Website van Leo HENDRIKS
Agnes Margaretha van Heemskerck
Agnes Margaretha van Heemskerck, geb. te Haarlem [nh] op 4 mei 1769, ovl. (76 jaar oud) te Voorschoten [zh] op 19 aug 1845.

tr. (resp. 23 en 28 jaar oud) te Nantes [Frankrijk] op 8 mei 1792
met

Lodewijk Rutgers van Rozenburg, zn. van Leonard Rutgers van Rozenburg en Eleonore Angelique Louise Tronchin du Breuil, geb. te Amsterdam [nl] op 26 jun 1763, ged. (25 jaar oud) te Haarlem [nh] op 10 jun 1789, ovl. (75 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 30 mrt 1839.

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
David*1794 Amsterdam [nl] †1857 Bloemendaal [nh] 63


Lodewijk Rutgers van Rozenburg
Lodewijk Rutgers van Rozenburg, geb. te Amsterdam [nl] op 26 jun 1763, ged. (25 jaar oud) te Haarlem [nh] op 10 jun 1789, ovl. (75 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 30 mrt 1839.

tr. (resp. 28 en 23 jaar oud) te Nantes [Frankrijk] op 8 mei 1792
met

Agnes Margaretha van Heemskerck, dr. van Johan Hendrik van Heemskerck en Geertruyda Catharina Testart, geb. te Haarlem [nh] op 4 mei 1769, ovl. (76 jaar oud) te Voorschoten [zh] op 19 aug 1845.

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
David*1794 Amsterdam [nl] †1857 Bloemendaal [nh] 63


Leonard Rutgers van Rozenburg
Leonard Rutgers van Rozenburg, geb. te Amsterdam [nl] op 6 nov 1723, ovl. (67 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 10 jun 1791.

tr. (resp. 32 en 27 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 mei 1756
met

Eleonore Angelique Louise Tronchin du Breuil, geb. te Amsterdam [nl] op 24 apr 1729, ovl. (68 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1797.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leonard*1760 Amsterdam [nl] †1831 Ubbergen [ge] 71
Lodewijk*1763 Amsterdam [nl] †1839 Amsterdam [nl] 7511 
Louise*1768  †1824 Rosendaal 55


Eleonore Angelique Louise Tronchin du Breuil
Eleonore Angelique Louise Tronchin du Breuil, geb. te Amsterdam [nl] op 24 apr 1729, ovl. (68 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1797.

tr. (resp. 27 en 32 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 mei 1756
met

Leonard Rutgers van Rozenburg, zn. van David Rutgers van Rozenburg (zijdelakenfabrikant, erfde Groenevecht) en Maria de Neufville, geb. te Amsterdam [nl] op 6 nov 1723, ovl. (67 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 10 jun 1791.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leonard*1760 Amsterdam [nl] †1831 Ubbergen [ge] 71
Lodewijk*1763 Amsterdam [nl] †1839 Amsterdam [nl] 7511 
Louise*1768  †1824 Rosendaal 55


Anthonie van Charante
Anthonie van Charante, ged. te Rotterdam [zh] op 17 okt 1783, ovl. (ongeveer 80 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 25 feb 1864.

tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 20 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 25 okt 1807
met

Geertrui Johanna de Heer, dr. van Nicolaas de Heer en Lena de Leeuw, ged. te Rotterdam [zh] op 17 jun 1787, ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 7 mrt 1819.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas*1811 Rotterdam [zh] †1873 Zaandam [nh] 61


Geertrui Johanna de Heer
Geertrui Johanna de Heer, ged. te Rotterdam [zh] op 17 jun 1787, ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 7 mrt 1819.

tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 24 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 25 okt 1807
met

Anthonie van Charante, zn. van Nicolaas Hendrik van Charante en Jacomine Johanna van Egmont (1774—86 en 1790-1816 regentes gereformeerd burger Weeshuis), ged. te Rotterdam [zh] op 17 okt 1783, ovl. (ongeveer 80 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 25 feb 1864.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas*1811 Rotterdam [zh] †1873 Zaandam [nh] 61


Nicolaas Antonie van Charante
Nicolaas Antonie van Charante, geb. te Rotterdam [zh] op 19 dec 1811, predikant te Rockanje en Oostzaan, ovl. (61 jaar oud) te Zaandam [nh] op 9 sep 1873.

