Jacob van Berchem
Jacob van Berchem.
tr. te Leiden [zh] circa 1620
met
Elisabeth van Schouwen van Endegeest, dr. van Leendert van Schouwen van Endegeest en Machteld Paets van Sandhorst.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | | | †1658 | | | 1 | 1 |
>
Elisabeth van Schouwen van Endegeest
Elisabeth van Schouwen van Endegeest.
tr. te Leiden [zh] circa 1620
met
Jacob van Berchem.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | | | †1658 | | | 1 | 1 |
>
Nicolaas van der Duyn
Nicolaas van der Duyn heer van Rijswijk (1607), 's Gravenmoer (1630) de Meye en den Burg, hoogheemraad van Delfland (1628) en meesterknaap van Holland, geb. circa 1595, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Rijswijk [ge] op 27 jul 1649.
tr. (ongeveer 31 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] in okt 1626
met
Tijmanne van Wassenaer, dr. van Anthonis van Duvenvoorde van Wassenaer en Mechteld Adamsdr. van der Duyn, ovl. op 17 aug 1627.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Nicolaas | *1627 | | †1658 | | 31 | 1 | 1 |
tr. (ongeveer 42 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] in nov 1637
met
Beatrix van den Bouchorst, dr. van Nicolaas van den Bouchorst en Wilhelmina van der Noot, ovl. op 20 okt 1642.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Adam | *1639 | Rijswijk [zh] | †1693 | Mechelen (B) [b] | 54 | 1 | 7 |
>
Adam van der Duyn
Adam van der Duyn, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) op 22 jul 1602, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de St. Jacobskerk in 1602.
tr. (beiden hoogstens 37 jaar oud) voor 1582
met
Margaretha Suys, dr. van Cornelis Corneliszn. Suys en Anna de Bye, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) circa 1605.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Nicolaas | *1595 | | †1649 | Rijswijk [ge] | 54 | 2 | 2 |
>
Margaretha Suys
Margaretha Suys, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) circa 1605.
tr. (beiden hoogstens 37 jaar oud) voor 1582
met
Adam van der Duyn, zn. van Nicolaas van der Duyn en Aleid About van Avesaath, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) op 22 jul 1602, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de St. Jacobskerk in 1602.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Nicolaas | *1595 | | †1649 | Rijswijk [ge] | 54 | 2 | 2 |
>
Tijmanne van Wassenaer
Tijmanne van Wassenaer, ovl. op 17 aug 1627.
tr. (Nicolaas ongeveer 31 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] in okt 1626
met
Nicolaas van der Duyn heer van Rijswijk (1607), 's Gravenmoer (1630) de Meye en den Burg, hoogheemraad van Delfland (1628) en meesterknaap van Holland, zn. van Adam van der Duyn en Margaretha Suys, geb. circa 1595, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Rijswijk [ge] op 27 jul 1649, tr. (2) met Beatrix van den Bouchorst. Uit dit huwelijk een zoon.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Nicolaas | *1627 | | †1658 | | 31 | 1 | 1 |
>
Anthonis van Duvenvoorde van Wassenaer
Anthonis van Duvenvoorde van Wassenaer meesterknaap van de
houtvesterij van Holland, lid van de Hollandse ridderschap, hoogheemraad van Delfland 1616-1627, beleend
met 7 ½ morgen land te Vlaardingen 1607, geb. te Haarlem [nh] in 1556, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) in 1627.
- Vader:
Jacob van Duvenvoirde Heer van Obdam Hensbroek Spanbroek Opmeer
en van den Bossche, geb. in 1503, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) in 1559, tr.
tr. (ongeveer 46 jaar oud) circa 1602
met
Mechteld Adamsdr. van der Duyn vrouwe van Sanen, dr. van Adam van der Duyn en Clara Tymansdr. van der Mije, ovl. in 1612.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Tijmanne | | | †1627 | | | 1 | 1 |
>
Mechteld van der Duyn
Mechteld Adamsdr. van der Duyn vrouwe van Sanen, ovl. in 1612.
tr. (Anthonis ongeveer 46 jaar oud) circa 1602
met
Anthonis van Duvenvoorde van Wassenaer meesterknaap van de
houtvesterij van Holland, lid van de Hollandse ridderschap, hoogheemraad van Delfland 1616-1627, beleend
met 7 ½ morgen land te Vlaardingen 1607, zn. van Jacob van Duvenvoirde en Geertruida van Liere, geb. te Haarlem [nh] in 1556, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) in 1627.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Tijmanne | | | †1627 | | | 1 | 1 |
>
Beatrix van den Bouchorst
Beatrix van den Bouchorst, ovl. op 20 okt 1642.
