Mattheus Rees
Mattheus Rochuszn. Rees jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, geb. te Dordrecht [zh] op 16 jun 1653, ged. te Dordrecht [zh] op 20 jun 1653, koopman en reder te Dordrecht, ovl. (61 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 30 mei 1715.
tr. (resp. 21 en ongeveer 22 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 1 nov 1674
met
Pieternella Jansdr. Backus, dr. van Jan Willemszn. Backus en Jenneke Corstiaans van Oosten, geb. in 1652, ged. te Dordrecht [zh] op 22 mei 1652, begr. te Dordrecht [zh] op 17 okt 1719.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Mattheus | *1680 | Dordrecht [zh] | †1750 | Dordrecht [zh] | 70 | 1 | 2 |
| 2 | Gilles | *1686 | Dordrecht [zh] | †1759 | Dordrecht [zh] | 73 | 2 | 2 |
>
Pieternella Backus
Pieternella Jansdr. Backus, geb. in 1652, ged. te Dordrecht [zh] op 22 mei 1652, begr. te Dordrecht [zh] op 17 okt 1719.
- Vader:
Jan Willemszn. Backus vetigde zich vanuit Limburg ca. 1642 in Dordrecht, geb. te Stein [li], tr. te Dordrecht [zh] in 1642.
tr. (resp. ongeveer 22 en 21 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 1 nov 1674
met
Mattheus Rochuszn. Rees jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, zn. van Rochus Rees (houtkoper) en Elisabeth Adriaensdr. Oem, geb. te Dordrecht [zh] op 16 jun 1653, ged. te Dordrecht [zh] op 20 jun 1653, koopman en reder te Dordrecht, ovl. (61 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 30 mei 1715.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Mattheus | *1680 | Dordrecht [zh] | †1750 | Dordrecht [zh] | 70 | 1 | 2 |
| 2 | Gilles | *1686 | Dordrecht [zh] | †1759 | Dordrecht [zh] | 73 | 2 | 2 |
>
Charlotte van Beveren
Charlotte (Carolina) van Beveren, geb. te Dordrecht [zh] op 4 mrt 1589, begr. te Dordrecht [zh] op 25 dec 1626.
- Vader:
Willem van Beveren heer van Strevelshoek (1593) en Develsteyn (1594), raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland 1583-1617, veertigraad 1586, raad 1586,’88, kolonel der burgerij 1589, schepen 1591,’92, burgemeester 1595-’98, 1602,’03,’08,’09,’17,’18, gecommitteerde ten beleide van stadszaken 1596,’97, 1602,’04,’09, 1617-’20 en weesmeester 1604,’10, ’11 te Dordrecht, 1e baron van de Merwede wegens Dordrecht 1604, gecommitteerde ter Raad van State 1598-1600,’05-’07, gedeputeerde ter Staten van Holland, gedeputeerde ter velde 1599-1601, 1605-’07, gecommitteerde ter vredesonderhandelingen 1607, gecommitteerde raad 1613-’15, 1625-’27, gedeputeerde ter Staten-Generaal 1628-’30, woonde te Dordrecht in ‘Spangen’ bij de Nieuwe brug, kocht in 1594 het slot Develstein in de Zwijndrechtse Waard, zn. van Cornelis Pietersz van Beveren en Maria Gijsbrechtsdr van de Valck, geb. te Dordrecht [zh] op 4 dec 1556, ovl. (74 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 18 jun 1631, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk, Queckelkapel, tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 20 jaar oud) te Dordrecht [zh] circa 1585.
- Moeder:
Emmerentia Karelsdr. van der Eynde, geb. te Dordrecht [zh] in 1565, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 18 aug 1632, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk, Queckelkapel.
tr. (resp. 22 en 21 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 1 mei 1611
met
Adriaen van Blijenburg van Naaldwijk Heer van Naaldwijk, schout te Dordrecht, penningmr. Alblasserwaard, mr.
munter op de 5e Holl. plaats 1616, zn. van Jacob van Blijenburgh (waardijn van de grafelijke Munt van Holland) en Maria Carré, geb. te Dordrecht [zh] op 8 okt 1589, ovl. (41 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 10 nov 1630, tr. (37 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] op 29 sep 1627 met Sara de Rovere, dr. van Pompejus Jacobsz. de Rovere en Margriete Jacobsdr Muijs van Holij, ovl. op 14 sep 1657. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Adriaan | *1616 | Dordrecht [zh] | †1682 | Dordrecht [zh] | 65 | 1 | 4 |
>
Adriaen van Blijenburg van Naaldwijk
Adriaen van Blijenburg van Naaldwijk Heer van Naaldwijk, schout te Dordrecht, penningmr. Alblasserwaard, mr.
munter op de 5e Holl. plaats 1616, geb. te Dordrecht [zh] op 8 okt 1589, ovl. (41 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 10 nov 1630.
tr. (resp. 21 en 22 jaar oud) (1) te Dordrecht [zh] op 1 mei 1611
met
Charlotte (Carolina) van Beveren, dr. van Willem van Beveren en Emmerentia Karelsdr. van der Eynde, geb. te Dordrecht [zh] op 4 mrt 1589, begr. te Dordrecht [zh] op 25 dec 1626.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Adriaan | *1616 | Dordrecht [zh] | †1682 | Dordrecht [zh] | 65 | 1 | 4 |
tr. (37 jaar oud) (2) te 's-Gravenhage [zh] op 29 sep 1627
met
Sara de Rovere, dr. van Pompejus Jacobsz. de Rovere en Margriete Jacobsdr Muijs van Holij, ovl. op 14 sep 1657.
