Website van Leo HENDRIKS
Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken
Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 11 feb 1778, ovl. (45 jaar oud) te Tjandoer [Indonesië] op 7 feb 1824.

tr. (resp. 25 en ongeveer 21 jaar oud) te Leersum [ut] op 24 okt 1803, (gesch. te Leiden [zh] op 13 mei 1817)
met

Adriana Mijnarda Johanna van Nellesteyn, dr. van Cornelis Jan van Nellesteyn (jurist, heer van Dompselaar,) en Cornelia Adriana Maria van Bronckhorst, geb. te Utrecht [ut] in 1782, ged. te Utrecht [ut] op 19 nov 1782, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Maastricht [li] op 8 apr 1845, tr. (ongeveer 37 jaar oud) (2) te Darthuizen op 9 jul 1819 met Jan Maarten van Bronckhorst. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1805 Utrecht [ut] †1888 Arnhem [ge] 82
Frederik*1810 Breukelen [ut] †1881 Diepenveen [ov] 71


Adriana Mijnarda Johanna van Nellesteyn
Adriana Mijnarda Johanna van Nellesteyn, geb. te Utrecht [ut] in 1782, ged. te Utrecht [ut] op 19 nov 1782, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Maastricht [li] op 8 apr 1845.

tr. (resp. ongeveer 21 en 25 jaar oud) (1) te Leersum [ut] op 24 okt 1803, (gesch. te Leiden [zh] op 13 mei 1817)
met

Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken, zn. van Frederik Christiaan Hendrik van Tuyll van Serooskerken en Elisabeth Jacoba Pröbentow von Wilmsdorff, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 11 feb 1778, ovl. (45 jaar oud) te Tjandoer [Indonesië] op 7 feb 1824.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1805 Utrecht [ut] †1888 Arnhem [ge] 82
Frederik*1810 Breukelen [ut] †1881 Diepenveen [ov] 71

tr. (ongeveer 37 jaar oud) (2) te Darthuizen op 9 jul 1819
met

Jan Maarten van Bronckhorst, zn. van Johan Leonard van Bronckhorst en Martina Theodora Wijnanda Sweerts de Landas, ovl. te Boxtel [nb] op 27 okt 1838.


Jan Maarten van Bronckhorst
Jan Maarten van Bronckhorst, ovl. te Boxtel [nb] op 27 okt 1838.

tr. (Adriana ongeveer 37 jaar oud) te Darthuizen op 9 jul 1819
met

Adriana Mijnarda Johanna van Nellesteyn, dr. van Cornelis Jan van Nellesteyn (jurist, heer van Dompselaar,) en Cornelia Adriana Maria van Bronckhorst, geb. te Utrecht [ut] in 1782, ged. te Utrecht [ut] op 19 nov 1782, ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Maastricht [li] op 8 apr 1845, tr. (1) met Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken. Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder.


Adriana Johanna Ortt van Nijenrode
Adriana Johanna Ortt van Nijenrode, geb. in 1810, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1879.

tr. (beiden ongeveer 29 jaar oud) te Breukelen [ut] Nijenrode in 1839 (getuigen: Antonius Aadrianus Martin Buis, 39 jaar oud, Joan Ortt, 29 jaar oud
geboren in -30 of -29, Hendrik Nicolaas Cornelis van Tuijll van Serooskerken, 27 jaar oud, en Gijsbert Carel Duce van Hardenbroek, 70 jaar oud)
met

Frederik Christiaan Hendrik van Tuyll van Serooskerken Van Tuyll van Serooskerken werd op 7 oktober 1836 benoemd tot eerste luitenant bij de Rijdende Artillerie, met het tractement van een tweede luitenant. Hij werd ter gelegenheid van de inhuldiging van Koning Willem III benoemd tot ridder in de Orde van de Eikenkroon en werd op 23 november 1849 eervol ontslagen als hoogheemraad voor de waardschappij van Breukelen in het college van Zeeburg en de Diemerdijk (Utrecht). Hij verkreeg in december 1860 het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXX en commandeerde in december 1861 de derde compagnie van het regiment Rijdende Artillerie in de rang van kapitein. Deze derde compagnie van het regiment Rijdende Artillerie was van 1 mei 1862 tot 28 april 1863 te Den Haag gedetacheerd. Van Tuyll van Serooskerken werd op 12 juni 1863 benoemd tot majoor bij het eerder genoemde corps en reisde in april 1866 met zijn batterij Rijdende Artillerie uit Arnhem naar Den Haag om daar de batterij veldartillerie te vervangen en werd ontvangen door Z.K.H. de prins van Oranje en het muziekcorps der dragonders.
Van Tuyll van Serooskerken werd per 1 september 1866 benoemd tot luitenant-kolonel bij de Rijdende Artillerie en begeleidde in augustus 1867 de batterij Rijdende Artillerie van Arnhem naar Zeist, waar deze aan de manouvres bij Kamp van Zeist mee zou doen en aldaar garnizoen zou houden. Hij werd in april 1868 van het regiment Rijdende Artillerie overgeplaatst in zijn rang bij het regiment veldartillerie. Van Tuyll van Serooskerken werd bij besluit van 24 maart 1869 benoemd tot kolonel, commandant van het regiment Rijdende Artillerie; hij was de opvolger van kolonel Tindal in deze functie, die hij bekleedde tot 22 februari 1872, waarna hij eervol met pensioen ging met de titulaire rang van generaal-majoor. Van 1872-1874 was hij generaal-majoor van de plaatselijke staf, en in diezelfde periode commandant van 's-Gravenhage en gouverneur van de residentie. Van Tuyll van Serooskerken was lid van de Gemeenteraad van Arnhem (benoemd per 26 januari 1881), lid van het militiedistrict van de provincie Gelderland en kamerheer (1849-†) en adjudant (1870-†) van de koning in buitengewone dienst, zn. van Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken en Adriana Mijnarda Johanna van Nellesteyn, geb. te Breukelen [ut] op 15 feb 1810, ovl. (71 jaar oud) te Diepenveen [ov] op 8 jul 1881.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1846 Amersfoort [ut] †1929 Deventer [ov] 83
Ernest*1850  †1916 's-Gravenhage [zh] 66


Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken
Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken generaal-majoor van de Cavalerie, heer van Heeze, Leende en Zesgehuchten 1760-1762 (door koop); Jan Maximiliaan kocht in 1752 het huis Zuylenburgh in Oud-Zuilen, wat toen nog niet zo heette. Toen hij in 1753 voor de tweede keer trouwde met Johanna Elisabeth de Geer, is het goed mogelijk dat hij dit huis kocht om met zijn gezin dicht in de buurt te zijn van zijn ouderlijk huis Slot Zuylen. Jan Maximiliaan heeft het pand verbouwd en waarschijnlijk twee keer zo groot gemaakt, om zo zijn gezin met vijf kinderen te kunnen huisvesten.[1]
In 1760 kocht Jan Maximiliaan Kasteel Heeze van Paul Henri Thiry d'Holbach. Kasteel Heeze is tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken, geb. te Zuilen [ut] op 25 apr 1710, ovl. (52 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 18 dec 1762.

tr. (28 jaar oud) (1) te Wijk Bij Duurstede [ge] op 24 feb 1739
met

Ursula Christina Reinera van Reede van Amerongen, dr. van Frederick Christiaan van Reede van Amerongen en Henriëtte van Nassau-Zuylenstein, ovl. in 1747.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik*1742 Utrecht [ut] †1805 Utrecht [ut] 63
Maria*1743 Utrecht [ut] †1793 's-Gravenhage [zh] 50
Reiniera*1744 Utrecht [ut] †1792 Londen [Verenigd Koninkrijk] 48
Reinoud*1746 Zuilen [ut] †1784 Heeze [nb] 38

tr. (resp. ongeveer 43 en ongeveer 44 jaar oud) (2) in 1753
met

Johanna Elisabeth de Geer een telg uit de Zweedse tak van het geslacht De Geer; was de tweede vrouw van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken Ze was een telg uit de Zweedse adellijke tak van het geslacht De Geer. De Zweedse tak van de familie De Geer schrijft het prefix 'de' met hoofdletter, in tegenstelling tot de Nederlandse tak. Johanna De Geer was eerder gehuwd met Sir Walter Senserff. Nadat haar tweede man in 1762 overleed, bleef zij Vrouwe van Heeze tot haar dood.
Johanna De Geer was kinderloos. Ze testeerde de heerlijkheid Heeze aan haar stiefzoon Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, geb. te Stockholm [s, Zweden] op 13 jul 1708, ovl. (58 jaar oud) te Utrecht [ut] op 14 dec 1766.


Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken
Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken heer van Zuylen en diverse publieke functies, geb. te Zuilen [ut] op 2 nov 1706, ovl. (69 jaar oud) te Zuilen [ut] op 1 sep 1776.

tr. (resp. 33 en 15 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 1 dec 1739
met

Jacoba Helena de Vicq, dr. van René de Vicq en Maria Jacoba van Goor, geb. te Amsterdam [nl] op 3 jan 1724, ovl. (44 jaar oud) te Zuilen [ut] op 4 dec 1768.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Isabella*1740 Zuilen [ut] †1805 Colombier [Zwitserland] 65
Willem*1743 Utrecht [ut] †1839 Utrecht [ut] 96
Vincent*1744 Utrecht [ut] †1794  50
Johanna~1746 Zuilen [ut] †1803 's-Gravenhage [zh] 56


Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken
Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken Belle van Zuylen: is geboren in een adellijke familie die al generaties lang functies bekleedde in het landsbestuur. Ze was de oudste van de zeven kinderen (drie meisjes, van wie er één kort na de geboorte overleed, en vier jongens), die allen als kind onderwijs aan huis kregen. Daarvoor werden Zwitserse gouverneurs en gouvernantes in dienst genomen. Al heel jong werd Belle van Zuylen zodoende vertrouwd met de Franse taal. Van 1748 tot 1753 had zij een Zwitserse gouvernante, Jeanne-Louise Prévost, met wie zij rond 1750 een jaar in Genève doorbracht (waarschijnlijk in de periode dat Slot Zuylen verbouwd werd onder leiding van de architect Jacob Marot). Op de terugweg ontmoetten zij in Parijs de schilder Maurice Quentin de la Tour, die in 1766 een portret van Belle van Zuylen zou maken.
Mlle Prévost ging in oktober 1753 terug naar Zwitserland, maar zij en Belle bleven tot 1758 corresponderen. Ze spoorde haar vroegere pupil aan om te lezen en al lezend aantekeningen en samenvattingen te maken. Ondertussen profiteerde Belle ook mee van de lessen die haar broers kregen; ze leerde Latijn, hield zich bezig met wis- en natuurkunde, maar ook met schilderen en muziek, las de Franse zeventiende-eeuwse auteurs en hield de literatuur van haar eigen tijd bij. Op 28 februari 1760 maakte Belle van Zuylen kennis met de bijna twintig jaar oudere, gehuwde David-Louis de Constant d’Hermenches, kolonel van een Zwitsers regiment in dienst van de Staten-Generaal. Drie weken later begon ze een briefwisseling met hem, aanvankelijk in het diepste geheim. In deze correspondentie (die tot 1775 zou duren) is te zien hoe haar epistolair talent zich ontwikkelde. Van 1764 tot 1768 was ze ook bevriend met James Boswell (de latere biograaf van Samuel Johnson), die enige tijd in Utrecht rechten studeerde.
In deze tijd schreef Belle tal van gelegenheidsverzen en ‘portretten’, die in handschriftvorm – overgeschreven door kennissen – volop circuleerden. In 1762 publiceerde zij, anoniem, in een in Amsterdam verschijnend Franstalig tijdschrift, Le Noble, een ‘conte’ waarin zij de vooroordelen van haar eigen, adellijke milieu aan de kaak stelde. De aparte editie van 1763 werd dan ook door haar ouders uit de handel genomen. Niettemin waren er exemplaren aanwezig in diverse achttiende-eeuwse Nederlandse bibliotheken; ook werd Le Noble door letterkundigen als Rijklof van Goens en Frans van Lelyveld zeer gewaardeerd, in Parijs werd het gelezen, en al snel is het ook in het Duits vertaald. In 1764 schreef Belle een toneelstuk, Justine, waarvan de tekst niet is teruggevonden, maar waarover degenen die het werk kenden zich enthousiast uitlieten.
Gedurende deze hele periode werd ook gezocht naar een geschikte echtgenoot voor haar. Tal van kandidaten – dikwijls van adel – meldden zich spontaan, maar werden om uiteenlopende redenen door Belle afgewezen (wegens onverenigbaarheid van karakter, katholieke godsdienst en dergelijke). In haar correspondentie met d’Hermenches besprak ze de diverse mogelijkheden. Nadat d’Hermenches in 1765 Den Haag verlaten had, besloot ze aanvankelijk (juni 1766) om voor het celibaat te kiezen, liever dan een onoprecht huwelijk te sluiten. Kort daarna maakte ze kennis met Charles-Emmanuel de Charrière, die huisleraar van haar broers werd. Uit de brieven die zij vanaf datzelfde jaar uitwisselden blijkt dat Charrière verliefd op haar was, maar bang was niet aan haar verwachtingen te kunnen voldoen. In 1769, na het overlijden van haar moeder, nam ze de leiding van het huishouden op zich, wat haar zwaar viel. In 1770 besprak ze de situatie in haar briefwisseling met d’Hermenches. Niet lang daarna nam ze zelf het initiatief voor het huwelijk, dat in 1771 werd voltrokken in de kerk naast Slot Zuylen. De tweede helft van haar leven bracht Belle van Zuylen als Isabelle de Charrière door in Zwitserland.
Zwitserland
Isabelle en Charles-Emmanuel gingen wonen op het buiten Le Pontet bij Colombier, zijn geboortehuis waar ook zijn twee ongetrouwde zusters en aanvankelijk zijn oude vader woonden. Isabelle hoopte kinderen te krijgen, maar dat is – ondanks bezoeken aan kuuroorden als Spa, Leukerbad en Plombières – niet gebeurd. Gedurende enkele jaren bracht het echtpaar Charrière jaarlijks een aantal maanden in Genève door, de laatste keer in 1784. In dat jaar trok Isabelle zich ook drie maanden alleen terug in Chexbres, een idyllische plek aan het meer van Genève, waar ze zich zeer gelukkig voelde. Van toen af zette zij zich ook weer aan haar in Utrecht begonnen carrière als schrijfster. Haar in 1784 verschenen roman Lettres neuchâteloises kwam tot stand – zo schreef zij in een brief – na lezing van Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken. Zij had daar vooral inspiratie opgedaan voor de weergave van de dagelijkse werkelijkheid. Boze reacties van inwoners van Neuchâtel bewezen dat zij op dit punt geslaagd was. In het algemeen waren Isabelle’s publicaties een reactie op zojuist verschenen werk van anderen of op recente gebeurtenissen. In de Lettres de Mistriss Henley (1784) reageerde zij op Le Mari sentimental (1783) van Samuel de Constant, in de Lettres écrites de Lausanne (1785) op Adèle et Théodore (1782) van Madame de Genlis.
Isabelle de Charrière hield zich ook bezig met muziek: zij schreef een aantal opera’s, die veelal verloren zijn gegaan. Tijdens een verblijf, grotendeels alleen, in Parijs in 1786-1787 publiceerde zij drie bundels sonates voor clavecimbel. In die periode ontmoette zij ook de bijna dertig jaar jongere Benjamin Constant (neef van de eerder genoemde Constant d’Hermenches), met wie zij tot haar dood contact is blijven houden. Regelmatig was hij te gast in Colombier en kwam dan in haar ‘salon’ lange gesprekken voeren. Kennelijk had Isabelle daar behoefte aan: het huwelijk met de weinig dynamische Charrière heeft haar ongetwijfeld teleurgesteld, zo blijkt – impliciet – uit haar brieven. Er is later dan ook veel gespeculeerd over mogelijke relaties met andere mannen.
