Website van Leo HENDRIKS
Sipcke Sjoerts Jelckema
Sipcke Sjoerts Jelckema, ovl. te Makkinga [fr] in 1655.

tr.
met

Lickele Piers Lycklama à Nijeholt, zn. van Pier Lyckles Lycklama à Nijeholt en Grietje ter Wisscha, secretaris van Ooststellingwerf, ovl. te Makkinga [fr] op 19 sep 1619.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Piers*1611  †1679 Makkinga [fr] 68


Johannes Martinus Hemminga
Johannes Martinus Hemminga, geb. te Kortehemmen [fr] in 1595, notaris, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) te De Wilgen [fr] op 10 mei 1646.

tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 23 jaar oud) op 7 apr 1622
met

Taetske Sierks Sickma, geb. te Beesterzwaag in 1598, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Leeuwarden [fr] op 13 dec 1672.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ayso*1632 Beesterzwaag †1690 Opsterland [zl] 57


Taetske Sierks Sickma
Taetske Sierks Sickma, geb. te Beesterzwaag in 1598, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Leeuwarden [fr] op 13 dec 1672.

tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 26 jaar oud) op 7 apr 1622
met

Johannes Martinus Hemminga, zn. van Martines Jochems Hemminga en Epck Halbes, geb. te Kortehemmen [fr] in 1595, notaris, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) te De Wilgen [fr] op 10 mei 1646.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ayso*1632 Beesterzwaag †1690 Opsterland [zl] 57


Johan Nagell
Johan Nagell heer van Olden-Ampsen, ovl. tussen 1579 en 1581.

tr. in 1569
met

Johanna van Keppel, dr. van Joachim van Keppel (heer tot Woolbeek en Wijenborg) en Engela van Loen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost  †1646   


Johanna van Keppel
Johanna van Keppel.

tr. in 1569
met

Johan Nagell heer van Olden-Ampsen, zn. van Joost Nagell en Anna van Keppel, ovl. tussen 1579 en 1581.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost  †1646   


Gerrit van der Capellen
Gerrit van der Capellen heer van Den Dam.

tr.
met

Gertruid van Hoemen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruid  †1631   


Gertruid van Hoemen
Gertruid van Hoemen.

tr.
met

Gerrit van der Capellen heer van Den Dam.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruid  †1631   


Steven Zoudenbalch
Steven Zoudenbalch, geb. in 1590, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1642.

tr.
met

Catrina Geertruid van Poll.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria  †1676   


Catrina Geertruid van Poll
Catrina Geertruid van Poll.

tr.
met

Steven Zoudenbalch, geb. in 1590, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1642.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria  †1676   


Guilliam de Kempenaer
Guilliam de Kempenaer, geb. te Brussel [België], poorter van Amsterdam in 1581, ovl. te Amsterdam [nl] in dec 1611.

tr.
met

Barbara Conflans.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dancker Brussel [België] †1658 Amsterdam [nl]  


Barbara Conflans
Barbara Conflans.

tr.
met

Guilliam de Kempenaer, geb. te Brussel [België], poorter van Amsterdam in 1581, ovl. te Amsterdam [nl] in dec 1611.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dancker Brussel [België] †1658 Amsterdam [nl]  


Cornelis van Kinnema
Cornelis van Kinnema, geb. in 1588, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1645.

tr. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 25 jaar oud) te Leeuwarden [fr] in 1620
met

Romckjen Fockens, geb. in 1595, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) in 1667.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martha*1624 Leeuwarden [fr] †1708 Heerenveen [fr] 84


Romckjen Fockens
Romckjen Fockens, geb. in 1595, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) in 1667.

tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 32 jaar oud) te Leeuwarden [fr] in 1620
met

Cornelis van Kinnema, geb. in 1588, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1645.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martha*1624 Leeuwarden [fr] †1708 Heerenveen [fr] 84


Jasper van Kinschot
Jasper van Kinschot, geb. te Turnhout [b] op 15 okt 1552, ovl. (51 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 dec 1603.