>
Sara de Rovere
Sara de Rovere, ovl. op 14 sep 1657.
- Vader:
Pompejus Jacobsz. de Rovere, zn. van Jacob de Rovere en Johanna Keijnoghe, ged. te Antwerpen [b, België] St. Joriskerk op 4 mrt 1571, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 23 okt 1638, begr. begraven in de Grote Kerk van Dordrecht (graf nr. 36), tr. (resp. ongeveer 23 en 19 jaar oud) (1) te Dordrecht [zh] op 12 jan 1595 met Aleid de Witt. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (ongeveer 37 jaar oud) (3) te 's-Gravenhage [zh] op 18 sep 1608 met Anna de Casembroodt. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (ongeveer 27 jaar oud) (2) te Dordrecht [zh] op 24 nov 1598.
tr. (Adriaen 37 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 29 sep 1627
met
Adriaen van Blijenburg van Naaldwijk Heer van Naaldwijk, schout te Dordrecht, penningmr. Alblasserwaard, mr.
munter op de 5e Holl. plaats 1616, zn. van Jacob van Blijenburgh (waardijn van de grafelijke Munt van Holland) en Maria Carré, geb. te Dordrecht [zh] op 8 okt 1589, ovl. (41 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 10 nov 1630, tr. (1) met Charlotte (Carolina) van Beveren. Uit dit huwelijk een zoon.
>
Aleid de Witt
Aleid de Witt, geb. te Dordrecht [zh] op 4 jul 1575, ovl. (22 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 30 dec 1597.
- Moeder:
Johanna Andriesdr. Heymans, geb. te Dordrecht [zh] op 12 jan 1547, ovl. (55 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 24 mei 1602.
tr. (resp. 19 en ongeveer 23 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 12 jan 1595
met
Pompejus Jacobsz. de Rovere, zn. van Jacob de Rovere en Johanna Keijnoghe, ged. te Antwerpen [b, België] St. Joriskerk op 4 mrt 1571, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 23 okt 1638, begr. begraven in de Grote Kerk van Dordrecht (graf nr. 36), tr. (2) met Margriete Jacobsdr Muijs van Holij. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (ongeveer 37 jaar oud) (3) te 's-Gravenhage [zh] op 18 sep 1608 met Anna de Casembroodt. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Pompejus Jacobsz. de Rovere.
Heer van Hardinxveld, o.a. generaal van de gemene middelen (1606), oudraad van Dordrecht, schout van Dordrecht (tot 1626) en baljuw van Zuid-Holland, Vader en regeerder van het Oudemannenhuis te Dordrecht, waardijn van de Grafelijkheidsmunt. 9 juli 1620: bij besluit van de heren Gedeputeerden gekozen tot baljuw van Zuid-Holland. In 1625: koop van de heerlijkheid Hardinxveld waarmee Pompejus wordt Heer van Hardinxveld. 1626-1629: lid van de Raad van State vanuit het gewest Zuid-Holland (Bosters, o.c, p. 29 en 31) ."Hij was een sterk pleitbezorger voor de bouw van de verdedigingslinie tussen Bergen op Zoom en Steenbergen en heeft als lid van de Raad van State zijn invloed daartoe aangewend." In 1628 werd tussen genoemde plaatsen een fort gebouwd, dat naar Pompejus "Fort De Roovere" werd genoemd.
Hij huwt 1e. te Dordrecht op 29 januari/12 februari 1595 met Aelten Wittens Cornelisdr.[de Witt], geboren te Dordrecht op 4 juli 1575 (begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk te Dordrecht waarbij: "3 maal luiden over de huisvrouw van Pompejus de Rovere, ontvangen 12 ponden", dochter van Cornelis Fransz. de Wittt, burgemeester van Dordrecht en van Johanna Andriesdr. Heijmans. ). Hij huwt 3e. te 's-Gravenhage op 18 september 1608 met Anna Kasembroot (de Casembroodt), dochter van Leendert de Casembroodt en Cornelia Poppe.
>
Anna de Casembroodt
Anna de Casembroodt.