Bij Isabelle’s contact met Benjamin Constant was haar man overigens ook betrokken. Ze spraken veel over de politiek, in deze jaren vóór de Franse Revolutie. Dit vond zijn weerslag in een aantal pamfletten en essays die Isabelle uitgaf (Observations et conjectures politiques, 1787; Lettres d’un évêque français à la nation, 1789). Na de Revolutie en de Terreur was zij – zo blijkt uit de correspondentie met Constant – verontrust over de ontwikkelingen in Europa, waarvan de consequenties in Neuchâtel direct merkbaar waren: tal van Franse ‘émigrés’ kwamen er zich installeren. Isabelle de Charrière reageerde in pamfletten (Lettres trouvées dans la neige, 1793), romans (Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés, 1793; Trois femmes, 1795), en toneelstukken. Tot het eind van haar leven bleef zij actief, als romancière (Sir Walter Finch et son fils William, 1806) en als briefschrijfster. Met name vanaf 1790 had ze ook weer intensief contact met haar Nederlandse familie, vooral met haar neef Willem-René voor wie ze een belangrijke rol speelde als mentor.
Schrijfster en opvoedster
De rol van mentor en opvoedster is wellicht het meest kenmerkend voor de persoonlijkheid en het werk van Isabelle de Charrière. Vanaf haar jeugd – zij gaf in Utrecht clavecimbelles aan een nichtje – heeft Isabelle de behoefte gehad om kennis over te dragen, en om haar invloed aan te wenden bij het begeleiden van anderen naar de volwassenheid. In veel van haar romans komen mentor-pupil relaties voor, en uit haar correspondentie blijkt hoe zij ook zelf de rol van mentor op zich nam. In de laatste decennia van de eeuw voerde zij intensieve briefwisselingen met enkele jonge Zwitserse vrouwen, het meest uitgebreid met Henriette l’Hardy en Isabelle de Gélieu. Zij spoorde hen aan om hun eigen talenten te ontwikkelen en hun eigen weg te vinden. Ook haar neef Willem-René, die van tijd tot tijd in Colombier verbleef, kreeg dit advies. Over de weinig energieke manier waarop hij het in praktijk bracht, is Isabelle bepaald teleurgesteld geweest. Niet al haar pupillen bezaten dezelfde wilskracht en onafhankelijkheid van geest als zij.
De uitspraak waarmee ze als jonge vrouw zichzelf beschreef in een brief aan Boswell: ‘Je n’ai pas les talents subalternes’ (Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid) is altijd karakteristiek voor haar gebleven. Benjamin Constant schreef over haar: ‘Toutes les opinions de Madame de Charrière reposaient sur le mépris de toutes les convenances et de tous les usages’ (Alle opvattingen van Madame de Charrière waren terug te voeren op haar minachting voor etiquette en voor wat ‘hoort’). Dat was al gebleken toen zij in Le Noble de vrouwelijke hoofdpersoon uit het voorouderlijk kasteel liet springen en terechtkomen op de eerder al in de slotgracht geworpen familieportretten; later bleek dat bijvoorbeeld weer toen Henriette Monachon, haar Zwitserse dienstbode, zwanger raakte, niet wilde zeggen van wie, en tot verontwaardiging van het hele dorp niét door Madame de Charrière werd ontslagen.
Waardering en faam
In haar eigen tijd werd het werk van Belle van Zuylen/Isabelle de Charrière zeer gewaardeerd. De uitspraak van Constant d’Hermenches dat zij beter schreef dan wie ook, Voltaire incluis, is in dit opzicht tekenend. In gedrukte vorm kende haar werk echter geen bijzonder grote verspreiding: in tegenstelling tot veel andere schrijfsters uit haar tijd hoefde zij niet van haar pen te leven. Wellicht gaf zij zich om die reden weinig moeite om haar publicaties aan de man te brengen. Het was vaak Benjamin Constant die voor haar de contacten met uitgevers onderhield. Belangrijk was ook de Duitse auteur en vertaler Ludwig Ferdinand Huber, die veel van haar werk vertaalde. In sommige gevallen verscheen het zelfs eerder in het Duits dan in het Frans.
Na haar dood raakten de geschriften van Isabelle de Charrière in de vergetelheid, terwijl een groot deel van haar correspondentie werd bewaard door een vriendin, een voormalige pupil, en daarna door haar kinderen. Eind jaren 1830 kreeg de Franse criticus Sainte-Beuve deze brieven onder ogen en wijdde er vervolgens enkele publicaties aan, waarbij hij ook aandacht vroeg voor enkele van Isabelle’s romans. Sainte-Beuve’s publicaties werden in Nederland opgemerkt door Kneppelhout (in 1841 citeert hij in zijn Studententypen uit één van haar brieven), en door Potgieter, die in een brief uit 1864 Busken Huet opmerkzaam op haar maakt en voorstelt een artikel te wijden aan ‘Isabelle la française, en Betje de goede best’. Dit lijkt nooit te zijn gebeurd. De opmerking van Van der Aa, dat Belle van Zuylen ‘even zedig als beminnenswaardig’ zou zijn geweest, is dan ook nog lang onweersproken gebleven.
