Website van Leo HENDRIKS
Jacobus Straver
Jacobus Straver, geb. circa 1834, ovl. (ongeveer 4 jaar oud) te Oudewater [ut] op 17 feb 1839.


Johanna Helena Vreeswijk
Johanna Helena Vreeswijk, geb. te Montfoort [ut] op 2 okt 1838, ovl. te Oudewater [ut] op 26 okt 1838 aktenr. 52 met vermelding 3  weken oud.


Maria van Eyck
Maria van Eyck, geb. circa 1825, ovl. (ongeveer 1 jaar oud) te Utrecht [ut] op 21 nov 1826.


Hendrikus de Bruin
Hendrikus de Bruin.

tr.
met

Christina (Stijntje) Vreeswijk, dr. van Christiaan Vreeswijk en Antje de Bakker, geb. in 1779 (circa 1780), ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Utrecht [ut] op 18 jan 1823 aktenr. 86.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christianus*1806 Utrecht [ut]    
Hendrikus*1808 Utrecht [ut]    
Antje*1819 Utrecht [ut]    


Christianus de Bruin
Christianus de Bruin, geb. te Utrecht [ut] in 1806.

tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 27 jaar oud) (1) te Utrecht [ut] op 19 mei 1830 aktenr. 118
met

Martina Cornelia van Beurden, dr. van Hendrikus van Beurden en Cornelia van der Weert, geb. te Culemborg [ge] circa 1802, ovl. (hoogstens 41 jaar oud) te Utrecht [ut] voor 1843.

tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Utrecht [ut] op 11 jan 1843 aktenr. 5
met

Jeuriaantje van Mourik, geb. te Rhenen [ut] circa 1817.


Martina Cornelia van Beurden
Martina Cornelia van Beurden, geb. te Culemborg [ge] circa 1802, ovl. (hoogstens 41 jaar oud) te Utrecht [ut] voor 1843.

tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 23 jaar oud) te Utrecht [ut] op 19 mei 1830 aktenr. 118
met

Christianus de Bruin, zn. van Hendrikus de Bruin en Christina (Stijntje) Vreeswijk, geb. te Utrecht [ut] in 1806, tr. (2) met Jeuriaantje van Mourik. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Hendrikus van Beurden
Hendrikus van Beurden.

tr.
met

Cornelia van der Weert.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martina*1802 Culemborg [ge] †1843 Utrecht [ut] 41


Cornelia van der Weert
Cornelia van der Weert.

tr.
met

Hendrikus van Beurden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martina*1802 Culemborg [ge] †1843 Utrecht [ut] 41


Cornelia Johanna Vreeswijk
Cornelia Johanna Vreeswijk, ovl. te Oudewater [ut] op 9 jun 1830 aktenr. 33 met vermelding oud 9 dagen.


Alberta Vreeswijk
Alberta Vreeswijk.

tr.
met

Hendrik Borgers.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helena*1809 Utrecht [ut]    
Dirk*1812 Utrecht [ut]    
Jan*1814 Utrecht [ut]    


Hendrik Borgers
Hendrik Borgers.

tr.
met

Alberta Vreeswijk.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helena*1809 Utrecht [ut]    
Dirk*1812 Utrecht [ut]    
Jan*1814 Utrecht [ut]    


Jan Willem Borgers
Jan Willem Borgers, geb. te Utrecht [ut] circa 1814.

tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 23 jaar oud) te Utrecht [ut] op 18 feb 1835 aktenr. 41
met

Catharina van Elk, dr. van Maria van Elk, geb. te Utrecht [ut] circa 1811.


Catharina van Elk
Catharina van Elk, geb. te Utrecht [ut] circa 1811.

tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 20 jaar oud) te Utrecht [ut] op 18 feb 1835 aktenr. 41
met

Jan Willem Borgers, zn. van Hendrik Borgers en Alberta Vreeswijk, geb. te Utrecht [ut] circa 1814.


Maria van Elk
Maria van Elk.


