Website van Leo HENDRIKS
Adriaen van der Goes
Adriaen van der Goes, geb. in 1619, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) in 1686.


Willem van der Goes
Willem van der Goes, geb. in 1613, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1686.


Laurens van der Goes
Laurens van der Goes, ovl. te Vlissingen [ze] in 1604.

tr.
met

N.N. .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


N.N.
N.N. .

tr.
met

Laurens van der Goes, zn. van Christiaen van der Goes (schout van Delft van 1559 tot 1578) en Anna van Renoy, ovl. te Vlissingen [ze] in 1604.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


Anna van der Goes
Anna van der Goes.

otr. (1) te Delft [zh] op 1 mei 1649, tr.
met

Bartholomees (Beuckel) van der Nes, ovl. in 1662, begr. te Delft [zh] in de Oude Kerk.

otr. (Willem ongeveer 34 jaar oud) (2) te Delft [zh] voor schepenen op 29 dec 1663, tr.
met

Willem Louis van Montfoort heer van Reijgersfoort, richter en drost van Wageningen (1672-’74; aangesteld door de Franse bezetter), dijkgraaf van Wageningen en Bennekom (1672-’74), neemt in 1678 deel aan de lijkstaatsie van Carel Gustaaf van Waldeck graaf van Culemborg, woonde Culemborg (1662), op het kasteel te Wageningen
(1674), in de Hoogstraat (1674), te Culemborg (1677, 1678. Na de Franse besetting speelde hij geen rol van betekenis meer, zn. van Richard van Montfoort en Sophia van Meerhout, geb. in 1629, begr. vermoedelijk te Zoelmond [ge] in 1690.


Bartholomees (Beuckel) van der Nes
Bartholomees (Beuckel) van der Nes, ovl. in 1662, begr. te Delft [zh] in de Oude Kerk.

otr. te Delft [zh] op 1 mei 1649, tr.
met

Anna van der Goes, dr. van Laurens van der Goes en N.N. , tr. (2) met Willem Louis van Montfoort heer van Reijgersfoort, richter en drost van Wageningen (1672-’74; aangesteld door de Franse bezetter), dijkgraaf van Wageningen en Bennekom (1672-’74), neemt in 1678 deel aan de lijkstaatsie van Carel Gustaaf van Waldeck graaf van Culemborg, woonde Culemborg (1662), op het kasteel te Wageningen
(1674), in de Hoogstraat (1674), te Culemborg (1677, 1678. Na de Franse besetting speelde hij geen rol van betekenis meer. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Willem Louis van Montfoort
Willem Louis van Montfoort heer van Reijgersfoort, richter en drost van Wageningen (1672-’74; aangesteld door de Franse bezetter), dijkgraaf van Wageningen en Bennekom (1672-’74), neemt in 1678 deel aan de lijkstaatsie van Carel Gustaaf van Waldeck graaf van Culemborg, woonde Culemborg (1662), op het kasteel te Wageningen
(1674), in de Hoogstraat (1674), te Culemborg (1677, 1678. Na de Franse besetting speelde hij geen rol van betekenis meer, geb. in 1629, begr. vermoedelijk te Zoelmond [ge] in 1690.

otr. (ongeveer 34 jaar oud) te Delft [zh] voor schepenen op 29 dec 1663, tr.
met

Anna van der Goes, dr. van Laurens van der Goes en N.N. , tr. (1) met Bartholomees (Beuckel) van der Nes. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Richard van Montfoort
Richard van Montfoort vrijheer (‘liber dominus’) van Nieuwkoop, heer (‘toparcha’)
van Noorden, Waarden en Achttienhoven, heer ‘in’ Vredesteijn (1641), student te Leuven (1612), lid van de vereniging van Utrechtse studenten ald. (1612),157 is ‘in militia’ (voor 1630), woonde Culemborg (1628), Zoelmond (1634).
Richard van Montfoort werd naar Leuven gestuurd om er te studeren, maar is later militair geworden. In het voorjaar
van 1630 schaakte hij in Culemborg Sophia Meerhout, waarna zij trouwden. Het jonge paar zal zich na het overlijden
van zijn moeder in november 1630 op het huis Vredesteyn hebben gevestigd. Daar althans werd in 1638 een van
hun kinderen geboren. Sophia’s vader speelde als raadsheer en stadhouder van de lenen een vooraanstaande rol
in het openbare leven van Culemborg. Hij zette zich ook actief in voor de wederopbouw van de katholieke kerk in
Culemborg. In 1624 heeft de ‘Hoog-Edelen Raadsheer, den Heer [Johan] Meerhouts, ten tyde van de Pest, wanneer
men niemand anders konde krygen’ bij de Jezuďeten verzocht om een priester te zenden.’131 Dit werd Theodorus
Wezius, die daarmee de stichter werd van Jezuďeten-statie te Culemborg. Vervolgens trad zijn zoon Anthonis
Meerhout in 1627 toe tot de Sociëteit van Jezus.266 Een dochter, Anna Meerhout, legde in 1622 de kloppengelofte af
en behoorde omstreeks 1630 tot de stichteressen van de bekende Culemborgse Kloppenschool.267
Nadat Richard van Montfoort in 1641 op Vredesteyn was overleden bleef zijn weduwe achter met zeker zes jonge
kinderen, die in een akte van 19-5-1656 allen bij naam worden genoemd.268 Het is niet duidelijk of Sophia Meerhout
op Vredesteyn is blijven wonen. Haar zwager Willem de Lange was haar vader in 1635 opgevolgd als stadhouder
van de leenen van het Land van Culemborg en na diens dood in 1652 blijkt zijn zoon Willem Christoffel de Lange
er te wonen.
Sophia procedeerde ondertussen tegen haar andere zwager Otto de Rechteren van Hemert, die in de loop van
de jaren 1640 insolvent was geraakt.269 Zelf kon ze op het eind van haar leven ook niet meer aan haar financiële
verplichtingen voldoen, nadat eerder haar zoon Willem Louis (1677) in moeilijkheden was geraakt en haar zoon
Johan Christoffel was overleden (1679).
Richards schoonmoeder Catharina Sasbouts was een achternicht van apostolisch-vicaris Sasbout Vosmeer (overleden
1614).
Uit, begr. te Utrecht [ut] overl. ‘op Vredesteijn’ (Domoverluiding) 25-10-
1641 (begr. ‘buijten’ te Zoelmond) op 25 okt 1641.

