Website van Leo HENDRIKS
Sybilla von Plettenberg
Sybilla von Plettenberg, geb. in 1584, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) in 1621.

tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 29 jaar oud) in 1609
met

Eggerich Adrian (Eggerik Adriaan) Ripperda, zn. van Harmen Ripperda (heer van Buxbergen (nabij Goor gelegen) 1593,) en Margaretha van Heiden Tot Ransdorp, geb. te Borculo [ge] in 1580, kapitein onder zijn broer Unico, ovl. (ongeveer 36 jaar oud) op 17 mrt 1617 (voor maart 1617).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1618 's-Gravenhage [zh] †1704 's-Gravenhage [zh] 86


Pieter Kemp
Pieter Kemp, geb. te Amsterdam [nl] op 18 jun 1664, ovl. (48 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 13 dec 1712.

tr. (23 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 1 jun 1688
met

Anna Cornelia (Anna) Hoffer, geb. te Zierikzee [ze], ovl. te Zierikzee [ze] in 1699.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martha*1694  †1729  35
Cornelia*1696 Zierikzee [ze] †1755  58


Anna Cornelia Hoffer
Anna Cornelia (Anna) Hoffer, geb. te Zierikzee [ze], ovl. te Zierikzee [ze] in 1699.

tr. (Pieter 23 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 1 jun 1688
met

Pieter Kemp, geb. te Amsterdam [nl] op 18 jun 1664, ovl. (48 jaar oud) te Zierikzee [ze] op 13 dec 1712.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martha*1694  †1729  35
Cornelia*1696 Zierikzee [ze] †1755  58


Jacoba Helena de Vicq
Jacoba Helena de Vicq, geb. te Amsterdam [nl] op 3 jan 1724, ovl. (44 jaar oud) te Zuilen [ut] op 4 dec 1768.

tr. (resp. 15 en 33 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 1 dec 1739
met

Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken heer van Zuylen en diverse publieke functies, zn. van Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken en Isabella Agneta Hoeufft, geb. te Zuilen [ut] op 2 nov 1706, ovl. (69 jaar oud) te Zuilen [ut] op 1 sep 1776.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Isabella*1740 Zuilen [ut] †1805 Colombier [Zwitserland] 65
Willem*1743 Utrecht [ut] †1839 Utrecht [ut] 96
Vincent*1744 Utrecht [ut] †1794  50
Johanna~1746 Zuilen [ut] †1803 's-Gravenhage [zh] 56


René de Vicq
René de Vicq, geb. te Amsterdam [nl] op 26 dec 1683, ovl. (53 jaar oud) op 10 mrt 1737.

tr. (resp. 36 en 32 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 21 jan 1720
met

Maria Jacoba van Goor, dr. van Cornelis van Goor en Elisabeth Schrijver, geb. te Amsterdam [nl] op 8 okt 1687, ovl. (49 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 17 sep 1737.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba*1724 Amsterdam [nl] †1768 Zuilen [ut] 44


Maria Jacoba van Goor
Maria Jacoba van Goor, geb. te Amsterdam [nl] op 8 okt 1687, ovl. (49 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 17 sep 1737.

tr. (resp. 32 en 36 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 21 jan 1720
met

René de Vicq, zn. van Willem de Vicq (medisch doctor te Amsterdam) en Judith Adriana Velters, geb. te Amsterdam [nl] op 26 dec 1683, ovl. (53 jaar oud) op 10 mrt 1737.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba*1724 Amsterdam [nl] †1768 Zuilen [ut] 44


Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz
Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz, geb. in 1735, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1808.

