Iman Cau
Iman Cau.
- Vader:
Johan Antony Cau Schepen van Zierikzee 1710-1716, zn. van Iman Cau en Anna Constantia Sterthemius, geb. te 's-Gravenhage [zh] in 1690, ged. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote kerk op 8 jan 1690, ovl. (ongeveer 25 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 31 mrt 1716, tr. (resp. ongeveer 24 en 20 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 21 mei 1715.
tr. (Adriana ongeveer 18 jaar oud) te Kats [ze] op 18 okt 1741
met
Adriana Agatha van Bueren, dr. van Johan van Bueren Gezegd de Rechteren (drost van Cadzand en schepen van Veere) en Adriana Dingemans, ged. te Colijnsplaat [ze] op 6 dec 1722, ovl. (ongeveer 61 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 14 apr 1784, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Kloosterkerk.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Iman | *1755 | Zierikzee [ze] | †1791 | Delft [zh] | 36 | 1 | 1 |
>
Adriana Agatha van Bueren
Adriana Agatha van Bueren, ged. te Colijnsplaat [ze] op 6 dec 1722, ovl. (ongeveer 61 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 14 apr 1784, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Kloosterkerk.
- Moeder:
Adriana Dingemans, geb. circa 1682, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) op 7 sep 1747.
tr. (ongeveer 18 jaar oud) te Kats [ze] op 18 okt 1741
met
Iman Cau, zn. van Johan Antony Cau en Jacoba Ockerse.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Iman | *1755 | Zierikzee [ze] | †1791 | Delft [zh] | 36 | 1 | 1 |
>
Josephus Wilhelmus Cornelis Diert
Josephus Wilhelmus Cornelis Diert, ovl. te 's-Gravenhage [zh] op 1 apr 1822.
- Vader:
Jacobus Petrus Yvo Diert Diert van Melissant; in de Nederlandse adelstand verheven op 21 augustus 1815, zn. van Gerard Petrus Joseph Diert (advocaat te 's-Gravenhage) en Juliana Philippina van Leefdael, geb. te 's-Gravenhage [zh], ged. te 's-Gravenhage [zh] op 13 jan 1774, rechter rechtbank en Hoge Raad te Den Haag tevens regent van het Hofje van Hoogelande te Den Haag gedurende de periode 1818-1847, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 okt 1847, tr. (resp. ongeveer 65 en 39 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] op 3 jul 1839 (getuige: Frederik de Groot, 82 jaar oud, gepensioneerd luitenant-kolonel van beroep; Carel Lodewijk Anton van der Horst, 45 jaar oud, secretaris-adviseur bij het Departement voor de Zaken van de Rooms-Katholieke Eredienst van beroep; Alexander Wilhelmus Josephus Joannes van Hugenpoth van Aart, 59 jaar oud, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van beroep; Johan Anthonij de Sonnaville, 45 jaar oud, kapitein bij de Jagers van beroep) met Elisabeth Maria Gertruda Frederica Baronesse van Lamsweerde. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 37 jaar oud) (1) te Zwolle [ov] op 1 mrt 1821.
>
Jooste Schrevel
Jooste Dirksdochter Schrevel.
tr.
met
Egbert Willemsz Ramp, zn. van Willem Engbrechtsz. Ramp en Margriete van Rollant, burgemeester van Haarlem, ovl. circa 1550, tr. (2) met Hasa Gerrtitsdr. van Berckenrode. Uit dit huwelijk 2 dochters.
>
Anna Christina Pauw
Anna Christina Pauw juffrouw van Bennebroek: de enige dochter die de volwassen leeftijd bereikte was Anna Christina Pauw (1649-1719), die haar vader in 1697 zou opvolgen als ambachtsvrouw van Bennebroek. Evenals haar moeder moet ook zij in fysiek opzicht van een bijzondere schoonheid geweest zijn. Wellicht mede als toekomstig erfgename van het vermogen van haar vader werd Anna Christina druk het hof gemaakt, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 11 jan 1719, begr. te Bennebroek [nh].
- Vader:
Adriaan Pauw ADRIAAN PAUW (1622-1697); PRESIDENT VAN HET HOF VAN HOLLAND EN EERSTE AMBACHTSHEER VAN EEN ZELFSTANDIG BENNEBROEK (1)
In de zomer van 1669 maakte Constantijn Huygens in een koets bespannen met twee paarden en in gezelschap van twee bedienden, een hond, een luit en wat boeken een reis door Holland en Utrecht om na 2 weken terug te keren op zijn fraaie buiten “Hofwijk” in de omgeving van ‘s-Gravenhage. Zijn indrukken heeft hij vastgelegd in het gedicht “Uytwandeling” dat in totaal 119 versregels bevat. In dit verband zijn vooral de regels 31-34 interessant:
“Korts vond ick Bennebroek sijn ‘hoven en sijn’ versche
Bleickerijen, Sijn ‘eicken’ Wilderniss en groene Galeryen,
En Vaer en Grootvaer en Grootevaer kinds kind.
Van velen om veel deughds, en ander veel, bemint”.