tr. (Sophia ongeveer 17 jaar oud) circa 1629 na schaking
met

Sophia van Meerhout, geb. te Culemborg [ge] circa 1612, ovl. (minstens 68 jaar oud) na 1680.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1629  1690 Zoelmond [ge] 61
Emanuel~1634 Zoelmond [ge] †1696 Culemborg [ge] 61


Sophia van Meerhout
Sophia van Meerhout, geb. te Culemborg [ge] circa 1612, ovl. (minstens 68 jaar oud) na 1680.

tr. (ongeveer 17 jaar oud) circa 1629 na schaking
met

Richard van Montfoort vrijheer (‘liber dominus’) van Nieuwkoop, heer (‘toparcha’)
van Noorden, Waarden en Achttienhoven, heer ‘in’ Vredesteijn (1641), student te Leuven (1612), lid van de vereniging van Utrechtse studenten ald. (1612),157 is ‘in militia’ (voor 1630), woonde Culemborg (1628), Zoelmond (1634).
Richard van Montfoort werd naar Leuven gestuurd om er te studeren, maar is later militair geworden. In het voorjaar
van 1630 schaakte hij in Culemborg Sophia Meerhout, waarna zij trouwden. Het jonge paar zal zich na het overlijden
van zijn moeder in november 1630 op het huis Vredesteyn hebben gevestigd. Daar althans werd in 1638 een van
hun kinderen geboren. Sophia’s vader speelde als raadsheer en stadhouder van de lenen een vooraanstaande rol
in het openbare leven van Culemborg. Hij zette zich ook actief in voor de wederopbouw van de katholieke kerk in
Culemborg. In 1624 heeft de ‘Hoog-Edelen Raadsheer, den Heer [Johan] Meerhouts, ten tyde van de Pest, wanneer
men niemand anders konde krygen’ bij de Jezuďeten verzocht om een priester te zenden.’131 Dit werd Theodorus
Wezius, die daarmee de stichter werd van Jezuďeten-statie te Culemborg. Vervolgens trad zijn zoon Anthonis
Meerhout in 1627 toe tot de Sociëteit van Jezus.266 Een dochter, Anna Meerhout, legde in 1622 de kloppengelofte af
en behoorde omstreeks 1630 tot de stichteressen van de bekende Culemborgse Kloppenschool.267
Nadat Richard van Montfoort in 1641 op Vredesteyn was overleden bleef zijn weduwe achter met zeker zes jonge
kinderen, die in een akte van 19-5-1656 allen bij naam worden genoemd.268 Het is niet duidelijk of Sophia Meerhout
op Vredesteyn is blijven wonen. Haar zwager Willem de Lange was haar vader in 1635 opgevolgd als stadhouder
van de leenen van het Land van Culemborg en na diens dood in 1652 blijkt zijn zoon Willem Christoffel de Lange
er te wonen.
Sophia procedeerde ondertussen tegen haar andere zwager Otto de Rechteren van Hemert, die in de loop van
de jaren 1640 insolvent was geraakt.269 Zelf kon ze op het eind van haar leven ook niet meer aan haar financiële
verplichtingen voldoen, nadat eerder haar zoon Willem Louis (1677) in moeilijkheden was geraakt en haar zoon
Johan Christoffel was overleden (1679).
Richards schoonmoeder Catharina Sasbouts was een achternicht van apostolisch-vicaris Sasbout Vosmeer (overleden
1614).
Uit, zn. van Willem van Montfoort en Margaretha van Sypenesse, begr. te Utrecht [ut] overl. ‘op Vredesteijn’ (Domoverluiding) 25-10-
1641 (begr. ‘buijten’ te Zoelmond) op 25 okt 1641.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1629  1690 Zoelmond [ge] 61
Emanuel~1634 Zoelmond [ge] †1696 Culemborg [ge] 61


Margaretha van Sypenesse
Margaretha van Sypenesse Alle nog levende nakomelingen van Jan van Scorel stammen af van zijn kleindochter Margaretha van Sijpenesse.143
Zij trouwde met Willem van Montfoort, uit een bastaardtak van de burggraven van Montfoort. Deze was zelf ook
weer een bastaard, van Christoffel van Montfoort en de door hem ‘met schoone woorden beslape[n] Alyt van
Breevelt’.3 Vijfenveertig jaar na Willems geboorte verklaarde het Hof van Utrecht in november 1609 dat zijn ouders
wettige echtelieden waren geweest, waarmee voor hem de weg vrij kwam om zijn vader op te volgen in diens
leengoederen.144 Volgens Van Buchell was Willems vader een ‘cracquelich mensch’ en ‘falsarius’ geweest, die zijn
heerlijkheden door middel van fraude en niet anders dan na processen had verworven.3
Willem van Montfoort begon zijn loopbaan als rentmeester van twee van de vijf geseculariseerde adellijke
jufferenconventen in het Sticht, wat voor iemand van zijn afkomst een passende functie was. Nadat hij in 1596 om
onbekende redenen uit zijn functie was ontheven, is hij vermoedelijk in Utrecht blijven wonen,140 Hij bezat echter in
1612 ook enkele huizen in Veenendaal,145 waar hij na het overlijden van zijn vader in 1595 met een perceel veengrond
was beleend.140 In Nieuwkoopse akten wordt Willem van Montfoort al in 1610,146 kort na zijn legitimatie, aangeduid
als ambachtheer. Maar pas in mei 1612 werd hij er mee beleend.147 Ook werd hij beleend met de tiende van Heikop.148
Er was nu genoeg geld om de zonen te laten studeren en Richard, Christoffel en Mathias van Montfoort vertrokken
datzelfde jaar naar Brabant, waar ze gelijktijdig lid werden van de vereniging van Utrechtse studenten te Leuven.96
Een jaar later maakten hun ouders in Nieuwkoop hun testament en woonden daar toen blijkbaar ook.149
Na een proces tegen zijn nicht Alidt van Montfoort en haar man Dirck de Houck, die zijn legitimiteit niet hadden
willen erkennen, kon Willem van Montfoort pas in 1615 ook zijn vaders Huis Vredesteyn en de erbij behorende
goederen in bezit nemen.140, 150 Hij moet grote kosten hebben gemaakt om Vredesteyn in handen te krijgen en
nog hetzelfde jaar verkocht hij de heerlijkheden Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven.147, 151 In de jaren daarna
verkocht hij ook zijn grondbezit in Nieuwkoop.152
Het kasteelachtige Huis Vredesteyn lag in de Neder-Betuwe, enkele kilometers ten oosten van Culemborg, tussen
Zoelmond en Ravenswaay.153 Het zou tot in de jaren 1650 door zijn nakomelingen bewoond worden. Jonker Willem
van Montfoort overleed er in 1621. Hij werd begraven in de kerk van Zoelmond. Arnoldus Buchulius, die zich ergerde
aan het katholieke altaar dat nog altijd in die kerk stond, maakte later een aftekening van de vier kwartierwapens op
het boven het graf opgehangen wapenbord en tekende het Latijnse rouwdicht op, dat Van Montfoorts vroomheid en
geleerdheid bezong. Van Buchell voegde er aan toe dat Van Montfoort de bouwheer was van Vredesteyn, waarmee
hij mogelijk gedoeld zal hebben op de voor omstreeks 1620 wel zeer modern aandoende classicistische voorgevel die
Abraham Rademaker later zou afbeelden op een prent naar de toestand van 1630 (Afb. 20).
Margaretha van Sijpenesse overleed in november 1630, met achterlating van dusdanige schulden dat haar oudste
schoonzoon Otto van Hemert haar liet begraven zonder de erfenis meteen te willen aanvaarden, geb. circa 1564, ovl. (66 jaar oud) kort voor 11 nov 1630, begr. te Zoelmond [ge].

