Website van Leo HENDRIKS
Catharina van Scheltinga
Catharina Liewes van Scheltinga, geb. te Leeuwarden [fr] in 1619, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) te Oudega [fr] op 29 sep 1653.

tr. (resp. ongeveer 17 en ongeveer 25 jaar oud) op 12 jan 1637
met

Aulus van Haersma, zn. van Arent Eerkes van Haersma en Hylck van Harckema, geb. te Oudega [fr] in 1611, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Oudega [fr] op 18 jun 1669.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1642 Oudega [fr] †1671  29
Arent~1645 Leeuwarden [fr] †1709 Oudega [fr] 63


Daniel de Blocq van Scheltinga
Daniel de Blocq van Scheltinga, geb. te Leeuwarden [fr] in 1621, ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Heerenveen [fr] op 27 jan 1703.

Daniel de Blocq van Scheltinga.
Uyt de Studeer-Kamer van Hanso Hes.
(..) Die een seer lange reex van jaaren door Gods zeegen.
Bereykt hadd’, die met lust tot Gods onfeylbaar wegen.
Genegen was steets aan, die yder tot een spoor.
Van ’t geest’lyk tempel-werk in Godes huys ging’ voor (..).
Gelegenheidsgedichten zijn van alle tijden en van elk denkbaar peil. De bovenstaande.
regels zijn gewrocht in 1708 bij het overlijden van Martha van Kinnema, de weduwe.
van Daniël de Blocq van Scheltinga. De bard die dit droeve feit aan de vergetelheid.
probeert te ontrukken is Hanso Hes, bedienaar van het goddelijke woord te Tjalleberd.
Het blijkt niet het enige letterkundige wapenfeit te zijn van predikant Hes. Tresoar.
bewaart nog altijd een zevental werkjes van zijn hand: zes in het Latijn en één in de.
Nederlandse taal. Vijf van die renaissancistisch getinte letterkundige verpozingen staan.
rechtstreeks in verband met gebeurtenissen in de huiselijke kring van de Schoterlandse.
grietmansfamilie De Blocq van Scheltinga. Hoe hebben we het nu? De dichtende.
dominee als onversneden broodschrijver? Het ligt echter allemaal iets genuanceerder -.
laten we de erudiete Hes na drie eeuwen het voordeel van de twijfel geven.
Hanso Hes aanschouwt het levenslicht rond 1643 als zoon van Jacob Hansen Hes en Wytske.
Jans. Dat echtpaar trouwt te Leeuwarden in 1632, waarbij beide echtelieden afkomstig zijn uit.
de Friese hoofdstad. Bij de ondertrouw heet men de man “constabel van een regiment”. Jacob.
Hans Hes, generale konstabel in Friesland, betaalt in 1648 de benodigde zes goudgulden en.
weet zich dan burger van Leeuwarden.
Zijn zoon Hanso Hes is – gelet op zijn inschrijving aan twee universiteiten - denkelijk wel in.
Leeuwarden geboren, maar er is geen doop overgeleverd. Hij zou één van deze twee kinderen.
kunnen zijn: op 20 november 1642 en 19 januari 1644 wordt in Leeuwarden een Hans.
gedoopt, kind van een Jacob en een niet bij naam genoemde moeder. De familie Hes is zeker.
wel van Leeuwarden afkomstig, want op 1 oktober 1611 wordt daar een Jacob gedoopt als.
kind van Hans Hes. De moeder wordt dan niet genoemd, maar een zekere Fia Eelckes komt in.
1627 voor als weduwe van Hans Hes. Een mogelijk familielid is Andries Hans Hes, die in.
1604 te Leeuwarden trouwt met Sydts Rintkes. Hij is afkomstig van Sneek en konstabel van.
professie. Dat beroep oefent hij ook nog uit bij zijn tweede huwelijk in 1609. De vader van.
Hanso, Jacob Hans Hes, oefent een soortgelijk ambacht uit, want op 6 oktober 1659 heet men.
hem Konstabel-Generaal van Friesland.
De jonge Hanso Hes slaat een andere weg in. Hij krijgt zijn scholing aan het Leeuwarder.
gymnasium. Daarover is genoegzaam bekend: naast allerlei overgeleverde zinspreuken is.
verder duidelijk, dat hij in 1659 met een Leeuwarder stadspensie zijn studie bekostigt. Die.
toelage is hard nodig, want Hanso verliest al op jonge leeftijd zijn ouders. Op 1 oktober 1659.
wordt een zekere Mathijs Harings benoemd tot curator over Hans Jacobs Hes (dan oud in het.
