tr. (Johan ongeveer 37 jaar oud) in 1596
met
Johan de Brauw, geb. in 1559 in Geersbergen Vlaaderen, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Geertruidenberg [nb] op 8 okt 1619.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Abraham | *1599 | Tholen [ze] | †1655 | Rotterdam [zh] | 55 | 2 | 1 |
| 2 | Isaac | *1601 | Tholen [ze] | †1649 | Lillo | 47 | 1 | 0 |
| 3 | Jacob | *1604 | Tholen [ze] | †1680 | Rotterdam [zh] | 76 | 1 | 2 |
tr. (ongeveer 27 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 25 feb 1629
met
Anna van der Meer van Berendrecht, dr. van Jacob van der Meer van Berendrecht en Agnes van Boetzelaer, ovl. te Lillo in 1644, begr. te Goes [ze].
>
tr. (Isaac ongeveer 27 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 25 feb 1629
met
Isaac de Brauw, zn. van Johan de Brauw en Martine Huyssen, geb. te Tholen [ze] in 1601, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Lillo op 8 mei 1649, begr. te Goes [ze].
>
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Anna | †1644 | Lillo | 1 | 0 |
tr.
met
Jacob van der Meer van Berendrecht, zn. van Willem van der Meer van Berendrecht (heer van Hodenpijl, secretaris) en Anna Sandelijn, geb. circa 1560, ovl. (ongeveer 44 jaar oud) in 1604.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Anna | †1644 | Lillo | 1 | 0 |
tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 18 jaar oud) circa 1750
met
Maria Catharina Buys, dr. van Abraham Buys en Antoinette Dierquens, ged. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk op 8 jul 1731, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 2 aug 1788.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Johan | *1753 | 's-Gravenhage [zh] | †1815 | 's-Gravenhage [zh] | 61 | 1 | 0 |
tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 27 jaar oud) circa 1750
met
Gerard Meerman, zn. van Johannes Meerman en Catharina Adriana de la Court, geb. te Leiden [zh] op 6 dec 1722, Heer van Vuren en Dalem, Nederlands bestuurder en boekverzamelaar, ovl. (49 jaar oud) te Aken [Duitsland] Meerman overleed in Aken, waar hij enige tijd verbleef om zijn zwakke gezondheid te versterken. Bij het bericht van de dood van zijn dochter viel hij in onmacht en stierf. Hij werd begraven in Vaals. Zijn zoon Johan liet het stoffelijk overschot opgraven en overbrengen naar het familiegraf in de Leidse Pieterskerk. Daar bevindt zich zijn praalgraf, ontworpen door Jean Theodore Royer (1737-1807) en uitgevoerd door de Haagse, uit Polen afkomstige kunstenaar Franciszek Offert of Hoffert. Daarop staat de latijnse inscriptie (in vertaling): "Voor Gerard Meerman, vroeger geliefd bij geleerde vorsten en vooraanstaande burgers, thans gemist door zijn dierbaren. Hij leefde 49 jaar." (Wikipedia) op 15 dec 1771, begr. te Leiden [zh].
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Johan | *1753 | 's-Gravenhage [zh] | †1815 | 's-Gravenhage [zh] | 61 | 1 | 0 |
tr. (resp. 27 en 23 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 sep 1726
met
Antoinette Dierquens, dr. van Nicolaas Dierquens en Maria Catharina van Schuijlenburch, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 13 okt 1702, ovl. (61 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 20 nov 1763.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Maria | ~1731 | Amsterdam [nl] | †1788 | 's-Gravenhage [zh] | 57 | 1 | 1 |
tr. (resp. 23 en 27 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 sep 1726
met
Abraham Buys, zn. van Willem Buys en Elisabeth Lestevenon, geb. te Amsterdam [nl] op 26 mrt 1699, ovl. (71 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 28 jun 1770.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Maria | ~1731 | Amsterdam [nl] | †1788 | 's-Gravenhage [zh] | 57 | 1 | 1 |
tr. (resp. 31 en ongeveer 36 jaar oud) op 11 sep 1785 het huwelijk bleef kinderloos
met
Anna Cornelia Mollerus, dr. van Hendrik Mollerus en Cornelia Mauritia de Noey Vrouwe van Kenenburg, geb. in 1749, dichteres, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 9 aug 1821, tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 51 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 17 mei 1778 met Abraham Perrenot Abraham Perrenot (Neuchâtel, 1726 - 10 juli 1784) was een Zwitsers rechtsgeleerde en politicus. Hij studeerde rechten in Utrecht en bleef daarna in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Perrenot promoveerde in 1748 op het proefschrift "Over het verbod in de stad en in de kerken te begraven". Hij was dan ook in 1780 de oprichter van de eerste buitenstadse begraafplaats Ter Navolging in de duinen tussen Den Haag en Scheveningen.
