tr.
met
Jacoba Soetje Broncken, dr. van Reinier Broncken en Sara Johanna van Campen, geb. te Vlissingen [ze] op 16 okt 1730, ovl. (57 jaar oud) te Brussel [België] op 6 mrt 1788.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Diederik | *1754 | 's-Gravenhage [zh] | †1803 | Amsterdam [nl] | 48 | 1 | 3 |
tr.
met
Gijsbertus Steenbergensis van Hogendorp van Hofwegen, zn. van Diederik Johan van Hogendorp en Maria Anna de Peyrou, geb. te Rotterdam [zh] op 11 aug 1729, ovl. (56 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 15 sep 1785.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Diederik | *1754 | 's-Gravenhage [zh] | †1803 | Amsterdam [nl] | 48 | 1 | 3 |
tr.
met
Maria Allegonda de Pollart, dr. van Arnoldus Theodorus Josephus de Pollart (advocaat) en Maria van Darth, geb. te Roermond [li] op 15 mrt 1750, ovl. (63 jaar oud) te Roermond [li] op 23 jan 1814.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Maria | *1779 | Roermond [li] | †1861 | Roermond [li] | 81 | 1 | 3 |
| 2 | Christophorus | *1781 | Roermond [li] | †1860 | Roermond [li] | 79 | 1 | 1 |
tr.
met
Petrus Philippus Patricius Josephus Petit werd bij Koninklijk Besluit van 18 november 1816 ingelijfd in de Nederlandse adel. Met een kleindochter van hem stierf het geslacht in 1906 uit, geb. in 1748, advocaat, ovl. (ongeveer 79 jaar oud) in 1827.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Maria | *1779 | Roermond [li] | †1861 | Roermond [li] | 81 | 1 | 3 |
| 2 | Christophorus | *1781 | Roermond [li] | †1860 | Roermond [li] | 79 | 1 | 1 |
tr.
met
Paulina Maria Von Hondorff Block., geb. in 1786, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) in 1871.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Marcellus | *1806 | †1877 | 71 | 1 | 1 | ||
| 2 | Otto | *1810 | Haastrecht [zh] | †1889 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 1 |
tr.
met
Salomon Reijnders Bisdom van Vliet, zn. van Marcellus Bisdom van Vliet en Maria Catharina Reijnders, geb. in 1775, burgemeester van Haastrecht, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) in 1825.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Marcellus | *1806 | †1877 | 71 | 1 | 1 | ||
| 2 | Otto | *1810 | Haastrecht [zh] | †1889 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 1 |
tr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 29 jaar oud) te Goes [ze] op 10 dec 1766
met
Maria Catharina Reijnders, dr. van Salomon Reijnders (vice-admiraal van Zeeland) en Maria Bastings, geb. te Middelburg [ze] in 1737, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te Gouda [zh] in 1796, tr. (1) met Daniel Caysius. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Salomon | *1775 | †1825 | 50 | 1 | 2 | ||
| 2 | Elisabeth | *1778 | Gouda [zh] | †1810 | Amsterdam [nl] | 32 | 1 | 5 |
tr. (1)
met
tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 37 jaar oud) (2) te Goes [ze] op 10 dec 1766
met
Marcellus Bisdom van Vliet werd in 1729 te Haastrecht geboren als zoon van de Haastrechtse koopman en burgemeester Theodorus Bisdom en van Maria van Harthals. Zijn vader Theodorus had in 1755 de heerlijkheid Vliet gekocht en mocht zich vanaf die tijd heer van Vliet noemen [1]. Evenals zijn vader werd ook hij toegelaten tot het poorterschap van Gouda. Hij verkreeg het poorterschap in 1776. In de daarop volgende periode zou hij diverse regentenfuncties in Gouda vervullen. Voorafgaande aan zijn benoeming tot vroedschap was hij onder meer weeshuisregent en kerkmeester. Van 1782 tot 1795 was hij lid van de Goudse vroedschap. Hij was deze periode onder meer schepen en burgemeester van Gouda. Bisdom