tr. (beiden ongeveer 23 jaar oud) circa 1587
met

Willem van Montfoort natuurlijke zoon (gelegitimeerd bij sententie van het Hof van Utrecht, nov. 16093)
van Christoffel van Montfoort, heer van Tull en ‘t Waal, enz, en van Alyt (Bardes, Bardesy)
van Brevelt. Alle nog levende nakomelingen van Jan van Scorel stammen af van zijn kleindochter Margaretha van Sijpenesse.Zij trouwde met Willem van Montfoort, uit een bastaardtak van de burggraven van Montfoort. Deze was zelf ook
weer een bastaard, van Christoffel van Montfoort en de door hem ‘met schoone woorden beslape[n] Alyt van
Breevelt’.3 Vijfenveertig jaar na Willems geboorte verklaarde het Hof van Utrecht in november 1609 dat zijn ouders
wettige echtelieden waren geweest, waarmee voor hem de weg vrij kwam om zijn vader op te volgen in diens
leengoederen.144 Volgens Van Buchell was Willems vader een ‘cracquelich mensch’ en ‘falsarius’ geweest, die zijn
heerlijkheden door middel van fraude en niet anders dan na processen had verworven.3
Willem van Montfoort begon zijn loopbaan als rentmeester van twee van de vijf geseculariseerde adellijke
jufferenconventen in het Sticht, wat voor iemand van zijn afkomst een passende functie was. Nadat hij in 1596 om
onbekende redenen uit zijn functie was ontheven, is hij vermoedelijk in Utrecht blijven wonen,140 Hij bezat echter in
1612 ook enkele huizen in Veenendaal,145 waar hij na het overlijden van zijn vader in 1595 met een perceel veengrond
was beleend.140 In Nieuwkoopse akten wordt Willem van Montfoort al in 1610,146 kort na zijn legitimatie, aangeduid
als ambachtheer. Maar pas in mei 1612 werd hij er mee beleend.147 Ook werd hij beleend met de tiende van Heikop.148
Er was nu genoeg geld om de zonen te laten studeren en Richard, Christoffel en Mathias van Montfoort vertrokken datzelfde jaar naar Brabant, waar ze gelijktijdig lid werden van de vereniging van Utrechtse studenten te Leuven.96
Een jaar later maakten hun ouders in Nieuwkoop hun testament en woonden daar toen blijkbaar ook.149
Na een proces tegen zijn nicht Alidt van Montfoort en haar man Dirck de Houck, die zijn legitimiteit niet hadden
willen erkennen, kon Willem van Montfoort pas in 1615 ook zijn vaders Huis Vredesteyn en de erbij behorende
goederen in bezit nemen.140, 150 Hij moet grote kosten hebben gemaakt om Vredesteyn in handen te krijgen en
nog hetzelfde jaar verkocht hij de heerlijkheden Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven.147, 151 In de jaren daarna
verkocht hij ook zijn grondbezit in Nieuwkoop.Het kasteelachtige Huis Vredesteyn lag in de Neder-Betuwe, enkele kilometers ten oosten van Culemborg, tussen
Zoelmond en Ravenswaay.153 Het zou tot in de jaren 1650 door zijn nakomelingen bewoond worden. Jonker Willem
van Montfoort overleed er in 1621. Hij werd begraven in de kerk van Zoelmond. Arnoldus Buchulius, die zich ergerde
aan het katholieke altaar dat nog altijd in die kerk stond, maakte later een aftekening van de vier kwartierwapens op
het boven het graf opgehangen wapenbord en tekende het Latijnse rouwdicht op, dat Van Montfoorts vroomheid en geleerdheid bezong. Van Buchell voegde er aan toe dat Van Montfoort de bouwheer was van Vredesteyn, waarmee
hij mogelijk gedoeld zal hebben op de voor omstreeks 1620 wel zeer modern aandoende classicistische voorgevel die
Abraham Rademaker later zou afbeelden op een prent naar de toestand van 1630.
Margaretha van Sijpenesse overleed in november 1630, met achterlating van dusdanige schulden dat haar oudste schoonzoon Otto van Hemert haar liet begraven zonder de erfenis meteen te willen aanvaarden.156, zn. van Christoffel van Montfoort en Alyt van Brevelt, geb. circa 1564, ovl. huis Vredesteyn, begr. te Utrecht [ut] Domoverluiding, begraven te Zoelmond.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Richard  1641 Utrecht [ut]  
Matthijs     
Agnes     