Met betrekking tot Bennebroek stelt Huygens drie onderwerpen aan de orde: 1) de fraaie natuur, 2) de buitenplaatsen en verder de lijnwaad- en garenblekerijen, waarvan er in het midden van de 17e eeuw in Heemstede en Bennebroek tezamen zeker 12 gevestigd waren, naast talrijke kleerblekerijen, 3) het geslacht Pauw. In 1669 was Adriaan Pauw jr. ambachtsheer van Bennebroek. Met “Grootevaer” wordt Reinier Pauw bedoeld, die behalve grootkoopman o.a. acht keer gekozen was tot burgemeester van Amsterdam. De “vaer” is Adriaan Pauw, de raadpensionaris, sedert eind 1620 Heer van Heemstede, tevens Bennebroek omvattende, en in 1653 overleden. Adriaan Pauw (jr.) was het jongste kind van raadpensionaris Adriaan Pauw (1585-1653). In 1606 was A. Pauw (sr.) gehuwd met Anna Seys, die 1,5 jaar later kwam te overlijden en uit welk huwelijk één zoon, Nicolaas, was geboren. In 1610 huwt weduwnaar Pauw met Anna van Ruitenburgh, uit welke verbintenis 1 dochter en 5 zonen volgen. Op 24 maart 1622 is Adriaan jr. gedoopt in de Oude Kerk te Amsterdam. Zijn vader was toenmaals pensionaris van Amsterdam en had intussen de ambachtsheerlijkheid Heemstede voor ƒ 36.000,- aangekocht. De jonge Adriaan krijgt onderwijs van een tutor of privé-leraar, sedert 1627 in Den Haag waar zijn vader zich met zijn gezin gevestigd heeft in een monumentaal pand aan de Herengracht, na diens benoeming bij de Rekenkamer. Op 14-jarige leeftijd laat Adriaan zich aan de Leidse Academie inschrijven, eerst in de filosofie (kennelijk bedoeld als algemene vorming) en vervolgens in de rechten. Na voltooiing van zijn studie wordt hij in 1641, dus op 19-jarige leeftijd, welhaast zeker op voorspraak van zijn invloedrijke pa, benoemd tot rentmeester-generaal van de Espargnes van Holland en West- Friesland. In 1652, ten tijde van het 2e raadpensionarisschap van zijn vader, vindt de verkiezing plaats als raad ordinaris ofwel raadsheer in het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland en in het Leenhof van Holland en West-Friesland. Het Hof, hoogste rechtscollege in dit gewest, was evenals de Rekenkamer gelegen nabij Binnen- en Buitenhof. Als president van het Hof van Holland was de heer Dedel in 1665 overleden en werd deze functie tijdelijk waargenomen door de heer van Maasdam, de oudste raadsheer. Nadat laatstgenoemde baljuw in Rijnland was geworden achtte deze het niet goed mogelijk twee zware ambten te vervullen. Na enig gekonkel is toch met eenparigheid van stemmen de inmiddels ervaren rechter Adriaan Pauw op 18 juli 1670 gekozen tot voorzitter; sedertdien in officiële requesten ook vaak aangeduid als “President Bennebroeck”. Adriaan was o.a. één der rechters van Cornelis de Witt, die op (valse) beschuldiging van een zekere Tichelaar werd gearresteerd omdat hij een aanslag op prins Willem III zou hebben beraamd. (Zoals bekend werd Cornelis de Witt ondanks vrijspraak met diens broer, de raadpensionaris, in de Gevangenpoort, door het gepeupel vermoord). Eerder was de Heer van Bennebroek één van de acht rechters bij het destijds spraakmakende proces rond de Franse ritmeester Buat, die in het Staatse leger diende en in 1666 ter dood werd gebracht wegens landverraad. Ondanks zijn familierelatie met Buat was Pauw’s oordeel: “doodstraf en verbeurdverklaring van goederen” en viel het vonnis met in totaal 5 tegen 3 stemmen uit ten nadele van Buat. Geschiedschrijver Jan Wagenaar verhaalt dat in een zeker geval, waarbij de stad Amsterdam zich beriep op een privilege, de gemoederen zo hoog opliepen dat president Pauw dringend moest worden geraadpleegd, die “al enige tijd onpasselijk geweest zijnde, in zijn nachtgewaad ter vergadering verscheen“. Behalve nog als Hoofdingeland van Delfland, sinds 3 december 1670, heeft Adriaan Pauw verder geen openbare ambten bekleed en is hij op 75-jarige leeftijd in ‘s-Gravenhage overleden en op 18 januari van dat jaar te Bennebroek in de grafkelder van de door hem gestichte kerk ter aarde besteld. Adriaan Pauw was een vermogend man. Op 26-jarige leeftijd erfde hij van zijn overleden moeder een bedrag van maar liefst f 80.000,- (meer dan 1 miljoen gerekend naar de huidige waarde) en in 1653 volgde het kindsdeel van zijn overleden vader. In het gevolg van zijn internationaal georiënteerde vader maakte hij een enkele maal deel uit van diplomatieke reizen en bij één van die gelegenheden is hij door de Franse koning begiftigd met de Orde van St. Michaël en mocht zich om die reden ridder noemen. Op 1 mei 1644 is Adriaan in het huwelijk getreden met zijn nicht, de toen 18-jarige Cornelia, een dochter van oom Reinier Pauw, Heer van Ter Horst, Rijnenburg en Teylingerbosch. Cornelia moet volgens tijdgenoten beeldschoon geweest zijn en is in een lofdicht bezongen door de in de 17e eeuw befaamde dichter Jan Vos, naar aanleiding van een geschilderd portret door Geeraarts:
“Uw beeldt is schoon gemaalt, dit stuk vertoont de blyken;
Nochtans gelykt het niet: want hier is nauwlyks schyn.
Vraagt gy hoe ‘t weezen moet zoo ‘t u in all’s zal lyken ?
Uw aanzicht schoon van glans, moet noch veel schoonder zyn.
Noch heeft de kunst gelyk dat zy u niet kan maaien.
Wie ‘t zonlicht schildren wil die staaroogt door de straaien”.
