Website van Leo HENDRIKS
Pieternella Schippers
Pieternella Schippers.

tr.
met

Arije Kors Blonk.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jasper*1873 Zierikzee [ze] †1953 Hilversum [nh] 80


Jasper Blonk
Jasper Blonk.


Nicolaas Johannes Vreeswijk
Nicolaas Johannes Vreeswijk, geb. te Rotterdam [zh] in 1878, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Alkmaar [nh] op 25 mei 1942.


Catharina Vreeswijk
Catharina Vreeswijk, geb. te 's-Gravenhage [zh] circa 1901.

tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 38 jaar oud) te Amsterdam [nl] Sloterdijk op 28 jan 1932, (gesch. te Amsterdam [nl] op 3 okt 1951)
met

Wladimir Constantin van der Bellen, zn. van Constantin Alexandre van der Bellen en Stephanie Caroline Dorothea Jeremejew, geb. te Alexandrowo [Russian Federation] circa 1893, kantoorbediende, landmeter, tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te Arnhem [ge] op 29 jul 1921 met Therese Marie Mathilde Dieckmann, geb. te Lüneburg [Duitsland] circa 1898, ovl. (hoogstens 34 jaar oud) voor 1932. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Wladimir Constantin van der Bellen
Wladimir Constantin van der Bellen, geb. te Alexandrowo [Russian Federation] circa 1893, kantoorbediende, landmeter.

tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te Arnhem [ge] op 29 jul 1921
met

Therese Marie Mathilde Dieckmann, geb. te Lüneburg [Duitsland] circa 1898, ovl. (hoogstens 34 jaar oud) voor 1932.

tr. (resp. ongeveer 38 en ongeveer 30 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] Sloterdijk op 28 jan 1932, (gesch. te Amsterdam [nl] op 3 okt 1951)
met

Catharina Vreeswijk, dr. van Arie Vreeswijk (huisschilder) en Maria Catharina Louisa van Son, geb. te 's-Gravenhage [zh] circa 1901.


Constantin Alexandre van der Bellen
Constantin Alexandre van der Bellen, geb. te Pleskow [Russian Federation] circa 1858, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) te Apeldoorn [ge] op 5 mrt 1944.

tr.
met

Stephanie Caroline Dorothea Jeremejew, geb. te St. Petersburg [Russian Federation] circa 1858, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) te Apeldoorn [ge] op 6 dec 1931.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wladimir*1893 Alexandrowo [Russian Federation]    


Stephanie Caroline Dorothea Jeremejew
Stephanie Caroline Dorothea Jeremejew, geb. te St. Petersburg [Russian Federation] circa 1858, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) te Apeldoorn [ge] op 6 dec 1931.

tr.
met

Constantin Alexandre van der Bellen, geb. te Pleskow [Russian Federation] circa 1858, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) te Apeldoorn [ge] op 5 mrt 1944.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wladimir*1893 Alexandrowo [Russian Federation]    


Machiel Gobets
Machiel Gobets, geb. te Amsterdam [nl] circa 1911, brillantslijper.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 21 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 15 apr 1931, (gesch. te Amsterdam [nl] op 26 feb 1951)
met

Gerritje Johanna Vreeswijk, dr. van Johannes Vreeswijk (spoorwegconducteur) en Gerritje van den Berg (spoorwegconducteur), geb. te 's-Gravenhage [zh] circa 1909.


Zadok Gobets
Zadok Gobets.

tr.
met

Lydia Pisa.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machiel*1911 Amsterdam [nl]    


Lydia Pisa
Lydia Pisa.

tr.
met

Zadok Gobets.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machiel*1911 Amsterdam [nl]    


Wolter van Coeverden
Wolter van Coeverden, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 30 mrt 1674, begr. te Amsterdam [nl].

tr. (beiden ongeveer 30 jaar oud) circa 1650
met

Johanna van den Clooster, dr. van Johan van den Clooster en Catharina van Rechteren, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Kampen [ov] op 18 jan 1681, begr. te Kampen [ov].

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wigbold*1650  †1674  24


Johanna van den Clooster
Johanna van den Clooster, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Kampen [ov] op 18 jan 1681, begr. te Kampen [ov].

tr. (beiden ongeveer 30 jaar oud) circa 1650
met

Wolter van Coeverden, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 30 mrt 1674, begr. te Amsterdam [nl].