tr. (resp. 30 en 24 jaar oud) te Rockanje [zh] op 26 aug 1842
met

Maria Elisabeth ten Bosch, dr. van Cornelis ten Bosch en Sophia Magdalena Voet, geb. te Amsterdam [nl] op 18 jan 1818, ovl. (78 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 19 mei 1896.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gustaaf*1848 Zaandam [nh] †1884 Paramaribo [Suriname] 35


Maria Elisabeth ten Bosch
Maria Elisabeth ten Bosch, geb. te Amsterdam [nl] op 18 jan 1818, ovl. (78 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 19 mei 1896.

tr. (resp. 24 en 30 jaar oud) te Rockanje [zh] op 26 aug 1842
met

Nicolaas Antonie van Charante, zn. van Anthonie van Charante en Geertrui Johanna de Heer, geb. te Rotterdam [zh] op 19 dec 1811, predikant te Rockanje en Oostzaan, ovl. (61 jaar oud) te Zaandam [nh] op 9 sep 1873.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gustaaf*1848 Zaandam [nh] †1884 Paramaribo [Suriname] 35


Gustaaf Adolf van Charante
Gustaaf Adolf van Charante, geb. te Zaandam [nh] op 26 nov 1848, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] in 1884.

tr. (29 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] op 7 aug 1878
met

Louise Lambertina Thijm.


Louise Lambertina Thijm
Louise Lambertina Thijm.

tr. (Gustaaf 29 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] op 7 aug 1878
met

Gustaaf Adolf van Charante, zn. van Nicolaas Antonie van Charante (predikant te Rockanje en Oostzaan) en Maria Elisabeth ten Bosch, geb. te Zaandam [nh] op 26 nov 1848, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] in 1884.


Jean Louis Heilmann van Stoutenburg
Jean Louis Heilmann van Stoutenburg ook: Von Heylmann, geb. te Maastricht [li] op 27 dec 1721, luit. kolonel in Staatse dienst, ovl. (68 jaar oud) te Bree op 6 okt 1790.

tr. te Leiden [zh]
met

Elisabeth Margaretha Fransen Frantzen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petrus*1754 Maaseik [b] †1816 Stoutenburg [ut] 61
Louis*1767 Bree †1829 Vreeland [ut] 61
Maria*1770 Bree †1803 Putten [ge] 32


Elisabeth Margaretha Fransen
Elisabeth Margaretha Fransen Frantzen.

tr. te Leiden [zh]
met

Jean Louis Heilmann van Stoutenburg ook: Von Heylmann, geb. te Maastricht [li] op 27 dec 1721, luit. kolonel in Staatse dienst, ovl. (68 jaar oud) te Bree op 6 okt 1790.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petrus*1754 Maaseik [b] †1816 Stoutenburg [ut] 61
Louis*1767 Bree †1829 Vreeland [ut] 61
Maria*1770 Bree †1803 Putten [ge] 32


Ferdinand Philips van Merode
Ferdinand Philips van Merode, geb. te Lanaken [België] Pietersheim op 21 okt 1626.

tr.
met

Magdalena de Grand Vilain.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Isabella*1649  †1701 Brussel [België] 51


Maximiliaan van Merode
Maximiliaan van Merode, geb. te Lanaken [België] Pietersheim op 23 dec 1627, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Spa (B) [b] in 1675.

tr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 16 jaar oud) met pauselijke dispensatie in 1665
met

Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo, dr. van Ferdinand Philips van Merode en Magdalena de Grand Vilain, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Brussel [België] op 5 jan 1701, tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 40 jaar oud) (2) te Brussel [België] in 1677 met Joachim Ernst II von Oldenburg, geb. in 1637, Herzog von Schleswig-Holstein-Plön-Rethwisch, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Madrid [Spanje] in 1700. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1674 Brussel [België] †1732  58


Magdalena de Grand Vilain
Magdalena de Grand Vilain.

tr.
met

Ferdinand Philips van Merode, zn. van Floris van Merode en Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn, geb. te Lanaken [België] Pietersheim op 21 okt 1626.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Isabella*1649  †1701 Brussel [België] 51


Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo
Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Brussel [België] op 5 jan 1701.

tr. (resp. ongeveer 16 en ongeveer 37 jaar oud) (1) met pauselijke dispensatie in 1665
met

Maximiliaan van Merode, zn. van Floris van Merode en Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn, geb. te Lanaken [België] Pietersheim op 23 dec 1627, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Spa (B) [b] in 1675.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1674 Brussel [België] †1732  58

tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 40 jaar oud) (2) te Brussel [België] in 1677
met

Joachim Ernst II von Oldenburg, geb. in 1637, Herzog von Schleswig-Holstein-Plön-Rethwisch, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Madrid [Spanje] in 1700.