Als huwelijksgeschenk stond zijn vader de jonge Adriaan het leen Schakenbos onder Voorschoten af. Oudtijds lag hier een bos met gave eikenbomen, 47 morgen groot. Onder prins Maurits was veel jong wild in het bos gezet en een geliefd jachtgebied geweest zijn. Plannen tot rooiing waren slechts ten dele afgewend. In 1672 werd bij de inval der Fransen in ons land een aantal bomen gekapt, gebruikt om de toegang tot Den Haag te verhinderen. Aan de gewoonte van Hagenaars om hier op Tweede Pinksterdag tenten op te slaan, waarbij met kruiwagens eetwaren en vooral drank werden aangevoerd, alsook lustig gevreeën is eerst in 1729 door een beschikking van het Hof van Holland een eind gemaakt. Overigens kwam de jaarlijkse rente van het afgehouwen bos sinds 1653 toe aan de oudste in leven zijnde zoon van de overleden raadpensionaris Gerard, Heer van Heemstede. Toen de oudste zoon Nicolaas in 1630 met veel pracht en praal trouwde in de Kerk van Heemstede met de 16-jarige Anna van Lockhorst werd na de plechtigheid nog drie dagen feest gevierd op het Kasteel. Als huwelijksgeschenk kreeg hij het deel vanouds Bennebroek geheten van de Heerlijkheid Heemstede. Nicolaas, die een zwakke gezondheid had, ging echter in Beverwijk wonen en na de ontbinding van zijn huwelijk acht jaar later gaf hij Bennebroek onderhands door aan zijn jongste halfbroer Adriaan. Echter, eerst na het overlijden van de raadpensionaris wordt Bennebroek, gescheiden van Heemstede, officieel als zelfstandige gemeente erkend door de Staten van Holland, beleend aan Adriaan Pauw jr. (acte van 28 mei 1653). De acte waarin de grenzen werden vastgelegd, sindsdien nauwelijks gewijzigd, dateert van 31 mei. Adriaan Pauw bewoonde in Den Haag een groot herenhuis, op zijn verzoek gebouwd, aan de Herengracht, nabij de Fluwelen Burgwal. Deze gracht werd in de tweede helft van de 17e eeuw in de volksmond soms “Pauwegraft” genoemd naar de eigenaar, ridder Adriaan Pauw, terwijl de woning algemeen bekend stond als “Het Huis van de Heer van Bennebroek”. In zijn Heerlijkheid nam hij vooral des zomers zijn intrek in een huis op de hoek van de Schoollaan en de Meerweg aan het dorpsplein, de latere pastorie waar meer dan 20 predikanten hebben gewoond en in 1961 helaas afgebroken. Het was, zoals mr. Groesbeek terecht heeft opgemerkt, met de Hervormde Kerk en het in 1971 afgebroken “Huis te Bennebroek” één van de weinige historische gebouwen die Bennebroek nog rijk was. Begin 1657 kocht Adriaan de hofstede “Duinwijk”, later veelal bekend afs het “Huis te Bennebroek”, bestaande uit “huysinghe, stallinge, wagenhuys, schuyren ende aencleven, met boomgaerden, plantagiën, weylant enz.”. Toen de eigenaar Jan L. Hooft het huis voor 9.000 gulden verkocht drukte er op het pand nog een hypotheek van 1.875 carolingische gulden. Dit was bewust verzwegen, maar vijfjaar later werd alsnog door het Hof van Holland – met Adriaan Pauw als mede-rechter – vonnis gewezen, dat deze schuld door Hooft moest worden vereffend, door betaling aan Cornelis van Sijpesteyn te Hillegom. Uit het huwelijk van Adriaan en Cornelia Pauw sproten zes kinderen, 5 dochters en 1 zoon, welke laatste vóór zijn vader ongehud is overleden. Door de gevierde portret- en genreschifder Johan Mijtens is de familie,dat wil zeggen met twee dochters, onder wie Anna Christina, in 1654 vereeuwigd. Zoals in die tijd gebruikelijk in een romantische setting: de familieleden gehuld in prachtige gewaden, op de achtergrond een arcadisch landschap en boven de beide echtgenoten twee engeltjes. Thans bevindt het doek zich in familiebezit Pauw van Wieldrecht.
Familieportret Pauw door Johan Mijtens (1654)
Van Adriaan Pauw bestaat voorts een fraai gegraveerd portret (groot folio), waarop hij is afgebeeld in de rechterstoga met grote pruik en omhangen met de orde van St. Michaël. Achter hem een beeldvan Themis (godin van recht en orde), in het verschiet het Buitenhof. Van boven zijn spreuk: “Amor meus crucifixus”. Hij houdt een wetboek in de hand en naast hem op een tafel ligt de voorzitterhamer die hij zo vaak als President van het Hof van Holland hanteerde. Van onderen zijn geslachtswapen: Ie en 4e kwartier het wapen van Pauw, 2e en 3e kwartier het wapen van Bennebroek, verder twee hartschildjes: boven de Franse lelie en onder de Engelse roos – beide eretekenen aan zijn vader met recht van vererving verleend. Deze zeldzame gravure -wordt toegeschreven aan de Haarlemse kunstenaar Romeyn de Hooghe.
Adriaan Pauw jr. was evenals zijn vader een liefhebber van kunst en boeken. Bij gelegenheid van zijn huwelijk op 18 mei 1644 maakte P.S. Kagman een bruiloftsdicht, in een album amicorum aanwezig bij de Koninklijke Bibliotheek. Verschillende publikaties zijn aan Pauw opgedragen, o.a. van de geleerde predikant Willem Saldenus het boek “De libris varioque eorum usu et abusu” (Amsterdam, 1688) en van Jacobus Gronovius in 1689 een uitgave van “Cebes’ Tafereel”. Verder droeg P. Schenk hem een folio-kaart op van Guinea, Jaloffe en Sierra Leone. Constantijn Huygens jr, die in 1649 de buitengewone missie van Adriaan Pauw sr. naar Engeland vergezelde, noemt de Heer van Bennebroek meermalen in zijn “Journalen”. In de populaire historische roman “Elisabeth Musch” (1850) van Jacob van Lennep is raadsheer “mr. Adriaan Pauw, heer van Bennebroek” één van de hoofdfiguren die met mr. Honert het door het Hof van Holland uitgesproken doodvonnis overbrengt aan de eerder genoemde Franse ritmeester Buat. Adriaan Pauw bezat sedert 1686 het graf in de Grote of St. Jacobskerk te ‘s-Gravenhage, oorspronkelijk toebehorend aan zijn schoonvader. Bij zijn overlijden zijn al zijn goederen (bij testament van 3 maart 1681 gepasseerd ten overstaan van notaris Jan Populeus te Leiden) nagelaten aan zijn enig overlevende dochter Anna Christina (1649-1719), sedertdien Vrouwe van Bennebroek. Deze jonkvrouw was in 1671 gehuwd op “Duinwijk” met baron Nikolaas Sohier de Vermandois. Onder de genodigden bevond zich de toenmaals bekende kanselredenaar en dichter Joannes Vollenhove, die een gelegenheidsvers schreef, waarin als een vriendelijk gebaar tegenover het bruidspaar en vader Adriaan o.a. de volgende regels neerschreef:
“Nu naar Bennebroek getogen.
Met een blyde bruilofswys.
Want ons Hollandsch paradys,
‘s-Gravenhaag behaagt elx ogen
Nu zo trots niet, noch zo schoon.
Nu spant Bennebroek de kroon”.