zeventiende jaar) en zijn zus, Jetske Jacobs Hes (in het negentiende jaar).1 De jonge.
gymnasiast steekt nog datzelfde jaar onverdroten van wal met een studie, want “Hansonius.
Hes, Leovardiensis” studeert vanaf 1660 aan de Franeker Academie.2 Hij vervolgt zijn.
opleiding aan de Groninger Universiteit, want op 29 augustus 1665 laat Hanso zich daar aan.
de theologische faculteit inschrijven.3.
Daarna is hij klaar voor het echte leven. Om te beginnen laat het eigenlijke werk als predikant.
niet lang op zich wachten: Hanso Hes wordt op 1 juli 1667 door de gemeente van.
Boornbergum tot zielenherder beroepen.
Onderwijl sluit hij het hoofdstuk Leeuwarden af, want op 28 november 1668 verkopen Johan.
Hes (sic!), “pastor tot Boornbergum”, en Jetske Jacobs Hes, kinderen en erfgenamen van.
Jacob Hansen Hes en Wytske Jans, een huis in de Minnemastraat, dat hun vader in 1647 had.
aangekocht.4.
Verder stapt Hanso op 8 september 1669 in het huwelijksbootje. Zijn kersverse wederhelft is.
Freerkje van Gualteri. Zij is zeker geen slechte partij, want zij brengt Hanso in direct contact.
met de Friese bestuurselite. Freerkje is namelijk een dochter van Anthonius Gualteri (1613-.
1659), rentmeester van het “huys ten Nieuwenoort” en rentmeester te Middelgeest, en Jeltje.
van Teyens (1627-1693). Hanso Hes’ jawoord bezorgt hem dus in één keer veel invloedrijke.
familieleden. Via zijn schoonmoeder weet Hanso zich voortaan welkom bij buitengemeen.
invloedrijke Friese families als Van Teyens, Fockens, Boelens, Van Heloma, Siccama,.
Auwema, Coenders, Kinnema en dus ook De Blocq van Scheltinga. Het kost wat moeite,.
maar men ziet: Amor vincit omnia!.
Het gaat Hanso en Freerkje in ieder opzicht voor de wind. Het echtpaar laat te Boornbergum.
drie kinderen dopen: Jacobus (23 februari 1673), Wytske (2 mei 1675) en Antie (4 juni 1682).
Na zeventien jaar houdt Hanso Hes te Boornbergum op 30 november 1684 zijn afscheidsrede.
Vanaf eind 1684 draagt hij zorg voor het zielenheil te Tjalleberd, hij houdt er zijn intreerede.
op 7 december van dat jaar.5 Ook in die plaats laat het echtpaar kroost dopen: Jacobus (28.
februari 1686), Jacobus (5 januari 1688) en Wytske (21 september 1696).
De schrijversloopbaan van Hanso Hes start, voor zover bekend, nog tijdens zijn studententijd.
In 1664 is hij namelijk één van de dichters in Lessus funebres in tristem obitum, D. Arnoldi.
Verhel. Verder is een werkje uit 1672 bewaard gebleven: Threnus alcaicus in obitum Henrici.
Domna in Christi ecclesia Leoverdiensi versae et orthodoxae religionis concionatoris et.
propugnatoris. Hij heeft ongetwijfeld meer schone letteren in het licht gebracht, want in 1686.
verschijnt van hem Plichten Voor Leraar en Gemeente. Voorgestelt in een Predicatie over I.
Petri 5: Vers 2. Ter gelegentheyd van een bevestinge van een nieuw-beroepen Dienaar J.C. in.
de Gemeente van Nieuw-Brongerga, anders gemeenlijk genaamt de Knijpe, ende gepredikt.
Door Hanso Hes, Predikant in AEngwirden.6.
Op de één of andere manier moet uit de predikant Hes in de loop van de tijd een heuse.
gelegenheidsdichter gegroeid zijn. Staat hem daarbij slechts plat en maatschappelijk gewin.
voor ogen? Denkelijk toch niet, want dan is het meer aannemelijk, dat we gedichten zouden.
zien rond de grietman van Aengwirden, Jacobus van Bouricius. Hanso Hes schrijft echter over.
de grietmansfamilie in de aanpalende grietenij Schoterland en ongetwijfeld liggen daar.
contacten in de familiaire sfeer aan ten grondslag: via zijn vrouw is Hanso namelijk gelieerd.
aan de families De Blocq van Scheltinga en Kinnema.
Wie zijn toch die hoogwelgeboren mensen, die hem de pen steeds weer doen opnemen? Hoog.
tijd, om ze eens nader onder de loep te nemen. Daniël de Blocq van Scheltinga wordt geboren.
te Leeuwarden in 1621 als zoon van Livius Dircksz. van Scheltinga, doctor en advocaat voor.