van Vliet behoorde tot de patriottisch gezinde regenten. Hij behoorde tot de rijkste inwoners van de stad. Het familiekapitaal was onder meer verkregen uit de opbrengsten van een koffie- en katoenplantage De Herstelling aan de Demerary[2]. In een pamflet werd wat meesmuilend over zijn afkomst gedaan. Hoewel hij één van de rijkste inwoners van Gouda was beschouwde de pamfletschrijver hem als een Haastregtsche boerejongen wiens grootvader de kost had verdiend als hengstenlubber (=castreur van paarden)[3]. Bij de onlusten in 1787 werden ook bij hem de ramen ingegooid door de orangisten[4]. Hoewel hij één van de zes Goudse ondertekenaars was van de acte van verbintenis tot handhaving van de republicainsche constitutie, leidde dit niet tot zij ontslag in 1788 als lid van de vroedschap[5]. Zijn aanblijven werd niet door alle orangisten in dank aanvaard, te meer niet omdat ook twee van zijn schoonzoons, ondanks het feit dat zij wel lid waren geweest van de Patriottische Sociëteit, werden benoemd tot lid van de vroedschap. Zelf bekleedde Bisdom van Vliet in 1790 en 1791 nog het burgemeestersambt, zn. van Theodorus Bisdom van Vliet (president-hoogheemraad van de Krimpenerwaard en burgemeester van Haastrecht) en Maria van Harthals, geb. te Haastrecht [zh] in 1729, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Gouda [zh] in 1806.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Salomon | *1775 | †1825 | 50 | 1 | 2 | ||
| 2 | Elisabeth | *1778 | Gouda [zh] | †1810 | Amsterdam [nl] | 32 | 1 | 5 |
tr. (resp. 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Gouda [zh] op 21 aug 1724
met
Maria van Harthals, dr. van Marcellus Harthals (luitenant van de burgerij te Gouda) en Elisabeth van der Wilt, geb. te Gouda [zh] in 1703, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Haastrecht [zh] in 1763, begr. te Haastrecht [zh] op 21 okt 1763.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Marcellus | *1729 | Haastrecht [zh] | †1806 | Gouda [zh] | 77 | 1 | 2 |
tr. (resp. ongeveer 21 en 26 jaar oud) te Gouda [zh] op 21 aug 1724
met
Theodorus Bisdom van Vliet heer van de heerlijkheid Van Vliet, wa;koopman te Haastrecht
schepen en burgemeester te Haastrecht
hoogheemraad en dijkgraaf van de Krimpenerwaardarna deze familietak zich voortaan Bisdom van Vliet noemde, zn. van Adriaan Bisdom en Elisabeth Wijckerhelt, geb. te Haastrecht [zh] op 19 mrt 1698, president-hoogheemraad van de Krimpenerwaard en burgemeester van Haastrecht, ovl. (79 jaar oud) te Haastrecht [zh] op 25 okt 1777.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Marcellus | *1729 | Haastrecht [zh] | †1806 | Gouda [zh] | 77 | 1 | 2 |
tr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 37 jaar oud) in 1839
met
Maria Elisabeth Knogh, geb. in 1802, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1871.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Paulina | *1840 | †1923 | 83 | 1 | 0 |
tr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 33 jaar oud) in 1839
met
Marcellus Bisdom van Vliet, zn. van Salomon Reijnders Bisdom van Vliet (burgemeester van Haastrecht) en Paulina Maria Von Hondorff Block., geb. in 1806, burgemeester van Haastrecht, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) in 1877.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Paulina | *1840 | †1923 | 83 | 1 | 0 |
tr. (beiden ongeveer 29 jaar oud) te Haastrecht [zh] op 20 aug 1869
met
Johan Jacob le Fèvre de Montigny, zn. van Johan Jacob le Fèvre de Montigny en Petronella Henriette Kleijn, geb. te Nieuwe Tonge [zh] in 1840, marine-officier, ovl. (ongeveer 41 jaar oud) in 1881.