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wigbold*1650  †1674  24


Goossen van Coeverden
Goossen van Coeverden, geb. circa 1540, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) op 22 nov 1602.

tr. (ongeveer 20 jaar oud) circa 1560
met

Johanna van Ittersum, dr. van Johan van Ittersum Tot Werkeren (geadm. in de ridderschap van Overijssel 1533, drost van IJsselmuiden 1540-46) en Anna van Buckhorst (vermeld 1531-62).

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     
Cornelia*1568 Hellendoorn [ov] †1635 Rijssen [ov] 66
Johanna     


Johanna van Ittersum
Johanna van Ittersum.

tr. (Goossen ongeveer 20 jaar oud) circa 1560
met

Goossen van Coeverden, zn. van Reinolt van Coeverden en Cornelia van Varik, geb. circa 1540, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) op 22 nov 1602.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     
Cornelia*1568 Hellendoorn [ov] †1635 Rijssen [ov] 66
Johanna     


Jacob Albert van Wassenaer-Warmond
Jacob Albert van Wassenaer-Warmond, ged. te Grunsfoort op 20 okt 1709, luitenant-kolonel regiment dragonders van Bylandt, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Antwerpen [b, België] op 26 jul 1774.

tr. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 29 jaar oud) te Oud Gastel [nb] op 17 nov 1741
met

Maria Alexandrine de Cannart D'hamale, dr. van Matthias Victor de Cannart D'hamale en Julie Madeleine Proost, ged. te Diest (B) [b] op 6 mei 1712, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Antwerpen [b, België] op 6 sep 1783.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1744 Roosendaal [nb] †1799 Leiden [zh] 5410 
Margaretha~1755 Oud Gastel [nb] †1787 Leiden [zh] 32


Maria Alexandrine de Cannart D'hamale
Maria Alexandrine de Cannart D'hamale, ged. te Diest (B) [b] op 6 mei 1712, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Antwerpen [b, België] op 6 sep 1783.

tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 32 jaar oud) te Oud Gastel [nb] op 17 nov 1741
met

Jacob Albert van Wassenaer-Warmond, zn. van Thomas Walraven van Wassenaer en Margriet Alexandrina van Lynden, ged. te Grunsfoort op 20 okt 1709, luitenant-kolonel regiment dragonders van Bylandt, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Antwerpen [b, België] op 26 jul 1774.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1744 Roosendaal [nb] †1799 Leiden [zh] 5410 
Margaretha~1755 Oud Gastel [nb] †1787 Leiden [zh] 32