het Hof van Friesland, en Anna Daniëlsdr de Blocq. Daniël is ontvanger-generaal der.
consumptiën (1644-1648), curator van de Franeker Academie (1686-1703), gecommitteerde.
ter Admiraliteit te Harlingen en grietman van Schoterland. Hij trouwt te Leeuwarden in 1645.
met Martha van Kinnema, geboren te Leeuwarden in 1624 als dochter van Cornelis Kinnema.
en Romkje Fockens.
Hanso Hes boekstaaft dus enkele keren het lief en leed in de familie De Blocq van Scheltinga.
Het vroegst overgeleverde bewijs daarvan dateert van 1698. Bij Melchisedek Olingius.
verschijnt dan Gratulatio in natalitia nobilissimi Danielis de Blocq a Scheltinga. De toon is.
letterlijk gezet, want ter gelegenheid van het huwelijk te Heerenveen op 19 mei 1700 van.
Martinus van Scheltinga (1666-1742) en Amilia Mennodr van Coehoorn, dochter van Menno.
van Coehoorn en Magdalena Scheltinga, vloeit de dichtader van Hes opnieuw: Epithalamium.
famae ac honori Martini â Scheltinga, Schoterlandiae praefecti sponsi, et Amiliae â.
Coehoorn, sponsae, concelebratum die XIX Maii MDCC.
Maar niet alleen bij de blijde gebeurtenissen in de Schoterlandse grietmansfamilie laaft de.
Aengwirder predikant zich aan de schone letteren. Hij waagt zich ook aan de funeraire poëzie.
Bij het overlijden van de pater familias, te Heerenveen op 7 januari 1708, schrijft Hanso Hes.
zijn Phalaecus feralis in obitum Danielis de Blocq à Scheltinga denati XXVII januarii.
MDCCIII. Ook bij het verscheiden van schoondochter Amalia van Coehoorn op 21 maart.
1708 doet Hes weer troostrijk van zich spreken met Lessus alcaicus in lacrumabiles exequias.
matronae Amiliae a Coehoorn conjugis Martini a Scheltinga, territorii quod dicitur.
Schoterland praefecti denatae XXI die Martii MDCCVIII. Nog in datzelfde jaar overlijdt ook.
de oude Martha van Kinnema, op de gezegende leeftijd van 84 jaren. Ook hier neemt Hanso.
Hes weer de pen op, dit keer echter in het Nederlands: Ter gedachtenisse van Martha van.
Kinnema, weduwe van Daniel de Blocq van Scheltinga, Oud-Grietman over Schoterland.
Opkomst en ondergang van geslachten en mensen zijn eveneens van alle tijden. In 1715 gaat.
Freerkje van Gualteri ad patres. Hanso zelf wordt emeritus wegens zwakheid en nagenoeg.
geheel verlies van zijn geheugen en hij wordt in 1719 verenigd met zijn voorouders.
Ons rest de afronding en wat wij er nu, na driehonderd lange jaren, mee aan moeten. Wat.
prikkelt is niet de vraag, of er in de zeventiende eeuw in Friesland gedicht wordt, want dat.
staat buiten kijf. De kwestie is eerder: hoeveel en op welke manier? Bestaat de letterkundige.
Renaissance in het Friesland van de zeventiende eeuw? Het heeft er zeker de schijn van, want.
men dichtte aan het hof van de Friese Nassaus bij speciale gelegenheden dat het een aard had.
Uiteraard laten anderen in die dagen dat rondborstige en warme licht van de hoofdstedelijke.
hofcultuur graag op zich afstralen en zo kan het gebeuren, dat ook de regenten op het.
platteland zich in rijm en metrum laten vereeuwigen - de overgeleverde gedichten van Hanso.
Hes fluisteren het ons toe.
Nico van der Woude.
1 Histoarysk Sintrum Ljouwert, w4, fol. 26vo.
2 Fockema Andreae, S.J en Meijer, Th. J. (ed.), Album studiosorum Academiae Franekerensis.
(1585-1811, 1816-1844): naamlijst der studenten. Franeker, 1968, p. 182, nr. 6223.
3 Album studiosorum academiae Groningae. Uitgegeven door het Historisch Genootschap te.
Groningen. Groningen, 1915, kol. 97.
4 Histoarysk Sintrum Ljouwert, Groot-consentboeken ee24, fol. 129.
5 Romein, T. A, Naamlijst van predikanten, sedert de hervorming tot nu toe, in de hervormde.
gemeenten van Friesland. Leeuwarden, 1886-1888, p. 149 en 603.
6 Geciteerd via: Boeijinga, G, Het boekdrukkersgeslacht Olingius. In: Genealogysk Jierboek.
2004, p. 8.

tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 21 jaar oud) te Beesterzwaag in 1645
met

Martha van Kinnema, dr. van Cornelis van Kinnema en Romckjen Fockens, geb. te Leeuwarden [fr] in 1624, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Heerenveen [fr] in 1708.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Erita*1646 Leeuwarden [fr] †1691 Oldeboorn [fr] 45
Romke*1647 Leeuwarden [fr] †1670 Makkinga [fr] 23
Cornelis*1655 Heerenveen [fr] †1732 Idaard [fr] 77
Catharina*1656 Heerenveen [fr] †1739 Leeuwarden [fr] 83
Martinus*1666 Heerenveen [fr] †1742 Heerenveen [fr] 7510 


Martha van Kinnema
Martha van Kinnema, geb. te Leeuwarden [fr] in 1624, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Heerenveen [fr] in 1708.

tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 24 jaar oud) te Beesterzwaag in 1645
met

Daniel de Blocq van Scheltinga, zn. van Livius Dirckszn. van Scheltinga en Anna Danielsdr. de Blocq, geb. te Leeuwarden [fr] in 1621, ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Heerenveen [fr] op 27 jan 1703.

Daniel de Blocq van Scheltinga.
Uyt de Studeer-Kamer van Hanso Hes.
(..) Die een seer lange reex van jaaren door Gods zeegen.
Bereykt hadd’, die met lust tot Gods onfeylbaar wegen.
Genegen was steets aan, die yder tot een spoor.
Van ’t geest’lyk tempel-werk in Godes huys ging’ voor (..).
Gelegenheidsgedichten zijn van alle tijden en van elk denkbaar peil. De bovenstaande.
regels zijn gewrocht in 1708 bij het overlijden van Martha van Kinnema, de weduwe.
van Daniël de Blocq van Scheltinga. De bard die dit droeve feit aan de vergetelheid.
probeert te ontrukken is Hanso Hes, bedienaar van het goddelijke woord te Tjalleberd.
Het blijkt niet het enige letterkundige wapenfeit te zijn van predikant Hes. Tresoar.
bewaart nog altijd een zevental werkjes van zijn hand: zes in het Latijn en één in de.
Nederlandse taal. Vijf van die renaissancistisch getinte letterkundige verpozingen staan.
rechtstreeks in verband met gebeurtenissen in de huiselijke kring van de Schoterlandse.
grietmansfamilie De Blocq van Scheltinga. Hoe hebben we het nu? De dichtende.
dominee als onversneden broodschrijver? Het ligt echter allemaal iets genuanceerder -.
laten we de erudiete Hes na drie eeuwen het voordeel van de twijfel geven.
Hanso Hes aanschouwt het levenslicht rond 1643 als zoon van Jacob Hansen Hes en Wytske.
Jans. Dat echtpaar trouwt te Leeuwarden in 1632, waarbij beide echtelieden afkomstig zijn uit.
de Friese hoofdstad. Bij de ondertrouw heet men de man “constabel van een regiment”. Jacob.
Hans Hes, generale konstabel in Friesland, betaalt in 1648 de benodigde zes goudgulden en.
weet zich dan burger van Leeuwarden.
Zijn zoon Hanso Hes is – gelet op zijn inschrijving aan twee universiteiten - denkelijk wel in.
Leeuwarden geboren, maar er is geen doop overgeleverd. Hij zou één van deze twee kinderen.
kunnen zijn: op 20 november 1642 en 19 januari 1644 wordt in Leeuwarden een Hans.
gedoopt, kind van een Jacob en een niet bij naam genoemde moeder. De familie Hes is zeker.
wel van Leeuwarden afkomstig, want op 1 oktober 1611 wordt daar een Jacob gedoopt als.
kind van Hans Hes. De moeder wordt dan niet genoemd, maar een zekere Fia Eelckes komt in.
1627 voor als weduwe van Hans Hes. Een mogelijk familielid is Andries Hans Hes, die in.
1604 te Leeuwarden trouwt met Sydts Rintkes. Hij is afkomstig van Sneek en konstabel van.
professie. Dat beroep oefent hij ook nog uit bij zijn tweede huwelijk in 1609. De vader van.
Hanso, Jacob Hans Hes, oefent een soortgelijk ambacht uit, want op 6 oktober 1659 heet men.
hem Konstabel-Generaal van Friesland.
De jonge Hanso Hes slaat een andere weg in. Hij krijgt zijn scholing aan het Leeuwarder.
gymnasium. Daarover is genoegzaam bekend: naast allerlei overgeleverde zinspreuken is.
verder duidelijk, dat hij in 1659 met een Leeuwarder stadspensie zijn studie bekostigt. Die.
toelage is hard nodig, want Hanso verliest al op jonge leeftijd zijn ouders. Op 1 oktober 1659.