- Vader:
Nicolaas van den Bouchorst heer van Wimmenum en Noordwijk. BOUCKHORST (Nikolaes van den) of van den Boekhorst, Heer van Noordwijk en Wimmenum, een zoon van Amelis van den Bouckhorst, Raadsheer in den Hoogen Raad en van Alyd van der Duyn, was in het jaar 1621 Lid der Staten Generaal geworden en behield die betrekking tot zijne dood, die in 1641 voorviel.
In 1621 werd hij met Adriaan Pauw, Pensionaris van Amsterdam, Adriaan Manmaker, Eersten Edele van Zeeland en Adriaan Ploos, Raad in den Hove van Utrecht, naar Frankrijk gezonden, om de vroegere vriendschaps-verbindtenissen met dat Rijk aangeknoopt, te vernieuwen. Den 24sten Junij verwierven zij eene verklaring van den Koning: ‘dat hij gezind was, het verbond van vriendschap met de Staten gemaakt, te onderhouden en hunnen onderzaten vrijen handel in zijn Rijk toe te laten, hetwelk hij zich van hunnen kant insgelijks beloofde.’
In 1624 weder naar Frankrijk gezonden zijnde, bewerkte hij met Adriaan Pauw en Hendrik van Essen Raad in den Hove van Gelder en Zutphen, het vermaarde Verbond van onderlinge bescherming. Als eerstbenoemde der Hollandsche Afgevaardigden ter Staten-Generaal, had hij vervolgens veel deel aan de onderhandelingen, die te 's Gravenhage plaats vonden, en hierdoor werd zijn naam dikwijls onder de Staatsstukken gezien. Hij was een der bekendste Staatkundigen van die tijden.
[p. 1071]
Gehuwd aan Anna van der Noot, was hij vader van Amelis van den Bouckhorst, die volgt en van drie dochters, geb. in 1581, tr. (ongeveer 25 jaar oud) op 15 aug 1606.
tr. (Nicolaas ongeveer 42 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] in nov 1637
met
Nicolaas van der Duyn heer van Rijswijk (1607), 's Gravenmoer (1630) de Meye en den Burg, hoogheemraad van Delfland (1628) en meesterknaap van Holland, zn. van Adam van der Duyn en Margaretha Suys, geb. circa 1595, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Rijswijk [ge] op 27 jul 1649, tr. (1) met zijn achternicht Tijmanne van Wassenaer, dr. van Anthonis van Duvenvoorde van Wassenaer en Mechteld Adamsdr. van der Duyn. Uit dit huwelijk een zoon.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Adam | *1639 | Rijswijk [zh] | †1693 | Mechelen (B) [b] | 54 | 1 | 7 |
>
Nicolaas van den Bouchorst
Nicolaas van den Bouchorst heer van Wimmenum en Noordwijk. BOUCKHORST (Nikolaes van den) of van den Boekhorst, Heer van Noordwijk en Wimmenum, een zoon van Amelis van den Bouckhorst, Raadsheer in den Hoogen Raad en van Alyd van der Duyn, was in het jaar 1621 Lid der Staten Generaal geworden en behield die betrekking tot zijne dood, die in 1641 voorviel.
In 1621 werd hij met Adriaan Pauw, Pensionaris van Amsterdam, Adriaan Manmaker, Eersten Edele van Zeeland en Adriaan Ploos, Raad in den Hove van Utrecht, naar Frankrijk gezonden, om de vroegere vriendschaps-verbindtenissen met dat Rijk aangeknoopt, te vernieuwen. Den 24sten Junij verwierven zij eene verklaring van den Koning: ‘dat hij gezind was, het verbond van vriendschap met de Staten gemaakt, te onderhouden en hunnen onderzaten vrijen handel in zijn Rijk toe te laten, hetwelk hij zich van hunnen kant insgelijks beloofde.’