Jasper van Kinschot.
In zijn prille jeugd genoot Jasper in Turnhout onderwijs, waarbij Latijn en Grieks, maar ook muziek en orgel- en clavecimbelspel deel uitmaakten van het programma. In 1567 ging hij naar de Universiteit van Keulen, alwaar hij bij de Jezuïeten verbleef. Nog voordat hij zijn studie voltooid had, kwam er in 1570 een bevel van Filips II aan alle onderdanen die aan vreemde universiteiten studeerden, deze te verlaten en te gaan studeren in de 'Universiteiten sijner subjectie oft tot Romen'. Met dispensatie van Alva bleef Jasper te Keulen tot hij baccalaurus artium was. In Dowaai behaalde hij op 20 maart 1571 de titel doctor artium. Hij bleef daar nog enkele maanden langer om de 'françoische tale' te leren, waarna hij in augustus 1571 in Leuven rechten ging studeren. Als baccalaurus iuris ging hij tenslotte in 1574 naar Brussel om de juridische praktijk te leren.
Zijn praktijkjaren begon hij te Brussel als klerk bij mr Willem van Winde, bij wie hij ook in de kost ging. Vervolgens ging hij in de leer bij zijn neef, advocaat mr Hendrick van Kinschot. Toen de functie van griffier van de Raad en Rekenkamer en het Leenhof van de Markiezen van Bergen op Zoom vacant kwam, solliciteerde Jasper hiernaar. Dat hij die functie ook daadwerkelijk kreeg, behoeft geen verbazing te wekken; de baanderheer van Merode, die namens zijn dochter Margaretha, markiezin van Bergen op Zoom, dit ambt mocht vergeven, werd door Hendrick van Kinschot in al zijn zaken bijgestaan. Ongetwijfeld heeft deze laatste zijn neef aanbevolen. Na zijn aanstelling, op 8 juli 1577, vestigde Jasper zich te Bergen op Zoom bij Jan de Sage, kanunnik en deken der Grote Kerk. Hiermee begon zijn zelfstandige loopbaan én zijn betekenis voor het noorden van Brabant. Zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn carrière ging het Jasper in deze jaren voor de wind; hij 'vrijde' en huwde vervolgens jonkvrouwe Josina Pijll, wier vader Nicolaas raad en commies van de markies van Bergen op Zoom was.
In 1581 werd Jasper raad en stadhouder van de lenen van Bergen op Zoom. Spoedig echter kwamen er problemen wegens de Spaansgezindheid van de markies: in 1582 werden zijn goederen door de Staten van Brabant aan de prins van Oranje gegeven. Voor Jasper van Kinschot had deze maatregel het einde van zijn carrière kunnen betekenen. Hij ging echter over in dienst van Willem van Oranje in zijn oude functie van griffier (25 januari 1583) en kreeg korte tijd later tevens de functie van rentmeester-generaal van het Huis van Bergen op Zoom.
Of hierbij van een bewuste verandering van loyaliteit -en wellicht ook van godsdienst- sprake was, blijkt niet uit Jaspers aantekeningen. Ook bleek bij deze gelegenheid dat Willem van Oranje gemakkelijk de functionarissen van zijn Spaansgezinde voorganger -ook Jaspers schoonvader Nicolaas Pijll kwam in dienst van Oranje- overnam. Had hij wellicht gebrek aan geschoolde functionarissen? Eén ding is zeker: Van Kinschot heeft, evenals zijn schoonvader, het vertrouwen van de Oranjes niet beschaamd. Dit moge blijken uit zijn verdere carrière en uit de gegevens die we bezitten over hem en zijn gezin.
Al kort na zijn indiensttreden bij Oranje, werd Jasper samen met zijn schoonvader naar Antwerpen ontboden, waar zij het verzoek kregen orde op zaken te stellen in de financiën van de Oranjes. Enige tijd later werd hij, wegens het overlijden van griffier Johan Baptista Vogelsanck, tevens benoemd tot griffier van Willem van Oranje. Op last van deze laatste ging hij, aangezien Steenbergen in augustus 1583 door de vijand was ingenomen, met zijn schoonvader en met een ingenieur naar de Ruigenhil om deze plaats te versterken en te omwallen. Deze voor Jasper waarschijnlijk zeer buitenissige opdracht schijnt hij bijzonder goed volbracht te hebben. De plaats, die later 'Willemstad' genoemd werd, eerde hem met een jaarlijks pensioen en met het peetvaderschap over één van zijn kinderen. Met zijn griffierschap in dienst van Willem van Oranje blijkt hij eveneens het griffierschap van het huis van Buren bekleed te hebben, in dienst van Willem van Oranjes dochter Maria. In 1587 legde hij deze functie, wegens de andere drukke werkzaamheden, neer.
In 1586 kreeg Maurits van Leicester toestemming in het markiezaat van Bergen op Zoom een voorziening te treffen op justitieel gebied voor die zaken waarvoor men op de Raad van Brabant te Brussel was aangewezen. Deze zaken werden vanaf die tijd behartigd door enkele door Maurits benoemde deskundigen alsmede door de leden van Maurits' eigen raad. We zien in de stukken van deze voorloper van de Raad van Brabant te 's-Gravenhage ook de naam van Jasper van Kinschot voorkomen. In september 1591, toen de Raad van Brabant te 's-Gravenhage werd opgericht, werd Jasper tot raad in dit college benoemd, terwijl hij tevens zijn functies voor prins Maurits bleef vervullen.
De band die Jasper met de Oranjes had gekregen, blijkt ook uit het feit dat diverse leden van dit huis peetvader of peetmoeder van kinderen van Jasper waren. Zo was Maria van Nassau in 1589 peet van Maria van Kinschot; Maurits in 1590 van zijn naamgenoot Van Kinschot; Emilia van Nassau, zuster van Maurits, van een gelijknamig Kinschot-dochtertje in 1593 en tenslotte Louise de Coligny van Lodewijck van Kinschot in 1595.
Nergens vermeldt Jasper in zijn autobiografische aantekeningen iets over zijn geloofsovertuiging, maar mede uit bovenstaande gegevens mogen we afleiden dat hij in de jaren tachtig van de zestiende eeuw is overgegaan tot het calvinisme.
Zijn Brabantse geboorte was voor zijn aanstelling in de Raad van Brabant een vereiste. Zijn collega-raadsheren waren -aanvankelijk vrijwel zonder uitzondering- geboren Brabanders. Zijn kinderen vonden hun huwelijkspartners echter ook onder de leden van Hollandse en Zeeuwse aanzienlijke families.
Jasper van Kinschot, wiens lijfspreuk 'Virtute et Constantia' was, ofwel 'Geduerighe deucht verwint' , werd aldus de stamvader van een Noordnederlandse protestantse tak van de familie Van Kinschot. Deze tekst is geschreven door: Th.E.A. Bosman (Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1).