De dochter van voornoemd echtpaar Adriana Constantina bestuurde Bennebroek van 1719 tot haar kinderloos overlijden in 1735, De Heerlijkheid, inclusief “Duinwijk”, kwam terug aan de fidei-commissionaire erven van haar grootvader die deze gemeente publiek hebben doen veilen, waarna ene Willem de Bruin uit Haarlem als hoogstbiedende voor ƒ 50.400,- Heer werd. 23 jaar later verkoopt deze Bennebroek door voor ƒ 55.000,- aan Johannes Nutges. Freule Arnoldine Leonie Willink, in 1950 overleden, was de laatste nazaat uit dat geslacht en laatste “Ambachtsvrouwe van Bennebroek”.
BETEKENIS VOOR BENNEBROEK
Zijn taak als eerste ambachtsheer van het zelfstandige Bennebroek heeft Adriaan Pauw jr. met inzet en toewijding vervuld. Van de bijna 45 jaar dat hij Bennebroek bestuurde zijn als stoffelijk bewijs talrijke archiefstukken bewaard gebleven betrekking hebbende op infrastructurele openbare werken, verpachtigen van land en blekerijen e.d. Hij stelde een college van schout en schepenen in en stichtte een eigen kerkgebouw’en lagere school.’ De schout (tevens secretaris) en 5 schepenen vormden het dagelijkse bestuur, dat in feite het in grote lijnen door Pauw uitgestippelde beleid uitvoerde. Dit college was tevens vierschaar voor lagere rechtspraak. Hun salariëring geschiedde uit het innen van boeten, accijnsen etc. Daarentegen werden – indirect – predikant, schoolmeester (tevens koster en voorzanger) wèl uit door Pauw gefourneerd geld (en collectes) betaald. Omdat het kerkgebouw eerst na 1680 gereedkwam werden kerkdiensten voordien gehouden in de eerste woning van Pauw, die intussen “Duinwijk” had betrokken. Voor het maken van een kerktorentje op het predikhuis werd ƒ 98,- uitgetrokken, de aankoop van een klok kostte ƒ 20,- meubilair ƒ 190,- en het vergulden van de pauw (in plaats van haan) op het torentje ƒ 3, —. Als architect voor het kerkje, nu rijksmonument, vroeg Pauw de grote bouwmeester Pieter Post, die zeker niet verwacht zal’hebben dat de ambachtsheer de eerste twee ontwerpen zou afkeuren. Zoals bekend staat op het fraai gesmede doop hek in de kerk het monogram van Adriaan en op het orgel prijkt een pronkende pauw, als een eerbetoon aan de stichter in de 18e eeuw aangebracht. Ook na 1653 werden nog talrijke overeenkomsten gesloten met zijn oudere broer Gerard, Heer van Heemstede, zoals bijvoorbeeld over de verdeling van de helft der hun dóór de baljuw van Kennemerland uitgekeerde boeten naar aanleiding van delicten begaan door ingezetenen van Heemstede in Bennebroek en omgekeerd. Tot 1666 waren er regelmatig geschillen rond de weliswaar wederzijds overeengekomen beslissing waarbij, om de kerkelijke scheiding van Heemstede en Bennebroek te vergemakkelijken, de helft van de gelden gecollecteerd in de kerk te Bennebroek aan de diakenen van Heemstede diende te worden uitgekeerd. In 1657 werd de Leidsevaart gegraven als vaartverbinding tussen Haarlem en Leiden langs Heemstede en Bennebroek. Aan beide zijden van de Rooheller Santvaert, thans Bennebroekervaart, werden lijnwaad- en kleerblekerijen, eerst door Adriaan Pauw sr, later zijn zoon geëxploiteerd. Eén daarvan werd verpacht aan Pieter van Hulle, wellicht de belangrijkste bleker uit de 17e eeuw die zijn tijd ver vooruit was en ondanks tegenwerking onverdroten pleitte voor bedrijfsorganisatorische verbeteringen ten behoeve van de gehele bedrijfstak. Adriaan Pauw stond ook aan de wieg van de befaamde herberg “De Oude Celeerde Man”, gelegen aan de “Groote Heerewech”. De eerste eigenaar Hendrik Bakker, timmerman van beroep leende van ƒ 500,- van Pauw voor de bouw van “Het huys ter Leer”, maar ging al spoedig failliet met een schuld aan de aannemer van ƒ 1.200,-. Het plaatselijk bestuur van Bennebroek vergaderde overigens in de herberg de “Swarte Hond”, die ook het Rechthuis genoemd werd. Het inwonertal nam onder Pauw gestadig toe en behalve blekerijen verschenen geleidelijk buitenplaatsen. Van de 17e (en 18e) eeuwse buitens is, in tegenstelling tot Heemstede, geen enkele bewaard gebleven en ook de blekerijen zijn successievelijk verdwenen. De Kerk bleef, weliswaar met een ander torentje, gelukkig intact, maar het Huis te Bennebroek is in 1971 afgebroken om plaats te maken voor het gelijknamige verzprgingscomplex. De schaarse overblijfselen van het landgoed der Heren van Bennebroek zijn de tot woningen verbouwde stallen en de tuinmanswoning aan de Binnenweg. Aan deze straat (nr. 12a) en de Reek (nr. 22) zijn slechts nog wat 17e eeuwse restanten in de vorm van oude balklagen en metselwerk een niet.meer dan flauwe herinnering aan die bloeiperiode. Van de in 1663 gestichte herberg “De Grave Tromp” is de 19e eeuwse gedaante overeind gebleven, thans in gebruik als woonhuis (Binnenweg nr. 14). Adriaan Pauw jr. was intellectueel minder begaafd, maar ook minder controversieel dan zijn vader. Méér dan zijn vader, die zich vooral op Heemstede richtte (slot, kerk etc.) en daar een nieuwe buurt stichtte (de Heeren Zandvaart), heeft de zoon bijgedragen tot de ontwikkeling van Bennebroek, over welke gemeente een romantische geest in de 18e eeuw, schreef: “Een der vermaaklijkste gedeelten van het grijze Kennemerland dat met ‘t naburig Heemstede den voorrang van landlijk schoon betwist.”. Hij was een man van innerlijke beschaving, soms zeer kritisch maar evenzeer verzoenend ingesteld en (gold als een beschermer van kunsten en wetenschappen. De heer M. Verkaik heeft in zijn boekje over de Hervormde Kerk het vermoeden uitgesproken dat de grote grafsteen in de grafkelder van Adriaan Pauw in de woelige jaren omstreeks 1795 is omgekeerd, zodat eventuele aanduidingen als een heraldisch wapens thans niet te zien zijn en heeft daarom gepleit voor lichting van deze steen. Omdat al zoveel reminiscenties aan Adriaan Pauw in Bennebroek door dé tijd zijn uitgewist verdient deze wens zoveel mogelijk ondersteuning. Ten slotte: het recente vernoemen van een vereniging (bridgeclub) naar Adriaan Pauw is een teken dat de huidige bewoners de feitelijke grondlegger van het zelfstandige Bennebroek niet vergeten zijn, zn. van Adriaen Pauw (raadpensionaris van Holland en West Friesland) en Anna Pieters van Ruytenburch, geb. in 1622, ged. te Amsterdam [nl] Oude Kerk op 24 mrt 1622, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 18 jan 1697, begr. te Bennebroek [nh] NH Kerk in de grafkelder van de door hem gestichte kerk, otr. (resp. ongeveer 21 en 17 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 18 mei 1644 Uit het huwelijk van Adriaan en Cornelia Pauw sproten zes kinderen, 5 dochters en 1 zoon, welke laatste vóór zijn vader ongehud is overleden. Door de gevierde portret- en genreschifder Johan Mijtens is de familie,dat wil zeggen met twee dochters, onder wie Anna Christina, in 1654 vereeuwigd. Zoals in die tijd gebruikelijk in een romantische setting: de familieleden gehuld in prachtige gewaden, op de achtergrond een arcadisch landschap en boven de beide echtgenoten twee engeltjes. Thans bevindt het doek zich in familiebezit Pauw van Wieldrecht, tr.