tr. (resp. ongeveer 35 en 30 jaar oud) te Zuilen [ut] op 17 feb 1771
met

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken Belle van Zuylen: is geboren in een adellijke familie die al generaties lang functies bekleedde in het landsbestuur. Ze was de oudste van de zeven kinderen (drie meisjes, van wie er één kort na de geboorte overleed, en vier jongens), die allen als kind onderwijs aan huis kregen. Daarvoor werden Zwitserse gouverneurs en gouvernantes in dienst genomen. Al heel jong werd Belle van Zuylen zodoende vertrouwd met de Franse taal. Van 1748 tot 1753 had zij een Zwitserse gouvernante, Jeanne-Louise Prévost, met wie zij rond 1750 een jaar in Genève doorbracht (waarschijnlijk in de periode dat Slot Zuylen verbouwd werd onder leiding van de architect Jacob Marot). Op de terugweg ontmoetten zij in Parijs de schilder Maurice Quentin de la Tour, die in 1766 een portret van Belle van Zuylen zou maken.
Mlle Prévost ging in oktober 1753 terug naar Zwitserland, maar zij en Belle bleven tot 1758 corresponderen. Ze spoorde haar vroegere pupil aan om te lezen en al lezend aantekeningen en samenvattingen te maken. Ondertussen profiteerde Belle ook mee van de lessen die haar broers kregen; ze leerde Latijn, hield zich bezig met wis- en natuurkunde, maar ook met schilderen en muziek, las de Franse zeventiende-eeuwse auteurs en hield de literatuur van haar eigen tijd bij. Op 28 februari 1760 maakte Belle van Zuylen kennis met de bijna twintig jaar oudere, gehuwde David-Louis de Constant d’Hermenches, kolonel van een Zwitsers regiment in dienst van de Staten-Generaal. Drie weken later begon ze een briefwisseling met hem, aanvankelijk in het diepste geheim. In deze correspondentie (die tot 1775 zou duren) is te zien hoe haar epistolair talent zich ontwikkelde. Van 1764 tot 1768 was ze ook bevriend met James Boswell (de latere biograaf van Samuel Johnson), die enige tijd in Utrecht rechten studeerde.
In deze tijd schreef Belle tal van gelegenheidsverzen en ‘portretten’, die in handschriftvorm – overgeschreven door kennissen – volop circuleerden. In 1762 publiceerde zij, anoniem, in een in Amsterdam verschijnend Franstalig tijdschrift, Le Noble, een ‘conte’ waarin zij de vooroordelen van haar eigen, adellijke milieu aan de kaak stelde. De aparte editie van 1763 werd dan ook door haar ouders uit de handel genomen. Niettemin waren er exemplaren aanwezig in diverse achttiende-eeuwse Nederlandse bibliotheken; ook werd Le Noble door letterkundigen als Rijklof van Goens en Frans van Lelyveld zeer gewaardeerd, in Parijs werd het gelezen, en al snel is het ook in het Duits vertaald. In 1764 schreef Belle een toneelstuk, Justine, waarvan de tekst niet is teruggevonden, maar waarover degenen die het werk kenden zich enthousiast uitlieten.
Gedurende deze hele periode werd ook gezocht naar een geschikte echtgenoot voor haar. Tal van kandidaten – dikwijls van adel – meldden zich spontaan, maar werden om uiteenlopende redenen door Belle afgewezen (wegens onverenigbaarheid van karakter, katholieke godsdienst en dergelijke). In haar correspondentie met d’Hermenches besprak ze de diverse mogelijkheden. Nadat d’Hermenches in 1765 Den Haag verlaten had, besloot ze aanvankelijk (juni 1766) om voor het celibaat te kiezen, liever dan een onoprecht huwelijk te sluiten. Kort daarna maakte ze kennis met Charles-Emmanuel de Charrière, die huisleraar van haar broers werd. Uit de brieven die zij vanaf datzelfde jaar uitwisselden blijkt dat Charrière verliefd op haar was, maar bang was niet aan haar verwachtingen te kunnen voldoen. In 1769, na het overlijden van haar moeder, nam ze de leiding van het huishouden op zich, wat haar zwaar viel. In 1770 besprak ze de situatie in haar briefwisseling met d’Hermenches. Niet lang daarna nam ze zelf het initiatief voor het huwelijk, dat in 1771 werd voltrokken in de kerk naast Slot Zuylen. De tweede helft van haar leven bracht Belle van Zuylen als Isabelle de Charrière door in Zwitserland.
Zwitserland