In 1624 weder naar Frankrijk gezonden zijnde, bewerkte hij met Adriaan Pauw en Hendrik van Essen Raad in den Hove van Gelder en Zutphen, het vermaarde Verbond van onderlinge bescherming. Als eerstbenoemde der Hollandsche Afgevaardigden ter Staten-Generaal, had hij vervolgens veel deel aan de onderhandelingen, die te 's Gravenhage plaats vonden, en hierdoor werd zijn naam dikwijls onder de Staatsstukken gezien. Hij was een der bekendste Staatkundigen van die tijden.
[p. 1071]
Gehuwd aan Anna van der Noot, was hij vader van Amelis van den Bouckhorst, die volgt en van drie dochters, geb. in 1581.
tr. (ongeveer 25 jaar oud) op 15 aug 1606
met
Wilhelmina van der Noot, dr. van Willem van der Noot en Elisabeth van Brakel.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Beatrix | | | †1642 | | | 1 | 1 |
| 2 | Aleid | | | †1642 | | | 1 | 5 |
>
Wilhelmina van der Noot
Wilhelmina van der Noot.
tr. (Nicolaas ongeveer 25 jaar oud) op 15 aug 1606
met
Nicolaas van den Bouchorst heer van Wimmenum en Noordwijk. BOUCKHORST (Nikolaes van den) of van den Boekhorst, Heer van Noordwijk en Wimmenum, een zoon van Amelis van den Bouckhorst, Raadsheer in den Hoogen Raad en van Alyd van der Duyn, was in het jaar 1621 Lid der Staten Generaal geworden en behield die betrekking tot zijne dood, die in 1641 voorviel.
In 1621 werd hij met Adriaan Pauw, Pensionaris van Amsterdam, Adriaan Manmaker, Eersten Edele van Zeeland en Adriaan Ploos, Raad in den Hove van Utrecht, naar Frankrijk gezonden, om de vroegere vriendschaps-verbindtenissen met dat Rijk aangeknoopt, te vernieuwen. Den 24sten Junij verwierven zij eene verklaring van den Koning: ‘dat hij gezind was, het verbond van vriendschap met de Staten gemaakt, te onderhouden en hunnen onderzaten vrijen handel in zijn Rijk toe te laten, hetwelk hij zich van hunnen kant insgelijks beloofde.’
In 1624 weder naar Frankrijk gezonden zijnde, bewerkte hij met Adriaan Pauw en Hendrik van Essen Raad in den Hove van Gelder en Zutphen, het vermaarde Verbond van onderlinge bescherming. Als eerstbenoemde der Hollandsche Afgevaardigden ter Staten-Generaal, had hij vervolgens veel deel aan de onderhandelingen, die te 's Gravenhage plaats vonden, en hierdoor werd zijn naam dikwijls onder de Staatsstukken gezien. Hij was een der bekendste Staatkundigen van die tijden.
[p. 1071]
Gehuwd aan Anna van der Noot, was hij vader van Amelis van den Bouckhorst, die volgt en van drie dochters, geb. in 1581.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Beatrix | | | †1642 | | | 1 | 1 |
| 2 | Aleid | | | †1642 | | | 1 | 5 |
>
Petronella Gerritsen Volwens
Petronella Gerritsen Volwens, geb. circa 1635, ovl. (ongeveer 89 jaar oud) circa 1724.
tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 31 jaar oud) circa 1661
met
Gerard Pieters Sweelinck een oneigenlijke zoon, zn. van Pieter Janssen Sweelinck en Heijltgen Janssen Reyniers, geb. te Amsterdam [nl] circa 1630, promoveerde in de medicijnen te Utrecht op 29 maart 1659, vestigde zich als chirurgijn te Veenendaal, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Veenendaal [ut] in 1670.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Theodora | *1663 | Veenendaal [ut] | †1744 | Veenendaal [ut] | 81 | 0 | 0 |
>
Petrus Daun
Petrus Daun, ovl. te Leuven (B) [b] in 1830.