Willem van Montfoort
Willem van Montfoort natuurlijke zoon (gelegitimeerd bij sententie van het Hof van Utrecht, nov. 16093)
van Christoffel van Montfoort, heer van Tull en ‘t Waal, enz, en van Alyt (Bardes, Bardesy)
van Brevelt. Alle nog levende nakomelingen van Jan van Scorel stammen af van zijn kleindochter Margaretha van Sijpenesse.Zij trouwde met Willem van Montfoort, uit een bastaardtak van de burggraven van Montfoort. Deze was zelf ook
weer een bastaard, van Christoffel van Montfoort en de door hem ‘met schoone woorden beslape[n] Alyt van
Breevelt’.3 Vijfenveertig jaar na Willems geboorte verklaarde het Hof van Utrecht in november 1609 dat zijn ouders
wettige echtelieden waren geweest, waarmee voor hem de weg vrij kwam om zijn vader op te volgen in diens
leengoederen.144 Volgens Van Buchell was Willems vader een ‘cracquelich mensch’ en ‘falsarius’ geweest, die zijn
heerlijkheden door middel van fraude en niet anders dan na processen had verworven.3
Willem van Montfoort begon zijn loopbaan als rentmeester van twee van de vijf geseculariseerde adellijke
jufferenconventen in het Sticht, wat voor iemand van zijn afkomst een passende functie was. Nadat hij in 1596 om
onbekende redenen uit zijn functie was ontheven, is hij vermoedelijk in Utrecht blijven wonen,140 Hij bezat echter in
1612 ook enkele huizen in Veenendaal,145 waar hij na het overlijden van zijn vader in 1595 met een perceel veengrond
was beleend.140 In Nieuwkoopse akten wordt Willem van Montfoort al in 1610,146 kort na zijn legitimatie, aangeduid
als ambachtheer. Maar pas in mei 1612 werd hij er mee beleend.147 Ook werd hij beleend met de tiende van Heikop.148
Er was nu genoeg geld om de zonen te laten studeren en Richard, Christoffel en Mathias van Montfoort vertrokken datzelfde jaar naar Brabant, waar ze gelijktijdig lid werden van de vereniging van Utrechtse studenten te Leuven.96
Een jaar later maakten hun ouders in Nieuwkoop hun testament en woonden daar toen blijkbaar ook.149
Na een proces tegen zijn nicht Alidt van Montfoort en haar man Dirck de Houck, die zijn legitimiteit niet hadden
willen erkennen, kon Willem van Montfoort pas in 1615 ook zijn vaders Huis Vredesteyn en de erbij behorende
goederen in bezit nemen.140, 150 Hij moet grote kosten hebben gemaakt om Vredesteyn in handen te krijgen en
nog hetzelfde jaar verkocht hij de heerlijkheden Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven.147, 151 In de jaren daarna
verkocht hij ook zijn grondbezit in Nieuwkoop.Het kasteelachtige Huis Vredesteyn lag in de Neder-Betuwe, enkele kilometers ten oosten van Culemborg, tussen
Zoelmond en Ravenswaay.153 Het zou tot in de jaren 1650 door zijn nakomelingen bewoond worden. Jonker Willem
van Montfoort overleed er in 1621. Hij werd begraven in de kerk van Zoelmond. Arnoldus Buchulius, die zich ergerde
aan het katholieke altaar dat nog altijd in die kerk stond, maakte later een aftekening van de vier kwartierwapens op
het boven het graf opgehangen wapenbord en tekende het Latijnse rouwdicht op, dat Van Montfoorts vroomheid en geleerdheid bezong. Van Buchell voegde er aan toe dat Van Montfoort de bouwheer was van Vredesteyn, waarmee
hij mogelijk gedoeld zal hebben op de voor omstreeks 1620 wel zeer modern aandoende classicistische voorgevel die
Abraham Rademaker later zou afbeelden op een prent naar de toestand van 1630.
Margaretha van Sijpenesse overleed in november 1630, met achterlating van dusdanige schulden dat haar oudste schoonzoon Otto van Hemert haar liet begraven zonder de erfenis meteen te willen aanvaarden.156, geb. circa 1564, ovl. huis Vredesteyn, begr. te Utrecht [ut] Domoverluiding, begraven te Zoelmond.