Isabelle en Charles-Emmanuel gingen wonen op het buiten Le Pontet bij Colombier, zijn geboortehuis waar ook zijn twee ongetrouwde zusters en aanvankelijk zijn oude vader woonden. Isabelle hoopte kinderen te krijgen, maar dat is – ondanks bezoeken aan kuuroorden als Spa, Leukerbad en Plombières – niet gebeurd. Gedurende enkele jaren bracht het echtpaar Charrière jaarlijks een aantal maanden in Genève door, de laatste keer in 1784. In dat jaar trok Isabelle zich ook drie maanden alleen terug in Chexbres, een idyllische plek aan het meer van Genève, waar ze zich zeer gelukkig voelde. Van toen af zette zij zich ook weer aan haar in Utrecht begonnen carrière als schrijfster. Haar in 1784 verschenen roman Lettres neuchâteloises kwam tot stand – zo schreef zij in een brief – na lezing van Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken. Zij had daar vooral inspiratie opgedaan voor de weergave van de dagelijkse werkelijkheid. Boze reacties van inwoners van Neuchâtel bewezen dat zij op dit punt geslaagd was. In het algemeen waren Isabelle’s publicaties een reactie op zojuist verschenen werk van anderen of op recente gebeurtenissen. In de Lettres de Mistriss Henley (1784) reageerde zij op Le Mari sentimental (1783) van Samuel de Constant, in de Lettres écrites de Lausanne (1785) op Adèle et Théodore (1782) van Madame de Genlis.
Isabelle de Charrière hield zich ook bezig met muziek: zij schreef een aantal opera’s, die veelal verloren zijn gegaan. Tijdens een verblijf, grotendeels alleen, in Parijs in 1786-1787 publiceerde zij drie bundels sonates voor clavecimbel. In die periode ontmoette zij ook de bijna dertig jaar jongere Benjamin Constant (neef van de eerder genoemde Constant d’Hermenches), met wie zij tot haar dood contact is blijven houden. Regelmatig was hij te gast in Colombier en kwam dan in haar ‘salon’ lange gesprekken voeren. Kennelijk had Isabelle daar behoefte aan: het huwelijk met de weinig dynamische Charrière heeft haar ongetwijfeld teleurgesteld, zo blijkt – impliciet – uit haar brieven. Er is later dan ook veel gespeculeerd over mogelijke relaties met andere mannen.
Bij Isabelle’s contact met Benjamin Constant was haar man overigens ook betrokken. Ze spraken veel over de politiek, in deze jaren vóór de Franse Revolutie. Dit vond zijn weerslag in een aantal pamfletten en essays die Isabelle uitgaf (Observations et conjectures politiques, 1787; Lettres d’un évêque français à la nation, 1789). Na de Revolutie en de Terreur was zij – zo blijkt uit de correspondentie met Constant – verontrust over de ontwikkelingen in Europa, waarvan de consequenties in Neuchâtel direct merkbaar waren: tal van Franse ‘émigrés’ kwamen er zich installeren. Isabelle de Charrière reageerde in pamfletten (Lettres trouvées dans la neige, 1793), romans (Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés, 1793; Trois femmes, 1795), en toneelstukken. Tot het eind van haar leven bleef zij actief, als romancière (Sir Walter Finch et son fils William, 1806) en als briefschrijfster. Met name vanaf 1790 had ze ook weer intensief contact met haar Nederlandse familie, vooral met haar neef Willem-René voor wie ze een belangrijke rol speelde als mentor.
Schrijfster en opvoedster
De rol van mentor en opvoedster is wellicht het meest kenmerkend voor de persoonlijkheid en het werk van Isabelle de Charrière. Vanaf haar jeugd – zij gaf in Utrecht clavecimbelles aan een nichtje – heeft Isabelle de behoefte gehad om kennis over te dragen, en om haar invloed aan te wenden bij het begeleiden van anderen naar de volwassenheid. In veel van haar romans komen mentor-pupil relaties voor, en uit haar correspondentie blijkt hoe zij ook zelf de rol van mentor op zich nam. In de laatste decennia van de eeuw voerde zij intensieve briefwisselingen met enkele jonge Zwitserse vrouwen, het meest uitgebreid met Henriette l’Hardy en Isabelle de Gélieu. Zij spoorde hen aan om hun eigen talenten te ontwikkelen en hun eigen weg te vinden. Ook haar neef Willem-René, die van tijd tot tijd in Colombier verbleef, kreeg dit advies. Over de weinig energieke manier waarop hij het in praktijk bracht, is Isabelle bepaald teleurgesteld geweest. Niet al haar pupillen bezaten dezelfde wilskracht en onafhankelijkheid van geest als zij.