Johan Philips Eugenius van Merode
Johan Philips Eugenius van Merode Jan Filips Eugeen van Merode was een vooraanstaand edelman en legeraanvoerder in de Zuidelijke Nederlanden en het Rijnland uit het Huis Merode. Zijn volledige titulatuur luidde: Graaf van Merode en van het Heilig Rijk, 5de Markies van Westerlo, Graaf van Montfort, Olen en Batenburg, Baron van Pietersheim, Steyn en Quabeek, Heer van Geel, Herselt, Hulshout, Odenkirchen, en Ridderkirchen. Erfburggraaf van het Aartsbisdom Keulen, Grande van Spanje van eerste klasse, Lid van de raad van State en van Oorlog, Kapitein van de Brabantse lijfwacht van zijne Keizerlijke en Katholieke Majesteit, Ridder van het Gulden Vlies, en Kamerheer en Veldmaarschalk des Keizers.
Jan Filips Eugeen van Merode was het enige overlevende kind van Maximiliaan van Merode (de zoon van Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn) en Isabella-Margaretha van Merode. Zijn ouders waren zeer naaste verwanten (oom en nicht) en waren gehuwd met pauselijke dispensatie in een wanhoopspoging om met hun huwelijk de erfenis bijeen te houden en zo de familie van het bankroet te redden. Een jaar na zijn geboorte stierf zijn vader en naderhand trad zijn moeder in het huwelijk met de hertog van Hollstein-Retwisch. Deze legeraanvoerder stuurde de jonge Jan Filips Eugeen in de richting van een militaire carrière. Reeds als vijftienjarige woonde hij de veldslag bij in het Noord-Afrikaanse Oran tegen de sultan van Marokko. In de loop van zijn carrière zou Van Merode onder heel wat verschillende vorsten dienen. In de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog moest Jan Filips Eugeen soms noodgedwongen het andere kamp kiezen om zijn heerlijkheden te kunnen behouden. Achtereenvolgens diende hij met zijn regiment (het zogenaamde ‘Regiment van Westerloo’) onder de Stadhouder Willem III, de Spaanse koning Karel II, de nieuwe Spaanse koning Filips V, Maximiliaan II Emanuel van Beieren en de Habsburgs/Oostenrijkse keizers Leopold I, Jozef I en Karel VI. Aanvankelijk verloopt zijn militaire carrière voorspoedig. In 1694 wordt hij verheven tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Het succes dat hij boekte met zijn regiment in de veldslag bij Ekeren in 1703 leverde hem de titel van veldmaarschalk op. De slag bij Höchstädt in 1704 was wellicht een dieptepunt in zijn militaire carrière. Hij ontsnapte er ternauwernood aan de dood en verloor de veldslag aan de zijde van de Fransen onder het opperbevel van Tallard en Marsin.
Van Merode trok zich meer en meer terug op zijn kastelen in Westerlo, Pietersheim en Merode waardoor zijn carrière enigszins stagneerde. In 1711 werd hij nog benoemd tot kamerheer en veldmaarschalk van Karel VI maar later viste hij achter het door hem geambieerde gouverneurschap van Luxemburg.
Door zijn onverzettelijk en moeilijk karakter raakte hij in conflict met belangrijke persoonlijkheden zoals Eugenius van Savoye en de Markies van Prié
In het tweede en derde decennium van de 18de-eeuw ging de veldmaarschalk zich meer en meer toeleggen op de verfraaiing van zijn kastelen en parken en op het aanleggen van een bibliotheek en een kunstcollectie. Zoals gezegd stagneerde zijn publieke carrière en bracht hij meer tijd door op zijn landgoederen. Hij schreef er onder meer zijn beroemde memoires of “Souvenirs” die meer dan een eeuw later door zijn achterkleinzoon Henri I de Merode in een “gekuiste” versie werden uitgegeven. Deze memoires geven een beeld van het politieke en militaire leven in de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog en de vroege jaren van het Oostenrijks bewind. Hoewel hijzelf geen degelijke opleiding had genoten en allesbehalve als een intellectueel kon worden beschouwd stelde de veldmaarschalk een aanzienlijke bibliotheek samen en correspondeerde hij met vooraanstaande denkers en geleerden van zijn tijd zoals de Duitse wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz. Uit de persoonlijke correspondentie blijkt echter dat de bibliofilie van de Veldmaarschalk niet zozeer was ingegeven door intellectuele motieven maar eerder omwille van representatieve doeleinden. Ondanks zijn aanhoudende geldgebrek spendeerde de Markies enorme bedragen aan boeken, meubelen, snuisterijen, juwelen en kleding. Daarbovenop kwamen nog eens de kosten voor het in stand houden van zijn regiment, zijn hofhouding en het beheer van zijn domeinen. Ondanks de protesten van zijn Ierse rentmeester Hennessy spendeerde de Veldmaarschalk enorme sommen aan de aanleg van een net van dreven rond het dorp en het kasteel van Westerlo. Hier liet hij ook een park aanleggen met een “Grand Canal” een langwerpige waterpartij naar het voorbeeld van Versailles. Om het kasteel en het park op te luisteren met beeldhouwwerken en poorten deed hij een beroep op de Antwerpse bouwmeester en beeldhouwer Jan Pieter van Baurscheit de Oude. Ook de wandtapijten en schilderijen die hij bestelde moesten uiting geven aan de invloed en het hoogadellijke karakter van zichzelf en zijn geslacht. Bij de Brusselse schilders Augustin Coppens en Jan Van Orley bestelde hij ontwerpen voor wandtapijten die zijn bezittingen en kastelen weergeven omringd door trofeeën en personificaties van de deugden. Op een van de tapijten die werden geweven door Judocus de Vos is zijn eerste vrouw voorgesteld als personificatie van de Fortitudo. Later liet hij door de Weense hofschilder Jacques van Schuppen een monumentaal ruiterportret van hemzelf schilderen. Dit werk prijkt vandaag nog in de grote eetzaal van het kasteel van Westerlo. Aan Van Schuppen gaf hij ook de opdracht een familieportret uit te voeren met zijn tweede vrouw en de kinderen. De schilder reisde vanuit Wenen naar Merode om voorstudies te maken. Het doek werd echter niet door hem voltooid omdat de Veldmaarschalk weigerde te betalen!, geb. te Brussel [België] op 24 jun 1674, ovl. (58 jaar oud) op 12 sep 1732 op het kasteel van Merode bij Düren.