tr. (resp. ongeveer 22 en 26 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] elders: Bennebroek op 4 okt 1671
met
Nicolaas Sohier de Vermandois heer van Warmenhuijsen, Crabbendam, Oud-Poelgeest, Meresteijn etc, zn. van Constantin Sohier de Vermandois (een Amsterdamse koopman) en Catharina Coymans van Merestein, geb. te Beverwijk [nh] op het Huis Merenstein op 17 mei 1645, ovl. (44 jaar oud) op 24 feb 1690 Als om zijn karakter te bevestigen overleed
Nicolaas Sohier op 46-jarige leeftijd aan losbandigheid en bovenmatig drankgebruik. Hij had volgens Christiaan Huygens343 in Leiden teveel wijn tot zich genomen ter gelegenheid van zijn benoeming tot heemraad van Rijnland.Door dit overlijden was het geslacht Sohier in mannelijke lijn uitgestorven. Om dit te benadrukken gaf de schout van Bennebroek hem in de grafkelder zijn wapenschild mee. Daar kon immers niemand meer gebruik van maken.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | *1672 | | †1687 | | 15 | 0 | 0 |
| 2 | Adriana | *1675 | | †1735 | Bennebroek [nh] | 60 | 0 | 0 |
>
Nicolaas Sohier de Vermandois
Nicolaas Sohier de Vermandois heer van Warmenhuijsen, Crabbendam, Oud-Poelgeest, Meresteijn etc, geb. te Beverwijk [nh] op het Huis Merenstein op 17 mei 1645, ovl. (44 jaar oud) op 24 feb 1690 Als om zijn karakter te bevestigen overleed
Nicolaas Sohier op 46-jarige leeftijd aan losbandigheid en bovenmatig drankgebruik. Hij had volgens Christiaan Huygens343 in Leiden teveel wijn tot zich genomen ter gelegenheid van zijn benoeming tot heemraad van Rijnland.Door dit overlijden was het geslacht Sohier in mannelijke lijn uitgestorven. Om dit te benadrukken gaf de schout van Bennebroek hem in de grafkelder zijn wapenschild mee. Daar kon immers niemand meer gebruik van maken.
- Vader:
Constantin Sohier de Vermandois Als wij de verhalen mogen geloven had de erfgenaam van al dat geld, Constantijn Sohier, aan
zijn vader beloofd te bewijzen dat de familie van oude adel was,134 en had hij Oud-Poelgeest
gekocht omdat het bezitten van een ‘riddermatig goed’ de aanspraken op een adellijke titel
kracht zou kunnen bijzetten.135 Maar hoe dat ook zij, feit is dat Constantijn een historicus
inhuurde om zijn afstamming na te gaan. Voor het lieve sommetje van 20.000 gulden
produceerde Jean le Carpentier een in alle opzichten indrukwekkend boekwerk met als titel La
véritable origine de la très-illustre Maison de Sohier (afb. 4.2). In de literatuur is terecht
opgemerkt dat dit werk eens te meer ‘des schrijvers fantastische onbetrouwbaarheid’
aantoont.136 Bij genoemd bedrag kwamen nog de niet-geringe kosten van het drukken van het
boek met zijn vele gravures.137 Ter vergelijking: Oud-Poelgeest had 52.500 gulden gekost.138 Met dit product overtuigde Sohier de Duitse keizer en zelfs het Hof van Holland van zijn adeldom,139 zodat hij zich sinds 1661 baron van het Heilige Roomse Rijk mocht
noemen en de naam ‘Sohier de Vermandois’ kon gebruiken, zn. van Nicolaas Sohier de Vermandois en Susanna Hellemans, geb. circa 1624, een Amsterdamse koopman, ovl. (ongeveer 46 jaar oud) in 1670 op 45-jarige leeftijd, twee jaar na de voltooiing van Oud-Poelgeest, begr. te Oestgeest, tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 19 jaar oud) te Beverwijk [nh] beiden huwelijkspartners waren toen 18 jaar oud op 31 mei 1643.
tr. (resp. 26 en ongeveer 22 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] elders: Bennebroek op 4 okt 1671
met
Anna Christina Pauw juffrouw van Bennebroek: de enige dochter die de volwassen leeftijd bereikte was Anna Christina Pauw (1649-1719), die haar vader in 1697 zou opvolgen als ambachtsvrouw van Bennebroek. Evenals haar moeder moet ook zij in fysiek opzicht van een bijzondere schoonheid geweest zijn. Wellicht mede als toekomstig erfgename van het vermogen van haar vader werd Anna Christina druk het hof gemaakt, dr. van Adriaan Pauw en Cornelia Clara Pauw, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 11 jan 1719, begr. te Bennebroek [nh].