De uitspraak waarmee ze als jonge vrouw zichzelf beschreef in een brief aan Boswell: ‘Je n’ai pas les talents subalternes’ (Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid) is altijd karakteristiek voor haar gebleven. Benjamin Constant schreef over haar: ‘Toutes les opinions de Madame de Charrière reposaient sur le mépris de toutes les convenances et de tous les usages’ (Alle opvattingen van Madame de Charrière waren terug te voeren op haar minachting voor etiquette en voor wat ‘hoort’). Dat was al gebleken toen zij in Le Noble de vrouwelijke hoofdpersoon uit het voorouderlijk kasteel liet springen en terechtkomen op de eerder al in de slotgracht geworpen familieportretten; later bleek dat bijvoorbeeld weer toen Henriette Monachon, haar Zwitserse dienstbode, zwanger raakte, niet wilde zeggen van wie, en tot verontwaardiging van het hele dorp niét door Madame de Charrière werd ontslagen.
Waardering en faam
In haar eigen tijd werd het werk van Belle van Zuylen/Isabelle de Charrière zeer gewaardeerd. De uitspraak van Constant d’Hermenches dat zij beter schreef dan wie ook, Voltaire incluis, is in dit opzicht tekenend. In gedrukte vorm kende haar werk echter geen bijzonder grote verspreiding: in tegenstelling tot veel andere schrijfsters uit haar tijd hoefde zij niet van haar pen te leven. Wellicht gaf zij zich om die reden weinig moeite om haar publicaties aan de man te brengen. Het was vaak Benjamin Constant die voor haar de contacten met uitgevers onderhield. Belangrijk was ook de Duitse auteur en vertaler Ludwig Ferdinand Huber, die veel van haar werk vertaalde. In sommige gevallen verscheen het zelfs eerder in het Duits dan in het Frans.
Na haar dood raakten de geschriften van Isabelle de Charrière in de vergetelheid, terwijl een groot deel van haar correspondentie werd bewaard door een vriendin, een voormalige pupil, en daarna door haar kinderen. Eind jaren 1830 kreeg de Franse criticus Sainte-Beuve deze brieven onder ogen en wijdde er vervolgens enkele publicaties aan, waarbij hij ook aandacht vroeg voor enkele van Isabelle’s romans. Sainte-Beuve’s publicaties werden in Nederland opgemerkt door Kneppelhout (in 1841 citeert hij in zijn Studententypen uit één van haar brieven), en door Potgieter, die in een brief uit 1864 Busken Huet opmerkzaam op haar maakt en voorstelt een artikel te wijden aan ‘Isabelle la française, en Betje de goede best’. Dit lijkt nooit te zijn gebeurd. De opmerking van Van der Aa, dat Belle van Zuylen ‘even zedig als beminnenswaardig’ zou zijn geweest, is dan ook nog lang onweersproken gebleven.
De eerste biografie van Isabelle de Charrière, geschreven door de Zwitser Philippe Godet, verscheen in 1906 en werd datzelfde jaar nog gerecenseerd in het tijdschrift Den Gulden Winckel. Twee jaar later schreven de Gids-redacteuren dat zij ‘voor één Hollandse roman van hare hand zeker gaarne tal van achttiende-eeuwse voortbrengselen onzer letterkunde [zouden] willen ruilen’. In 1908 besteedde Marie Loke, de eerste vrouwelijke lector (in Groningen), in haar oratie aandacht aan Belle van Zuylen; een studente beschreef de indruk die dat op haar maakte: ‘als vrouw kon zij niet mooier doen dan haar werkkring aan een Nederlandse Universiteit inwijden met te schetsen een andere Hollandse vrouwefiguur’. Gedurende de hele twintigste eeuw is er van tijd tot tijd aandacht besteed aan de persoon en het werk van Belle van Zuylen, maar de belangstelling kwam pas echt op gang toen rond 1970 Simone Dubois over haar begon te publiceren. Toen ook kwam het initiatief om het complete werk uit te geven, in het Frans. Dat verscheen in tien delen tussen 1979 en 1984, dankzij de medewerking van uitgever Geert van Oorschot. Sindsdien zijn er verschillende biografieën verschenen en neemt ook internationaal de belangstelling voor Belle van Zuylen steeds meer toe. Het Genootschap Belle van Zuylen publiceert jaarlijks de Cahiers Isabella de Charrière/Belle de Zuylen papers.
Naslagwerken
Van der Aa; Delvenne; Lauwerkrans; NNBW; Regt.
Archivalia
Bibliothèque Publique et Universitaire, Neuchâtel (Zwitserland): Hier bevindt zich het overgrote deel van de overgebleven handschriften van Belle van Zuylen.
Publicaties
Isabelle de Charrière, Oeuvres complètes, J.-D. Candaux e.a. ed, 10 delen (Amsterdam 1979-1984) [dl.1-6: Correspondance; dl. 7: Théâtre; dl. 8-9: Romans, contes et nouvelles; dl. 10: Essais, vers, musique].
Composities van Belle van Zuylen (1740-1805), M. Flothuis ed, 3 delen (Amsterdam 1983) [dl. 1: Airs et romances; dl. 2: Menuetten; dl. 3: Klaviersonates].
Voor een bibliografie van Belle van Zuylen/Isabelle de Charrière, zie de biografie van Courtney (1993).
Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen), Early writings. New material from Dutch archives, K. van Strien ed. (Leuven 2006).
Isabelle et Charles-Emmanuel de Charrière, Correspondances et textes inédits. G.Samson e.a. ed. (Parijs, 2006).
Vertaalde geschriften:
Honorine d’Userche: als liefde aan het taboe ten onder gaat, vert. Simone en Pierre H. Dubois (’s-Gravenhage 1985) [vert. van Honorine d’Userche (1797)].
Mijnheer Sainte Anne, vert. Johanna Stouten (Amsterdam 1985) [vert. van Sainte Anne (1799)].
Alles of niets, vert. Robert Egeter van Kuyk e.a. (Amsterdam 1986) [vert. van Le noble (1763), Mistress Henley (1784), Cécile (1785), en Caliste (1787)].
Alles is mode. Belle van Zulen en de Franse Revolutie, vert. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1989) [bloemlezing].
Brieven uit Neuchâtel, vert. Leo van Maris (Amsterdam 1997) [vert. van Lettres neuchâteloises (1784)].
Over de noodzaak van edelmoedigheid, in het bijzonder voor vorsten, vert. Suzan van Dijk (Oegstgeest 2005) [vert. van Réflexions sur la générosité et sur les princes (1787)].
Vertaalde correspondentie:
Rebels en beminnelijk: brieven van Belle van Zuylen, Madame de Charrière (1740-1805) aan Constant d’Hermenches, James Boswell, Benjamin Constant en anderen 1760-1805, vert. en ed. Simone Dubois (Amsterdam 1971).
Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Belle van Zuylen in briefwisseling met Constant d’Hermenches, James Boswell en Werner C.W. van Pallandt, vert. en ed. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1987).
Je bent een allerbeminnelijkste dwaas. Belle van Zuylen in briefwisseling met Benjamin Constant, vert. en ed. Greetje van den Bergh (Amsterdam 1990).
Boswell en Holland, vert. en ed. Jan Pieter van der Sterre (Amsterdam 2000) [bevat o.m. volledige correspondentie Belle van Zuylen-James Boswell].
Literatuur
P. Godet, Madame de Charrière et ses amis, 2 delen (Genève 1906).
C.P. Courtney, Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography (Oxford 1993).
P.H. Dubois en S. Dubois, Zonder vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805. Een biografie (Amsterdam 1993).
M. van Strien-Chardonneau, ‘Lettres (1793-1805) d’Isabelle de Charrière à son neveu, Willem-René van Tuyll van Serooskerken. Une éducation aristocratique et post-révolutionnaire’, Rapports. Het Franse Boek 70 (2000) 86-93.
K. van Strien, ‘In de ban van Belle. Nieuw licht op Belle van Zuylen’, Jaarboek Oud Utrecht (2004) 41-62.
J. Whatley, ‘Reading the life of Isabelle de Charrière’, in: V. Giroud en J. Whatley red, Isabelle de Charrière. Proceedings of the International Conference held at Yale University in April 2002 (New Haven 2004) 131-148.
M. Moser-Verrey, Isabelle de Charrière and the novel in the 18th century (Utrecht 2005; oratie t.g.v. de aanvaarding van de Belle-van-Zuylen-leerstoel, april 2005).
N. Pellegrin, Entre inutilité et agrément. Remarques sur les femmes et l’écriture de l’histoire à  l’époque d’Isabelle de Charrière (1740-1805) (Utrecht 2005; oratie t.g.v. de aanvaarding van de Belle-van-Zuylen-leerstoel, oktober 2005).
J.A. Vega, Isabelle de Charrière en de kritiek van de Verlichting (Kampen 2005).
S. van Dijk e.a. red, Belle de Zuylen/Isabelle de Charrière. Education, creation, reception (Amsterdam/New York 2006).
Marjo Barthels, "An unpublished letter announcing Isabelle de Charriere's marriage", in: Cahiers Isabelle de Charriere/Belle de Zuylen Papers 4 (2009) 76-77.
Marjo Barthels, "Susanna d'Aumale and Isabella Tuyll van Serooskerken; different female destinies", in: Cahiers Isabelle de Charriere/Belle de Zuylen Papers 5 (2010) 11-26.
Relevante websites
URL: www.belle-van-zuylen.nl (site van het Genootschap Belle van Zuylen, met uitvoerige bibliografie) [laatst geraadpleegd: januari 2010].
URL: www.womenwriters.nl (tijdschrift van het Genootschap Belle van Zuylen) [laatst geraadpleegd: januari 2010].
Illustratie
Portret door Jens Juel, 1777 (Bibliothèque publique et universitaire, Neuchâtel).
Auteur: Suzan van Dijk
- See more at: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/zuylen#sthash.NGl88JSS.dpuf, dr. van Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken en Jacoba Helena de Vicq, geb. te Zuilen [ut] op 20 okt 1740, ovl. (65 jaar oud) te Colombier [Zwitserland] bij Neuchâtel op 27 dec 1805.