- Vader:
Leonard de Casembroot aanvankelijk pensionaris van Brugge, uitgeweken tijdens het bewind van Alva naar Den Haag, waar hij diverse publieke functies heeft vervuld, geb. te Brugge [wv] in 1540, begr. te 's-Gravenhage [zh] GK in mrt 1604, tr. (ongeveer 30 jaar oud) in 1570.
tr. (Pompejus ongeveer 37 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 18 sep 1608
met
Pompejus Jacobsz. de Rovere, zn. van Jacob de Rovere en Johanna Keijnoghe, ged. te Antwerpen [b, België] St. Joriskerk op 4 mrt 1571, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 23 okt 1638, begr. begraven in de Grote Kerk van Dordrecht (graf nr. 36), tr. (1) met Aleid de Witt, dr. van Cornelis Franszn. de Witt en Johanna Andriesdr. Heymans. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (ongeveer 27 jaar oud) (2) te Dordrecht [zh] op 24 nov 1598 met Margriete Jacobsdr Muijs van Holij. Uit dit huwelijk 4 kinderen.
Pompejus Jacobsz. de Rovere.
Heer van Hardinxveld, o.a. generaal van de gemene middelen (1606), oudraad van Dordrecht, schout van Dordrecht (tot 1626) en baljuw van Zuid-Holland, Vader en regeerder van het Oudemannenhuis te Dordrecht, waardijn van de Grafelijkheidsmunt. 9 juli 1620: bij besluit van de heren Gedeputeerden gekozen tot baljuw van Zuid-Holland. In 1625: koop van de heerlijkheid Hardinxveld waarmee Pompejus wordt Heer van Hardinxveld. 1626-1629: lid van de Raad van State vanuit het gewest Zuid-Holland (Bosters, o.c, p. 29 en 31) ."Hij was een sterk pleitbezorger voor de bouw van de verdedigingslinie tussen Bergen op Zoom en Steenbergen en heeft als lid van de Raad van State zijn invloed daartoe aangewend." In 1628 werd tussen genoemde plaatsen een fort gebouwd, dat naar Pompejus "Fort De Roovere" werd genoemd.
Hij huwt 1e. te Dordrecht op 29 januari/12 februari 1595 met Aelten Wittens Cornelisdr.[de Witt], geboren te Dordrecht op 4 juli 1575 (begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk te Dordrecht waarbij: "3 maal luiden over de huisvrouw van Pompejus de Rovere, ontvangen 12 ponden", dochter van Cornelis Fransz. de Wittt, burgemeester van Dordrecht en van Johanna Andriesdr. Heijmans. ). Hij huwt 3e. te 's-Gravenhage op 18 september 1608 met Anna Kasembroot (de Casembroodt), dochter van Leendert de Casembroodt en Cornelia Poppe.
>
Leonard de Casembroot
Leonard de Casembroot aanvankelijk pensionaris van Brugge, uitgeweken tijdens het bewind van Alva naar Den Haag, waar hij diverse publieke functies heeft vervuld, geb. te Brugge [wv] in 1540, begr. te 's-Gravenhage [zh] GK in mrt 1604.
Leonard de Casembroot.
wp-de-casembroot-0-260.
Beschrijving:.
Schild: In blauw een lage gouden keper, beladen met drie rode rozen, goud geknopt, en vergezeld van drie gouden korenhalmen.
Helm: aanziend.
Helmteken: een uitkomende vrouw van natuurlijke kleur met bruin haar, het bovenlijf bloot, het hoofd getooid met gouden korenaren, met een parelsnoer om de hals en een zilveren band om de linkerarm, gekleed in een rode rok en een gouden sjerp over de rechter schouder, houdende in de rechterhand een bos van drie gouden korenhalmen.
Dekkleed: goud, gevoerd van blauw.
De CASEMBROOT (PLAAT 16).
Van dit geslacht, oorspronkelijk Caesabon geheeten en in Piemont gevestigd, vindt men als eersten in de Nederlandsche gewesten genoemd Caspar, zoon van Otto. Ter zake der onrustige tijden verkocht hij zijne goederen, gelegen bij Torato in Piemont en begaf zich ten tijde van Philips den Goede naar Damrae in Vlaanderen, van waar hij zich omstreeks 1440 naar Brugge verplaatste en 30 Sept. 1453 stierf.
Zijne afstammelingen uit zijn huwelijk met Maria Reyphins kwamen reeds spoedig in regeeringsposten. Zijn zoon Leonard Casembroot, geb. 3 Maart 1451, overl. 16 Oct. 1514, geh. met Barbara van Nieuwkerken, werd tot schepen van Brugge verkozen, en diens zoon Leonard Casembroot, geb. 2 Nov. 1488, bekleedde het ambt van eersten burgemeester van Brugge.
Bij twee vrouwen, Maria Reyvaert en Godelive Brest, had hij zes kinderen. Van de drie kinderen bij de eerste vrouw was de oudste Jan, in de geschiedenis beter bekend als de Heer van Backerzeele dan bij zijn familienaam, die deel nam aan het Verbond der Edelen en 2 Juni 1568 op last van Alva te Vilvoorden onthoofd werd. De tweede werd geestelijke, en het derde kind was eene dochter.
Van de drie zonen der tweede vrouw, Leonard, Nicolaas en Jacob, was Nicolaas burgemeester van Brugge en Jacob schepen van Brugge en thesaurier van Vlaanderen.