tr. te Leuven (B) [b] op 23 jan 1780
met
Anna Catharina Beckx.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Marie | *1795 | Leuven (B) [b] | †1862 | Breda [nb] | 67 | 1 | 15 |
>
Anna Catharina Beckx
Anna Catharina Beckx.
tr. te Leuven (B) [b] op 23 jan 1780
met
Petrus Daun, ovl. te Leuven (B) [b] in 1830.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Marie | *1795 | Leuven (B) [b] | †1862 | Breda [nb] | 67 | 1 | 15 |
>
Cornelia van Beusekom
Cornelia van Beusekom, geb. circa 1818, ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Abcoude [ut] op 3 sep 1849.
tr. (ongeveer 20 jaar oud) te Nieuwer Amstel in 1838
met
Jan van Velzen.
>
Jan van Velzen
Jan van Velzen.
tr. (Cornelia ongeveer 20 jaar oud) te Nieuwer Amstel in 1838
met
Cornelia van Beusekom, dr. van Nicolaas van Beusekom (landbouwer) en Maria van Lammeren, geb. circa 1818, ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Abcoude [ut] op 3 sep 1849.
>
Josef van Beusekom
Josef van Beusekom, geb. te Nieuwer Amstel circa 1821.
tr. (ongeveer 22 jaar oud) te Nieuwer Amstel in 1843
met
Maria van der Vlugt.
>
Maria van der Vlugt
Maria van der Vlugt.
tr. (Josef ongeveer 22 jaar oud) te Nieuwer Amstel in 1843
met
Josef van Beusekom, zn. van Nicolaas van Beusekom (landbouwer) en Maria van Lammeren, geb. te Nieuwer Amstel circa 1821.
>
Elisabeth Maria Musch
Elisabeth Maria Musch ook bekend als Mademoiselle de Nieveen (geb. Den Haag 13-3-1639 – gest. Saint-Cyr-sur-Morin, Frankrijk 11-8-1699), regentendochter van veelbesproken gedrag, hoofdpersoon van historische roman. Dochter van Cornelis Musch (1592/93-1650), griffier van de Staten-Generaal, en Elisabeth Cats (1618-1673). Elisabeth Musch trouwde op 1-4-1664 te Naaldwijk met Henri de Fleury de Culan (gest. 1666), heer van Buat, Saint-Cyr en La Forest de Gay, ritmeester. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren, die beiden jong overleden.
De historische figuur Elisabeth Musch, kleindochter van de dichtende raadpensionaris Jacob Cats en dochter van de beruchte griffier Cornelis Musch, is vooral bekend geworden door de gelijknamige roman Elisabeth Musch van Jacob van Lennep. Terwijl haar grootvader alom geliefd was, stonden haar vader en moeder in een kwade reuk: Cornelis Musch was de spil van een omvangrijk en geruchtmakend corruptieschandaal en zijn vrouw zou een buitenechtelijk relatie hebben gehad. Bij de geboorte van Elisabeth Maria in 1639 woonde haar illustere ouders op de Kneuterdijk, in het als paleis ingerichte Huis met de Torens. Zij had een oudere zuster, Maria Elisabeth, en in 1641 volgde een jonger zusje, Anna Catharina.
Dankzij het familiekapitaal van moeder en de corrupte praktijken van vader groeiden de meisjes op in een zeer welvarend milieu. Na het mysterieuze overlijden van Cornelis Musch in 1650 werd zijn bezit op twee miljoen gulden geschat. Twee jaar later hertrouwde Elisabeths moeder met haar oude huisvriend, de schatrijke weduwnaar Dirk Pauw, bij wie het gezin introk op de Lange Vijverberg. Vanwege hun losbandige gedrag kregen de dochters Musch een slechte naam bij de vrome inwoners van Den Haag, hoewel predikant Stermont naar het schijnt graag bij hen op bezoek ging ‘om te zien of de dochters in ’t dansen wat toegenomen hebben’ (Wildeman, 116). Elisabeth lijkt een echt feestbeest te zijn geweest, getuige een brief van Constantijn Huygens uit 1663. In beschonken toestand en gehuld in jongenskleren liep zij met een groep jongemannen schreeuwend over de deftige Voorhout, zwaaiend met een getrokken degen.