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | *1672 | | †1687 | | 15 | 0 | 0 |
| 2 | Adriana | *1675 | | †1735 | Bennebroek [nh] | 60 | 0 | 0 |
>
Adriana Constantia Sohier de Vermandois
Adriana Constantia Sohier de Vermandois ambachtsvrouw van Bennebroek van 1719-1735, geb. in 1675, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) in 1735, begr. te Bennebroek [nh] in het familiegraf in de Hervormde Kerk op 29 dec 1735.
- Vader:
Nicolaas Sohier de Vermandois heer van Warmenhuijsen, Crabbendam, Oud-Poelgeest, Meresteijn etc, zn. van Constantin Sohier de Vermandois (een Amsterdamse koopman) en Catharina Coymans van Merestein, geb. te Beverwijk [nh] op het Huis Merenstein op 17 mei 1645, ovl. (44 jaar oud) op 24 feb 1690 Als om zijn karakter te bevestigen overleed
Nicolaas Sohier op 46-jarige leeftijd aan losbandigheid en bovenmatig drankgebruik. Hij had volgens Christiaan Huygens343 in Leiden teveel wijn tot zich genomen ter gelegenheid van zijn benoeming tot heemraad van Rijnland.Door dit overlijden was het geslacht Sohier in mannelijke lijn uitgestorven. Om dit te benadrukken gaf de schout van Bennebroek hem in de grafkelder zijn wapenschild mee. Daar kon immers niemand meer gebruik van maken, tr. (resp. 26 en ongeveer 22 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] elders: Bennebroek op 4 okt 1671.
- Moeder:
Anna Christina Pauw juffrouw van Bennebroek: de enige dochter die de volwassen leeftijd bereikte was Anna Christina Pauw (1649-1719), die haar vader in 1697 zou opvolgen als ambachtsvrouw van Bennebroek. Evenals haar moeder moet ook zij in fysiek opzicht van een bijzondere schoonheid geweest zijn. Wellicht mede als toekomstig erfgename van het vermogen van haar vader werd Anna Christina druk het hof gemaakt, dr. van Adriaan Pauw en Cornelia Clara Pauw, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 11 jan 1719, begr. te Bennebroek [nh].
>
Jacobus Thooft
Jacobus Thooft.
tr.
met
Gerardina Elisabeth Melssing.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1819 | Zaltbommel [ge] | †1911 | Utrecht [ut] | 91 | 1 | 12 |
>
Gerardina Elisabeth Melssing
Gerardina Elisabeth Melssing.
tr.
met
Jacobus Thooft.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1819 | Zaltbommel [ge] | †1911 | Utrecht [ut] | 91 | 1 | 12 |
>
Jan Arent de Vos van Steenwijk
Jan Arent de Vos van Steenwijk lid Raad van State, landdrost, thesaurier-generaal Bataafse Republiek, geb. te Vollenhove [ov] in mrt 1746, ovl. (67 jaar oud) te Vollenhove [ov] in mrt 1813.
- Vader:
Jan Arend Godert van Vos van Steenwijk Jan Arent Godert de Vos van Steenwijk werd op 30 november 1713 in de stad Vollenhove geboren als zoon van Jan Arent en Susanna Eleonora van Tuyll van Serooskerken. Zijn moeder hertrouwde na de dood van zijn vader met Rutger Andreas van Patkull. Dit huwelijk hield geen stand en werd in 1735 ontbonden. Jan Arent Godert overleed op 17 juni 1779.
Omtrent Jans jeugd en opvoeding is weinig bekend. Hij stond niet ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. In 1725 overleed zijn oudere broer Reint en rustte op Jan de verantwoordelijke taak om het geslacht De Vos van Steenwijk voor uitsterven te behoeden. In 1733 werd hij bevoegd verklaard zijn goederen in Overijssel en Drenthe zelfstandig te beheren. Sommige Drentse edelen zagen in hem de toekomstige drost van de Landschap, maar Jan koos voor Overijssel. Hij liet zich daar in 1738 van zijn Vollenhoofse bezitting Nijerwal in de ridderschap verschrijven en begon in dit gewest zijn politiek-bestuurlijke carrière.
Gedurende de zomermaanden verbleef de familie op het huis de Havixhorst in De Wijk in Drenthe. Niet ver daar vandaan, op het Slot bij Meppel, woonde Otto Ernst Gelder graaf van Limburg Stirum (zie elders op deze website) met zijn gezin. Otto behartigde de belangen van Willem IV, die in Overijssel de verheffing tot stadhouder nastreefde. Jan trad in 1734 namens de prins op als doopheffer bij de doop van Otto's vierde zoon.
In 1739 zorgde een ernstig conflict tussen de drost van Vollenhove Hendrik van Isselmuden en Jan ervoor dat de kwartierridderschap in twee facties uiteenviel. Jan was verliefd geworden op Geertruid Agnes van Isselmuden. Zij was een nichtje van de drost en stond onder zijn voogdij. Deze wilde toestemming voor het huwelijk geven, op voorwaarde dat Jan ten gunste van Geertruids broer zijn sollicitatie naar de bediening van een commissie zou opgeven. Jan ging hiermee akkoord, maar de aanstaande zwager was amper in de commissie bevestigd of Hendrik trok zijn belofte in. Daarop organiseerde Jan een 'cabaal' tegen de drost, dat door zijn stemmenoverwicht de commissie verdeling in de ridderschap naar zijn hand kon zetten en daarmee de drost vleugellam maakte. Daarna had Jan zijn Drentse buurman opgezocht en verzekerd dat hij en zijn companen de zaak van de prins zouden steunen. Sedertdien bestond er tussen Jan en Otto naast de gebruikelijke burenbeleefdheid een vriendschap, die door beiden om politieke redenen werd gecultiveerd. Voor het overbrengen van boodschappen maakten zij gebruik van personeel van de Havixhorst en het Slot. Afgaande op de manier waarop Otto over Jan aan de prins schreef, werd de politieke vriendschap geleidelijk aan hartelijker en inniger. Beide families nodigden elkaar uit voor een visite, een diner of jachtpartij.
Jan had zijn liefde voor Geertruid vanwege de botsing met haar oom aanvankelijk opgegeven, maar in 1743 trouwde hij alsnog met haar. Van Limburg Stirum en zijn vrouw behoorden tot de speciale genodigden.