tr. (resp. 25 en 16 jaar oud) (1) te Bergen op Zoom [nb] Grote Kerk op 20 sep 1578
met

Josina Pijll, dr. van Nicolaas Pijll en Cornelia Boulijn, geb. te Roosendaal [nb] kasteel Wouw op 25 jan 1562, ovl. (39 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 dec 1601.
Jasper van Kinschot en Josina Pijll
Het echtpaar kreeg veertien kinderen van wie er slechts zeven de volwassen leeftijd bereikten.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas*1585  †1660  75
Maria*1589 Delft [zh] †1648 's-Gravenhage [zh] 59
Gaspar*1592  †1654  62
Emilia*1593 's-Gravenhage [zh] †1658 Utrecht [ut] 65
Louis*1595 's-Gravenhage [zh] †1647 's-Gravenhage [zh] 52

tr. (50 jaar oud) (2) te Vlissingen [ze] op 17 aug 1603
met

Maria de Chantraine de Broucqsault, dr. van Jacob de Chantraine de Broucqsault en Anna L' Ecluse.


Josina Pijll
Josina Pijll, geb. te Roosendaal [nb] kasteel Wouw op 25 jan 1562, ovl. (39 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 dec 1601.

tr. (resp. 16 en 25 jaar oud) te Bergen op Zoom [nb] Grote Kerk op 20 sep 1578
met