Zij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1811 Utrecht [ut]    


Johanna Vreeswijk
Johanna (Joanna) Vreeswijk.

relatie
met

Carel Gerard Hultman, zn. van Jan Andries Hultman en Anna Helena Schomaker, geb. te Zutphen [ge] op 10 jul 1752, gouverneur van Noord-Brabant van 1814-1820, ovl. (67 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 7 mrt 1820, tr. (resp. 21 en 28 jaar oud) (1) te Deventer [ov] Waalse Kerk op 13 jan 1774 met Maria Adriana Lemker, dr. van Johan Casper Lemker (commies van 's-Lands Magazijn (1744-1785)) en Johanna Wilhelmina de Beaufort, geb. te Deventer [ov] op 24 aug 1745, ovl. (54 jaar oud) te Arnhem [ge] op 9 feb 1800. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Carel Gerard Hultman.
Carel Gerard Hultman (1752-1820).
eerste gouverneur van Noord-Brabant.
Mr Carel Gerard Hultman werd geboren te Zutphen op 10 juli 1752 als zoon van de advocaat-fiscaal van de financiën van het Graafschap Zutphen Jan Andries Hultman en de Zutphense patriciërsdochter Anna Helena Schomaker. Hij huwde met een jonkvrouwe Lemker. Het huwelijk bleef kinderloos, maar hij liet drie zonen Hultman na uit een buitenechtelijke verbintenis met Johanna Vreeswijk. Hultman stierf te 's-Hertogenbosch op 7 maart 1820.
Hultmans loopbaan is veelzijdig en niet aan één woon- of standplaats gebonden. Hij heeft nog geen zes jaar lang in 's-Hertogenbosch gewoond als bewoner van het gouvernementspaleis in de Verwersstraat. Hultman is 'een man van de waereld', werd over hem gemeld bij zijn komst naar Noord-Brabant in april 1814. Stichtingen, monumenten of materiële bezittingen die met zijn naam verbonden zijn, heeft hij binnen deze provincie niet nagelaten. Niettemin is er voldoende reden om zijn biografie hier weer te geven. Hij werd in april 1814 immers de eerste gouverneur - de commissaris van de koning(in) - van Noord-Brabant als zelfstandige provincie.
Hultman trad na zijn in 1772 voltooide rechtenstudie eerst in het voetspoor van zijn vader als advocaat-fiscaal. In 1779 werd hij griffier bij het hof van Gelre. Reeds in deze tijd bleek zijn eruditie. Hij was een verzamelaar van lidmaatschappen van academies en genootschappen, maar nog groter was zijn verzamelwoede inzake boeken.
Na de Bataafse Omwenteling werd Hultman afgevaardigd naar de Nationale Vergadering, waar hij tot de gematigde federalisten behoorde. In 1798 kreeg hij de belangrijke post van secretaris van het Uitvoerend Bewind. Hiermee kwam hij op de plaats waar alle politieke lijnen tezamen kwamen. In 1806 moest hij dit secretariaat ruilen voor het landdrostambt van Maasland, het huidige Zuid-Holland. Geheel conform het centralistische karakter van het Franse staatsbestel werd hij na de inlijving van Nederland in 1811 door Napoleon verplaatst naar Avignon, hoofdstad van het departement Vaucluse. De keizer benoemde immers bij voorkeur niet-ingezetenen in de prefectures van zijn rijk. Prefecten waren regeringspionnen, die vaak om politieke redenen werden verschoven. Aan het einde van de Franse tijd, in 1813, keerde Hultman weer terug in Nederland, als prefect van het departement Monden van de IJssel in Zwolle.
De regering van de nieuwe koning Willem I wenste zoveel mogelijk te breken met het regime van de verdreven Napoleon. Geen van de prefecten werd gecontinueerd in de nieuwe funktie van gouverneur, uitgezonderd de in Noord-Brabant geplaatste Hultman. Ook in een ander opzicht was Hultman een uitzondering: hij was de enige tussen de tien benoemde gouverneurs die niet uit de hem toebedeelde provincie afkomstig waren, hoewel dit in die dagen gold als een voorwaarde en zelfs bijna grondwettelijk was vastgelegd. Derhalve behoeft zijn benoeming verklaring, temeer daar in de jaren 1807-1810 het gouvernementspaleis wel werd bewoond door een geboren Brabander, P.E. de la Court uit Gemert.