Justus de Nobelaer
Justus de Nobelaer Hij was Heer van Burgst en Grijsoord. Deze had hij geerfd van zijn vader. Justus kwam uit een steenrijke katholieke familie te Den Haag. Hij is in het bezit van een wapen. Zijn vader had 16 april 1630 een omwaterd landhuis met bijbehorende landerijen in Etten gekocht van Christoffel van Etten en Justus woonde/verbleef in Etten sinds 1665. Hij deed veel voor de katholieke zielszorg en de sociale omstandigheden van de plaatselijke bevolking. Volgens de Haagse Cohieren van 1674 had hij een vermogen van fl. 112.000,- en woonde hij in Het Kerckhoff, zuydt te Den Haag. Volgens de Leidse Lasten van 1674 werd op zijn naam een aanslag opgelegd en het vermogen was fl. 117.000,- en voor de kinderen werd een vermogen van fl 137.000,- vastgesteld. Zijn woning "Huis De Nobelaer" was een wellust voor het oog zowel van binnen als er buiten. (Zie "Huis de Nobelaer")
Justus was ook een kunstliefhebber en deed daarom een verzoek aan de Bredase kunstschilder N.Steenwijk om een schilderij voor hem te maken. Maar helaas kwam het er niet van; (De schatrijk Heer, genaamd Nobelaar, die een huis als een paleis had en een á twee Godshuizen had gesticht in het dorp Etten buiten Breda, zag toevallig een werk van Steenwijk, die hem zo beviel, dat hij de schilder liet opzoeken in alle kroegen en kotten om met hem te spreken. Eindelijk vonden hem de knechts in een opvanghuis voor bedelaars op het Nonnenveld, de verachtelijke hoek binnen Breda, die hem met kracht en geweld meesleurden naar het huis van een krijgskolonel, bij wie de Heer Nobelaar benevens andere Heren was verzocht te eten. Het gezelschap stond te kijken van het gezicht van de verplukten kunstenaar, die er uitzag als een halfgehangen Biendief en die de beleefdheid niet eens had om de Heren te groeten. De voornoemde Heer vroeg hem of hij die persoon was die dat tafereel, dat hij hem uitduidde had geschilderd. Waar op hij meteen nors antwoordde: “Ja, dat heb ik geschilderd”. “Wil je enige schilderijen voor me schilderen op mijn buitenplaats”, herhaalde die Heer “Ik zal je rijkelijk betalen per dag of bij het uur, zeg maar hoe dat je het begeert te stellen”? “ Wel bij het uur, want ik kan niet lang op mijn geld wachten”, gromde dat ondier tussen zijn tanden en Nobelaar repliceerde edelmoedig: “Ik zal je voor ieder uur schilderen een dukaton betalen en daar benevens de eerste tafel van mijn huisbedienden geven”. Het gehele gezelschap verwonderde zich over die milddadige presentatie, uitgezonderd die kanauleuze guit, die beestachtig antwoordde: “ Ik wil me niet laten dwingen als een hond om voor een dukaton per uur voor iemands plezier te schilderen”. De overste werd zo dol, dat hij in die rechte gemoedsbeweging aan een paar lakeien bevel gaf om dat beest met een paar honden lantarens, bij de Nederlanders rottingen gedoopt, buiten de eetzaal en vervolgens tot op de straat toe uit te lichten. Naderhand verviel hij zodanig dat hij oud, arm en ziekelijk zijnde langs de huizen ging bedelen, zingende het onderstaande Kerstliedje: Kerstnacht schoonder als de dagen, Hoe kan Herodes 't licht verdragen. (Bron:"De levensbeschrijvingen der Nederlandse Kunstschilders" door Jacob Campo Weyerman in 1729)
Hij is nimmer gehuwd geweest met Beatrix van Heussen, zoals beweerd wordt. Zij had bij codicile op 19 mei 1647 te Leiden bepaald: Indien haar dochter kinderloos zou overlijden, een bedrag van 25.000 gulden en de opbrengst van haar landerijen te Noordwijk, Noorwijkerhout en Voorhout bestemd waren voor het bouwen van een hofje voor dertien arme vrouwen en het onderhoud ervan. Zijn zoon Jan Louis, die de opdracht hiervoor had gekregen was reeds op dat moment overleden. Hij nam deze taak van hem over en hij liet het Paulushofje op eigen grond bouwen aan de Markt te Etten. Hij bouwde echter een hofje met zestien huisjes in plaats van dertien huisjes. Justus was vicaris van 1681 t/m 1685.
Boven de ingang van het Paulushofje is een steen met de navolgende tekst:
Ter eeren Godts en van Godts uytverkoren Vat
Sint Paulus, tot gebruyck van dertien arme vrouwen
Hr. Joost de Nobelaer dit Godtshuis heeft doen bouwen
Gelijck Vrouw Beatrix van Heussen eertijds hadt
Sijn soon Heer Jan Louis belast bij codicilie
Die sijnde door de doodt van dat te doen belet,
Voldeed sijn vader dus aan beyder goede wille
En gaf de grondt van ’t sijn, daarop is geset
Justus had als grote hobby het zaaien, mesten, kweken en begieten van uitheemse bomen en planten in ons Nederlands koud klimaat. Zijn tuin en orangerie genoot grote bekendheid.
Het kasteel en het Paulushofje werd in 1685 geerfd door de kinderen van zijn achterneef Willem de Nobelaer. De zoon Justus van Willem de Nobelaer erfde het Paulushofje, maar was op dat moment nog minderjarig. Zijn moeder deed de beheerstaak als voogd.
(Bron: http://www.inevanmeer.nl/nobelaer/index.html)
Hij is begraven in de kerk naast het gemeentehuis te Etten. In de “Beschrijving van de Vrije Heerlijkheid Etten, Leur en Sprundel” schrijft Pieter Nuyts hier het volgende over: “Behalve die van de oud-secretaris Johan Dirven en schepen dijkgraaf en stokhouder Pieter Dirven, heeft in 1672 ook de edele heer Justus de Nobelaer, heer van Burgst en Grijsoord, in het verlengde van de eerst genoemde, op de plaats waar nu de preekstoel staat, een zeer fraaie kelder als begraafplaats laten maken met vooralsnog alleen maar het opschrift: OSTIUM MONUMENTI (toegang tot de grafkelder)
Omstreeks 1680 besloot de kerkenraad de vloer, die in slechte staat verkeerde, te repareren. Dit kwam de erfgenaam Roelof van Arkel, een zoon van de zuster Maria van Justus de Nobelaer, ter ore. Van hem bevindt zich een brief in het archief waarvan het begin luidt: “Bij verlijden van Saliger mijnheer ende oom Justus de Nobelaer is mijn als eenich universeel erfgenaam aenkomstich en toebehoorende seekere gemetselde graftkelder in de kerk op de hoge Choor, en also niet geernes oude sien, dat hetselve bij imant weerde geïnuardeert ofte gebruickt buyten mijnenen de weten”. Hij verzoekt voorzieningen te treffen, dat de grafkelder in goede staat blijft en niet zonder zijn medeweten wordt geopend.
Mensen, die bij de restauratie van de kerk in 1957 betrokken waren, bevestigen dat de grafkelder nog in goede staat verkeerde. Zij bestond uit vier gemetselde muren, waarop de grafsteen was gelegd. Op de bodem van het graf bevonden zich de skeletten van drie personen.
(Bron: http://www.inevanmeer.nl/nobelaer/index.html), geb. te 's-Gravenhage [zh] circa 1615, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Etten [nb] op 1 dec 1685.