Voor stadhouder Willem IV was hij rentmeester van diens domeinen in Culemborg, waar hij ook burgemeester en schepen was. Onder stadhouder Willem V werd hij ordinaris raad- en rekenmeester van de domeinen. Hij vestigde zich in de Nobelstraat, in het centrum van Den Haag. Hij werd ook aangesteld als onderwijzer voor de kinderen van de prins, waaronder dus de latere koning Willem I.
In 1778 trouwde de Culemborgse burgemeester en weduwnaar Perrenot met de ruim twintig jaar jongere Anna Cornelia Mollerus (1749-1821). Ze woonden later in Den Haag en waren bevriend met onder anderen de filosoof Frans Hemsterhuis. Na zijn overlijden hertrouwde Anna Mollerus in september 1785 met Johan Meerman. (Wikipedia), geb. te Neuchatel in 1726, begr. te 's-Gravenhage [zh] op de Begraafplaats "Ter Navolging". er Navolging was de eerste niet-joodse begraafplaats in Nederland die buiten de bebouwde kom werd aangelegd. Ter Navolging werd in 1778 gesticht door Abraham Perrenot (1726 - 1784), een Zwitser die aan het Stadhouderlijke hof verbonden was.
Voor de stichting van Ter Navolging werden in het huidige Nederland sinds de kerstening de doden in en om kerken begraven. In hogere kringen ontstond daar steeds meer weerstand tegen, onder andere vanwege hygiënische redenen. Dit was de reden voor Perrenot om de eerste begraafplaats buiten de bebouwde kom, in de duinen van Scheveningen, aan te leggen. Hij noemde de begraafplaats "Ter Navolging", in de hoop dat zijn voorbeeld gevolgd zou worden.
In 1778 werd begonnen met de aanleg van vijftien kelders, dat aantal was in 1792 al uitgegroeid tot 72 kelders, thans 102 kelders.
De eerste begrafenis op Ter Navolging was van een kind op 11 mei 1780. Daarna werd Pieter Anthoni baron de Huybert, heer van Kruyningen begraven, hetgeen plaatsvond op 24 juni 1780. Zijn steen staat tegen de buitenkant van de muur. De Huybert was onder andere oud drossaart van Muiden en dijkgraaf van Gooyland en er wordt aangenomen dat het wapen van Scheveningen een afgeleide van zijn wapen is.
De buitenbegraafplaats kreeg al spoedig in Begraafplaats Het Heilige Kruis te Zwolle, Oud-Zuilen en Tiel navolging.
Door de uitbreiding van Scheveningen door de jaren heen ligt Ter Navolging tegenwoordig niet meer afgelegen in de duinen, maar is omgeven door bebouwing. De kleine begraafplaats is nog steeds in gebruik. De ingang van Ter Navolging is ingeklemd tussen een kantoorgebouw en een restaurantje, schuin tegenover het voormalige Appeltheater. Na het zwartgelakte hek, waarop in vergulde letters de naam van begraafplaats staat, loopt men een oud stuk duin op. Na een tweede hek, een kunstwerk van Leontine Lieffering komt men na het derde hek op het werkelijke terrein van Ter Navolging: een ommuurd deel waarbinnen zich (familie)graven bevinden. Tegenover de ingang ziet men de monumentale steen Guillaume Groen van Prinsterer en Betsy van der Hoop, en aan de rechterkant van het hek is een gedenksteen voor Betje Wolff en Aagje Deken. De steen van baron de Huybert staat tegen de buitenkant van de muur. In het omringende gras liggen ook nog enkele oude familiegraven.
In 1976 dreigde de begraafplaats geruimd te worden, hetgeen verhinderd werd doordat Leendert Jol er een doodgeboren kindje liet begraven.
In 1980 bestond de begraafplaats 200 jaar. Ter nagedachtenis van de oprichter werd een gedenksteen geplaatst op 12 jul 1784. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 51 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 17 mei 1778
met
Abraham Perrenot Abraham Perrenot (Neuchâtel, 1726 - 10 juli 1784) was een Zwitsers rechtsgeleerde en politicus. Hij studeerde rechten in Utrecht en bleef daarna in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Perrenot promoveerde in 1748 op het proefschrift "Over het verbod in de stad en in de kerken te begraven". Hij was dan ook in 1780 de oprichter van de eerste buitenstadse begraafplaats Ter Navolging in de duinen tussen Den Haag en Scheveningen.