wordt een zekere Mathijs Harings benoemd tot curator over Hans Jacobs Hes (dan oud in het.
zeventiende jaar) en zijn zus, Jetske Jacobs Hes (in het negentiende jaar).1 De jonge.
gymnasiast steekt nog datzelfde jaar onverdroten van wal met een studie, want “Hansonius.
Hes, Leovardiensis” studeert vanaf 1660 aan de Franeker Academie.2 Hij vervolgt zijn.
opleiding aan de Groninger Universiteit, want op 29 augustus 1665 laat Hanso zich daar aan.
de theologische faculteit inschrijven.3.
Daarna is hij klaar voor het echte leven. Om te beginnen laat het eigenlijke werk als predikant.
niet lang op zich wachten: Hanso Hes wordt op 1 juli 1667 door de gemeente van.
Boornbergum tot zielenherder beroepen.
Onderwijl sluit hij het hoofdstuk Leeuwarden af, want op 28 november 1668 verkopen Johan.
Hes (sic!), “pastor tot Boornbergum”, en Jetske Jacobs Hes, kinderen en erfgenamen van.
Jacob Hansen Hes en Wytske Jans, een huis in de Minnemastraat, dat hun vader in 1647 had.
aangekocht.4.
Verder stapt Hanso op 8 september 1669 in het huwelijksbootje. Zijn kersverse wederhelft is.
Freerkje van Gualteri. Zij is zeker geen slechte partij, want zij brengt Hanso in direct contact.
met de Friese bestuurselite. Freerkje is namelijk een dochter van Anthonius Gualteri (1613-.
1659), rentmeester van het “huys ten Nieuwenoort” en rentmeester te Middelgeest, en Jeltje.
van Teyens (1627-1693). Hanso Hes’ jawoord bezorgt hem dus in één keer veel invloedrijke.
familieleden. Via zijn schoonmoeder weet Hanso zich voortaan welkom bij buitengemeen.
invloedrijke Friese families als Van Teyens, Fockens, Boelens, Van Heloma, Siccama,.
Auwema, Coenders, Kinnema en dus ook De Blocq van Scheltinga. Het kost wat moeite,.
maar men ziet: Amor vincit omnia!.
Het gaat Hanso en Freerkje in ieder opzicht voor de wind. Het echtpaar laat te Boornbergum.
drie kinderen dopen: Jacobus (23 februari 1673), Wytske (2 mei 1675) en Antie (4 juni 1682).
Na zeventien jaar houdt Hanso Hes te Boornbergum op 30 november 1684 zijn afscheidsrede.
Vanaf eind 1684 draagt hij zorg voor het zielenheil te Tjalleberd, hij houdt er zijn intreerede.
op 7 december van dat jaar.5 Ook in die plaats laat het echtpaar kroost dopen: Jacobus (28.
februari 1686), Jacobus (5 januari 1688) en Wytske (21 september 1696).
De schrijversloopbaan van Hanso Hes start, voor zover bekend, nog tijdens zijn studententijd.
In 1664 is hij namelijk één van de dichters in Lessus funebres in tristem obitum, D. Arnoldi.
Verhel. Verder is een werkje uit 1672 bewaard gebleven: Threnus alcaicus in obitum Henrici.
Domna in Christi ecclesia Leoverdiensi versae et orthodoxae religionis concionatoris et.
propugnatoris. Hij heeft ongetwijfeld meer schone letteren in het licht gebracht, want in 1686.
verschijnt van hem Plichten Voor Leraar en Gemeente. Voorgestelt in een Predicatie over I.
Petri 5: Vers 2. Ter gelegentheyd van een bevestinge van een nieuw-beroepen Dienaar J.C. in.
de Gemeente van Nieuw-Brongerga, anders gemeenlijk genaamt de Knijpe, ende gepredikt.
Door Hanso Hes, Predikant in AEngwirden.6.
Op de één of andere manier moet uit de predikant Hes in de loop van de tijd een heuse.
gelegenheidsdichter gegroeid zijn. Staat hem daarbij slechts plat en maatschappelijk gewin.
voor ogen? Denkelijk toch niet, want dan is het meer aannemelijk, dat we gedichten zouden.
zien rond de grietman van Aengwirden, Jacobus van Bouricius. Hanso Hes schrijft echter over.
de grietmansfamilie in de aanpalende grietenij Schoterland en ongetwijfeld liggen daar.
contacten in de familiaire sfeer aan ten grondslag: via zijn vrouw is Hanso namelijk gelieerd.
aan de families De Blocq van Scheltinga en Kinnema.
Wie zijn toch die hoogwelgeboren mensen, die hem de pen steeds weer doen opnemen? Hoog.
tijd, om ze eens nader onder de loep te nemen. Daniël de Blocq van Scheltinga wordt geboren.
te Leeuwarden in 1621 als zoon van Livius Dircksz. van Scheltinga, doctor en advocaat voor.
het Hof van Friesland, en Anna Daniëlsdr de Blocq. Daniël is ontvanger-generaal der.