tr. (ongeveer 21 jaar oud) te Leiden [zh] op 12 mei 1637
met

Theodora J. van der Graft, begr. te Leiden [zh] in 1653.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1680 Etten-Leur [nb]  


Theodora J. van der Graft
Theodora J. van der Graft, begr. te Leiden [zh] in 1653.

tr. (Justus ongeveer 21 jaar oud) te Leiden [zh] op 12 mei 1637
met

Justus de Nobelaer Hij was Heer van Burgst en Grijsoord. Deze had hij geerfd van zijn vader. Justus kwam uit een steenrijke katholieke familie te Den Haag. Hij is in het bezit van een wapen. Zijn vader had 16 april 1630 een omwaterd landhuis met bijbehorende landerijen in Etten gekocht van Christoffel van Etten en Justus woonde/verbleef in Etten sinds 1665. Hij deed veel voor de katholieke zielszorg en de sociale omstandigheden van de plaatselijke bevolking. Volgens de Haagse Cohieren van 1674 had hij een vermogen van fl. 112.000,- en woonde hij in Het Kerckhoff, zuydt te Den Haag. Volgens de Leidse Lasten van 1674 werd op zijn naam een aanslag opgelegd en het vermogen was fl. 117.000,- en voor de kinderen werd een vermogen van fl 137.000,- vastgesteld. Zijn woning "Huis De Nobelaer" was een wellust voor het oog zowel van binnen als er buiten. (Zie "Huis de Nobelaer")
Justus was ook een kunstliefhebber en deed daarom een verzoek aan de Bredase kunstschilder N.Steenwijk om een schilderij voor hem te maken. Maar helaas kwam het er niet van; (De schatrijk Heer, genaamd Nobelaar, die een huis als een paleis had en een á twee Godshuizen had gesticht in het dorp Etten buiten Breda, zag toevallig een werk van Steenwijk, die hem zo beviel, dat hij de schilder liet opzoeken in alle kroegen en kotten om met hem te spreken. Eindelijk vonden hem de knechts in een opvanghuis voor bedelaars op het Nonnenveld, de verachtelijke hoek binnen Breda, die hem met kracht en geweld meesleurden naar het huis van een krijgskolonel, bij wie de Heer Nobelaar benevens andere Heren was verzocht te eten. Het gezelschap stond te kijken van het gezicht van de verplukten kunstenaar, die er uitzag als een halfgehangen Biendief en die de beleefdheid niet eens had om de Heren te groeten. De voornoemde Heer vroeg hem of hij die persoon was die dat tafereel, dat hij hem uitduidde had geschilderd. Waar op hij meteen nors antwoordde: “Ja, dat heb ik geschilderd”. “Wil je enige schilderijen voor me schilderen op mijn buitenplaats”, herhaalde die Heer “Ik zal je rijkelijk betalen per dag of bij het uur, zeg maar hoe dat je het begeert te stellen”? “ Wel bij het uur, want ik kan niet lang op mijn geld wachten”, gromde dat ondier tussen zijn tanden en Nobelaar repliceerde edelmoedig: “Ik zal je voor ieder uur schilderen een dukaton betalen en daar benevens de eerste tafel van mijn huisbedienden geven”. Het gehele gezelschap verwonderde zich over die milddadige presentatie, uitgezonderd die kanauleuze guit, die beestachtig antwoordde: “ Ik wil me niet laten dwingen als een hond om voor een dukaton per uur voor iemands plezier te schilderen”. De overste werd zo dol, dat hij in die rechte gemoedsbeweging aan een paar lakeien bevel gaf om dat beest met een paar honden lantarens, bij de Nederlanders rottingen gedoopt, buiten de eetzaal en vervolgens tot op de straat toe uit te lichten. Naderhand verviel hij zodanig dat hij oud, arm en ziekelijk zijnde langs de huizen ging bedelen, zingende het onderstaande Kerstliedje: Kerstnacht schoonder als de dagen, Hoe kan Herodes 't licht verdragen. (Bron:"De levensbeschrijvingen der Nederlandse Kunstschilders" door Jacob Campo Weyerman in 1729)