Vanwege het familiefortuin waren de zusters Musch een aantrekkelijke partij op de huwelijksmarkt. Elisabeth, inmiddels eigenares van de door haar vader nagelaten heerlijkheid Nieuwveen bij Nootdorp, was ook nog eens bevallig en een flirt, zodat zij in het oog sprong bij potentiële kandidaten. Zij koos uiteindelijk voor de Franse ritmeester en stadhouderlijke page Henri de Fleury de Culan, een uitstekende soldaat maar ook een stevige drinker. Na hun ondertrouw op 3 maart 1664 vertrok de 25-jarige Elisabeth met haar aanstaande naar het leengoed van haar stiefvader bij Naaldwijk, waar werd gefeest met de fine fleur van de prinsgezinden. Op 1 april werd het huwelijk ingezegend in de kerk van Naaldwijk. Hierna betrokken de echtelieden een gehuurde woning in de Hoge Nieuwstraat in Den Haag, tussen Voorhout en Vijverberg.
Elisabeth Musch en Henri Buat kregen twee zoontjes die beiden als tweede naam Cornelis kregen, naar hun beruchte grootvader, en beiden zeer jong overleden. Volgens de chroniqueur Amelot de la Houssaie was het huwelijk ook in andere opzichten weinig gelukkig. Zo kreeg Elisabeth van haar echtgenoot honderd slagen met de vlakke kant van zijn sabel toen zij een keer een week lang niet thuis was gekomen (De la Houssaye, 544). Vanwege zijn dubieuze rol als bemiddelaar tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) werd Buat in augustus 1666 gearresteerd en gevangen gezet. Ook Elisabeth Musch, die vaak de pen had gevoerd namens haar man, werd ondervraagd tijdens het proces. Zij probeerde Buat vrij te pleiten door te zeggen dat hij als militair niets van politiek wist, maar haar poging was vergeefs: op 11 oktober werd hij op beschuldiging van hoogverraad onthoofd. Na zijn executie vertrok Elisabeth Musch naar Frankrijk voor de afhandeling van zijn nalatenschap. Op grond van vermeende medeplichtigheid in de Buat-affaire liet het Hof van Holland haar weten dat ze voorlopig niet meer welkom was in het gewest. Tegen de deurwaarder die deze boodschap bracht, antwoordde zij kortaf: ‘Het is zeer wel’(Wildeman, 120).
In april 1667 bereikte Musch met haar tweede zoontje, toen nog in leven, hun ballingsoord Parijs, maar zij kon er moeilijk wennen. Wel hield zij er een intensief liefdesleven op na, aldus opnieuw De la Houssaye. Enige tijd leefde zij samen met kapitein Joinville van de zwarte musketiers. Toch bewoog zij hemel en aarde om de ballingschap te laten opheffen. Zelfs de minister en de koningen van Engeland en Frankrijk deden een goed woordje voor de weduwe, maar de Hollandse regering en het gerechtshof waren onverbiddelijk. Raadpensionaris De Witt vond dat ‘die vrouw noch om haar personele deugden, noch om de deugden van haar vader ofte moeder zulks meriteerde [: verdiende]’ (gecit. Wildeman, 111). Vanuit Parijs verhuisde zij in 1669 daarom naar Breda, waar zij onderdak vond bij haar nichten.