Jan had ondertussen zoveel aanzien en invloed in Vollenhove verworven dat hij geen rekening meer hoefde te houden met de sentimenten van Tonele' drost. Na zijn opmerkelijke actie in 1739 was Jan feitelijk de leider van de Vollenhoofse ridderschap geworden. Door zijn krachtdadig optreden en wellicht politieke sluwheid had hij ook buiten dit kwartier de aandacht getrokken en indruk gemaakt. Niet voor niets gebruikte Van Limburg Stirum voor hem de bijnaam van 'Ie Renard'. Jan onderhield uitstekende contacten in Den Haag en behoorde daar tot de oprichters van de oranjegezinde Groote Sociëteit. Van 1740 tot 1753 had hij zitting in de Staten-Generaal of Raad van State. Toen de Staten van Overijssel in 1747 Willem IV aannamen als stadhouder, zat Otto's taak als bepleiter en wegbereider van de stadhouderlijke verheffing erop. Binnen het kwartier van Vollenhove had zijn 'ami Voss' in belangrijke mate bijgedragen aan de acceptatie van de prins. Hij werd daarvoor in 1751 beloond met het drostambt Vollenhove, ten koste van de kandidaat die door Hendrik van Is-selmuden naar voren was geschoven. Begin juli van dat jaar hield het gezin De Vos van Steenwijk met groot ceremonieel vertoon zijn intocht in Vollenhove.
Na verloop van tijd kwam Jans verhouding met het stadhouderlijk hof onder druk te staan, doordat hij zich kon vinden in de denkbeelden die door Joan Derk van der Capellen in de Overijsselse Staten naar voren werden gebracht. Jan was met hem vóór afschaffing van de drostendiensten en stemde als enige uit de ridderschap tegen Van der Capellens uitzetting uit de statenvergadering in 1778. Overigens meenden sommigen dat zijn steun voor de afschaffing van de drostendiensten werd ingegeven door het financiële voordeel dat hij daarbij zou halen. Hem was namelijk een schadeloosstelling voor de afschaffing in het vooruitzicht gesteld, terwijl geen diensten in zijn ambtsgebied werden uitgevoerd. In de jaren die volgden scheurde de politieke natie langs de scheidslijn tussen voor- en tegenstanders van verandering en vernieuwing in tweeën. Jans zonen Joan Arent en Carel ontpopten zich daarbij tot voormannen van de patriotten in Overijssel en Drenthe. Hun vader maakte dat niet meer mee, maar deze heeft ongetwijfeld invloed gehad op de gedachtenvorming van zijn zonen, zoals hun studie mogelijkerwijs zijn politieke ideeën heeft beïnvloed. Bij zijn overlijden was de ridderschap opnieuw verdeeld. Eén van de eerste oogmerken van Jans opvolger Derk Bentinck was het herstellen van de eenheid in het kwartier.
Jan hield van stijl. Zijn inhuldiging als drost, waarvan in de NederlandscheJaarboeken verslag wordt gedaan, getuigt daarvan. Tijdens zijn bewind werd een nieuw ridderschapsgestoelte in de Grote Kerk van Vollenhove geplaatst en voorzien van bijbels. Waarschijnlijk ter gelegenheid van hun huwelijk lieten Jan en Geertruid zich door P. de la Croix portretteren. Jan werd daarbij als riddermatige op de traditionele manier, dat wil zeggen in harnas, afgebeeld.
Zijn financieel inzicht en enkele erfenissen stelden hem in staat het oude huis de Havixhorst te laten vervangen door een gebouw, dat aan de smaak van de nieuwe tijd voldeed. Door aankoop van de havezaten de Hogenhof bij Olst en De Oldenhof bij Vollenhove had hij tenslotte voor ieder van zijn vier zoons een havezate in Overijssel of Drenthe beschikbaar en daarmee hun entree in een ridderschap mogelijk gemaakt.
Jans vrouw was in Vollenhove gedoopt op 16 november 1721 als dochter van Johan van Isselmuden en Theodora Margareta van Essen. Zij overleed aldaar op 18 september 1793. Uit het huwelijk werden tien kinderen geboren, zn. van Jan Arend van Vos van Steenwijk en Susanna Eleonora Tuyll van Serooskerken, geb. te Vollenhove [ov] op 30 nov 1713, ovl. (65 jaar oud) te Vollenhove [ov] op 17 jun 1779, tr. (resp. 30 en ongeveer 22 jaar oud) op 11 dec 1743.
tr. (resp. 29 en ongeveer 21 jaar oud) te Nijeveen [dr] op 19 dec 1775
met
Coenradina Wilhelmina van Isselmuden Tot Paeslo, dr. van Hendrik van Isselmuden (heer tot Paaslo en Zwollingerkamp) en Anna Elisabeth van Haersolte, geb. in 1754, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) in 1808.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Geertruid | *1776 | Zwolle [ge] | †1830 | Zwolle [ge] | 53 | 1 | 8 |
| 2 | Anna | *1779 | | †1850 | | 71 | 1 | 1 |
| 3 | Hendrik | *1786 | Vollenhove [ov] | †1834 | Zwollekerspel | 48 | 1 | 4 |
>
Coenradina Wilhelmina van Isselmuden Tot Paeslo
Coenradina Wilhelmina van Isselmuden Tot Paeslo, geb. in 1754, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) in 1808.
- Vader:
Hendrik van Isselmuden, zn. van Roelof Gerlach van Isselmuden (kapitein in het regiment van) en Johanna Judith van Essen, ged. te Steenbergen [dr] op 17 apr 1719, heer tot Paaslo en Zwollingerkamp, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) te Wanneperveen [ov] op 24 nov 1774, tr, kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en 21 jaar oud) (ned.ger.) te Oldebroek [ge] op 22 jul 1746.
tr. (resp. ongeveer 21 en 29 jaar oud) te Nijeveen [dr] op 19 dec 1775
met
Jan Arent de Vos van Steenwijk lid Raad van State, landdrost, thesaurier-generaal Bataafse Republiek, zn. van Jan Arend Godert van Vos van Steenwijk en Geertruid Agnes van Isselmuden, geb. te Vollenhove [ov] in mrt 1746, ovl. (67 jaar oud) te Vollenhove [ov] in mrt 1813.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Geertruid | *1776 | Zwolle [ge] | †1830 | Zwolle [ge] | 53 | 1 | 8 |
| 2 | Anna | *1779 | | †1850 | | 71 | 1 | 1 |
| 3 | Hendrik | *1786 | Vollenhove [ov] | †1834 | Zwollekerspel | 48 | 1 | 4 |
>
Clara Maria Hoek
Clara Maria Hoek uit Hoorn, geb. in 1726, ovl. (ongeveer 26 jaar oud) in 1752.
tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 24 jaar oud) te Zwolle [ge] op 7 sep 1748
met
Willem Hendrik van Grootvelt, zn. van Willem Gerard van Grootvelt en Johanna van Delden, geb. in 1724, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1790, tr. (2) met Elisabeth Geertruida van Erckelens. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joanna | *1751 | Dalfsen [ov] | †1814 | Dalfsen [ov] | 63 | 1 | 7 |
>
Johanna Catharina Hutten
Johanna Catharina Hutten, geb. in 1824.
tr. (resp. ongeveer 50 en 60 jaar oud) te Tilburg [nb] op 22 jun 1875
met
Wilhelmus Hendrikus Dirk Smulders, zn. van Augustinus Franciscus Smulders en Maria Theresia van Iersel, geb. te Tilburg [nb] op 20 jan 1815, ovl. (68 jaar oud) te Tilburg [nb] op 29 nov 1883, tr. (1) met Maria Agatha Simons. Uit dit huwelijk 4 zonen.
>
Anthony Thomas Johannes Schade van Westrum.
Anthony Thomas Johannes Schade van Westrum. raadsheer Gerechtshof, geb. te Ubbergen [ge] op 11 okt 1856, ovl. (75 jaar oud) te Dongen [nb] op 25 feb 1932.
tr. (resp. 30 en 24 jaar oud) te Utrecht [ut] op 2 jun 1887
met
Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud Amelisweerd, dr. van Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud Amelisweerd en Anna Catharina van de Poll, geb. te Utrecht [ut] op 5 dec 1862, ovl. (82 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 8 apr 1945.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cato | *1889 | Arnhem [ge] | †1980 | Vught [nb] | 90 | 1 | 0 |
| 2 | Willemine | *1902 | 's-Hertogenbosch [nb] | †1957 | 's-Hertogenbosch [nb] | 55 | 1 | 1 |
>
Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud Amelisweerd
Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud Amelisweerd, geb. te Utrecht [ut] op 5 dec 1862, ovl. (82 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 8 apr 1945.
tr. (resp. 24 en 30 jaar oud) te Utrecht [ut] op 2 jun 1887
met
Anthony Thomas Johannes Schade van Westrum. raadsheer Gerechtshof, zn. van Ernestus Schade van Westrum (burgemeester te Ubbergen) en Wilhelmina Maria Henrietta Ernestina van Goltstein van Hoekenburg, geb. te Ubbergen [ge] op 11 okt 1856, ovl. (75 jaar oud) te Dongen [nb] op 25 feb 1932.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cato | *1889 | Arnhem [ge] | †1980 | Vught [nb] | 90 | 1 | 0 |
| 2 | Willemine | *1902 | 's-Hertogenbosch [nb] | †1957 | 's-Hertogenbosch [nb] | 55 | 1 | 1 |
>
Henricus van der Burgh
Henricus van der Burgh president van het Hof van Holland, geb. te Rotterdam [zh] op 1 mei 1769, ovl. (79 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 1 jun 1848.
tr.
met
Anna Catharina van Oosterwijk, ovl. in 1842.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1795 | Utrecht [ut] | †1849 | Scheveningen [zh] | 54 | 1 | 2 |
| 2 | Clasina | *1802 | Utrecht [ut] | †1869 | Kleef [Duitsland] | 66 | 1 | 1 |
>
Anna Catharina van Oosterwijk
Anna Catharina van Oosterwijk, ovl. in 1842.
tr.
met
Henricus van der Burgh president van het Hof van Holland, geb. te Rotterdam [zh] op 1 mei 1769, ovl. (79 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 1 jun 1848.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1795 | Utrecht [ut] | †1849 | Scheveningen [zh] | 54 | 1 | 2 |
| 2 | Clasina | *1802 | Utrecht [ut] | †1869 | Kleef [Duitsland] | 66 | 1 | 1 |
>
Nicolaas van Hardenberg
Nicolaas van Hardenberg.
tr. (Maria ongeveer 35 jaar oud) te Utrecht [ut] op 20 dec 1738
met
Maria (Maria Anna) van Dadelbeek, dr. van Dirk van Dadelbeek en Anna Voorn, ged. te Utrecht [ut] op 1 mei 1703 (getuige: Anna van Voorn), begr. te Amsterdam [nl] in de Oude Kerk op 18 sep 1770.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | ~1740 | Amsterdam [nl] | | | | 0 | 0 |
| 2 | Anna | ~1747 | Amsterdam [nl] | †1820 | Amsterdam [nl] | 72 | 1 | 3 |
| 3 | Petrus | ~1742 | Amsterdam [nl] | | | | 0 | 0 |
| 4 | Petrus | ~1743 | Amsterdam [nl] | | | | 0 | 0 |
>
Francina van Voorn
Francina van Voorn, ged. te Utrecht [ut] op 20 jun 1792.
- Vader:
Pieter van Voorn, tr. (Cornelia ongeveer 30 jaar oud) te Utrecht [ut] op 24 mei 1790.
>
Arnoldus Josephus Maria Smits van Oyen
Arnoldus Josephus Maria Smits van Oyen grootgrondbezitter, geb. te Stratum [nb] op 10 mei 1865, ovl. (57 jaar oud) te Stratum [nb] op 19 feb 1923.
tr. (resp. 26 en 18 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 28 jan 1892
met
Aloysia Elisabeth Maria Gompertz, dr. van Johannes Gompertz en Adriana Cormelia Nolet, geb. te Schiedam [zh] op 8 mrt 1873, ovl. (75 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 5 feb 1949, begr. te Vught [nb].
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Marie | *1896 | Eindhoven [nb] | †1971 | 's-Hertogenbosch [nb] | 74 | 1 | 2 |
| 2 | Arnold | *1898 | Eindhoven [nb] | †1944 | 's-Hertogenbosch [nb] | 46 | 1 | 1 |
>