consumptiën (1644-1648), curator van de Franeker Academie (1686-1703), gecommitteerde.
ter Admiraliteit te Harlingen en grietman van Schoterland. Hij trouwt te Leeuwarden in 1645.
met Martha van Kinnema, geboren te Leeuwarden in 1624 als dochter van Cornelis Kinnema.
en Romkje Fockens.
Hanso Hes boekstaaft dus enkele keren het lief en leed in de familie De Blocq van Scheltinga.
Het vroegst overgeleverde bewijs daarvan dateert van 1698. Bij Melchisedek Olingius.
verschijnt dan Gratulatio in natalitia nobilissimi Danielis de Blocq a Scheltinga. De toon is.
letterlijk gezet, want ter gelegenheid van het huwelijk te Heerenveen op 19 mei 1700 van.
Martinus van Scheltinga (1666-1742) en Amilia Mennodr van Coehoorn, dochter van Menno.
van Coehoorn en Magdalena Scheltinga, vloeit de dichtader van Hes opnieuw: Epithalamium.
famae ac honori Martini â Scheltinga, Schoterlandiae praefecti sponsi, et Amiliae â.
Coehoorn, sponsae, concelebratum die XIX Maii MDCC.
Maar niet alleen bij de blijde gebeurtenissen in de Schoterlandse grietmansfamilie laaft de.
Aengwirder predikant zich aan de schone letteren. Hij waagt zich ook aan de funeraire poëzie.
Bij het overlijden van de pater familias, te Heerenveen op 7 januari 1708, schrijft Hanso Hes.
zijn Phalaecus feralis in obitum Danielis de Blocq à Scheltinga denati XXVII januarii.
MDCCIII. Ook bij het verscheiden van schoondochter Amalia van Coehoorn op 21 maart.
1708 doet Hes weer troostrijk van zich spreken met Lessus alcaicus in lacrumabiles exequias.
matronae Amiliae a Coehoorn conjugis Martini a Scheltinga, territorii quod dicitur.
Schoterland praefecti denatae XXI die Martii MDCCVIII. Nog in datzelfde jaar overlijdt ook.
de oude Martha van Kinnema, op de gezegende leeftijd van 84 jaren. Ook hier neemt Hanso.
Hes weer de pen op, dit keer echter in het Nederlands: Ter gedachtenisse van Martha van.
Kinnema, weduwe van Daniel de Blocq van Scheltinga, Oud-Grietman over Schoterland.
Opkomst en ondergang van geslachten en mensen zijn eveneens van alle tijden. In 1715 gaat.
Freerkje van Gualteri ad patres. Hanso zelf wordt emeritus wegens zwakheid en nagenoeg.
geheel verlies van zijn geheugen en hij wordt in 1719 verenigd met zijn voorouders.
Ons rest de afronding en wat wij er nu, na driehonderd lange jaren, mee aan moeten. Wat.
prikkelt is niet de vraag, of er in de zeventiende eeuw in Friesland gedicht wordt, want dat.
staat buiten kijf. De kwestie is eerder: hoeveel en op welke manier? Bestaat de letterkundige.
Renaissance in het Friesland van de zeventiende eeuw? Het heeft er zeker de schijn van, want.
men dichtte aan het hof van de Friese Nassaus bij speciale gelegenheden dat het een aard had.
Uiteraard laten anderen in die dagen dat rondborstige en warme licht van de hoofdstedelijke.
hofcultuur graag op zich afstralen en zo kan het gebeuren, dat ook de regenten op het.
platteland zich in rijm en metrum laten vereeuwigen - de overgeleverde gedichten van Hanso.
Hes fluisteren het ons toe.
Nico van der Woude.
1 Histoarysk Sintrum Ljouwert, w4, fol. 26vo.
2 Fockema Andreae, S.J en Meijer, Th. J. (ed.), Album studiosorum Academiae Franekerensis.
(1585-1811, 1816-1844): naamlijst der studenten. Franeker, 1968, p. 182, nr. 6223.
3 Album studiosorum academiae Groningae. Uitgegeven door het Historisch Genootschap te.
Groningen. Groningen, 1915, kol. 97.
4 Histoarysk Sintrum Ljouwert, Groot-consentboeken ee24, fol. 129.
5 Romein, T. A, Naamlijst van predikanten, sedert de hervorming tot nu toe, in de hervormde.
gemeenten van Friesland. Leeuwarden, 1886-1888, p. 149 en 603.
6 Geciteerd via: Boeijinga, G, Het boekdrukkersgeslacht Olingius. In: Genealogysk Jierboek.
2004, p. 8.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Erita*1646 Leeuwarden [fr] †1691 Oldeboorn [fr] 45
Romke*1647 Leeuwarden [fr] †1670 Makkinga [fr] 23
Cornelis*1655 Heerenveen [fr] †1732 Idaard [fr] 77
Catharina*1656 Heerenveen [fr] †1739 Leeuwarden [fr] 83
Martinus*1666 Heerenveen [fr] †1742 Heerenveen [fr] 7510 