>
tr. (beiden ongeveer 29 jaar oud) te Haastrecht [zh] op 20 aug 1869
met
Paulina Maria Bisdom van Vliet de laatste afstammeling van de Haastrechtse tak van de familie. Haar vader
Marcellus bouwde het huidige huis. De voltooiing ervan in 1877 heeft hij amper meegemaakt. Na zijn overlijden volgde Paulina’s echtgenoot Johan Jacob Lefèvre de Montigny (1840-1881), hem op als burgemeester. Na zijn dood woonde Paulina als kinderloze weduwe nog 42 jaar in het familiehuis. Conform haar wens werd na haar overlijden op 1 juni 1923 de
‘Stichting Bisdom van Vliet’ in het leven geroepen. Deze had tot doel het karakter van het
woonhuis met bijbehorende inboedel, zoals zij er had gewoond, in stand te houden, dr. van Marcellus Bisdom van Vliet (burgemeester van Haastrecht) en Maria Elisabeth Knogh, geb. in 1840, ovl. (ongeveer 83 jaar oud) in 1923.
>
tr. (resp. 32 en 25 jaar oud) te Gorinchem [zh] op 22 feb 1843
met
Magdalena de Stigter, geb. te Kedichem [zh] op 9 jul 1817, ovl. (73 jaar oud) te Gorinchem [zh] op 28 mrt 1891.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Taco | *1848 | Brielle [zh] | †1927 | Leiden [zh] | 78 | 1 | 1 |
tr. (resp. 25 en 32 jaar oud) te Gorinchem [zh] op 22 feb 1843
met
Isaac Cornelis Marius van den Honert, zn. van Johan van den Honert (advocaat en procureur) en Wilhelmina Susanna Agneta van Helsdingen, geb. te Amsterdam [nl] op 26 jan 1811, diverse publieke functies, ovl. (63 jaar oud) te Gorinchem [zh] op 29 apr 1874.
Uit dit huwelijk een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Taco | *1848 | Brielle [zh] | †1927 | Leiden [zh] | 78 | 1 | 1 |
tr. (resp. 23 en 28 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 feb 1810
met
Wilhelmina Susanna Agneta van Helsdingen, dr. van Isaac Cornelis van Helsdingen en Maria Honingman, geb. te Amsterdam [nl] op 29 dec 1781, ovl. (55 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1837.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Isaac | *1811 | Amsterdam [nl] | †1874 | Gorinchem [zh] | 63 | 1 | 1 |
| 2 | Cornelis | *1820 | Amsterdam [nl] | 1 | 1 |
tr. (resp. 28 en 23 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 feb 1810
met
Johan van den Honert, zn. van Taco Hajo van den Honert (predikant te Nigtevecht) en Sara Catharina van der Goes, geb. te Nigtevecht [ut] op 26 apr 1786, advocaat en procureur, ovl. (64 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 25 aug 1850.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Isaac | *1811 | Amsterdam [nl] | †1874 | Gorinchem [zh] | 63 | 1 | 1 |
| 2 | Cornelis | *1820 | Amsterdam [nl] | 1 | 1 |
tr. (resp. 28 en 25 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 10 okt 1600
met
Margaretha Hallincq gezegd Pauli, dr. van Jan Pauwelszn. Hallincq (rekenmeester van Holland) en Elisabeth Hermansdr. van der Bies, geb. te Dordrecht [zh] op 19 nov 1574, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) in 1645.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Thomas | *1605 | 1672 | 's-Gravenhage [zh] | 67 | 1 | 0 | |
| 2 | Wilhelmina | *1608 | †1689 | 's-Gravenhage [zh] | 81 | 1 | 3 | |
| 3 | Johan | *1615 | †1667 | 51 | 1 | 2 | ||
| 4 | Catharina | *1615 | 1 | 3 |
tr. (resp. 25 en 28 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 10 okt 1600
met
Rochus van den Honert erd stadsadvocaat (pensionaris) van Dordecht in 1596, plaatsvervangend schepen in 1597, veertigraad in 1598, schepen in 1600. Gecommitteerd namens Dordrecht in de Rekenkamer van het Zuiderkwartier van Holland, 1598-1600, op een salaris van f 300; gecommitteerde raad in het Zuiderkwartier, 1601-1603. Daarna ging hij over naar de rechtspraak. Vanaf 17 november 1603 was hij raadsheer, vervolgens eerste raadsheer van de Hoge Raad van Holland en Zeeland, tot aan zijn overlijden. Hoofdingeland van Delfland 1618. Vanwege het gewest Holland was hij commissaris politiek op de nationale synode van Dordrecht, in 1618-1619, en vervolgens op de provinciale synodes van Hoorn 1623 en Enkhuizen 1624. In 1630 was hij vanwege zijn gematigde opvattingen in kerkelijke zaken een goede kandidaat om de overleden raadpensionaris van Holland Anthony Duyck op te volgen, maar het ambt ging naar Adriaen Pauw. In 1627 werd zijn vermogen in Den Haag geschat op f 50.000.