Toen in 1672 oorlog met Frankrijk uitbrak, moest Elisabeth Musch terug naar Parijs om te voorkomen dat haar bezit aldaar zou worden geconfisqueerd. Zij kreeg er bezoek van vrienden als de wetenschapper Christiaan Huygens en de gezant Christiaan Rumpf. In januari 1674 werd zij door de Fransen onder huisarrest geplaatst ter vergelding van een op last van de Hollandse staten vastgehouden Française. Het was geen zware straf: zij bleef feesten organiseren en haar bewaker mocht meedoen. Na de vrijlating van de Française kreeg ook Musch ontslag. De kosten van het arrest zou zij kunnen verhalen op Lodewijk XIV, bij wie zij in februari 1674 op bezoek ging. Dankzij het arrest genoot zij bekendheid aan het hof van Versailles en bij de beau monde van Parijs, waar zij zich steeds meer thuis voelde. Omdat de bordjes waren verhangen in de Republiek, pendelde zij in deze periode tussen Parijs en Den Haag, waar zij nog steeds een huis bezat naast haar zusters op de Vijverberg. Haar vermogen werd in 1674 geschat op veertigduizend gulden (Van Gelder, 51).
Laatste liefde
Op 46-jarige leeftijd bekeerde Elisabeth Musch zich in Parijs tot het katholieke geloof. Volgens Christiaan Huygens was die late bekering noodzakelijk om met een katholiek te kunnen trouwen. Het zou ook kunnen dat de religieuze omstandigheden zoals de Herroeping van het Edict van Nantes (1685) daarbij een rol speelden. Tot een huwelijk is het echter niet meer gekomen. In Den Haag had Elisabeth nog een verhouding met de negen jaar jongere Johan Teding van Berkhout, heer van Sliedrecht, die zij volgens Huygens goed onder de duim hield (Journaal 1, 176; 2, 331). Vervolgens verscheen zij in september 1687 in Saint-Cyr op de begrafenis van haar geliefde gezelschapsdame, waarna zij weer in Breda opdook bij de familie van haar tante. Vanwege het uitbreken van de Negenjarige Oorlog (1688) moest zij als Française – ze was door Lodewijk XIV genaturaliseerd – terug naar haar nieuwe vaderland. Toch verscheen zij in april 1694 weer in Den Haag. Teding van Berkhout was inmiddels getrouwd in Engeland, maar zij vond vervanging in een drietal heren. Een van hen, de ritmeester Golstein, noemde de 55-jarige weduwe volgens Huygens ‘een zeer heet vrouwmens’ (Journaal 2, 331).
Haar laatste levensjaren sleet Elisabeth Musch in de omgeving van haar kasteel in Saint-Cyr. Zij was er bevriend met lokale edellieden, bij wie zij de doopplechtigheden van hun kinderen bijwoonde. In haar Franse testament van 1696 benoemde zij een François Poilloy vanwege diens ‘goede diensten’ als universeel erfgenaam van de goederen aldaar. Mogelijkerwijs was hij haar laatste liefde, maar over zijn achtergrond is niets bekend. Op 11 augustus 1699 overleed Elisabeth Musch op haar kasteel in Saint-Cyr. De Hollandse nalatenschap mocht pas na dertig jaar verdeeld worden. Vier afstammelingen van haar zusters plukten in 1730 de vruchten van deze testamentaire bepaling van hun oudtante.
Reputatie
Naast een fortuin heeft Musch een onsterfelijke reputatie nagelaten. Tijdgenoten waren al bijzonder geïnteresseerd in haar frivole handel en wandel en de schrijvende militair Coenraet Droste memoreerde haar meeste streken in zijn Overblijfsels van geheughenis. In de negentiende eeuw presenteerde auteur Jacob van Lennep de titelheldin van zijn historische ‘tafereel’ Elisabeth Musch (1850) als zachte, liefhebbende en zedige echtgenote die het bovendien niet al te breed had, zodat haar man gedwongen werd als bijverdienste in geheime correspondentie met Engeland te treden. Van Lennep plaatste enkele originele documenten tussen zijn teksten om de authenticiteit van zijn verhaal aan te tonen. Door Buat en zijn vrouw als keurige echtelieden te presenteren, schilderde hij raadpensionaris De Witt af als een hardvochtige schurk die de arme weduwe Musch niet eens liet terugkeren naar haar vaderland. Dit leidde tot ergernis bij historicus Robert Fruin, die het beeld van Elisabeth Musch als vrome vrouw grondig corrigeerde (Wildeman, 110-111). Van Lennep heeft later zijn ongegronde interpretatie toegegeven, zodat madame Musch sindsdien bekendstaat als een valse lichtekooi. In de televisieserie Ritmeester Buat uit 1968 speelde actrice Sigrid Koetse de rol van Elisabeth Musch.