Hij is nimmer gehuwd geweest met Beatrix van Heussen, zoals beweerd wordt. Zij had bij codicile op 19 mei 1647 te Leiden bepaald: Indien haar dochter kinderloos zou overlijden, een bedrag van 25.000 gulden en de opbrengst van haar landerijen te Noordwijk, Noorwijkerhout en Voorhout bestemd waren voor het bouwen van een hofje voor dertien arme vrouwen en het onderhoud ervan. Zijn zoon Jan Louis, die de opdracht hiervoor had gekregen was reeds op dat moment overleden. Hij nam deze taak van hem over en hij liet het Paulushofje op eigen grond bouwen aan de Markt te Etten. Hij bouwde echter een hofje met zestien huisjes in plaats van dertien huisjes. Justus was vicaris van 1681 t/m 1685.
Boven de ingang van het Paulushofje is een steen met de navolgende tekst:
Ter eeren Godts en van Godts uytverkoren Vat
Sint Paulus, tot gebruyck van dertien arme vrouwen
Hr. Joost de Nobelaer dit Godtshuis heeft doen bouwen
Gelijck Vrouw Beatrix van Heussen eertijds hadt
Sijn soon Heer Jan Louis belast bij codicilie
Die sijnde door de doodt van dat te doen belet,
Voldeed sijn vader dus aan beyder goede wille
En gaf de grondt van ’t sijn, daarop is geset
Justus had als grote hobby het zaaien, mesten, kweken en begieten van uitheemse bomen en planten in ons Nederlands koud klimaat. Zijn tuin en orangerie genoot grote bekendheid.
Het kasteel en het Paulushofje werd in 1685 geerfd door de kinderen van zijn achterneef Willem de Nobelaer. De zoon Justus van Willem de Nobelaer erfde het Paulushofje, maar was op dat moment nog minderjarig. Zijn moeder deed de beheerstaak als voogd.
(Bron: http://www.inevanmeer.nl/nobelaer/index.html)
Hij is begraven in de kerk naast het gemeentehuis te Etten. In de “Beschrijving van de Vrije Heerlijkheid Etten, Leur en Sprundel” schrijft Pieter Nuyts hier het volgende over: “Behalve die van de oud-secretaris Johan Dirven en schepen dijkgraaf en stokhouder Pieter Dirven, heeft in 1672 ook de edele heer Justus de Nobelaer, heer van Burgst en Grijsoord, in het verlengde van de eerst genoemde, op de plaats waar nu de preekstoel staat, een zeer fraaie kelder als begraafplaats laten maken met vooralsnog alleen maar het opschrift: OSTIUM MONUMENTI (toegang tot de grafkelder)
Omstreeks 1680 besloot de kerkenraad de vloer, die in slechte staat verkeerde, te repareren. Dit kwam de erfgenaam Roelof van Arkel, een zoon van de zuster Maria van Justus de Nobelaer, ter ore. Van hem bevindt zich een brief in het archief waarvan het begin luidt: “Bij verlijden van Saliger mijnheer ende oom Justus de Nobelaer is mijn als eenich universeel erfgenaam aenkomstich en toebehoorende seekere gemetselde graftkelder in de kerk op de hoge Choor, en also niet geernes oude sien, dat hetselve bij imant weerde geïnuardeert ofte gebruickt buyten mijnenen de weten”. Hij verzoekt voorzieningen te treffen, dat de grafkelder in goede staat blijft en niet zonder zijn medeweten wordt geopend.
Mensen, die bij de restauratie van de kerk in 1957 betrokken waren, bevestigen dat de grafkelder nog in goede staat verkeerde. Zij bestond uit vier gemetselde muren, waarop de grafsteen was gelegd. Op de bodem van het graf bevonden zich de skeletten van drie personen.
(Bron: http://www.inevanmeer.nl/nobelaer/index.html), zn. van Cornelis Zachariaszn de Nobelaer en Anna Herberts Stalpert van der Wiele, geb. te 's-Gravenhage [zh] circa 1615, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Etten [nb] op 1 dec 1685.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1680 Etten-Leur [nb]  