Epeus van Glinstra
Epeus van Glinstra Hij was grietman van Tietjerksteradeel, monstercommissaris van Friesland, lid van de
Generaliteitskamer en lid van de Staten van Friesland, geb. op 20 aug 1606, ovl. (70 jaar oud) op 17 aug 1677, begr. te Dronrijp [fr].

tr. (resp. 28 en 15 jaar oud) op 25 jan 1635
met

Eelkjen Hectors van Bouricius, dr. van Hector Jacobs van Bouricius en Hauckje Gaeles van Hillama, geb. te Leeuwarden [fr] op 9 mei 1619, ovl. (62 jaar oud) op 2 apr 1682, begr. te Dronrijp [fr].
Epeus van Glinstra en Eelkjen van Bouricius
Op dit echtpaar is hoogstwaarschijnlijk van toepassing de tekst: "Eelco van Glinstra, ged. Leeuwarden 16 Nov. 1608, z. v. Vincent Ypckesz. en Maeycke Watsesdr. te Leeuwarden, tr. Lucia van Bouricius, d. v. Rector Jacobsz. en Rauck Gelliusdr. Hillema. Hij bewoonde de state Glins (= Blauwhuis) in de Poelen onder Dronrijp. Deze state, oorspronkelijk de bakermat van het geslacht Glins, was hem via zijn moeder aangeërfd van Watse Eelckesz. Talloze malen vindt men hem in de proclamatieboeken van Men.deel vermeld. In 1633, 1652 en 1665 was hij kerkvoogd te Dronrijp en in 1638 volmacht van Men.deel ten Landsdage (Arch. Eys, port. V, Glins, nr. 192). Kinderen: Aurelia (tr. Arend Aulusz. van Haersma), Watse (= Valerius; tr. Christina van Wijdeveld) en Hector (tr. Eritia Willemsdr. van Viersen)".