tr. (beiden ongeveer 23 jaar oud) circa 1587
met

Margaretha van Sypenesse Alle nog levende nakomelingen van Jan van Scorel stammen af van zijn kleindochter Margaretha van Sijpenesse.143
Zij trouwde met Willem van Montfoort, uit een bastaardtak van de burggraven van Montfoort. Deze was zelf ook
weer een bastaard, van Christoffel van Montfoort en de door hem ‘met schoone woorden beslape[n] Alyt van
Breevelt’.3 Vijfenveertig jaar na Willems geboorte verklaarde het Hof van Utrecht in november 1609 dat zijn ouders
wettige echtelieden waren geweest, waarmee voor hem de weg vrij kwam om zijn vader op te volgen in diens
leengoederen.144 Volgens Van Buchell was Willems vader een ‘cracquelich mensch’ en ‘falsarius’ geweest, die zijn
heerlijkheden door middel van fraude en niet anders dan na processen had verworven.3
Willem van Montfoort begon zijn loopbaan als rentmeester van twee van de vijf geseculariseerde adellijke
jufferenconventen in het Sticht, wat voor iemand van zijn afkomst een passende functie was. Nadat hij in 1596 om
onbekende redenen uit zijn functie was ontheven, is hij vermoedelijk in Utrecht blijven wonen,140 Hij bezat echter in
1612 ook enkele huizen in Veenendaal,145 waar hij na het overlijden van zijn vader in 1595 met een perceel veengrond
was beleend.140 In Nieuwkoopse akten wordt Willem van Montfoort al in 1610,146 kort na zijn legitimatie, aangeduid
als ambachtheer. Maar pas in mei 1612 werd hij er mee beleend.147 Ook werd hij beleend met de tiende van Heikop.148
Er was nu genoeg geld om de zonen te laten studeren en Richard, Christoffel en Mathias van Montfoort vertrokken
datzelfde jaar naar Brabant, waar ze gelijktijdig lid werden van de vereniging van Utrechtse studenten te Leuven.96
Een jaar later maakten hun ouders in Nieuwkoop hun testament en woonden daar toen blijkbaar ook.149
Na een proces tegen zijn nicht Alidt van Montfoort en haar man Dirck de Houck, die zijn legitimiteit niet hadden
willen erkennen, kon Willem van Montfoort pas in 1615 ook zijn vaders Huis Vredesteyn en de erbij behorende
goederen in bezit nemen.140, 150 Hij moet grote kosten hebben gemaakt om Vredesteyn in handen te krijgen en
nog hetzelfde jaar verkocht hij de heerlijkheden Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven.147, 151 In de jaren daarna
verkocht hij ook zijn grondbezit in Nieuwkoop.152
Het kasteelachtige Huis Vredesteyn lag in de Neder-Betuwe, enkele kilometers ten oosten van Culemborg, tussen
Zoelmond en Ravenswaay.153 Het zou tot in de jaren 1650 door zijn nakomelingen bewoond worden. Jonker Willem
van Montfoort overleed er in 1621. Hij werd begraven in de kerk van Zoelmond. Arnoldus Buchulius, die zich ergerde
aan het katholieke altaar dat nog altijd in die kerk stond, maakte later een aftekening van de vier kwartierwapens op
het boven het graf opgehangen wapenbord en tekende het Latijnse rouwdicht op, dat Van Montfoorts vroomheid en
geleerdheid bezong. Van Buchell voegde er aan toe dat Van Montfoort de bouwheer was van Vredesteyn, waarmee
hij mogelijk gedoeld zal hebben op de voor omstreeks 1620 wel zeer modern aandoende classicistische voorgevel die
Abraham Rademaker later zou afbeelden op een prent naar de toestand van 1630 (Afb. 20).
Margaretha van Sijpenesse overleed in november 1630, met achterlating van dusdanige schulden dat haar oudste
schoonzoon Otto van Hemert haar liet begraven zonder de erfenis meteen te willen aanvaarden, dr. van Peter Jansz. van Scorel Alias Peter Jansz. van Sijpenesse en Elisabeth van der Horst, geb. circa 1564, ovl. (66 jaar oud) kort voor 11 nov 1630, begr. te Zoelmond [ge].

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Richard  1641 Utrecht [ut]  
Matthijs     
Agnes     


Christoffel van Montfoort
Christoffel van Montfoort sedert 1557 heer van Tull en 't Waal.

tr.
met

Alyt van Brevelt.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1564   Utrecht [ut]  


Alyt van Brevelt
Alyt van Brevelt.

tr.
met

Christoffel van Montfoort sedert 1557 heer van Tull en 't Waal, zn. van N.N. van Montfoort en N.N. .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1564   Utrecht [ut]  


Peter Jansz. van Scorel Alias Peter Jansz. van Sijpenesse
Peter Jansz. van Scorel Alias Peter Jansz. van Sijpenesse geb. ca.1529/’30, schilder (1558, 1562, 1566, 1569), wijnkoper, wijntapper, dichter, raad in de vroedschap van Utrecht (1576-’80), heemraad van de Zijpe (1597), lid van het Zadelaarsgilde (1569), deken ald. (1582), lid van de St. Lucasbroederschap in de Predikherenkerk (1579), lid van de broederschap van het Melatenhuis (1583),66 lid van de Heilig Kruis-broederschap in de Minderbroederskerk (1597), lid van de H. Sacramentsbroederschap in de Buurkerk (1580, ca.
160060), procurator ald. (1580), kerkmeester van de Buurkerk (1581/’82), woonde Utrecht, aan het Oudkerkhof (-1566; mede-eigenaar tot 1586),  in ‘den Gulden Aerendt’, aan de Stadsplaats
(nu onderdeel van het Stadhuis) (1567-1621), begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk op 3 nov 1621.

tr. (Elisabeth ongeveer 21 jaar oud) (1) circa 1556
met

Elisabeth van der Horst, geb. te Utrecht [ut] circa 1535, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Utrecht [ut] in 1575, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1564  †1630 Zoelmond [ge] 66
Mattheus*1560  †1643 Utrecht [ut] 83

tr. (2) te Utrecht [ut] circa 1576
met

Barta Balthasarsdr. Vosch van Roelingsweert, dr. van Balthasar Peterszn. Vosch van Roelingsweert (wijnkoper, wijntapper, herbergier in “De Hulck”, burger van Utrecht) en Cornelia Woutersdr. Vervoort, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk op 28 apr 1622.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis  1635 Utrecht [ut]  


Elisabeth van der Horst
Elisabeth van der Horst, geb. te Utrecht [ut] circa 1535, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Utrecht [ut] in 1575, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk.

tr. (ongeveer 21 jaar oud) circa 1556
met

Peter Jansz. van Scorel Alias Peter Jansz. van Sijpenesse geb. ca.1529/’30, schilder (1558, 1562, 1566, 1569), wijnkoper, wijntapper, dichter, raad in de vroedschap van Utrecht (1576-’80), heemraad van de Zijpe (1597), lid van het Zadelaarsgilde (1569), deken ald. (1582), lid van de St. Lucasbroederschap in de Predikherenkerk (1579), lid van de broederschap van het Melatenhuis (1583),66 lid van de Heilig Kruis-broederschap in de Minderbroederskerk (1597), lid van de H. Sacramentsbroederschap in de Buurkerk (1580, ca.
160060), procurator ald. (1580), kerkmeester van de Buurkerk (1581/’82), woonde Utrecht, aan het Oudkerkhof (-1566; mede-eigenaar tot 1586),  in ‘den Gulden Aerendt’, aan de Stadsplaats
(nu onderdeel van het Stadhuis) (1567-1621), zn. van Jan van Scorel en Aecht Ysaecksdr. van Schoonhoven, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk op 3 nov 1621, tr. (2) met Barta Balthasarsdr. Vosch van Roelingsweert. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1564  †1630 Zoelmond [ge] 66
Mattheus*1560  †1643 Utrecht [ut] 83