Voor stadhouder Willem IV was hij rentmeester van diens domeinen in Culemborg, waar hij ook burgemeester en schepen was. Onder stadhouder Willem V werd hij ordinaris raad- en rekenmeester van de domeinen. Hij vestigde zich in de Nobelstraat, in het centrum van Den Haag. Hij werd ook aangesteld als onderwijzer voor de kinderen van de prins, waaronder dus de latere koning Willem I.
In 1778 trouwde de Culemborgse burgemeester en weduwnaar Perrenot met de ruim twintig jaar jongere Anna Cornelia Mollerus (1749-1821). Ze woonden later in Den Haag en waren bevriend met onder anderen de filosoof Frans Hemsterhuis. Na zijn overlijden hertrouwde Anna Mollerus in september 1785 met Johan Meerman. (Wikipedia), geb. te Neuchatel in 1726, begr. te 's-Gravenhage [zh] op de Begraafplaats "Ter Navolging". er Navolging was de eerste niet-joodse begraafplaats in Nederland die buiten de bebouwde kom werd aangelegd. Ter Navolging werd in 1778 gesticht door Abraham Perrenot (1726 - 1784), een Zwitser die aan het Stadhouderlijke hof verbonden was.
Voor de stichting van Ter Navolging werden in het huidige Nederland sinds de kerstening de doden in en om kerken begraven. In hogere kringen ontstond daar steeds meer weerstand tegen, onder andere vanwege hygiënische redenen. Dit was de reden voor Perrenot om de eerste begraafplaats buiten de bebouwde kom, in de duinen van Scheveningen, aan te leggen. Hij noemde de begraafplaats "Ter Navolging", in de hoop dat zijn voorbeeld gevolgd zou worden.
In 1778 werd begonnen met de aanleg van vijftien kelders, dat aantal was in 1792 al uitgegroeid tot 72 kelders, thans 102 kelders.
De eerste begrafenis op Ter Navolging was van een kind op 11 mei 1780. Daarna werd Pieter Anthoni baron de Huybert, heer van Kruyningen begraven, hetgeen plaatsvond op 24 juni 1780. Zijn steen staat tegen de buitenkant van de muur. De Huybert was onder andere oud drossaart van Muiden en dijkgraaf van Gooyland en er wordt aangenomen dat het wapen van Scheveningen een afgeleide van zijn wapen is.
De buitenbegraafplaats kreeg al spoedig in Begraafplaats Het Heilige Kruis te Zwolle, Oud-Zuilen en Tiel navolging.
Door de uitbreiding van Scheveningen door de jaren heen ligt Ter Navolging tegenwoordig niet meer afgelegen in de duinen, maar is omgeven door bebouwing. De kleine begraafplaats is nog steeds in gebruik. De ingang van Ter Navolging is ingeklemd tussen een kantoorgebouw en een restaurantje, schuin tegenover het voormalige Appeltheater. Na het zwartgelakte hek, waarop in vergulde letters de naam van begraafplaats staat, loopt men een oud stuk duin op. Na een tweede hek, een kunstwerk van Leontine Lieffering komt men na het derde hek op het werkelijke terrein van Ter Navolging: een ommuurd deel waarbinnen zich (familie)graven bevinden. Tegenover de ingang ziet men de monumentale steen Guillaume Groen van Prinsterer en Betsy van der Hoop, en aan de rechterkant van het hek is een gedenksteen voor Betje Wolff en Aagje Deken. De steen van baron de Huybert staat tegen de buitenkant van de muur. In het omringende gras liggen ook nog enkele oude familiegraven.
In 1976 dreigde de begraafplaats geruimd te worden, hetgeen verhinderd werd doordat Leendert Jol er een doodgeboren kindje liet begraven.
In 1980 bestond de begraafplaats 200 jaar. Ter nagedachtenis van de oprichter werd een gedenksteen geplaatst op 12 jul 1784.