Jasper van Kinschot, zn. van Zeger van Kinschot en Josine Roelofs, geb. te Turnhout [b] op 15 okt 1552, ovl. (51 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 11 dec 1603, tr. (2) met Maria de Chantraine de Broucqsault. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Jasper van Kinschot.
In zijn prille jeugd genoot Jasper in Turnhout onderwijs, waarbij Latijn en Grieks, maar ook muziek en orgel- en clavecimbelspel deel uitmaakten van het programma. In 1567 ging hij naar de Universiteit van Keulen, alwaar hij bij de Jezuïeten verbleef. Nog voordat hij zijn studie voltooid had, kwam er in 1570 een bevel van Filips II aan alle onderdanen die aan vreemde universiteiten studeerden, deze te verlaten en te gaan studeren in de 'Universiteiten sijner subjectie oft tot Romen'. Met dispensatie van Alva bleef Jasper te Keulen tot hij baccalaurus artium was. In Dowaai behaalde hij op 20 maart 1571 de titel doctor artium. Hij bleef daar nog enkele maanden langer om de 'françoische tale' te leren, waarna hij in augustus 1571 in Leuven rechten ging studeren. Als baccalaurus iuris ging hij tenslotte in 1574 naar Brussel om de juridische praktijk te leren.
Zijn praktijkjaren begon hij te Brussel als klerk bij mr Willem van Winde, bij wie hij ook in de kost ging. Vervolgens ging hij in de leer bij zijn neef, advocaat mr Hendrick van Kinschot. Toen de functie van griffier van de Raad en Rekenkamer en het Leenhof van de Markiezen van Bergen op Zoom vacant kwam, solliciteerde Jasper hiernaar. Dat hij die functie ook daadwerkelijk kreeg, behoeft geen verbazing te wekken; de baanderheer van Merode, die namens zijn dochter Margaretha, markiezin van Bergen op Zoom, dit ambt mocht vergeven, werd door Hendrick van Kinschot in al zijn zaken bijgestaan. Ongetwijfeld heeft deze laatste zijn neef aanbevolen. Na zijn aanstelling, op 8 juli 1577, vestigde Jasper zich te Bergen op Zoom bij Jan de Sage, kanunnik en deken der Grote Kerk. Hiermee begon zijn zelfstandige loopbaan én zijn betekenis voor het noorden van Brabant. Zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn carrière ging het Jasper in deze jaren voor de wind; hij 'vrijde' en huwde vervolgens jonkvrouwe Josina Pijll, wier vader Nicolaas raad en commies van de markies van Bergen op Zoom was.
In 1581 werd Jasper raad en stadhouder van de lenen van Bergen op Zoom. Spoedig echter kwamen er problemen wegens de Spaansgezindheid van de markies: in 1582 werden zijn goederen door de Staten van Brabant aan de prins van Oranje gegeven. Voor Jasper van Kinschot had deze maatregel het einde van zijn carrière kunnen betekenen. Hij ging echter over in dienst van Willem van Oranje in zijn oude functie van griffier (25 januari 1583) en kreeg korte tijd later tevens de functie van rentmeester-generaal van het Huis van Bergen op Zoom.
Of hierbij van een bewuste verandering van loyaliteit -en wellicht ook van godsdienst- sprake was, blijkt niet uit Jaspers aantekeningen. Ook bleek bij deze gelegenheid dat Willem van Oranje gemakkelijk de functionarissen van zijn Spaansgezinde voorganger -ook Jaspers schoonvader Nicolaas Pijll kwam in dienst van Oranje- overnam. Had hij wellicht gebrek aan geschoolde functionarissen? Eén ding is zeker: Van Kinschot heeft, evenals zijn schoonvader, het vertrouwen van de Oranjes niet beschaamd. Dit moge blijken uit zijn verdere carrière en uit de gegevens die we bezitten over hem en zijn gezin.
Al kort na zijn indiensttreden bij Oranje, werd Jasper samen met zijn schoonvader naar Antwerpen ontboden, waar zij het verzoek kregen orde op zaken te stellen in de financiën van de Oranjes. Enige tijd later werd hij, wegens het overlijden van griffier Johan Baptista Vogelsanck, tevens benoemd tot griffier van Willem van Oranje. Op last van deze laatste ging hij, aangezien Steenbergen in augustus 1583 door de vijand was ingenomen, met zijn schoonvader en met een ingenieur naar de Ruigenhil om deze plaats te versterken en te omwallen. Deze voor Jasper waarschijnlijk zeer buitenissige opdracht schijnt hij bijzonder goed volbracht te hebben. De plaats, die later 'Willemstad' genoemd werd, eerde hem met een jaarlijks pensioen en met het peetvaderschap over één van zijn kinderen. Met zijn griffierschap in dienst van Willem van Oranje blijkt hij eveneens het griffierschap van het huis van Buren bekleed te hebben, in dienst van Willem van Oranjes dochter Maria. In 1587 legde hij deze functie, wegens de andere drukke werkzaamheden, neer.
In 1586 kreeg Maurits van Leicester toestemming in het markiezaat van Bergen op Zoom een voorziening te treffen op justitieel gebied voor die zaken waarvoor men op de Raad van Brabant te Brussel was aangewezen. Deze zaken werden vanaf die tijd behartigd door enkele door Maurits benoemde deskundigen alsmede door de leden van Maurits' eigen raad. We zien in de stukken van deze voorloper van de Raad van Brabant te 's-Gravenhage ook de naam van Jasper van Kinschot voorkomen. In september 1591, toen de Raad van Brabant te 's-Gravenhage werd opgericht, werd Jasper tot raad in dit college benoemd, terwijl hij tevens zijn functies voor prins Maurits bleef vervullen.
De band die Jasper met de Oranjes had gekregen, blijkt ook uit het feit dat diverse leden van dit huis peetvader of peetmoeder van kinderen van Jasper waren. Zo was Maria van Nassau in 1589 peet van Maria van Kinschot; Maurits in 1590 van zijn naamgenoot Van Kinschot; Emilia van Nassau, zuster van Maurits, van een gelijknamig Kinschot-dochtertje in 1593 en tenslotte Louise de Coligny van Lodewijck van Kinschot in 1595.
Nergens vermeldt Jasper in zijn autobiografische aantekeningen iets over zijn geloofsovertuiging, maar mede uit bovenstaande gegevens mogen we afleiden dat hij in de jaren tachtig van de zestiende eeuw is overgegaan tot het calvinisme.
Zijn Brabantse geboorte was voor zijn aanstelling in de Raad van Brabant een vereiste. Zijn collega-raadsheren waren -aanvankelijk vrijwel zonder uitzondering- geboren Brabanders. Zijn kinderen vonden hun huwelijkspartners echter ook onder de leden van Hollandse en Zeeuwse aanzienlijke families.
Jasper van Kinschot, wiens lijfspreuk 'Virtute et Constantia' was, ofwel 'Geduerighe deucht verwint' , werd aldus de stamvader van een Noordnederlandse protestantse tak van de familie Van Kinschot. Deze tekst is geschreven door: Th.E.A. Bosman (Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1).
Jasper van Kinschot en Josina Pijll
Het echtpaar kreeg veertien kinderen van wie er slechts zeven de volwassen leeftijd bereikten.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas*1585  †1660  75
Maria*1589 Delft [zh] †1648 's-Gravenhage [zh] 59
Gaspar*1592  †1654  62
Emilia*1593 's-Gravenhage [zh] †1658 Utrecht [ut] 65
Louis*1595 's-Gravenhage [zh] †1647 's-Gravenhage [zh] 52