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hector*1647 Bergum [fr] †1705 Bergum [fr] 57


Eelkjen van Bouricius
Eelkjen Hectors van Bouricius, geb. te Leeuwarden [fr] op 9 mei 1619, ovl. (62 jaar oud) op 2 apr 1682, begr. te Dronrijp [fr].

tr. (resp. 15 en 28 jaar oud) op 25 jan 1635
met

Epeus van Glinstra Hij was grietman van Tietjerksteradeel, monstercommissaris van Friesland, lid van de
Generaliteitskamer en lid van de Staten van Friesland, zn. van Vincent Ypkes van Glinstra en Maeike Gadema, geb. op 20 aug 1606, ovl. (70 jaar oud) op 17 aug 1677, begr. te Dronrijp [fr].
Epeus van Glinstra en Eelkjen van Bouricius
Op dit echtpaar is hoogstwaarschijnlijk van toepassing de tekst: "Eelco van Glinstra, ged. Leeuwarden 16 Nov. 1608, z. v. Vincent Ypckesz. en Maeycke Watsesdr. te Leeuwarden, tr. Lucia van Bouricius, d. v. Rector Jacobsz. en Rauck Gelliusdr. Hillema. Hij bewoonde de state Glins (= Blauwhuis) in de Poelen onder Dronrijp. Deze state, oorspronkelijk de bakermat van het geslacht Glins, was hem via zijn moeder aangeërfd van Watse Eelckesz. Talloze malen vindt men hem in de proclamatieboeken van Men.deel vermeld. In 1633, 1652 en 1665 was hij kerkvoogd te Dronrijp en in 1638 volmacht van Men.deel ten Landsdage (Arch. Eys, port. V, Glins, nr. 192). Kinderen: Aurelia (tr. Arend Aulusz. van Haersma), Watse (= Valerius; tr. Christina van Wijdeveld) en Hector (tr. Eritia Willemsdr. van Viersen)".

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hector*1647 Bergum [fr] †1705 Bergum [fr] 57


Gaius Botnia van Broersma
Gaius Botnia van Broersma, rekenmeester in Friesland.

tr.
met

Jetske van Rosema.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1658 Kollum [fr] †1720  62


Jetske van Rosema
Jetske van Rosema.

tr.
met

Gaius Botnia van Broersma, rekenmeester in Friesland.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1658 Kollum [fr] †1720  62


Jan Mensen
Jan Mensen.

tr.
met

Gerbrich Jansdr. .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes*1609 Zwolle [ge] †1664 Amsterdam [nl] 54


Gerbrich Jansdr.
Gerbrich Jansdr. .

tr.
met

Jan Mensen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes*1609 Zwolle [ge] †1664 Amsterdam [nl] 54


Antoni Noyen
Antoni Noyen.

tr.
met

Evertje Tonisdr. .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1614 Wageningen [ge] †1675  61


Evertje Tonisdr.
Evertje Tonisdr. .

tr.
met

Antoni Noyen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1614 Wageningen [ge] †1675  61


Jan Arentse Hardeboll
Jan Arentse Hardeboll.

tr.
met

Sara Jans .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arent*1618 Amsterdam [nl]    


Sara Jans
Sara Jans .

tr.
met

Jan Arentse Hardeboll.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arent*1618 Amsterdam [nl]    


Henrick Gerritsen Suijck
Henrick Gerritsen Suijck.

tr.
met

Weymtien Henricks .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henrick*1620 Harderwijk [ge] †1657 Harderwijk [ge] 37


Weymtien Henricks
Weymtien Henricks .

tr.
met

Henrick Gerritsen Suijck.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henrick*1620 Harderwijk [ge] †1657 Harderwijk [ge] 37


Reijer Aartsen Reijers
Reijer Aartsen Reijers.

tr.
met

Marretgen Drees .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petergen*1619 Harderwijk [ge]    


Marretgen Drees
Marretgen Drees .

tr.
met

Reijer Aartsen Reijers.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petergen*1619 Harderwijk [ge]    


Adriaen Hendricksz van Wijck
Adriaen Hendricksz van Wijck.

tr.
met

Cornelia de With.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Huybert*1610 Lienden [ge] †1674  63


Cornelia de With
Cornelia de With.

tr.
met

Adriaen Hendricksz van Wijck.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Huybert*1610 Lienden [ge] †1674  63


Adriaen Aartszn Boonzaayer
Adriaen Aartszn Boonzaayer.

tr.
met

Adriana Andriesdr. .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hilleken*1613 Rhenen [ut]