tr. (resp. ongeveer 36 en 31 jaar oud) (2) op 11 sep 1785 het huwelijk bleef kinderloos
met
Johan Meerman Johan Meerman was een telg uit een Delfts-Leids regentengeslacht met Orangistische sympathieën. Als enige zoon van Gerard Meerman, van 1748 tot 1766 stadspensionaris van Rotterdam, bezocht hij aldaar de Latijnse School, waarvan vader Meerman curator was. Al op tienjarige leeftijd vertaalde Johan het blijspel Le mariage forcé van Molière, dat in 1764 in druk verscheen. Van 1764 tot 1767 genoot hij privé-onderwijs. In 1767 – nog voor hij veertien jaar oud was – vertrok hij, onder begeleiding van zijn gouverneur, naar Leipzig om aan de universiteit aldaar te studeren. In 1769 keerde hij terug naar zijn ouders, die inmiddels de Rotterdamse Boompjes hadden verruild voor het zogeheten 'Huis aan den Boschkant', een monumentaal pand gelegen aan de Haagse Prinsessegracht op de hoek van het Korte Voorhout. In oktober van hetzelfde jaar vertrok Johan alweer met zijn gouverneur naar Göttingen, waar hij aan de universiteit twee jaar lang colleges volgde, onder anderen bij de classicus en archeoloog Christian Gottlob Heyne. Door deze ervaringen ontwikkelde de jonge Meerman een brede belangstelling en werd hij zich bewust van de culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen de Republiek en het buitenland. Door zijn reislust beschikte Johan dus al op jeugdige leeftijd over een aanzienlijke culturele bagage. Later zou hij schrijven dat reizen behoorde tot de 'Burger- of Regentenplichten' (geciteerd in: Van Heel (1984), 55). Vandaar dat hij zijn indrukken steeds vastlegde in gedrukte reisverslagen. Op advies van zijn vader had hij op 16 september zijn studie voortgezet aan de universiteit te Leiden, waar hij op 13 mei 1774 promoveerde tot meester in de rechten op een proefschrift getiteld Specimen iuris publici inaugurale de solutione vinculi, quod olim fuit inter S.R. Imperium et Foederati Belgii Respublicas. Na zijn promotie ondernam Johan met zijn gouverneur een grand tour naar Groot-Brittannië, Frankrijk, Zwitserland, Italië, Duitsland en Oostenrijk, waar hij kennis maakte met vele geleerden en kunstenaars.
Na zijn terugkeer in Den Haag in de zomer van 1776 trok Meerman in bij zijn moeder in het huis aan de Prinsessegracht. Hier begon hij te schrijven aan een reeks (rechts)historische en letterkundige werken. Een van zijn belangrijkste publicaties was een Geschiedenis van Graaf Willem van Holland, Roomsch Koning, die tussen 1783 en 1797 in vier delen zou verschijnen. Deze gedegen studie baseerde hij zoveel mogelijk op originele bronnen en publicaties, onder meer uit de boekencollectie van stadhouder Willem V en de Vaticaanse bibliotheek. Dankzij deze studies raakte Meerman goed bekend met het Noord-Nederlandse bibliotheekwezen, voor zover dat al bestond, zn. van Gerard Meerman (Heer van Vuren en Dalem, Nederlands bestuurder en boekverzamelaar) en Maria Catharina Buys, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 1 nov 1753, ovl. (61 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 19 aug 1815.
>
tr. (resp. 31 en 23 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 28 jan 1740
met
Cornelia Mauritia de Noey Vrouwe van Kenenburg, dr. van Nicolaas Johan Hendrik Noey en Sabine Wilhelmina van Raesfeld-Kenenburg, geb. te Schipluiden [zh] op 15 dec 1716, ovl. (76 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 12 feb 1793.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Anna | *1749 | †1821 | 's-Gravenhage [zh] | 72 | 2 | 0 | |
| 2 | Sabine | *1752 | 's-Gravenhage [zh] | †1822 | Oisterwijk [nb] | 70 | 1 | 1 |
tr. (resp. 23 en 31 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 28 jan 1740
met
Hendrik Mollerus Heer van Westkerke en Wulpendaal, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 2 jan 1709, ovl. (74 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 8 dec 1783.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Anna | *1749 | †1821 | 's-Gravenhage [zh] | 72 | 2 | 0 | |
| 2 | Sabine | *1752 | 's-Gravenhage [zh] | †1822 | Oisterwijk [nb] | 70 | 1 | 1 |
tr. (resp. ongeveer 51 en ongeveer 28 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 mei 1778
met