Johanna Margaretha van Helmbach
Johanna Margaretha van Helmbach, geb. te Emmerich [nw, Duitsland] circa 1630, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) op 18 feb 1676.

tr. (resp. ongeveer 13 en 32 jaar oud) te Jutphaas [ut] op 31 mrt 1644
met

Adam van Lockhorst Heer van de Lier en Alkemade, en Oosterlee, later bij ruiling van Maarsen en de Meer bij de
Vecht, lid Gen.Rekenkamer, zn. van Cornelis van Lockhorst de Jonge en Catharina Adriaensdr Hardebol, geb. te Utrecht [ut] op 29 mrt 1612, ged. (4 jaar oud) te Amsterdam [nl] OK op 8 dec 1616, ovl. (87 jaar oud) te Utrecht [ut] op 29 sep 1699, begr. te Utrecht [ut] op 2 okt 1699, otr. (1) te 's-Gravenhage [zh], tr. (resp. 27 en 22 jaar oud) te Utrecht [ut] op 20 dec 1639 (29 december 1639) met Cornelia Pauw. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (65 jaar oud) (3) te Utrecht [ut] op 8 sep 1677 met Maria de Grenu. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 13 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vincent*1665 Maarssen [ut] †1740 Amsterdam [nl] 74
Maria     


Hendrik Fagel
Hendrik Fagel, geb. in 1617, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1690.

tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 19 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 7 okt 1648
met

Margaretha Rosa, dr. van Cornelis Rosa (Secretaris van het Hof van Holland 1618-1637) en Cornelia van Hoogeveen, geb. in 1629, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) in 1706.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1649  †1739  90
Francoise*1657 's-Gravenhage [zh] †1733 Rotterdam [zh] 76
Francois*1659 's-Gravenhage [zh] †1746 's-Gravenhage [zh] 86
Cornelis*1663 Leiden [zh] †1746 's-Gravenhage [zh] 82
Henriëtta*1667 's-Gravenhage [zh] †1711 's-Gravenhage [zh] 44


Margaretha Rosa
Margaretha Rosa, geb. in 1629, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) in 1706.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 31 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 7 okt 1648
met

Hendrik Fagel, zn. van Francois Fagel (aanvankelijk advocaat te Den Haag, president van de Hoge Raad) en Maria Rosa, geb. in 1617, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1690.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1649  †1739  90
Francoise*1657 's-Gravenhage [zh] †1733 Rotterdam [zh] 76
Francois*1659 's-Gravenhage [zh] †1746 's-Gravenhage [zh] 86
Cornelis*1663 Leiden [zh] †1746 's-Gravenhage [zh] 82
Henriëtta*1667 's-Gravenhage [zh] †1711 's-Gravenhage [zh] 44