Leonard, aanvankelijk pensionaris van Brugge, was ook in de vrijheidsbewegingen van dien tijd betrokken, waarom hij in 1582 gedagvaard en zelfs gecondemneerd werd; doch hij had vóór dien tijd de wijk naar Holland genomen, waar hij tot raadsheer in het Hof van Holland werd aangesteld en bij zijn dood in 1604 het ambt van president van dat hof bekleedde. Van hem en zijne echtgenoote Cornelia van Poppe stamt het tegenwoordig geslacht in Nederland af.
Afstammelingen van zijn jongsten broeder Jacob zijn ook naar Nederland gekomen, doch na een paar generatiën uitgestorven.
Leonard's tweede zoon, Samuel de Casembroot, geb. 22 Dec. 1582, overl. in Maart 1658, heer van Termoer, luitenant-kolonel, later schepen en burgemeester van 't Vrije van Sluis, had bij zijne eerste vrouw Anna Romeyns.
Jan de Casembroot, heer van Termoer, Rijnestein en Willige-Langerak, geb. 26 Jan 1625, overl. 5 Jan. 1681 , ten wiens verzoeke verklaringen van den adeldom zijner familie werden afgegeven: door den heraut van wapenen C. Bouhelier (onder den titel Henegouwen) 14 Aug. 1666, door burgemeesters en schepenen 's Lants van den Vrijen (van Brugge) 16 April 1667, en door den heraut van wapenen Charles Falentijn (onder den titel van Vlaanderen) 2 Mei 1667.
Zijn vader Samuel en diens broeders Jan Leonard en Jan hadden reeds onder dagteekening van 6 Oct. 1620 eene soortgelijke verklaring van burgemeesters, schepenen en raden der stad Brugge ontvangen.
Genoemde Jan de Casembroot, zoon van Samuel en van Anna Romeyns, huwde Charlotta van Ledenburg, en had bij haar Leonard de Casembroot, heer van Rijnestein, Willige-Langerak en Coquelmonde, geb. 1660, overl. 29 Maart 1719 te Utrecht, waar hij vroedschap en schepen was, getr. in derde huwelijk met Hillegonda Geertruida van Bergen, waaruit o. a. Jean Louis de Casembroot, heer van Willige-Langerak, geb. 26 Feb. 1709, overl. 30 Aug. 1777, luitenant-generaal, geh. in tweede huwelijk met Louise Cornelia Elizabeth Clunder.
Van de kinderen uit dit huwelijk werd Leonard de Casembroot, militair intendant der eerste klasse, overl. te Breda 6 Aug. 1832, bij diploma van 15 April 1815 ingelijfd in den Nederlandschen adelstand en zijn jongere broeder Samuel Otto de Casembroot, geb. te Breda 9 Feb. 1776, bij diploma van 7 Oct. 1838 erkend tot den Nederlandschen adel te behooren.
Jhr. Leonard was bij zijne tweede echtgenoote Adriana Johanna Barones van Neukirchen genaamd van Nijvenheim, de vader van Jhr. François de Casembroot, geb. te Luik 27 Juni 1817, vice-admiraal, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, enz, geh. met jonkvrouw Agneta Theodora Johanna van de Poll.
tr. (ongeveer 30 jaar oud) in 1570
met
Cornelia van Poppe.
Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | | | | | | 1 | 0 |
| 2 | Samuel | *1582 | | †1658 | | 75 | 1 | 1 |
| 3 | Leonard | *1579 | | †1637 | 's-Gravenhage [zh] | 58 | 1 | 2 |
| 4 | Godelief | | | †1653 | Voorburg [nb] | | 1 | 0 |
| 5 | Johan | | | †1625 | | | 1 | 0 |
>
Cornelia van Poppe
Cornelia van Poppe.
tr. (Leonard ongeveer 30 jaar oud) in 1570
met
Leonard de Casembroot aanvankelijk pensionaris van Brugge, uitgeweken tijdens het bewind van Alva naar Den Haag, waar hij diverse publieke functies heeft vervuld, geb. te Brugge [wv] in 1540, begr. te 's-Gravenhage [zh] GK in mrt 1604.
Leonard de Casembroot.
wp-de-casembroot-0-260.
Beschrijving:.
Schild: In blauw een lage gouden keper, beladen met drie rode rozen, goud geknopt, en vergezeld van drie gouden korenhalmen.
Helm: aanziend.
Helmteken: een uitkomende vrouw van natuurlijke kleur met bruin haar, het bovenlijf bloot, het hoofd getooid met gouden korenaren, met een parelsnoer om de hals en een zilveren band om de linkerarm, gekleed in een rode rok en een gouden sjerp over de rechter schouder, houdende in de rechterhand een bos van drie gouden korenhalmen.
Dekkleed: goud, gevoerd van blauw.
De CASEMBROOT (PLAAT 16).
Van dit geslacht, oorspronkelijk Caesabon geheeten en in Piemont gevestigd, vindt men als eersten in de Nederlandsche gewesten genoemd Caspar, zoon van Otto. Ter zake der onrustige tijden verkocht hij zijne goederen, gelegen bij Torato in Piemont en begaf zich ten tijde van Philips den Goede naar Damrae in Vlaanderen, van waar hij zich omstreeks 1440 naar Brugge verplaatste en 30 Sept. 1453 stierf.