tr. (ongeveer 27 jaar oud) (1) te Bayonne [Frankrijk] in 1701
met

Maria Theresia de Aragon y Pignatelli dochter van de onderkoning van Sardinië, ovl. in 1718.

tr. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 18 jaar oud) (2) in 1721
met

Charlotte Wilhelmine van Nassau-Hadamar, dr. van Francis Alexander van Nassau-Hadamar en Elizabeth Catherine Felicitas von Hesse-Rheinfels-Rotenburg, geb. in 1703, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) in 1740.


Maria Theresia de Aragon y Pignatelli
Maria Theresia de Aragon y Pignatelli dochter van de onderkoning van Sardinië, ovl. in 1718.

tr. (Johan ongeveer 27 jaar oud) te Bayonne [Frankrijk] in 1701
met

Johan Philips Eugenius van Merode Jan Filips Eugeen van Merode was een vooraanstaand edelman en legeraanvoerder in de Zuidelijke Nederlanden en het Rijnland uit het Huis Merode. Zijn volledige titulatuur luidde: Graaf van Merode en van het Heilig Rijk, 5de Markies van Westerlo, Graaf van Montfort, Olen en Batenburg, Baron van Pietersheim, Steyn en Quabeek, Heer van Geel, Herselt, Hulshout, Odenkirchen, en Ridderkirchen. Erfburggraaf van het Aartsbisdom Keulen, Grande van Spanje van eerste klasse, Lid van de raad van State en van Oorlog, Kapitein van de Brabantse lijfwacht van zijne Keizerlijke en Katholieke Majesteit, Ridder van het Gulden Vlies, en Kamerheer en Veldmaarschalk des Keizers.
Jan Filips Eugeen van Merode was het enige overlevende kind van Maximiliaan van Merode (de zoon van Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn) en Isabella-Margaretha van Merode. Zijn ouders waren zeer naaste verwanten (oom en nicht) en waren gehuwd met pauselijke dispensatie in een wanhoopspoging om met hun huwelijk de erfenis bijeen te houden en zo de familie van het bankroet te redden. Een jaar na zijn geboorte stierf zijn vader en naderhand trad zijn moeder in het huwelijk met de hertog van Hollstein-Retwisch. Deze legeraanvoerder stuurde de jonge Jan Filips Eugeen in de richting van een militaire carrière. Reeds als vijftienjarige woonde hij de veldslag bij in het Noord-Afrikaanse Oran tegen de sultan van Marokko. In de loop van zijn carrière zou Van Merode onder heel wat verschillende vorsten dienen. In de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog moest Jan Filips Eugeen soms noodgedwongen het andere kamp kiezen om zijn heerlijkheden te kunnen behouden. Achtereenvolgens diende hij met zijn regiment (het zogenaamde ‘Regiment van Westerloo’) onder de Stadhouder Willem III, de Spaanse koning Karel II, de nieuwe Spaanse koning Filips V, Maximiliaan II Emanuel van Beieren en de Habsburgs/Oostenrijkse keizers Leopold I, Jozef I en Karel VI. Aanvankelijk verloopt zijn militaire carrière voorspoedig. In 1694 wordt hij verheven tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Het succes dat hij boekte met zijn regiment in de veldslag bij Ekeren in 1703 leverde hem de titel van veldmaarschalk op. De slag bij Höchstädt in 1704 was wellicht een dieptepunt in zijn militaire carrière. Hij ontsnapte er ternauwernood aan de dood en verloor de veldslag aan de zijde van de Fransen onder het opperbevel van Tallard en Marsin.
Van Merode trok zich meer en meer terug op zijn kastelen in Westerlo, Pietersheim en Merode waardoor zijn carrière enigszins stagneerde. In 1711 werd hij nog benoemd tot kamerheer en veldmaarschalk van Karel VI maar later viste hij achter het door hem geambieerde gouverneurschap van Luxemburg.