Willem René van Tuyll van Serooskerken
Willem René van Tuyll van Serooskerken talloze publieke functies, geb. te Utrecht [ut] op 2 feb 1743, ovl. (96 jaar oud) te Utrecht [ut] op 24 mrt 1839.

tr. (resp. 28 en 23 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 apr 1771
met

Johanna Catharina Fagel, dr. van Hendrik Fagel en Catharina Anna Sluyskens, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 27 nov 1747, ovl. (85 jaar oud) te Zuilen [ut] op 10 sep 1833.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Carel*1775 Utrecht [ut] †1845 's-Gravenhage [zh] 70
Reinoud*1786 Zuilen [ut] †1821 's-Gravenhage [zh] 35


Johanna Catharina Fagel
Johanna Catharina Fagel, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 27 nov 1747, ovl. (85 jaar oud) te Zuilen [ut] op 10 sep 1833.

tr. (resp. 23 en 28 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 apr 1771
met

Willem René van Tuyll van Serooskerken talloze publieke functies, zn. van Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken en Jacoba Helena de Vicq, geb. te Utrecht [ut] op 2 feb 1743, ovl. (96 jaar oud) te Utrecht [ut] op 24 mrt 1839.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Carel*1775 Utrecht [ut] †1845 's-Gravenhage [zh] 70
Reinoud*1786 Zuilen [ut] †1821 's-Gravenhage [zh] 35


Hendrik Fagel
Hendrik Fagel griffier van de Staten-Generaal  FAGEL (Hendrik) (2), zoon van Corn. Gerrit Fagel en Elis. Dierquens (kol. 384), geb. te 's Gravenhage 7 Dec. 1706, gest. aldaar 19 Nov. 1790. Reeds in 1728 werd hij commies ter griffie van de Staten-Generaal; in 1742 verkreeg zijn oom, François (4), de griffier, zijne benoeming tot tweeden griffier en zoo was zijne plaats bereid, toen zijn oom in 1744 aftrad. Hij heeft het ambt van griffier 46 jaar lang bekleed, tot zijn dood, sinds 1787 bijgestaan door zijn kleinzoon en naamgenoot, die hem ook in 1790 is opgevolgd. Gedurende dien langen tijd heeft hij echter nimmer een grooten invloed geoefend, daar hij geen sterke persoonlijkheid was. Wel werd hij in alle belangrijke zaken gehoord door Willem IV, de Gouvernante, Brunswijk en Willem V; onder de beide eersten was hij lid der ‘conférence’, een raad voor de buitenl. zaken; zijn ambt bracht dit mee en bovendien was hij, zooals van een Fagel niet anders te verwachten was, een warm aanhanger van het huis van Oranje, ook ten volle overtuigd, dat zoowel het belang der Republiek als dat van het huis van Oranje nauwe aansluiting bij Engeland eischten; doch kracht en leiding gingen van hem niet uit. Dat hij door Brunswijk werd gekend in het opstellen der Acte van Consulentschap, zal ook wel daarom geschied zijn, dat de hertog van hem geen ernstige bezwaren
[p. 391]
verwachtte; en de wijze, waarop de engelsche staatslieden van hem spreken, geeft den indruk, dat zij voor zijne gezindheid jegens Engeland erkentelijk zijn, maar niet hoog tegen hem op zien. Hij was gehuwd te 's Gravenhage 1 November 1733 met Cath. Anna Sluysken, geboren te 's Gravenhage 11 Juli 1714, overl. aldaar 5 Febr. 1783, dochter van Mr. Willem en van Maria Adriana van der Heim.
Uit dit huwelijk, behalve 5 dochters, één zoon, François (6).
Zijn portret bij J.J. baron Fagel, huize Avegoor bij Ellecom.
Zie: Archives d.l. Maison d' O.N. 4e en 5e série; Gedenkschriften van G.J. van Hardenbroek; Colenbrander, De Patriottentijd.
Bussemaker, geb. in 1706, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) in 1790.

tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 19 jaar oud) in nov 1733
met

Catharina Anna Sluyskens, dr. van Willem Sluyskens en Maria Adriana van der Heim, ged. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 15 jul 1714, begr. te 's-Gravenhage [zh] op 8 feb 1783.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
François*1740 's-Gravenhage [zh] †1773 's-Gravenhage [zh] 32
Maria*1746 's-Gravenhage [zh] †1826 's-Gravenhage [zh] 80
Johanna*1747 's-Gravenhage [zh] †1833 Zuilen [ut] 85