Zijne afstammelingen uit zijn huwelijk met Maria Reyphins kwamen reeds spoedig in regeeringsposten. Zijn zoon Leonard Casembroot, geb. 3 Maart 1451, overl. 16 Oct. 1514, geh. met Barbara van Nieuwkerken, werd tot schepen van Brugge verkozen, en diens zoon Leonard Casembroot, geb. 2 Nov. 1488, bekleedde het ambt van eersten burgemeester van Brugge.
Bij twee vrouwen, Maria Reyvaert en Godelive Brest, had hij zes kinderen. Van de drie kinderen bij de eerste vrouw was de oudste Jan, in de geschiedenis beter bekend als de Heer van Backerzeele dan bij zijn familienaam, die deel nam aan het Verbond der Edelen en 2 Juni 1568 op last van Alva te Vilvoorden onthoofd werd. De tweede werd geestelijke, en het derde kind was eene dochter.
Van de drie zonen der tweede vrouw, Leonard, Nicolaas en Jacob, was Nicolaas burgemeester van Brugge en Jacob schepen van Brugge en thesaurier van Vlaanderen.
Leonard, aanvankelijk pensionaris van Brugge, was ook in de vrijheidsbewegingen van dien tijd betrokken, waarom hij in 1582 gedagvaard en zelfs gecondemneerd werd; doch hij had vóór dien tijd de wijk naar Holland genomen, waar hij tot raadsheer in het Hof van Holland werd aangesteld en bij zijn dood in 1604 het ambt van president van dat hof bekleedde. Van hem en zijne echtgenoote Cornelia van Poppe stamt het tegenwoordig geslacht in Nederland af.
Afstammelingen van zijn jongsten broeder Jacob zijn ook naar Nederland gekomen, doch na een paar generatiën uitgestorven.
Leonard's tweede zoon, Samuel de Casembroot, geb. 22 Dec. 1582, overl. in Maart 1658, heer van Termoer, luitenant-kolonel, later schepen en burgemeester van 't Vrije van Sluis, had bij zijne eerste vrouw Anna Romeyns.
Jan de Casembroot, heer van Termoer, Rijnestein en Willige-Langerak, geb. 26 Jan 1625, overl. 5 Jan. 1681 , ten wiens verzoeke verklaringen van den adeldom zijner familie werden afgegeven: door den heraut van wapenen C. Bouhelier (onder den titel Henegouwen) 14 Aug. 1666, door burgemeesters en schepenen 's Lants van den Vrijen (van Brugge) 16 April 1667, en door den heraut van wapenen Charles Falentijn (onder den titel van Vlaanderen) 2 Mei 1667.
Zijn vader Samuel en diens broeders Jan Leonard en Jan hadden reeds onder dagteekening van 6 Oct. 1620 eene soortgelijke verklaring van burgemeesters, schepenen en raden der stad Brugge ontvangen.
Genoemde Jan de Casembroot, zoon van Samuel en van Anna Romeyns, huwde Charlotta van Ledenburg, en had bij haar Leonard de Casembroot, heer van Rijnestein, Willige-Langerak en Coquelmonde, geb. 1660, overl. 29 Maart 1719 te Utrecht, waar hij vroedschap en schepen was, getr. in derde huwelijk met Hillegonda Geertruida van Bergen, waaruit o. a. Jean Louis de Casembroot, heer van Willige-Langerak, geb. 26 Feb. 1709, overl. 30 Aug. 1777, luitenant-generaal, geh. in tweede huwelijk met Louise Cornelia Elizabeth Clunder.
Van de kinderen uit dit huwelijk werd Leonard de Casembroot, militair intendant der eerste klasse, overl. te Breda 6 Aug. 1832, bij diploma van 15 April 1815 ingelijfd in den Nederlandschen adelstand en zijn jongere broeder Samuel Otto de Casembroot, geb. te Breda 9 Feb. 1776, bij diploma van 7 Oct. 1838 erkend tot den Nederlandschen adel te behooren.
Jhr. Leonard was bij zijne tweede echtgenoote Adriana Johanna Barones van Neukirchen genaamd van Nijvenheim, de vader van Jhr. François de Casembroot, geb. te Luik 27 Juni 1817, vice-admiraal, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, enz, geh. met jonkvrouw Agneta Theodora Johanna van de Poll.
Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Anna | | | | | | 1 | 0 |
| 2 | Samuel | *1582 | | †1658 | | 75 | 1 | 1 |
| 3 | Leonard | *1579 | | †1637 | 's-Gravenhage [zh] | 58 | 1 | 2 |
| 4 | Godelief | | | †1653 | Voorburg [nb] | | 1 | 0 |
| 5 | Johan | | | †1625 | | | 1 | 0 |
>
Anna de Witt
Anna de Witt, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 27 dec 1655, ovl. (69 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh], begr. te Dordrecht [zh] op 1 dec 1725.