Naslagwerken
NNBW.
Literatuur
Amelot de la Houssaye, Mémoires historiques, politiques, critiques et littéraires, deel 1 (Amsterdam 1722) 543-544.
Coenraet Droste, Overblijfsels van geheughenis der bijzonderste levensgevallen (Den Haag 1728).
Jacob van Lennep, Elizabeth Musch: een tafereel uit de zeventiende eeuw (Amsterdam 1850-1851).
M.G. Wildeman, Elisabeth Musch: geschiedkundige aanteekeningen (Amersfoort 1896) [bevat als bijlage de Aanteekeningen op Overblyfsels van geheugchenis, der bisonderste voorvallen in het leeven van den Heere Coenraet Droste van R. Fruin].
Journaal van Constantijn Huygens, den zoon, van 21 October 1688 tot 2 Sept. 1696, deel 1 (Utrecht 1876) 176; deel 2 (Utrecht 1877) 331.
R. Fruin, ‘Het proces van Buat’, in: Idem, Verspreide geschriften, deel 4 (Den Haag 1902) 261, 267.
H.E. van Gelder, ‘Haagsche cohieren, II, 1674’, Jaarboek Die Haghe (1914-15) 1-117, aldaar 50-51.
P. Geyl, Oranje en Stuart, 1641-1672 (Utrecht 1939) 302, 308, 335.
G. de Bruin, Geheimhouding en verraad: de geheimhouding van staatszaken ten t?de van de Republiek (1600-1750) (Den Haag 1991) 529-538.
Illustratie
Prent uit: J. van Lennep, Elisabeth Musch [Romantische Werken 8] (Rotterdam 1857).
- See more at: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/MuschElisabeth#sthash.Atywl0It.dpuf, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 13 mrt 1639, ovl. (60 jaar oud) te Saint-Cyr-Sur-Morin [Frankrijk] op 11 aug 1699.
- Vader:
Cornelis Musch heer van Waalsdorp, Nieuwveen en Carnisse, rondde zijn rechtenstudie te Leiden af met een promotie te Orléans 1617, zn. van Jan Jacobs Musch en Maritgen Cornelisdr. Matelieff, geb. te Brielle [zh] circa 1593, advocaat 1618 Den Haag, secretaris van Rotterdam 1619-1628, griffier der Staten-Generaal 1628-1650 en andere publieke functies, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 15 dec 1650, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 23 dec 1650, tr. (resp. ongeveer 42 en ongeveer 17 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 jun 1636.
- Moeder:
Elisabeth Cats vrouwe van Carnisse, dr. van Jacob Cats (advocaat te 's-Gravenhage 1599-1602 en te Middelburg 1603-1611, pensionaris van Dordrecht 1623-1636) en Elisabeth van Valkenburg, geb. te Middelburg [ze] in 1618, ged. te Middelburg [ze] op 5 okt 1618, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Nieuwe Kerk op 30 jan 1673, tr. (2) met Diederick Pauw heer van Rijnenburg, ter Horst, Teylingerbosch en Carnisse. Diederik Pauw, heer van Carnisse (1618-1688) woonde in Den Haag aan de Kneuterdijk. In 1652 kocht hij het landgoed Patijnenburg bij Naaldwijk. Hij bekleedde diverse functies in Den Haag en was van 1668 tot 1681 hoofdingeland van de Beemster. In 1674 was hij de rijkste inwoner van Den Haag met een vermogen van ruim 1,1 miljoen gulden. Na zijn dood vererfde de hofstede in de Beemster op zijn zoon Johannes Pauw, heer van Rijnenburg (1645-1708). Na diens dood werd zijn nalatenschap verdeeld tussen zijn twee kinderen waarbij de BK7 samen met het erachter liggende tochtstuk van DK17 werd geërfd door dochter Alida.