Barta Vosch van Roelingsweert
Barta Balthasarsdr. Vosch van Roelingsweert, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk op 28 apr 1622.

tr. te Utrecht [ut] circa 1576
met

Peter Jansz. van Scorel Alias Peter Jansz. van Sijpenesse geb. ca.1529/’30, schilder (1558, 1562, 1566, 1569), wijnkoper, wijntapper, dichter, raad in de vroedschap van Utrecht (1576-’80), heemraad van de Zijpe (1597), lid van het Zadelaarsgilde (1569), deken ald. (1582), lid van de St. Lucasbroederschap in de Predikherenkerk (1579), lid van de broederschap van het Melatenhuis (1583),66 lid van de Heilig Kruis-broederschap in de Minderbroederskerk (1597), lid van de H. Sacramentsbroederschap in de Buurkerk (1580, ca.
160060), procurator ald. (1580), kerkmeester van de Buurkerk (1581/’82), woonde Utrecht, aan het Oudkerkhof (-1566; mede-eigenaar tot 1586),  in ‘den Gulden Aerendt’, aan de Stadsplaats
(nu onderdeel van het Stadhuis) (1567-1621), zn. van Jan van Scorel en Aecht Ysaecksdr. van Schoonhoven, begr. te Utrecht [ut] in de Buurkerk op 3 nov 1621, tr. (1) met Elisabeth van der Horst. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis  1635 Utrecht [ut]  


Balthasar Vosch van Roelingsweert
Balthasar Peterszn. Vosch van Roelingsweert, wijnkoper, wijntapper, herbergier in “De Hulck”, burger van Utrecht, ovl. te Utrecht [ut] in 1586.

tr.
met

Cornelia Woutersdr. Vervoort Boort.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Barta  1622 Utrecht [ut]  
Peter  1602 Utrecht [ut]  


Cornelia Woutersdr. Vervoort
Cornelia Woutersdr. Vervoort Boort.

tr.
met

Balthasar Peterszn. Vosch van Roelingsweert, zn. van Peter Vosch en Christina van Rolinxweert, wijnkoper, wijntapper, herbergier in “De Hulck”, burger van Utrecht, ovl. te Utrecht [ut] in 1586.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Barta  1622 Utrecht [ut]  
Peter  1602 Utrecht [ut]  