- Vader:
Johan de Witt Advocaat voor het Hof van Holland, Zeeland en Vriesland 11 november
1647-1650.
Pensionaris van Dordrecht 21 december 1650-1652.
RAADPENSIONARIS DER STATEN VAN HOLLAND EN WEST-FRIESLAND
23 juli ‘“) 1653-4 augustus 1672.
Lid van de Ordre de I’Union de joye juli 1653 G).
Pensionaris der Ridderschap van Holland en West-Friesland 1653-
1672.
Stadhouder en registermeester der Lenen van Holland en West-Friesland
5 mei 1660-1672.
Grootzegelbewaarder der Staten van Ho’lland en West-Friesland 13 september
1660-1672.
Gedeputeerde op de Vlo’ot ‘) 25 juli 1665 en 26 september 1666.
Gedeputeerde der Staten van Holland en West-Friesland ter educatie
van Prins Willem III, Kind van Staat 1666.
Mislukte aanslag op zijn leven ‘s-Gravenhage 21 juni 1672.
Raad in de Hoge Raad van Holland en Zeeland 4-20 augustus
1672 s).
Grondlegger der verzekeringswiskunde 9).
Wiskundige lo), zn. van Jacob de Witt en Anna Johansdr. van den Corput, geb. in 1625, ged. te Dordrecht [zh] op 5 okt 1625, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] vermoord. Nadat in augustus 1672 hun vader vermoord was, kregen zijn kinderen Anna, Agnes, Maria, Johan en Jacob als voogden, Pieter de GraafF (zwager van Johan de Witt;
zie over hun vriendschappelijke verhouding: G. van Enst Koning, Het Huis
te Ilpendam en deszelfs voornaamste bezitters (Amsterdam, 1836) pag. 32 en
47). J. van Beveren, Nicolaas Vivien en Gerard Bicker van Swieten, terwijl door
notaris Johan Melanen te Dordreclht de betrekking van administrateur werd
waargenomen op 20 aug 1672, begr. te 's-Gravenhage [zh] NK, tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 19 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 16 feb 1655.
tr. (resp. 19 en 29 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 30 jul 1675
met
Herman van den Honert oudraad, schepen, weesmr, secretaris, veertig en burgemr. van Dordr, mansman H. Vierschaar van Zd.-Holland, zn. van Johan van den Honert en Cornelia Hermansdr. Hallincg, geb. te Dordrecht [zh] op 2 aug 1645, ovl. (85 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 6 aug 1730.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cornelis | *1688 | Dordrecht [zh] | †1762 | | 73 | 2 | 0 |
| 2 | Catharina | *1698 | Dordrecht [zh] | †1766 | Dordrecht [zh] | 68 | 1 | 1 |
>
Herman van den Honert
Herman van den Honert oudraad, schepen, weesmr, secretaris, veertig en burgemr. van Dordr, mansman H. Vierschaar van Zd.-Holland, geb. te Dordrecht [zh] op 2 aug 1645, ovl. (85 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 6 aug 1730.
- Vader:
Johan van den Honert student te Leiden 14 februari 1635, promotie in de rechten te Orléans winter 1637/1638, advocaat voor het Hof van Holland 1638, raad van Dordrecht 1640-1641, schepen in 1647 en 1652, veertigraad 1650, gecommitteerde raad in de Staten van Holland 1657-1659, buitengewoon ambassadeur in Polen 1659, raadsheer in het Hof van Holland 1663, zn. van Rochus van den Honert en Margaretha Hallincq, geb. circa 1615, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) op 14 apr 1667, tr. (resp. ongeveer 25 en 25 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 4 nov 1640.
tr. (resp. 29 en 19 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 30 jul 1675
met
Anna de Witt, dr. van Johan de Witt en Wendela Bicker, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 27 dec 1655, ovl. (69 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh], begr. te Dordrecht [zh] op 1 dec 1725.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Cornelis | *1688 | Dordrecht [zh] | †1762 | | 73 | 2 | 0 |
| 2 | Catharina | *1698 | Dordrecht [zh] | †1766 | Dordrecht [zh] | 68 | 1 | 1 |
>
Johan van den Honert
Johan van den Honert student te Leiden 14 februari 1635, promotie in de rechten te Orléans winter 1637/1638, advocaat voor het Hof van Holland 1638, raad van Dordrecht 1640-1641, schepen in 1647 en 1652, veertigraad 1650, gecommitteerde raad in de Staten van Holland 1657-1659, buitengewoon ambassadeur in Polen 1659, raadsheer in het Hof van Holland 1663, geb. circa 1615, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) op 14 apr 1667.