Door zijn onverzettelijk en moeilijk karakter raakte hij in conflict met belangrijke persoonlijkheden zoals Eugenius van Savoye en de Markies van Prié
In het tweede en derde decennium van de 18de-eeuw ging de veldmaarschalk zich meer en meer toeleggen op de verfraaiing van zijn kastelen en parken en op het aanleggen van een bibliotheek en een kunstcollectie. Zoals gezegd stagneerde zijn publieke carrière en bracht hij meer tijd door op zijn landgoederen. Hij schreef er onder meer zijn beroemde memoires of “Souvenirs” die meer dan een eeuw later door zijn achterkleinzoon Henri I de Merode in een “gekuiste” versie werden uitgegeven. Deze memoires geven een beeld van het politieke en militaire leven in de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog en de vroege jaren van het Oostenrijks bewind. Hoewel hijzelf geen degelijke opleiding had genoten en allesbehalve als een intellectueel kon worden beschouwd stelde de veldmaarschalk een aanzienlijke bibliotheek samen en correspondeerde hij met vooraanstaande denkers en geleerden van zijn tijd zoals de Duitse wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz. Uit de persoonlijke correspondentie blijkt echter dat de bibliofilie van de Veldmaarschalk niet zozeer was ingegeven door intellectuele motieven maar eerder omwille van representatieve doeleinden. Ondanks zijn aanhoudende geldgebrek spendeerde de Markies enorme bedragen aan boeken, meubelen, snuisterijen, juwelen en kleding. Daarbovenop kwamen nog eens de kosten voor het in stand houden van zijn regiment, zijn hofhouding en het beheer van zijn domeinen. Ondanks de protesten van zijn Ierse rentmeester Hennessy spendeerde de Veldmaarschalk enorme sommen aan de aanleg van een net van dreven rond het dorp en het kasteel van Westerlo. Hier liet hij ook een park aanleggen met een “Grand Canal” een langwerpige waterpartij naar het voorbeeld van Versailles. Om het kasteel en het park op te luisteren met beeldhouwwerken en poorten deed hij een beroep op de Antwerpse bouwmeester en beeldhouwer Jan Pieter van Baurscheit de Oude. Ook de wandtapijten en schilderijen die hij bestelde moesten uiting geven aan de invloed en het hoogadellijke karakter van zichzelf en zijn geslacht. Bij de Brusselse schilders Augustin Coppens en Jan Van Orley bestelde hij ontwerpen voor wandtapijten die zijn bezittingen en kastelen weergeven omringd door trofeeën en personificaties van de deugden. Op een van de tapijten die werden geweven door Judocus de Vos is zijn eerste vrouw voorgesteld als personificatie van de Fortitudo. Later liet hij door de Weense hofschilder Jacques van Schuppen een monumentaal ruiterportret van hemzelf schilderen. Dit werk prijkt vandaag nog in de grote eetzaal van het kasteel van Westerlo. Aan Van Schuppen gaf hij ook de opdracht een familieportret uit te voeren met zijn tweede vrouw en de kinderen. De schilder reisde vanuit Wenen naar Merode om voorstudies te maken. Het doek werd echter niet door hem voltooid omdat de Veldmaarschalk weigerde te betalen!, zn. van Maximiliaan van Merode en Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo, geb. te Brussel [België] op 24 jun 1674, ovl. (58 jaar oud) op 12 sep 1732 op het kasteel van Merode bij Düren, tr. (2) met Charlotte Wilhelmine van Nassau-Hadamar. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Charlotte Wilhelmine van Nassau-Hadamar
Charlotte Wilhelmine van Nassau-Hadamar, geb. in 1703, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) in 1740.

tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 47 jaar oud) in 1721
met

Johan Philips Eugenius van Merode Jan Filips Eugeen van Merode was een vooraanstaand edelman en legeraanvoerder in de Zuidelijke Nederlanden en het Rijnland uit het Huis Merode. Zijn volledige titulatuur luidde: Graaf van Merode en van het Heilig Rijk, 5de Markies van Westerlo, Graaf van Montfort, Olen en Batenburg, Baron van Pietersheim, Steyn en Quabeek, Heer van Geel, Herselt, Hulshout, Odenkirchen, en Ridderkirchen. Erfburggraaf van het Aartsbisdom Keulen, Grande van Spanje van eerste klasse, Lid van de raad van State en van Oorlog, Kapitein van de Brabantse lijfwacht van zijne Keizerlijke en Katholieke Majesteit, Ridder van het Gulden Vlies, en Kamerheer en Veldmaarschalk des Keizers.
Jan Filips Eugeen van Merode was het enige overlevende kind van Maximiliaan van Merode (de zoon van Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn) en Isabella-Margaretha van Merode. Zijn ouders waren zeer naaste verwanten (oom en nicht) en waren gehuwd met pauselijke dispensatie in een wanhoopspoging om met hun huwelijk de erfenis bijeen te houden en zo de familie van het bankroet te redden. Een jaar na zijn geboorte stierf zijn vader en naderhand trad zijn moeder in het huwelijk met de hertog van Hollstein-Retwisch. Deze legeraanvoerder stuurde de jonge Jan Filips Eugeen in de richting van een militaire carrière. Reeds als vijftienjarige woonde hij de veldslag bij in het Noord-Afrikaanse Oran tegen de sultan van Marokko. In de loop van zijn carrière zou Van Merode onder heel wat verschillende vorsten dienen. In de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog moest Jan Filips Eugeen soms noodgedwongen het andere kamp kiezen om zijn heerlijkheden te kunnen behouden. Achtereenvolgens diende hij met zijn regiment (het zogenaamde ‘Regiment van Westerloo’) onder de Stadhouder Willem III, de Spaanse koning Karel II, de nieuwe Spaanse koning Filips V, Maximiliaan II Emanuel van Beieren en de Habsburgs/Oostenrijkse keizers Leopold I, Jozef I en Karel VI. Aanvankelijk verloopt zijn militaire carrière voorspoedig. In 1694 wordt hij verheven tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Het succes dat hij boekte met zijn regiment in de veldslag bij Ekeren in 1703 leverde hem de titel van veldmaarschalk op. De slag bij Höchstädt in 1704 was wellicht een dieptepunt in zijn militaire carrière. Hij ontsnapte er ternauwernood aan de dood en verloor de veldslag aan de zijde van de Fransen onder het opperbevel van Tallard en Marsin.
Van Merode trok zich meer en meer terug op zijn kastelen in Westerlo, Pietersheim en Merode waardoor zijn carrière enigszins stagneerde. In 1711 werd hij nog benoemd tot kamerheer en veldmaarschalk van Karel VI maar later viste hij achter het door hem geambieerde gouverneurschap van Luxemburg.
Door zijn onverzettelijk en moeilijk karakter raakte hij in conflict met belangrijke persoonlijkheden zoals Eugenius van Savoye en de Markies van Prié