Johan Antonie van Montfoort
Johan Antonie van Montfoort Op 3 mei 1750 overleed op 'Huize de Bielke' den Hoogwelgeboren Heer Johan Antony van Montfort, weduwnaar van Johannes Maria Stout en werd op 9 mei in de grote kerk in Driel bijgezet in de noordelijke Kruisbeuk. Kort daarop verdeelde de beide zusters hun ouderlijk bezit. Jvr. Clasina van Montfort trok het eerste lot waarin o.a. het huis 'de Bulke of St. Annen Throon' met de daarbij behorende gronden en nog enkele andere landerijen. Haar zuster Maria Louisa Montfort die gehuwd was met Jhr. Johan Frederik van Leempoel, Doctor, en te Culemburg woonende, kreeg de overige familiegoederen. Maar ook Jvr. Clasina van Montfort bleef niet lang alleen want op 19 januari 1752 trad ze in Driel voor de Pastoor in het huwelijk met Baron Theodardus Hendricus van Heerma, een telg uit een oud Fries adelijk geslacht en luitenant in het regiment van Broekhuyzen. Hij schonk haar 5 zonen en één dochter welke allen tussen 1753 en 1764 in Driel werden gedoopt. Hun enige dochter en jongste kind Johanna Switberta Josepha Maria van Heerma de Hol(le)winde welke op 19 juli 1764 alhier ten doop werd gehouden, werd erfgename van het landgoed.
HUWELIJK MET OVERSTE EVERARDUS DU PLESSIS
Deze Johanna trad op 7 mei 1797 in de RK Schuurkerk alhier in het echt met Everardus du Plessis gedoopt in Breda op 18-08-1761 als zoon van Nicolaas du Plessis en Catharina van Strijp. Reeds als jongeman trad hij in militaire dienst en was tot 1787 sergeant in het regiment van Salm te Utrecht. Hij week toen uit naar de Patriotten in Frankrijk en nam dienst bij het regiment Royal Leagois. Vandaar ging hij over naar de inmiddels gevormde bataljon van de uitgeweken Nederlandse Patriotten. Hij bracht het tot Luitenant Kolonel en chef van het bataljon onder de colonne van Generaal Jordon.
Na zijn terugkeer in het vaderland werd hij door de hoogmogende Heren in den Haag op pensioen gesteld ten bedrage van 1200 gulden.
MOORD
Blijkbaar voelde hij zich als landheer in het dorp goed thuis, want op 15 en 16 juli 1798 bezocht hij bij gelegenheid van de Velddrielse kermis verschillende Herbergen. Daar kreeg hij onenigheid met een zekere Crijn van Almen. Toen hij deze persoon op maandag 16 juli onder invloed wederom in de herberg van J. van Dockum te Kerkdriel
('de Engel') ontmoette, trok du Plessis na een woordenwisseling zijn sabel en stak van Almen met een steek in de borst dood. De sabel verborg hij daarna in 'het secret' (geheim toilet) zo staat te lezen in de stukken. Op last van de richter van Bommel-en Tielerwaard werd de sectie op het stoffelijk overschot van de ongeveer 29 jarige verslagene verricht door de beide Drielse chirurgijns Laurentius Bodenstoff en Hendrik Bolsius.
TER DOOD VEROORDELING
'met den sweerde zal worden gestraft' zo luide het vonnis!
Na de moord op Crijn van Almen in 'de Engel' gepleegd, werd Jhr. E. du Plessis gearresteerd en in afwachting van het onderzoek in de gevangenis te Zaltbommel opgesloten. Het gericht te Zaltbommel veroordeelde hem op 22 september 1798 om onthoofd te worden.
''Met den sweerde zal worden gestraft tot den dood er op volgd'' zo luide het vonnis. Zijn echtgenote J.J. du Plessis geboren Van Heerma de Holwinde richtte zich met een rekest tot het Vertegenwoordigd Lichaam des Bataafschen Volks om gratie voor haar man. Om raad en advies werd haar verzoekschrift aan het Hof van Gelderland te Arnhem gezonden. (daar in te zien stuk 4365 Gelders Archief.) Welk college blijkbaar in afwijzende zin adviseerde. Immers de 1e Kamer van het Vertegenwoordigd Lichaam wees bij besluit van 11 maart 1799 haar verzoek af en op 24 september 1798 aan haar man verleende uitstel van executie werd ingetrokken.
ONTSNAPPING UIT GEVANGENIS TE ZALTBOMMEL
Of Everardus du Plessis hiervan een voorgevoel heeft gehad is niet bekend, maar hij nam in elk geval het zekere voor het onzekere toen hij op zondagmorgen 20 jauari 1799 kans zag uit de gevangenis te Zaltbommel te ontsnappen. Naar alle waarschijnlijkheid naar het buitenland en vermoedelijk is zijn vrouw hem niet lang daarna gevolgd. Althans op 15 juli 1800 verkoopt zij het huis vanouds genaamd 'Het Hof' te Driel met stalling, koetshuis, tuinen, boomgaard, de grachten met twee voeten daarbuiten, de iepen bepoting op straat bij het huis en haar verdere bezittingen te Driel voor 4830 gulden aan Cristiaan de Gier.
De Gier ging het landgoed zelf bewonen en werd tijdens de Franse overheersing op 13 juli Maire van Driel.  De Franse bezetting drukte zwaar op de bevolking. Vele jonge mannen werden opgeroepen om de heerzuchtige plannen van keizer Napoleon te helpen verwezelijken. En ook in driel kwamen verscheidene soldaten niet terug van de Europese slagvelden. De jonge gemeente moest grote leveranties doen aan het Franse leger en de bezettingstroepen. In 1811 had de gemeente reeds een schuld van 17000 francs, welk bedrag geleend moest worden. Met veel  takt wist Chistiaan de Gier met de bezetter om te gaan zonder de belangen van zijn gemeente en haar inwoners uit het oog te verliezen. Na het vertrek  van de inmiddels gehate Fransen werd hij dan ook in zijn ambt als burgermeester gehandhaafd tot hij in 1818 ontslag nam. Hij overleed op 23 augustus 1834. Cristiaan de Gier overleed op 'het Hof' op 23 augustus 1843 87 jaar oud.
Na zijn overlijden kwam het landgoed in handen van Joannes Glaudemans die gehuwd was met Elisabethde de Gier.
BRON: Maandkrant 'de Stimulans' Kerkdriel 01-04-1960
VERDER ONDERZOEK
Na verder onderzoek werd de naam Jeanne Holwinde gevonden.
En wat bleek, de 'gevluchte' Everardus Du Plessis de Mornay was niet naar het buitenland gevlucht zoals werd verondersteld. Hij had zich in het kleine dorpje Thorn bij Roermond aan de Belgische grens 'verschuild.' Hij werd in die dagen niet opgespoord, zijn vrouw volgde hem in de zomer van 1800, in 1802 werd hun zoontje Henri geboren. De toegevoegde tweede achternaam 'Mornay' die werd vermeld op het kerkelijk trouwdocument te Driel, is niet terug te vinden in het document bij het HCRL in Limburg uit 1802. In dit document blijkt dat hij zijn tweede achternaam (waarschijnlijk om niet ontdekt te worden) heeft veranderd in 'de Montfort' dit was de achternaam van zijn schoonmoeder Jvr. Claina van Montfort.
GEDOORTEAKTE
Het volgende staat in de geboorteakte vermeld:
Kind:                Henri Theodoor Jean Everard du Plessis de Montfort.
Geboorteplaats:  Thorn.
Geboortedatum:  8 november  1802
Vader:              Everardus du Plessis de Montfort
Moeder:            Jean, Suibert, Josephine, Marie de Heerma de Holwinde, ovl. te Driel [ge] op Huize De Bielke, begr. te Driel [ge] op 9 mei 1750.

tr.
met

Johanna Maria Stout.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     
Clasina     


Johanna Maria Stout
Johanna Maria Stout.