- Vader:
Rochus van den Honert erd stadsadvocaat (pensionaris) van Dordecht in 1596, plaatsvervangend schepen in 1597, veertigraad in 1598, schepen in 1600. Gecommitteerd namens Dordrecht in de Rekenkamer van het Zuiderkwartier van Holland, 1598-1600, op een salaris van f 300; gecommitteerde raad in het Zuiderkwartier, 1601-1603. Daarna ging hij over naar de rechtspraak. Vanaf 17 november 1603 was hij raadsheer, vervolgens eerste raadsheer van de Hoge Raad van Holland en Zeeland, tot aan zijn overlijden. Hoofdingeland van Delfland 1618. Vanwege het gewest Holland was hij commissaris politiek op de nationale synode van Dordrecht, in 1618-1619, en vervolgens op de provinciale synodes van Hoorn 1623 en Enkhuizen 1624. In 1630 was hij vanwege zijn gematigde opvattingen in kerkelijke zaken een goede kandidaat om de overleden raadpensionaris van Holland Anthony Duyck op te volgen, maar het ambt ging naar Adriaen Pauw. In 1627 werd zijn vermogen in Den Haag geschat op f 50.000.
In 1627 werd hij door de Staten van Holland samen met de Amsterdamse burgemeester Andries Bicker, zijn neef Simon Govertsz van Beaumont en jonker Gijsbert van den Boetzelaer als gezant naar Zweden en Polen gezonden om te bemiddelen in de conflicten tussen de koningen van die twee landen en om enkele handelsvoorrechten voor Holland te bedingen. Gijsbert overleed al voor het vertrek, de drie anderen keerden in 1628 vrijwel onverrichterzake terug. Samen met Bicker wist Rochus in 1635 wel een verlenging van het bestand te bewerken dat de twee koningen in 1629 hadden gesloten. Daarom werd hij op 18 november 1635 door koningin Christina in de Zweedse ridderschap opgenomen. In 1632 publiceerde hij een geïllustreerd verslag van zijn reis.
Rochus van den Honert stond bekend als een vriendelijk mens met een aangenaam karakter. Hij was een gematigde gereformeerde en behoorde tot de liberale middengroepen in het openbaar bestuur. In zijn grote intellectueel netwerk bevonden zich vanaf het begin ook verscheidene geleerden die katholiek waren gebleven en hij stond zelf niet ver van de remonstranten, maar na de synode van Dordrecht sloot hij zich toch niet bij hen aan. Wel nam hij van 1619 tot 1626 aan de Leidse academie de plaats in van de remonstrantse curator Cornelis van der Myle, de schoonzoon van Johan van Oldenbarnevelt die toen op grond van een beschuldiging van hoogverraad gevangen was gezet. Op de synode van Dordrecht zelf stelde Van den Honert zich op het standpunt dat hij als rechter in de Hoge Raad voorrang moest krijgen op de edelen en de gedeputeerden van de steden. Toen dat niet werd gehonoreerd, weigerde hij aanvankelijk in de synodezaal te verschijnen. Op 13 november 1618 legde hij in een brief aan de raad van Dordrecht rekenschap af van zijn principes op dat gebied.
Hij gold in brede kringen als een uitstekende latinist, al verscheen van zijn hand maar weinig op dat gebied. Hij publiceerde te Leiden in 1611 twee Latijnse drama’s, de Bijbelse tragedie Thamara, in rederijkersstijl, en een over Mozes als wetgever, Moses de Tafelbreker. Volgens het voorwoord op Thamara had hij de Christus Patiens van Hugo de Groot en de Herodes Infanticida en Auriacus van Daniel Heinsius tot voorbeeld genomen, omdat die tragedies het beste beantwoorden aan de regels van het treurspel. Van zijn eigen Auriacus [= Oranje] is de tekst niet overgeleverd. Wel liet hij veel gedichten in handschrift na, waaronder een reeks Epigrammata die na zijn dood in allerlei privéverzamelingen terechtkwamen. Zijn literaire kwaliteiten werden vaak geroemd, bijvoorbeeld door Hugo de Groot, Caspar Barlaeus, Daniel Heinsius, Gerardus Joannes Vossius, Pieter Cornelisz Hooft en Constantijn Huygens, met wie hij ook correspondeerde. Voorafgaand aan de publicatie liet Hooft de tekst van zijn Nederlandsche Historiën door Van den Honert controleren, zn. van Thomas Rochuszn. van Wesel (lid van de raad van Dordrecht in 1573 en 1576, veertigraad 1586, schepen 1583, 1588 en 1592;) en Ida Willemsdr. de Jonge, geb. te Dordrecht [zh] op 13 mrt 1572, ovl. (65 jaar oud) op 30 jan 1638, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 4 feb 1638, tr. (resp. 28 en 25 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 10 okt 1600.
tr. (resp. ongeveer 25 en 25 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 4 nov 1640
met
Cornelia Hermansdr. Hallincg, dr. van Herman Johanszn. Hallincg en Anna Willemsdr. de Jonge, geb. te Dordrecht [zh] op 2 mrt 1615, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1681.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Rochus | *1642 | | | | | 1 | 1 |
| 2 | Herman | *1645 | Dordrecht [zh] | †1730 | Dordrecht [zh] | 85 | 1 | 2 |
>
Cornelia Hallincg
Cornelia Hermansdr. Hallincg, geb. te Dordrecht [zh] op 2 mrt 1615, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1681.