In het tweede en derde decennium van de 18de-eeuw ging de veldmaarschalk zich meer en meer toeleggen op de verfraaiing van zijn kastelen en parken en op het aanleggen van een bibliotheek en een kunstcollectie. Zoals gezegd stagneerde zijn publieke carrière en bracht hij meer tijd door op zijn landgoederen. Hij schreef er onder meer zijn beroemde memoires of “Souvenirs” die meer dan een eeuw later door zijn achterkleinzoon Henri I de Merode in een “gekuiste” versie werden uitgegeven. Deze memoires geven een beeld van het politieke en militaire leven in de woelige jaren van de Spaanse Successieoorlog en de vroege jaren van het Oostenrijks bewind. Hoewel hijzelf geen degelijke opleiding had genoten en allesbehalve als een intellectueel kon worden beschouwd stelde de veldmaarschalk een aanzienlijke bibliotheek samen en correspondeerde hij met vooraanstaande denkers en geleerden van zijn tijd zoals de Duitse wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz. Uit de persoonlijke correspondentie blijkt echter dat de bibliofilie van de Veldmaarschalk niet zozeer was ingegeven door intellectuele motieven maar eerder omwille van representatieve doeleinden. Ondanks zijn aanhoudende geldgebrek spendeerde de Markies enorme bedragen aan boeken, meubelen, snuisterijen, juwelen en kleding. Daarbovenop kwamen nog eens de kosten voor het in stand houden van zijn regiment, zijn hofhouding en het beheer van zijn domeinen. Ondanks de protesten van zijn Ierse rentmeester Hennessy spendeerde de Veldmaarschalk enorme sommen aan de aanleg van een net van dreven rond het dorp en het kasteel van Westerlo. Hier liet hij ook een park aanleggen met een “Grand Canal” een langwerpige waterpartij naar het voorbeeld van Versailles. Om het kasteel en het park op te luisteren met beeldhouwwerken en poorten deed hij een beroep op de Antwerpse bouwmeester en beeldhouwer Jan Pieter van Baurscheit de Oude. Ook de wandtapijten en schilderijen die hij bestelde moesten uiting geven aan de invloed en het hoogadellijke karakter van zichzelf en zijn geslacht. Bij de Brusselse schilders Augustin Coppens en Jan Van Orley bestelde hij ontwerpen voor wandtapijten die zijn bezittingen en kastelen weergeven omringd door trofeeën en personificaties van de deugden. Op een van de tapijten die werden geweven door Judocus de Vos is zijn eerste vrouw voorgesteld als personificatie van de Fortitudo. Later liet hij door de Weense hofschilder Jacques van Schuppen een monumentaal ruiterportret van hemzelf schilderen. Dit werk prijkt vandaag nog in de grote eetzaal van het kasteel van Westerlo. Aan Van Schuppen gaf hij ook de opdracht een familieportret uit te voeren met zijn tweede vrouw en de kinderen. De schilder reisde vanuit Wenen naar Merode om voorstudies te maken. Het doek werd echter niet door hem voltooid omdat de Veldmaarschalk weigerde te betalen!, zn. van Maximiliaan van Merode en Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo, geb. te Brussel [België] op 24 jun 1674, ovl. (58 jaar oud) op 12 sep 1732 op het kasteel van Merode bij Düren, tr. (1) met Maria Theresia de Aragon y Pignatelli dochter van de onderkoning van Sardinië. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Joachim Ernst II von Oldenburg
Joachim Ernst II von Oldenburg, geb. in 1637, Herzog von Schleswig-Holstein-Plön-Rethwisch, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Madrid [Spanje] in 1700.

tr. (resp. ongeveer 40 en ongeveer 28 jaar oud) te Brussel [België] in 1677
met

Isabella Margarethe Francesca van Merode-Westerlo, dr. van Ferdinand Philips van Merode en Magdalena de Grand Vilain, geb. in 1649, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Brussel [België] op 5 jan 1701, tr. (1) met haar oom Maximiliaan van Merode. Uit dit huwelijk een zoon.