tr.
met

Johan Antonie van Montfoort Op 3 mei 1750 overleed op 'Huize de Bielke' den Hoogwelgeboren Heer Johan Antony van Montfort, weduwnaar van Johannes Maria Stout en werd op 9 mei in de grote kerk in Driel bijgezet in de noordelijke Kruisbeuk. Kort daarop verdeelde de beide zusters hun ouderlijk bezit. Jvr. Clasina van Montfort trok het eerste lot waarin o.a. het huis 'de Bulke of St. Annen Throon' met de daarbij behorende gronden en nog enkele andere landerijen. Haar zuster Maria Louisa Montfort die gehuwd was met Jhr. Johan Frederik van Leempoel, Doctor, en te Culemburg woonende, kreeg de overige familiegoederen. Maar ook Jvr. Clasina van Montfort bleef niet lang alleen want op 19 januari 1752 trad ze in Driel voor de Pastoor in het huwelijk met Baron Theodardus Hendricus van Heerma, een telg uit een oud Fries adelijk geslacht en luitenant in het regiment van Broekhuyzen. Hij schonk haar 5 zonen en één dochter welke allen tussen 1753 en 1764 in Driel werden gedoopt. Hun enige dochter en jongste kind Johanna Switberta Josepha Maria van Heerma de Hol(le)winde welke op 19 juli 1764 alhier ten doop werd gehouden, werd erfgename van het landgoed.
HUWELIJK MET OVERSTE EVERARDUS DU PLESSIS
Deze Johanna trad op 7 mei 1797 in de RK Schuurkerk alhier in het echt met Everardus du Plessis gedoopt in Breda op 18-08-1761 als zoon van Nicolaas du Plessis en Catharina van Strijp. Reeds als jongeman trad hij in militaire dienst en was tot 1787 sergeant in het regiment van Salm te Utrecht. Hij week toen uit naar de Patriotten in Frankrijk en nam dienst bij het regiment Royal Leagois. Vandaar ging hij over naar de inmiddels gevormde bataljon van de uitgeweken Nederlandse Patriotten. Hij bracht het tot Luitenant Kolonel en chef van het bataljon onder de colonne van Generaal Jordon.
Na zijn terugkeer in het vaderland werd hij door de hoogmogende Heren in den Haag op pensioen gesteld ten bedrage van 1200 gulden.
MOORD
Blijkbaar voelde hij zich als landheer in het dorp goed thuis, want op 15 en 16 juli 1798 bezocht hij bij gelegenheid van de Velddrielse kermis verschillende Herbergen. Daar kreeg hij onenigheid met een zekere Crijn van Almen. Toen hij deze persoon op maandag 16 juli onder invloed wederom in de herberg van J. van Dockum te Kerkdriel
('de Engel') ontmoette, trok du Plessis na een woordenwisseling zijn sabel en stak van Almen met een steek in de borst dood. De sabel verborg hij daarna in 'het secret' (geheim toilet) zo staat te lezen in de stukken. Op last van de richter van Bommel-en Tielerwaard werd de sectie op het stoffelijk overschot van de ongeveer 29 jarige verslagene verricht door de beide Drielse chirurgijns Laurentius Bodenstoff en Hendrik Bolsius.
TER DOOD VEROORDELING
'met den sweerde zal worden gestraft' zo luide het vonnis!
Na de moord op Crijn van Almen in 'de Engel' gepleegd, werd Jhr. E. du Plessis gearresteerd en in afwachting van het onderzoek in de gevangenis te Zaltbommel opgesloten. Het gericht te Zaltbommel veroordeelde hem op 22 september 1798 om onthoofd te worden.
''Met den sweerde zal worden gestraft tot den dood er op volgd'' zo luide het vonnis. Zijn echtgenote J.J. du Plessis geboren Van Heerma de Holwinde richtte zich met een rekest tot het Vertegenwoordigd Lichaam des Bataafschen Volks om gratie voor haar man. Om raad en advies werd haar verzoekschrift aan het Hof van Gelderland te Arnhem gezonden. (daar in te zien stuk 4365 Gelders Archief.) Welk college blijkbaar in afwijzende zin adviseerde. Immers de 1e Kamer van het Vertegenwoordigd Lichaam wees bij besluit van 11 maart 1799 haar verzoek af en op 24 september 1798 aan haar man verleende uitstel van executie werd ingetrokken.
ONTSNAPPING UIT GEVANGENIS TE ZALTBOMMEL
Of Everardus du Plessis hiervan een voorgevoel heeft gehad is niet bekend, maar hij nam in elk geval het zekere voor het onzekere toen hij op zondagmorgen 20 jauari 1799 kans zag uit de gevangenis te Zaltbommel te ontsnappen. Naar alle waarschijnlijkheid naar het buitenland en vermoedelijk is zijn vrouw hem niet lang daarna gevolgd. Althans op 15 juli 1800 verkoopt zij het huis vanouds genaamd 'Het Hof' te Driel met stalling, koetshuis, tuinen, boomgaard, de grachten met twee voeten daarbuiten, de iepen bepoting op straat bij het huis en haar verdere bezittingen te Driel voor 4830 gulden aan Cristiaan de Gier.
De Gier ging het landgoed zelf bewonen en werd tijdens de Franse overheersing op 13 juli Maire van Driel.  De Franse bezetting drukte zwaar op de bevolking. Vele jonge mannen werden opgeroepen om de heerzuchtige plannen van keizer Napoleon te helpen verwezelijken. En ook in driel kwamen verscheidene soldaten niet terug van de Europese slagvelden. De jonge gemeente moest grote leveranties doen aan het Franse leger en de bezettingstroepen. In 1811 had de gemeente reeds een schuld van 17000 francs, welk bedrag geleend moest worden. Met veel  takt wist Chistiaan de Gier met de bezetter om te gaan zonder de belangen van zijn gemeente en haar inwoners uit het oog te verliezen. Na het vertrek  van de inmiddels gehate Fransen werd hij dan ook in zijn ambt als burgermeester gehandhaafd tot hij in 1818 ontslag nam. Hij overleed op 23 augustus 1834. Cristiaan de Gier overleed op 'het Hof' op 23 augustus 1843 87 jaar oud.
Na zijn overlijden kwam het landgoed in handen van Joannes Glaudemans die gehuwd was met Elisabethde de Gier.
BRON: Maandkrant 'de Stimulans' Kerkdriel 01-04-1960
VERDER ONDERZOEK
Na verder onderzoek werd de naam Jeanne Holwinde gevonden.
En wat bleek, de 'gevluchte' Everardus Du Plessis de Mornay was niet naar het buitenland gevlucht zoals werd verondersteld. Hij had zich in het kleine dorpje Thorn bij Roermond aan de Belgische grens 'verschuild.' Hij werd in die dagen niet opgespoord, zijn vrouw volgde hem in de zomer van 1800, in 1802 werd hun zoontje Henri geboren. De toegevoegde tweede achternaam 'Mornay' die werd vermeld op het kerkelijk trouwdocument te Driel, is niet terug te vinden in het document bij het HCRL in Limburg uit 1802. In dit document blijkt dat hij zijn tweede achternaam (waarschijnlijk om niet ontdekt te worden) heeft veranderd in 'de Montfort' dit was de achternaam van zijn schoonmoeder Jvr. Claina van Montfort.
GEDOORTEAKTE
Het volgende staat in de geboorteakte vermeld:
Kind:                Henri Theodoor Jean Everard du Plessis de Montfort.
Geboorteplaats:  Thorn.
Geboortedatum:  8 november  1802
Vader:              Everardus du Plessis de Montfort
Moeder:            Jean, Suibert, Josephine, Marie de Heerma de Holwinde, zn. van Emanuel Frederik van Montfoort en Johanna Clasina van Riebeeck, ovl. te Driel [ge] op Huize De Bielke, begr. te Driel [ge] op 9 mei 1750.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     
Clasina