De eerste biografie van Isabelle de Charrière, geschreven door de Zwitser Philippe Godet, verscheen in 1906 en werd datzelfde jaar nog gerecenseerd in het tijdschrift Den Gulden Winckel. Twee jaar later schreven de Gids-redacteuren dat zij ‘voor één Hollandse roman van hare hand zeker gaarne tal van achttiende-eeuwse voortbrengselen onzer letterkunde [zouden] willen ruilen’. In 1908 besteedde Marie Loke, de eerste vrouwelijke lector (in Groningen), in haar oratie aandacht aan Belle van Zuylen; een studente beschreef de indruk die dat op haar maakte: ‘als vrouw kon zij niet mooier doen dan haar werkkring aan een Nederlandse Universiteit inwijden met te schetsen een andere Hollandse vrouwefiguur’. Gedurende de hele twintigste eeuw is er van tijd tot tijd aandacht besteed aan de persoon en het werk van Belle van Zuylen, maar de belangstelling kwam pas echt op gang toen rond 1970 Simone Dubois over haar begon te publiceren. Toen ook kwam het initiatief om het complete werk uit te geven, in het Frans. Dat verscheen in tien delen tussen 1979 en 1984, dankzij de medewerking van uitgever Geert van Oorschot. Sindsdien zijn er verschillende biografieën verschenen en neemt ook internationaal de belangstelling voor Belle van Zuylen steeds meer toe. Het Genootschap Belle van Zuylen publiceert jaarlijks de Cahiers Isabella de Charrière/Belle de Zuylen papers.
Naslagwerken
Van der Aa; Delvenne; Lauwerkrans; NNBW; Regt.
Archivalia
Bibliothèque Publique et Universitaire, Neuchâtel (Zwitserland): Hier bevindt zich het overgrote deel van de overgebleven handschriften van Belle van Zuylen.
Publicaties
Isabelle de Charrière, Oeuvres complètes, J.-D. Candaux e.a. ed, 10 delen (Amsterdam 1979-1984) [dl.1-6: Correspondance; dl. 7: Théâtre; dl. 8-9: Romans, contes et nouvelles; dl. 10: Essais, vers, musique].
Composities van Belle van Zuylen (1740-1805), M. Flothuis ed, 3 delen (Amsterdam 1983) [dl. 1: Airs et romances; dl. 2: Menuetten; dl. 3: Klaviersonates].
Voor een bibliografie van Belle van Zuylen/Isabelle de Charrière, zie de biografie van Courtney (1993).
Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen), Early writings. New material from Dutch archives, K. van Strien ed. (Leuven 2006).
Isabelle et Charles-Emmanuel de Charrière, Correspondances et textes inédits. G.Samson e.a. ed. (Parijs, 2006).
Vertaalde geschriften:
Honorine d’Userche: als liefde aan het taboe ten onder gaat, vert. Simone en Pierre H. Dubois (’s-Gravenhage 1985) [vert. van Honorine d’Userche (1797)].
Mijnheer Sainte Anne, vert. Johanna Stouten (Amsterdam 1985) [vert. van Sainte Anne (1799)].
Alles of niets, vert. Robert Egeter van Kuyk e.a. (Amsterdam 1986) [vert. van Le noble (1763), Mistress Henley (1784), Cécile (1785), en Caliste (1787)].
Alles is mode. Belle van Zulen en de Franse Revolutie, vert. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1989) [bloemlezing].
Brieven uit Neuchâtel, vert. Leo van Maris (Amsterdam 1997) [vert. van Lettres neuchâteloises (1784)].
Over de noodzaak van edelmoedigheid, in het bijzonder voor vorsten, vert. Suzan van Dijk (Oegstgeest 2005) [vert. van Réflexions sur la générosité et sur les princes (1787)].
Vertaalde correspondentie:
Rebels en beminnelijk: brieven van Belle van Zuylen, Madame de Charrière (1740-1805) aan Constant d’Hermenches, James Boswell, Benjamin Constant en anderen 1760-1805, vert. en ed. Simone Dubois (Amsterdam 1971).
Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Belle van Zuylen in briefwisseling met Constant d’Hermenches, James Boswell en Werner C.W. van Pallandt, vert. en ed. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1987).
Je bent een allerbeminnelijkste dwaas. Belle van Zuylen in briefwisseling met Benjamin Constant, vert. en ed. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1990).
Boswell en Holland, vert. en ed. Jan Pieter van der Sterre (Amsterdam 2000) [bevat o.m. volledige correspondentie Belle van Zuylen-James Boswell].
Literatuur
P. Godet, Madame de Charrière et ses amis, 2 delen (Genève 1906).
C.P. Courtney, Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography (Oxford 1993).
P.H. Dubois en S. Dubois, Zonder vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805. Een biografie (Amsterdam 1993).
M. van Strien-Chardonneau, ‘Lettres (1793-1805) d’Isabelle de Charrière à son neveu, Willem-René van Tuyll van Serooskerken. Une éducation aristocratique et post-révolutionnaire’, Rapports. Het Franse Boek 70 (2000) 86-93.
K. van Strien, ‘In de ban van Belle. Nieuw licht op Belle van Zuylen’, Jaarboek Oud Utrecht (2004) 41-62.
J. Whatley, ‘Reading the life of Isabelle de Charrière’, in: V. Giroud en J. Whatley red, Isabelle de Charrière. Proceedings of the International Conference held at Yale University in April 2002 (New Haven 2004) 131-148.
M. Moser-Verrey, Isabelle de Charrière and the novel in the 18th century (Utrecht 2005; oratie t.g.v. de aanvaarding van de Belle-van-Zuylen-leerstoel, april 2005).
N. Pellegrin, Entre inutilité et agrément. Remarques sur les femmes et l’écriture de l’histoire à  l’époque d’Isabelle de Charrière (1740-1805) (Utrecht 2005; oratie t.g.v. de aanvaarding van de Belle-van-Zuylen-leerstoel, oktober 2005).
J.A. Vega, Isabelle de Charrière en de kritiek van de Verlichting (Kampen 2005).
S. van Dijk e.a. red, Belle de Zuylen/Isabelle de Charrière. Education, creation, reception (Amsterdam/New York 2006).
Marjo Barthels, "An unpublished letter announcing Isabelle de Charriere's marriage", in: Cahiers Isabelle de Charriere/Belle de Zuylen Papers 4 (2009) 76-77.
Marjo Barthels, "Susanna d'Aumale and Isabella Tuyll van Serooskerken; different female destinies", in: Cahiers Isabelle de Charriere/Belle de Zuylen Papers 5 (2010) 11-26.
Relevante websites
URL: www.belle-van-zuylen.nl (site van het Genootschap Belle van Zuylen, met uitvoerige bibliografie) [laatst geraadpleegd: januari 2010].
URL: www.womenwriters.nl (tijdschrift van het Genootschap Belle van Zuylen) [laatst geraadpleegd: januari 2010].
Illustratie
Portret door Jens Juel, 1777 (Bibliothèque publique et universitaire, Neuchâtel).
Auteur: Suzan van Dijk
- See more at: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/zuylen#sthash.NGl88JSS.dpuf, geb. te Zuilen [ut] op 20 okt 1740, ovl. (65 jaar oud) te Colombier [Zwitserland] bij Neuchâtel op 27 dec 1805.