Anna Cornelia Mollerus, dr. van Hendrik Mollerus en Cornelia Mauritia de Noey Vrouwe van Kenenburg, geb. in 1749, dichteres, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 9 aug 1821, tr. (2) met Johan Meerman Johan Meerman was een telg uit een Delfts-Leids regentengeslacht met Orangistische sympathieën. Als enige zoon van Gerard Meerman, van 1748 tot 1766 stadspensionaris van Rotterdam, bezocht hij aldaar de Latijnse School, waarvan vader Meerman curator was. Al op tienjarige leeftijd vertaalde Johan het blijspel Le mariage forcé van Molière, dat in 1764 in druk verscheen. Van 1764 tot 1767 genoot hij privé-onderwijs. In 1767 – nog voor hij veertien jaar oud was – vertrok hij, onder begeleiding van zijn gouverneur, naar Leipzig om aan de universiteit aldaar te studeren. In 1769 keerde hij terug naar zijn ouders, die inmiddels de Rotterdamse Boompjes hadden verruild voor het zogeheten 'Huis aan den Boschkant', een monumentaal pand gelegen aan de Haagse Prinsessegracht op de hoek van het Korte Voorhout. In oktober van hetzelfde jaar vertrok Johan alweer met zijn gouverneur naar Göttingen, waar hij aan de universiteit twee jaar lang colleges volgde, onder anderen bij de classicus en archeoloog Christian Gottlob Heyne. Door deze ervaringen ontwikkelde de jonge Meerman een brede belangstelling en werd hij zich bewust van de culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen de Republiek en het buitenland. Door zijn reislust beschikte Johan dus al op jeugdige leeftijd over een aanzienlijke culturele bagage. Later zou hij schrijven dat reizen behoorde tot de 'Burger- of Regentenplichten' (geciteerd in: Van Heel (1984), 55). Vandaar dat hij zijn indrukken steeds vastlegde in gedrukte reisverslagen. Op advies van zijn vader had hij op 16 september zijn studie voortgezet aan de universiteit te Leiden, waar hij op 13 mei 1774 promoveerde tot meester in de rechten op een proefschrift getiteld Specimen iuris publici inaugurale de solutione vinculi, quod olim fuit inter S.R. Imperium et Foederati Belgii Respublicas. Na zijn promotie ondernam Johan met zijn gouverneur een grand tour naar Groot-Brittannië, Frankrijk, Zwitserland, Italië, Duitsland en Oostenrijk, waar hij kennis maakte met vele geleerden en kunstenaars.
Na zijn terugkeer in Den Haag in de zomer van 1776 trok Meerman in bij zijn moeder in het huis aan de Prinsessegracht. Hier begon hij te schrijven aan een reeks (rechts)historische en letterkundige werken. Een van zijn belangrijkste publicaties was een Geschiedenis van Graaf Willem van Holland, Roomsch Koning, die tussen 1783 en 1797 in vier delen zou verschijnen. Deze gedegen studie baseerde hij zoveel mogelijk op originele bronnen en publicaties, onder meer uit de boekencollectie van stadhouder Willem V en de Vaticaanse bibliotheek. Dankzij deze studies raakte Meerman goed bekend met het Noord-Nederlandse bibliotheekwezen, voor zover dat al bestond. Uit dit huwelijk geen kinderen.
>
tr. (resp. 43 en 48 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 12 okt 1795
met
Florentius Verster, zn. van Abraham Verster en Florentia van Woerkom, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 14 aug 1747, Dr.jur, schepen in Den Bosch, ovl. (54 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 24 apr 1802, tr. (resp. 33 en 24 jaar oud) (1) te 's-Hertogenbosch [nb] op 12 nov 1780 met Antonia Aemilia van Heurne. Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Abraham | ~1796 | 's-Hertogenbosch [nb] | †1882 | Noordwijk [zh] | 86 | 1 | 0 |
tr.
met
Nicolaas Johan Hendrik Noey, ovl. te Schipluiden [zh] op 25 feb 1737.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Cornelia | *1716 | Schipluiden [zh] | †1793 | 's-Gravenhage [zh] | 76 | 1 | 3 |
tr.
met
Sabine Wilhelmina van Raesfeld-Kenenburg, dr. van Johan van Raesfeld-Kenenburg (heer van Kenenburg en Schip-) en Anna Philipota Cabeliau (vrouwe van Kenenburg), ovl. te Schipluiden [zh] op 26 nov 1762.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Cornelia | *1716 | Schipluiden [zh] | †1793 | 's-Gravenhage [zh] | 76 | 1 | 3 |
tr. (resp. 41 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te 's-Gravenhage [zh] op 9 jun 1739
met
Anna van den Honert, dr. van Johan van den Honert en Cornelia de Witt, geb. te 's-Gravenhage [zh] in 1715, ovl. (ongeveer 24 jaar oud) te Wageningen [ge] op 27 jan 1740.
tr. (2)
met
tr.
met
Sibilla Margaretha Heuvelmans.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Jan | *1697 | Delft [zh] | †1760 | Wageningen [ge] | 62 | 2 | 0 |
tr.
met
Jan Carel van Eck, geb. te Kleef [Duitsland] in 1656, generaal - majoor van de cavalerie, ovl. te Ede [ge].
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Jan | *1697 | Delft [zh] | †1760 | Wageningen [ge] | 62 | 2 | 0 |