttersoptocht in Jaarboek Amstelodamum (1934), 99; B. van den Sigtenhorst Meyer, Jan Pietersz. Sweelinck 1934, 18.
Wijnman, geb. circa 1560, advocaat te Amsterdam, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1629, tr. (ongeveer 22 jaar oud) circa 1582.
>
Simon van Veen
Simon van Veen.
tr.
met
Anna Ysnouts.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cunera | | | | | | 1 | 8 |
>
Anna Ysnouts
Anna Ysnouts.
tr.
met
Simon van Veen.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cunera | | | | | | 1 | 8 |
>