tr. (resp. 30 en ongeveer 35 jaar oud) te Zuilen [ut] op 17 feb 1771
met

Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz, geb. in 1735, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1808.


Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken
Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken rentmeester kroondomein rentambt Arnhem en Wageningen 1873-1903, kamerheer i.b.d. 1879 tot overl. van Koning Willem III en Koningin Wilhelmina, geb. te Amsterdam [nl] op 9 dec 1838, ovl. (77 jaar oud) te Heeze [nb] op 2 sep 1916.

tr. (resp. 29 en 28 jaar oud) te Arnhem [ge] op 11 jun 1868
met

Cecilia Johanna gravin van Limburg Stirum, dr. van Lodewijk Gaspard Adriaan graaf van Limburg Stirum en Cecilia Johanna van Scheltinga, geb. te Oudwoude [fr] huize Vaartzicht op 8 dec 1839, ovl. (90 jaar oud) te Heeze [nb] kasteel op 20 jul 1930.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1869 Geijsteren †1945 Zeist [ut] 75
Albertine*1872 Arnhem [ge] †1911 Arnhem [ge] 39


Cornelis Jan van Tuyll van Serooskerken
Cornelis Jan van Tuyll van Serooskerken, geb. te Utrecht [ut] op 28 sep 1805, ovl. (82 jaar oud) te Arnhem [ge] op 6 mrt 1888.

tr. (resp. 31 en 26 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 20 apr 1837
met

Anna Maria Faas Elias, dr. van Gerbrand Faas Elias en Margaretha Clara van de Poll, geb. te Amsterdam [nl] op 6 sep 1810, ovl. (74 jaar oud) te Arnhem [ge] op 5 dec 1884.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1838 Amsterdam [nl] †1916 Heeze [nb] 77
Wilhelmina*1845 Amsterdam [nl] †1905 Arnhem [ge] 59