- Vader:
Herman Johanszn. Hallincg advocaat, meermaals schepen van Dordrecht tussen 1614 en 1636, burgemeester van ‘s Heeren wege (aangesteld door de stadhouder) 1628, 1633, 1637, gecommitteerde in de Generaliteits Rekenkamer 1638), zn. van Jan Pauwelszn. Hallincq (rekenmeester van Holland) en Elisabeth Hermansdr. van der Bies, geb. circa 1585, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) circa 1638, tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 19 mrt 1612.
tr. (resp. 25 en ongeveer 25 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 4 nov 1640
met
Johan van den Honert student te Leiden 14 februari 1635, promotie in de rechten te Orléans winter 1637/1638, advocaat voor het Hof van Holland 1638, raad van Dordrecht 1640-1641, schepen in 1647 en 1652, veertigraad 1650, gecommitteerde raad in de Staten van Holland 1657-1659, buitengewoon ambassadeur in Polen 1659, raadsheer in het Hof van Holland 1663, zn. van Rochus van den Honert en Margaretha Hallincq, geb. circa 1615, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) op 14 apr 1667.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Rochus | *1642 | | | | | 1 | 1 |
| 2 | Herman | *1645 | Dordrecht [zh] | †1730 | Dordrecht [zh] | 85 | 1 | 2 |
>
Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort
Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort `van Zwijndrecht`, oudraad, schepen,
veertig, weesmeester, burgemeester en ontvanger der penningen
gedestineerd ten oorloge ald, geb. te Dordrecht [zh] op 30 apr 1720, begr. te Dordrecht [zh] GK op 7 apr 1795.
- Vader:
Abraham Pompe van Meerdervoort heer van Zwijndrecht, domheer te Utrecht 1714, veertigraad te Dordrecht 1720, weesmeester 1733, thesaurier ald. 1725, dijkgraaf en heemraad van verschillende polders, zn. van Cornelis Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren, geb. te Dordrecht [zh] op 22 jun 1678, ovl. (55 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 21 jul 1733, tr. (resp. 40 en 25 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 17 mei 1719.
>
Jan van Berckenrode
Jan van Berckenrode, geb. circa 1528.
- Vader:
Hendrik van Berckenrode De geschilderde portretten van het echtpaar van Berckenrodevan
Bekestevn zijn bewaard gebleven en bevinden zich in de collectie Schimmelpenninck van der Oye op kasteel Duivenvoorde
te Voorschoten (zie JCBG 1958), zn. van Gerrit van Berckenrode (schepen en burgemeester van Haarlem tussen 1489 en 1498) en Catharinar Hendricksdr. van Alcmaer, geb. circa 1485, schepen van Haarlem gedurende verschillende perioden, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) circa 1548, tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) circa 1513.
tr. (ongeveer 25 jaar oud) vermoedelijk te Rotterdam [zh] in 1553
met
Emmerentia Biscop, dr. van Cornelis Willemszn. Biscop en Anthonia Jacobsdr. Oem.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Erkenraad | *1555 | | | | | 2 | 6 |
>
Emmerentia Biscop
Emmerentia Biscop.
tr. (Jan ongeveer 25 jaar oud) vermoedelijk te Rotterdam [zh] in 1553
met
Jan van Berckenrode, zn. van Hendrik van Berckenrode (schepen van Haarlem gedurende verschillende perioden) en Erckenraet van Bekesteyn, geb. circa 1528.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Erkenraad | *1555 | | | | | 2 | 6 |
>
Cornelis Biscop
Cornelis Willemszn. Biscop.
tr.
met
Anthonia Jacobsdr. Oem.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Emmerentia | | | | | | 1 | 1 |
>
Anthonia Oem
Anthonia Jacobsdr. Oem.
tr.
met
Cornelis Willemszn. Biscop.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Emmerentia | | | | | | 1 | 1 |
>
Willem van Berckenrode
Willem van Berckenrode, geb. circa 1495, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) in 1540.
- Vader:
Gerrit van Berckenrode Heer van Berkenrode en Schoter Vlieland, geb. circa 1455, schepen en burgemeester van Haarlem tussen 1489 en 1498, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) op 13 jun 1533, tr. (2) met Catharina Jansdr. van Naaldwijk. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (ongeveer 22 jaar oud) (1) circa 1477.
tr. (ongeveer 27 jaar oud) in 1522
met
Anna Hendrick Florisdr. van Zijll, ovl. in 1557.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Catharina | *1526 | | †1591 | | 65 | 1 | 1 |
>
Anna Hendrick van Zijll
Anna Hendrick Florisdr. van Zijll, ovl. in 1557.
tr. (Willem ongeveer 27 jaar oud) in 1522
met
Willem van Berckenrode, zn. van Gerrit van Berckenrode (schepen en burgemeester van Haarlem tussen 1489 en 1498) en Catharinar Hendricksdr. van Alcmaer, geb. circa 1495, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) in 1540.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Catharina | *1526 | | †1591 | | 65 | 1 | 1 |
>