Johan Schade van Westrum
Johan Schade van Westrum, J.U.D, eerst officiaal van de bisschop van Utrecht, daarna kanunnik van de Dom, in 1595 wegens het kapittel
beschreven in het college van heren geeligieerden uitmakende het eerste lid der staten 's lands van Utrecht, ovl. te Utrecht [ut] op 17 jul 1614.

tr.
met

Catharina Deys, ovl. op 9 nov 1593.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1584 Utrecht [ut] †1651 Utrecht [ut] 67
Anna*1585  †1666  81


Catharina Deys
Catharina Deys, ovl. op 9 nov 1593.

tr.
met

Johan Schade van Westrum, zn. van Willem Schade van Westrum en Hendrica van Zuijlen van Nijevelt, J.U.D, eerst officiaal van de bisschop van Utrecht, daarna kanunnik van de Dom, in 1595 wegens het kapittel
beschreven in het college van heren geeligieerden uitmakende het eerste lid der staten 's lands van Utrecht, ovl. te Utrecht [ut] op 17 jul 1614.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1584 Utrecht [ut] †1651 Utrecht [ut] 67
Anna*1585  †1666  81


Govert van Persijn
Govert van Persijn, geb. circa 1570, clerck ordinaris in de secretarye van den Rade van Staten der Verenichde Nederlanden, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) in 1647.

tr. (ongeveer 28 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 26 jul 1598
met

Clementha van Dam.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan*1610  †1655  45


Clementha van Dam
Clementha van Dam.

tr. (Govert ongeveer 28 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 26 jul 1598
met

Govert van Persijn, zn. van Jan Janszn. van Persijn (houtkoper, schout) en Margaretha Moons, geb. circa 1570, clerck ordinaris in de secretarye van den Rade van Staten der Verenichde Nederlanden, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) in 1647.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan*1610  †1655  45


Weyer van Overmeer
Weyer van Overmeer.

tr.
met

Clara van Leuningen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1602  †1654  52
Sophia*1608  †1684  75
Albert*1610