Jan Ortt van Nijenrode
Jan Ortt van Nijenrode heer van Nijenrode en
Breukelen, luit. t. zee 1772, kapt extra ord. 1783, onder-admin. van Amsterdam,
hoogheemraad van de Hoge Zeeburg- en Diemerdijken, gedecoreerd met de
medaille Doggersbank, ged. te Amsterdam [nl] op 4 apr 1755, ovl. (ongeveer 93 jaar oud) te Breukelen [ut] op het kasteel Nijenrode op 29 nov 1848.

otr. (1) te Amsterdam [nl] DTB 637, p.201 op 1 jun 1792, tr. (resp. ongeveer 37 en 32 jaar oud) te Breukelen [ut] op het kasteel Nijenrode op 1 aug 1792
met

Margaretha Feitama, dr. van Willem Feitama en Sara de Haan, geb. te Amsterdam [nl] op 8 dec 1759, ovl. (44 jaar oud) te Breukelen [ut] op het kasteel Nijenrode op 18 aug 1804.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara*1798 Amsterdam [nl] †1853 Tilburg [nb] 55

otr. (resp. ongeveer 54 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] DTB 658, p.412 op 6 okt 1809, tr.
met

Gijsbertha Wilhelmina Schroyestijn, dr. van Dirk Schroyestijn en Neeltje Johanna Elzinga, geb. te Utrecht [ut] in 1784, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Breukelen [ut] op 29 nov 1848.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1810  †1879  69


Gijsbertha Wilhelmina Schroyestijn
Gijsbertha Wilhelmina Schroyestijn, geb. te Utrecht [ut] in 1784, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Breukelen [ut] op 29 nov 1848.

otr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 54 jaar oud) te Amsterdam [nl] DTB 658, p.412 op 6 okt 1809, tr.
met

Jan Ortt van Nijenrode heer van Nijenrode en
Breukelen, luit. t. zee 1772, kapt extra ord. 1783, onder-admin. van Amsterdam,
hoogheemraad van de Hoge Zeeburg- en Diemerdijken, gedecoreerd met de
medaille Doggersbank, zn. van Joan Ortt en Adriana Huydecoper, ged. te Amsterdam [nl] op 4 apr 1755, ovl. (ongeveer 93 jaar oud) te Breukelen [ut] op het kasteel Nijenrode op 29 nov 1848, tr. (1) met Margaretha Feitama. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1810  †1879  69


Stephanus van Nellesteyn
Stephanus Steven van Nellesteyn, ged. te Utrecht [ut] op 28 sep 1677, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) op 13 nov 1729.

tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 24 jaar oud) te Utrecht [ut] op 4 dec 1708
met

Cornelia Johanna van Royen, dr. van Cornelis van Royen en Johanna de St. Gillis (zij was eigenaresse van Janskerkhof 24 te Utrecht), ged. te Utrecht [ut] op 6 jul 1684.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter*1716  †1784  68


Cornelia Johanna van Royen
Cornelia Johanna van Royen, ged. te Utrecht [ut] op 6 jul 1684.

tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 31 jaar oud) te Utrecht [ut] op 4 dec 1708
met

Stephanus Steven van Nellesteyn, zn. van Gualtherus Hendrickszn. van Nellesteyn en Agnes van Zyll, ged. te Utrecht [ut] op 28 sep 1677, ovl. (ongeveer 52 jaar oud) op 13 nov 1729.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter*1716  †1784  68


Vincent Maximiliaan van Lockhorst
Vincent Maximiliaan van Lockhorst, geb. te Maarssen [ut] op 15 nov 1665, ovl. (74 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 12 jan 1740.

tr. (resp. ongeveer 41 en ongeveer 25 jaar oud) (1) te Utrecht [ut] in 1707
met

Maria Catharina Hoeufft, dr. van Diederik Hoeufft en Isabella Agneta Deutz van Assendelft, geb. in 1682, ovl. (ongeveer 25 jaar oud) te Utrecht [ut] op 8 mrt 1708.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*1705 Utrecht [ut] †1755 Utrecht [ut] 49

tr. (resp. 47 en ongeveer 26 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] op 4 jun 1713
met

Johanna Maria Witheyn gewettigd bij het later volgende huwelijk (Cecilia was Jan's huishoudster), dr. van Jan Witheyn (koopman) en Cecilia Tielemans Geesteranus, geb. in 1686, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) in 1758, tr. (resp. ongeveer 19 en 27 jaar oud) (1) te Amsterdam [nl] op 22 dec 1705 met Abraham van Harencarspel, zn. van Jacob van Harencarspel en Renetta Clara Velters, geb. te Amsterdam [nl] op 18 apr 1678, ovl. (32 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 9 apr 1711. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Maria Catharina Hoeufft
Maria Catharina Hoeufft, geb. in 1682, ovl. (ongeveer 25 jaar oud) te Utrecht [ut] op 8 mrt 1708.

tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 41 jaar oud) te Utrecht [ut] in 1707
met

Vincent Maximiliaan van Lockhorst, zn. van Adam van Lockhorst en Johanna Margaretha van Helmbach, geb. te Maarssen [ut] op 15 nov 1665, ovl. (74 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 12 jan 1740, tr. (2) met Johanna Maria Witheyn gewettigd bij het later volgende huwelijk (Cecilia was Jan's huishoudster). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*1705 Utrecht [ut] †1755 Utrecht [ut] 49