Sophia Elizabeth Dimmer
Sophia Elizabeth Dimmer, ovl. op 23 jan 1676, begr. te IJsselstein [ut].

tr. (Floris ongeveer 43 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] in 1650
met

Floris van Arkel, zn. van Roelof van Arkel en Anna van Steelant, geb. te Culemborg [ge] in 1607, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) te Schoonrewoerd [zh] op 17 aug 1652, begr. te IJsselstein [ut], tr. (1) met Maria de Nobelaer. Uit dit huwelijk een zoon.

Floris van Arkel.
Ferdinand van Arkel, heer van Burght etc, wonend in de stad Utrecht voor zichzelf en met procuratie van zijn moeder Philippina Stanten, van zijn broers Francois van Arkel, heer van Broekhuijsen en Karel van Arkel, kapitein luitenant in dienst der Verenigde Nederlanden, en zuster Charlotte Wilhelmina van Arkel, erfgenamen van Rudolph van Arkel, heer van Broekhuijsen, procuratie zie RA Alphen invnr. 28 folio 179v, testament voor notaris Cornelis van Sandich te Wijk in Utrecht d.d. 13-04-1709. Rudolph van Arkel was destijds enig erfgenaam van Justus de Nobelaar, heer van Burght volgens testament voor notaris Gijsbert de Kretser te 's-Gravenhage op 23-02-1683, Justus de Nobelaar was weer enig erfgenaam van Joan Louis de Nobelaar, heer van Burght, Grisoort etc. volgens testament van 13-05-1680 voor Hubertus van den Berge te Etten. Jan Louis de Nobellaar was enig erfgenaam van zijn zuster Anna Maria Theresia de Nobelaar volgens testament voor Joan Ceeris (Beeris ???), notaris te Breda, d.d. 14-07-1672, welke Jean Louis en Anna Maria Theresia de Nobelaar, erfgenamen van Theodora van der Graft, dochter van Justus de Nobelaar, verkoopt aan Steven Mattheusz van Heijningen, wonende te Alphen, een perceel in de polder achter de Kerk, genaamd "de Schans", opgedragen aan Theodora van der Graft op 19-07-1632, met andere percelen in erfpacht gehouden, groot 5 morgen 500 roeden, belend de landen binnendijks ten oosten de Rijndijk, ten zuiden Paulus, Anna en Stevin Jacobs van Heijningen, ten westen de zelfden en de kinderen van Martin Beukelaar, ten noorden Adriaan Pietersz Groen en het erf buitendijks, strekkend van de Rijndijk tot in de Rijn, belend ten zuiden het Kanaal, ten noorden de koper. Koopsom 2.050 gulden. Volgens akte voor Dirk Swartendijk, notaris te Woerden d.d. 05-11-1716 is Adriaan Rosenboom erfgenaam van Anna van Heijningen. Deze Anna was universeel erfgename van haar broer Mattheus Stevensz van Heijningen, beiden waren kinderen en erfgenamen geweest van Steven Mattheusz van Heijningen voornoemd.
plaatsnaamAlphen.
instelling Streekarchief Rijnlands Midden.


Roelof van Arkel
Roelof van Arkel Heer van Broeckhuysen en Burgst, ovl. te Broekhuizen [dr] op 16 mei 1709, begr. te Utrecht [ut] Sint Nicolaaskerk.

Roelof van Arkel.
hij erfde van zijn oom Justus de Nobelaer in 1685.

tr. te Nederweert [li] op 21 apr 1660
met

Philippina Stauton, ovl. te Utrecht [ut] op 5 aug 1723, begr. te Utrecht [ut] in de Domkerk.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Charlotte~1680 Doorn [ut] †1740 Utrecht [ut] 60