Waarom Hultman? Het antwoord is eenvoudig: omdat de regering van Willem I met hem niet goed raad wist. Hultman had zijn verdiensten en moest aan een passend ambt geholpen worden, maar waar? Wellicht om deze reden werd hij geplaatst in Brabant, een provincie waar Willem I en zijn adviseurs al evenmin raad mee wisten. Want waarschijnlijk heeft de vorst, gelet op de politieke onenigheid in deze provincie, niet willen kiezen tussen een inheemse gouverneur uit het protestantse óf uit het katholieke kamp en heeft hij iemand van buiten naar Den Bosch gezonden. Wellicht is zijn keuze minder weloverwogen: Brabant had vóór 1795 immers geen eigen gewestelijk bestuur en de geest van 1813 was - in naam althans - gericht op het herstel van het Ancien Regime.
Hultman was, zoals gezegd, een man van de wereld. De Brabantse katholieken waren stellig niet ingenomen met deze vreemdeling en vrijmetselaar, opgegroeid in de eeuw van redelijkheid en Verlichting, een tijdgeest die op dat moment plaats maakte voor het strijdbare geloof van de Romantiek. Toch wist Hultman zich staande te houden in Noord-Brabant, daarbij geholpen door zijn innemendheid, zijn politieke handigheid, maar vooral zijn plooibaarheid en luchtige behandeling van de bestuurszaken. De provinciale elite had betrekkelijk weinig last van hem. Als gouverneur liet hij de gedeputeerden in vele kwesties een grote mate van vrijheid - veel té groot, constateerde in 1822 zijn opvolger.
Sommige zaken wenste hij echter niet uit handen te geven, zoals de organisatie van de gemeentebesturen in Noord-Brabant. Hultman oordeelde in 1814 zeer negatief over de wens van de vorst om de eigenaren van heerlijkheden op het platteland te herstellen in hun oude rechten tot voordracht van de plaatselijke ambtenaren. Dit reactionaire voornemen strookte volgens hem niet met een moderne bestuursinrichting. In deze kwestie vond Hultman de Brabantse katholieke elite aan zijn zijde, die uiteraard zeer beducht was voor de terugkeer van de oude protestantse ambtenaren in deze heerlijkheden. De afkoopregeling die gedupeerde A.J.J.H. Verheijen in 1815 opstelde, vond geen gehoor bij de regering. Willem I meende dat het plan 'te gek is om er van te spreken'. Oudjaar 1818 dreigde een bestuursreglement zónder afkoopregeling te worden ingevoerd, maar toen kwam Hultman in het geweer. Hij reisde naar het hof in Brussel en schreef brief na brief aan de regering. Pas in mei 1819 ging de koning voor Hultmans smeekbeden en hartekreten door de knieën.
De Brabantse elite volgde de kwestie op de voet, voor zover althans mogelijk, want Hultman handelde zeer geheimzinnig en eigenzinnig, met name in het geval van de benoemingen van de schouten op het platteland. De gouverneur duldde hierin geen inmenging van Statenleden of gedeputeerden. Hij schoof tussen de kandidaten enkele protégés naar voren, onder andere een oud-beambte die onder hem in Maasland had gefungeerd. In november 1819 eisten de gedeputeerden onder leiding van A.J.L. Borret inspraak inzake deze benoemingen. Hultman klaagde bij de koning over hun bemoeizucht in een brief waarin duidelijk de sporen zichtbaar zijn van mentale aftakeling, die mogelijk ook al ten grondslag heeft gelegen aan zijn solisme en teruggetrokkenheid gedurende het jaar 1819.
De gouverneur dementeerde in snel tempo en bij Koninklijk Besluit van 17 januari 1820 werd hij eervol ontslagen. Nog geen twee maanden later, op 7 maart 1820 overleed hij. Hij liet een imposante bibliotheek na, die in 1821 werd geïnventariseerd en geveild. Nauw verbonden met zijn verzamelwoede waren zijn financiële schulden, die hem de naam hadden bezorgd te zeer 'afhankelijk' te zijn geweest, in de zin dat hij onder de duim van de katholieke geestelijkheid zou hebben gezeten. Een nog grotere smet op zijn reputatie vormde een misstap die Hultman had begaan in een ogenblik van 'zinnenbedwelming'. De aard van dit misdrijf blijft echter onduidelijk.
Bronnen.
• A. van Kempen, 'De afkoop van het bestuurlijk deel der heerlijke rechten in Noord-Brabant 1814 - 1819', in: Varia Historica Brabantica, IX (1982), 137-194.
• A. van Kempen, Gouvernement tussen Kroon en Statenfracties. De positie van vier gouverneurs in het politieke krachtenveld van Noord-Brabant, Tilburg 1988.
Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1994).