Diederik Johan van Hogendorp
Diederik Johan van Hogendorp, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 31 jul 1697, ovl. (47 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 7 sep 1744.

tr. (resp. 31 en 23 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 9 nov 1728
met

Maria Anna de Peyrou, dr. van Jacques de Peyrou en Anna de Laguo, geb. te Amsterdam [nl] op 15 dec 1704, ovl. (43 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 dec 1747.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbertus*1729 Rotterdam [zh] †1785 's-Hertogenbosch [nb] 56
Catharina*1733  †1819 Terheijden [nb] 85
Anna*1735 Rotterdam [zh] †1779 's-Gravenhage [zh] 43


Maria Anna de Peyrou
Maria Anna de Peyrou, geb. te Amsterdam [nl] op 15 dec 1704, ovl. (43 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 dec 1747.

tr. (resp. 23 en 31 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 9 nov 1728
met

Diederik Johan van Hogendorp, zn. van Gijsbert van Hogendorp en Margaretha Catharina Beck, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 31 jul 1697, ovl. (47 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 7 sep 1744.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbertus*1729 Rotterdam [zh] †1785 's-Hertogenbosch [nb] 56
Catharina*1733  †1819 Terheijden [nb] 85
Anna*1735 Rotterdam [zh] †1779 's-Gravenhage [zh] 43


Jasper Hendrik van Lynden
Jasper Hendrik van Lynden, geb. te Ressen [ge] op 4 okt 1696, ovl. (62 jaar oud) te Arnhem [ge] op 28 mrt 1759.

tr. (resp. 30 en 27 jaar oud) te Velp [ge] op 20 feb 1727
met

Geertrui van Dedem vrouwe van Oldenaller, dr. van Willem Johan van Dedem en Gerberge van Deelen, geb. te Zwolle [ge] op 31 okt 1699, ovl. (34 jaar oud) op 6 dec 1733.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theodora*1727 Arnhem [ge] †1796 Arnhem [ge] 68
Herman*1729 Arnhem [ge] †1803 Putten [ge] 74


Geertrui van Dedem
Geertrui van Dedem vrouwe van Oldenaller, geb. te Zwolle [ge] op 31 okt 1699, ovl. (34 jaar oud) op 6 dec 1733.

tr. (resp. 27 en 30 jaar oud) te Velp [ge] op 20 feb 1727
met

Jasper Hendrik van Lynden, geb. te Ressen [ge] op 4 okt 1696, ovl. (62 jaar oud) te Arnhem [ge] op 28 mrt 1759.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theodora*1727 Arnhem [ge] †1796 Arnhem [ge] 68
Herman*1729 Arnhem [ge] †1803 Putten [ge] 74


Ursula Christina Reinera van Reede van Amerongen
Ursula Christina Reinera van Reede van Amerongen, ovl. in 1747.

tr. (Jan 28 jaar oud) te Wijk Bij Duurstede [ge] op 24 feb 1739
met

Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken generaal-majoor van de Cavalerie, heer van Heeze, Leende en Zesgehuchten 1760-1762 (door koop); Jan Maximiliaan kocht in 1752 het huis Zuylenburgh in Oud-Zuilen, wat toen nog niet zo heette. Toen hij in 1753 voor de tweede keer trouwde met Johanna Elisabeth de Geer, is het goed mogelijk dat hij dit huis kocht om met zijn gezin dicht in de buurt te zijn van zijn ouderlijk huis Slot Zuylen. Jan Maximiliaan heeft het pand verbouwd en waarschijnlijk twee keer zo groot gemaakt, om zo zijn gezin met vijf kinderen te kunnen huisvesten.[1]
In 1760 kocht Jan Maximiliaan Kasteel Heeze van Paul Henri Thiry d'Holbach. Kasteel Heeze is tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken, zn. van Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken en Isabella Agneta Hoeufft, geb. te Zuilen [ut] op 25 apr 1710, ovl. (52 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 18 dec 1762, tr. (2) met Johanna Elisabeth de Geer een telg uit de Zweedse tak van het geslacht De Geer; was de tweede vrouw van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken Ze was een telg uit de Zweedse adellijke tak van het geslacht De Geer. De Zweedse tak van de familie De Geer schrijft het prefix 'de' met hoofdletter, in tegenstelling tot de Nederlandse tak. Johanna De Geer was eerder gehuwd met Sir Walter Senserff. Nadat haar tweede man in 1762 overleed, bleef zij Vrouwe van Heeze tot haar dood.
Johanna De Geer was kinderloos. Ze testeerde de heerlijkheid Heeze aan haar stiefzoon Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik*1742 Utrecht [ut] †1805 Utrecht [ut] 63
Maria*1743 Utrecht [ut] †1793 's-Gravenhage [zh] 50
Reiniera*1744 Utrecht [ut] †1792 Londen [Verenigd Koninkrijk] 48
Reinoud*1746 Zuilen [ut] †1784 Heeze [nb] 38