In 1627 werd hij door de Staten van Holland samen met de Amsterdamse burgemeester Andries Bicker, zijn neef Simon Govertsz van Beaumont en jonker Gijsbert van den Boetzelaer als gezant naar Zweden en Polen gezonden om te bemiddelen in de conflicten tussen de koningen van die twee landen en om enkele handelsvoorrechten voor Holland te bedingen. Gijsbert overleed al voor het vertrek, de drie anderen keerden in 1628 vrijwel onverrichterzake terug. Samen met Bicker wist Rochus in 1635 wel een verlenging van het bestand te bewerken dat de twee koningen in 1629 hadden gesloten. Daarom werd hij op 18 november 1635 door koningin Christina in de Zweedse ridderschap opgenomen. In 1632 publiceerde hij een geïllustreerd verslag van zijn reis.
Rochus van den Honert stond bekend als een vriendelijk mens met een aangenaam karakter. Hij was een gematigde gereformeerde en behoorde tot de liberale middengroepen in het openbaar bestuur. In zijn grote intellectueel netwerk bevonden zich vanaf het begin ook verscheidene geleerden die katholiek waren gebleven en hij stond zelf niet ver van de remonstranten, maar na de synode van Dordrecht sloot hij zich toch niet bij hen aan. Wel nam hij van 1619 tot 1626 aan de Leidse academie de plaats in van de remonstrantse curator Cornelis van der Myle, de schoonzoon van Johan van Oldenbarnevelt die toen op grond van een beschuldiging van hoogverraad gevangen was gezet. Op de synode van Dordrecht zelf stelde Van den Honert zich op het standpunt dat hij als rechter in de Hoge Raad voorrang moest krijgen op de edelen en de gedeputeerden van de steden. Toen dat niet werd gehonoreerd, weigerde hij aanvankelijk in de synodezaal te verschijnen. Op 13 november 1618 legde hij in een brief aan de raad van Dordrecht rekenschap af van zijn principes op dat gebied.
Hij gold in brede kringen als een uitstekende latinist, al verscheen van zijn hand maar weinig op dat gebied. Hij publiceerde te Leiden in 1611 twee Latijnse drama’s, de Bijbelse tragedie Thamara, in rederijkersstijl, en een over Mozes als wetgever, Moses de Tafelbreker. Volgens het voorwoord op Thamara had hij de Christus Patiens van Hugo de Groot en de Herodes Infanticida en Auriacus van Daniel Heinsius tot voorbeeld genomen, omdat die tragedies het beste beantwoorden aan de regels van het treurspel. Van zijn eigen Auriacus [= Oranje] is de tekst niet overgeleverd. Wel liet hij veel gedichten in handschrift na, waaronder een reeks Epigrammata die na zijn dood in allerlei privéverzamelingen terechtkwamen. Zijn literaire kwaliteiten werden vaak geroemd, bijvoorbeeld door Hugo de Groot, Caspar Barlaeus, Daniel Heinsius, Gerardus Joannes Vossius, Pieter Cornelisz Hooft en Constantijn Huygens, met wie hij ook correspondeerde. Voorafgaand aan de publicatie liet Hooft de tekst van zijn Nederlandsche Historiën door Van den Honert controleren, zn. van Thomas Rochuszn. van Wesel (lid van de raad van Dordrecht in 1573 en 1576, veertigraad 1586, schepen 1583, 1588 en 1592;) en Ida Willemsdr. de Jonge, geb. te Dordrecht [zh] op 13 mrt 1572, ovl. (65 jaar oud) op 30 jan 1638, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 4 feb 1638.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
| 1 | Thomas | *1605 | 1672 | 's-Gravenhage [zh] | 67 | 1 | 0 | |
| 2 | Wilhelmina | *1608 | †1689 | 's-Gravenhage [zh] | 81 | 1 | 3 | |
| 3 | Johan | *1615 | †1667 | 51 | 1 | 2 | ||
| 4 | Catharina | *1615 | 1 | 3 |