Uit deze relatie 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Carl*1803 Rotterdam [zh] †1870 Oss [nb] 66
Jacoba*1810 Utrecht [ut] †1857 Utrecht [ut] 46
Gerard*1819 's-Hertogenbosch [nb] †1869 Haarlem [nh] 50
Anna  †1819 's-Hertogenbosch [nb]  
Johanna*1797 's-Gravenhage [zh] †1877 Haarlem [nh] 79


Jacoba Johanna Vreeswijk
Jacoba Johanna Vreeswijk, geb. te Utrecht [ut] circa 1810, ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Utrecht [ut] op 16 mrt 1857.

tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 32 jaar oud) (1) te Utrecht [ut] op 5 jun 1833 aktenr. 125
met

Johannes Frederik Jan Vries, zn. van Johannes Vries en Algonda Boringh, geb. te Harlingen [fr] circa 1800, ovl. (hoogstens 45 jaar oud) voor 1845, tr. (1) met Cornelia van Schaik. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (beiden ongeveer 24 jaar oud) (2) te Utrecht [ut] op 25 feb 1835 aktenr. 50
met

Christiaan Grijff, zn. van Christiaan Grijff en Maria Elisabeth Brugman, geb. te Utrecht [ut] circa 1810.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba*1842 Utrecht [ut] †1923 De Bilt [ut] 80

tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 40 jaar oud) (3) te Utrecht [ut] op 19 feb 1845 aktenr. 48
met

Jan Christiaan van Gorkum, zn. van Jan van Gorkum en Anna Christina de Visser, geb. te Utrecht [ut] circa 1804, ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Utrecht [ut] op 25 jan 1873, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 33 jaar oud) (1) op 18 nov 1829 met Hendrina Maria van Vreeswijk, geb. circa 1796. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. ongeveer 57 en ongeveer 55 jaar oud) (3) op 13 nov 1861 met Sophia Gunderman. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Christiaan Grijff
Christiaan Grijff, geb. te Utrecht [ut] circa 1810.

tr. (beiden ongeveer 24 jaar oud) te Utrecht [ut] op 25 feb 1835 aktenr. 50
met

Jacoba Johanna Vreeswijk, dr. van Carel Gerard Hultman (gouverneur van Noord-Brabant van 1814-1820) en Johanna Vreeswijk, geb. te Utrecht [ut] circa 1810, ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Utrecht [ut] op 16 mrt 1857, tr. (1) met Johannes Frederik Jan Vries. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Jan Christiaan van Gorkum. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba*1842 Utrecht [ut] †1923 De Bilt [ut] 80


Christiaan Grijff
Christiaan Grijff.

tr.
met

Maria Elisabeth Brugman.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christiaan*1810 Utrecht [ut]    


Maria Elisabeth Brugman
Maria Elisabeth Brugman.

tr.
met

Christiaan Grijff.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christiaan*1810 Utrecht [ut]    


Jan van Vreeswijk
Jan van Vreeswijk, ged. te Utrecht [ut] in de Domkerk op 21 jan 1750, ovl. te Utrecht [ut] op 22 jul 1831 de overlijdensakte vermeldt de namen van beide ouders als N.N.

tr. (1) te Utrecht [ut], kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Utrecht [ut] in de Catharinakerk op 3 mei 1774
met

Cornelia Schoenmaker, ged. te Utrecht [ut] in de Domkerk, met vermelding Springweg op 17 jan 1749, ovl. (hoogstens 47 jaar oud) voor 1796.

Uit dit huwelijk 9 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella~1775 Utrecht [ut] †1845 Utrecht [ut] 69
Johanna~1776 Utrecht [ut]    
Cornelia*1778 Utrecht [ut] †1849 Utrecht [ut] 71
Aletta~1780 Utrecht [ut] †1847 Utrecht [ut] 67
Jurrieaanes~1782 Utrecht [ut] †1847 Utrecht [ut] 65
Huiberta~1784 Utrecht [ut] †1859 Utrecht [ut] 74
Johannes~1787 Utrecht [ut] †1825 Utrecht [ut] 38
Glaudi~1789 Utrecht [ut] †1852 Utrecht [ut] 63
Cornelis~1791 Utrecht [ut]    

tr. (2), kerk.huw. (resp. ongeveer 46 en ongeveer 40 jaar oud) te Utrecht [ut] Jacobikerk op 3 mrt 1796 de bruid wonende op de Oude Gracht bij de Bakkerbrug
met

Margaretha van Schaick, dr. van Cornelis van Schaick en Aletta Schouten, geb. circa 1755, ged. (ongeveer 1 jaar oud) te Utrecht [ut] op 8 mei 1757 de doop is niet geheel zeker, evenals de vermelding van haar ouders, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Utrecht [ut] op 3 mei 1840.