Alida Pauw (†1722) trouwde in 1712 met mr. Joan Jacob Mauricius. Volgens hun testament was hij haar erfgenaam en daarom liet hij in 1725 het huis met ruim 28 morgen land op zijn naam overboeken. Uit dit huwelijk een dochter.
tr. (24 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 3 mrt 1664
met
Henri de Fleury de Coulan Sieur de Buat, St Sire et La Forest de Gay, ovl. te 's-Gravenhage [zh] Onthoofd, na beschuldiging van landverraad; Henry de Fleury de Coulan, beter bekend als Ritmeester Buat, raakt tijdens de Tweede Engelse Oorlog betrokken bij geheime onderhandelingen met de Engelsen. Een van de beoogde doelen van deze onderhandelingen is het doen benoemen van prins Willem III als stadhouder van Holland. Johan de Witt, verklaard tegenstander van het Oranjehuis, laat Buat oppakken wegens landverraad nadat deze per ongeluk een belastende brief aan de Witt heeft overhandigd. Op 11 oktober 1666 wordt hij op het Groene Zoodje door scherprechter Christiaan Hals onthoofd op 11 okt 1666.
>
Anna Catharina Musch
Anna Catharina Musch, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 16 jun 1641, ovl. (26 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 30 okt 1667.
- Vader:
Cornelis Musch heer van Waalsdorp, Nieuwveen en Carnisse, rondde zijn rechtenstudie te Leiden af met een promotie te Orléans 1617, zn. van Jan Jacobs Musch en Maritgen Cornelisdr. Matelieff, geb. te Brielle [zh] circa 1593, advocaat 1618 Den Haag, secretaris van Rotterdam 1619-1628, griffier der Staten-Generaal 1628-1650 en andere publieke functies, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 15 dec 1650, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 23 dec 1650, tr. (resp. ongeveer 42 en ongeveer 17 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 jun 1636.
- Moeder:
Elisabeth Cats vrouwe van Carnisse, dr. van Jacob Cats (advocaat te 's-Gravenhage 1599-1602 en te Middelburg 1603-1611, pensionaris van Dordrecht 1623-1636) en Elisabeth van Valkenburg, geb. te Middelburg [ze] in 1618, ged. te Middelburg [ze] op 5 okt 1618, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Nieuwe Kerk op 30 jan 1673, tr. (resp. ongeveer 33 en 33 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] Door dit tweede huwelijk werd Pauw de stiefvader van Elisabeth Musch, wier lotgevallen deels door J.v. Lennep in zijn bekenden roman, deels door M.G. Wildeman (El. Musch) zijn meegedeeld op 28 jan 1652 met Diederick Pauw heer van Rijnenburg, ter Horst, Teylingerbosch en Carnisse. Diederik Pauw, heer van Carnisse (1618-1688) woonde in Den Haag aan de Kneuterdijk. In 1652 kocht hij het landgoed Patijnenburg bij Naaldwijk. Hij bekleedde diverse functies in Den Haag en was van 1668 tot 1681 hoofdingeland van de Beemster. In 1674 was hij de rijkste inwoner van Den Haag met een vermogen van ruim 1,1 miljoen gulden. Na zijn dood vererfde de hofstede in de Beemster op zijn zoon Johannes Pauw, heer van Rijnenburg (1645-1708). Na diens dood werd zijn nalatenschap verdeeld tussen zijn twee kinderen waarbij de BK7 samen met het erachter liggende tochtstuk van DK17 werd geërfd door dochter Alida.
Alida Pauw (†1722) trouwde in 1712 met mr. Joan Jacob Mauricius. Volgens hun testament was hij haar erfgenaam en daarom liet hij in 1725 het huis met ruim 28 morgen land op zijn naam overboeken. Uit dit huwelijk een dochter.
tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 24 jaar oud) circa 1660
met
Carel baron van den Boetzelaer, zn. van Philip Jacob van den Boetzelaer en Anna van der Noot, geb. op 13 jul 1635, ovl. (72 jaar oud) op 28 jan 1708, tr. (2) met Sophia Ferens van Alant. Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Philips | *1664 | 's-Gravenhage [zh] | †1706 | | 41 | 1 | 1 |
>