Catharina Anna Sluyskens
Catharina Anna Sluyskens, ged. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 15 jul 1714, begr. te 's-Gravenhage [zh] op 8 feb 1783.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 27 jaar oud) in nov 1733
met

Hendrik Fagel griffier van de Staten-Generaal  FAGEL (Hendrik) (2), zoon van Corn. Gerrit Fagel en Elis. Dierquens (kol. 384), geb. te 's Gravenhage 7 Dec. 1706, gest. aldaar 19 Nov. 1790. Reeds in 1728 werd hij commies ter griffie van de Staten-Generaal; in 1742 verkreeg zijn oom, François (4), de griffier, zijne benoeming tot tweeden griffier en zoo was zijne plaats bereid, toen zijn oom in 1744 aftrad. Hij heeft het ambt van griffier 46 jaar lang bekleed, tot zijn dood, sinds 1787 bijgestaan door zijn kleinzoon en naamgenoot, die hem ook in 1790 is opgevolgd. Gedurende dien langen tijd heeft hij echter nimmer een grooten invloed geoefend, daar hij geen sterke persoonlijkheid was. Wel werd hij in alle belangrijke zaken gehoord door Willem IV, de Gouvernante, Brunswijk en Willem V; onder de beide eersten was hij lid der ‘conférence’, een raad voor de buitenl. zaken; zijn ambt bracht dit mee en bovendien was hij, zooals van een Fagel niet anders te verwachten was, een warm aanhanger van het huis van Oranje, ook ten volle overtuigd, dat zoowel het belang der Republiek als dat van het huis van Oranje nauwe aansluiting bij Engeland eischten; doch kracht en leiding gingen van hem niet uit. Dat hij door Brunswijk werd gekend in het opstellen der Acte van Consulentschap, zal ook wel daarom geschied zijn, dat de hertog van hem geen ernstige bezwaren
[p. 391]
verwachtte; en de wijze, waarop de engelsche staatslieden van hem spreken, geeft den indruk, dat zij voor zijne gezindheid jegens Engeland erkentelijk zijn, maar niet hoog tegen hem op zien. Hij was gehuwd te 's Gravenhage 1 November 1733 met Cath. Anna Sluysken, geboren te 's Gravenhage 11 Juli 1714, overl. aldaar 5 Febr. 1783, dochter van Mr. Willem en van Maria Adriana van der Heim.
Uit dit huwelijk, behalve 5 dochters, één zoon, François (6).
Zijn portret bij J.J. baron Fagel, huize Avegoor bij Ellecom.
Zie: Archives d.l. Maison d' O.N. 4e en 5e série; Gedenkschriften van G.J. van Hardenbroek; Colenbrander, De Patriottentijd.
Bussemaker, zn. van Cornelis Gerrit Fagel en Elisabeth Dierquens, geb. in 1706, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) in 1790.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
François*1740 's-Gravenhage [zh] †1773 's-Gravenhage [zh] 32
Maria*1746 's-Gravenhage [zh] †1826 's-Gravenhage [zh] 80
Johanna*1747 's-Gravenhage [zh] †1833 Zuilen [ut] 85


Cornelis Gerrit Fagel
Cornelis Gerrit Fagel FAGEL (Mr. Cornelis Gerrit), geb. te Leiden 28 Sept. 1663, gedoopt in de Hooglandsche kerk ald. (onder de namen Cornelius Gerardus) 2 Octob. 1663; overl. te 's Gravenhage 21 Juni 1746, begr. Gr. Kerk ald. 27 Juni; zoon van Mr. Hendrik (1) en van Margaretha Rosa.
Hij werd te Leiden geboren, terwijl zijn vader aldaar zijn jurid. studiën voortzette. Zelf werd hij er ook student in de rechten, behaalde den meesterstitel en werd circa 1690 raadsheer in het Hof van Brabant. 17 Juli 1705 gekozen tot raadsheer in het Hof van Holland, in de plaats van zijn overleden oom Benjamin (kol. 382), deed hij den eed in handen van den president Sluysken 23 Juli 1705. Hij bleef dit ambt tot zijn dood bekleeden en liet den roem na van een hoogstbekwaam rechtsgeleerde en uitmuntend rechter te zijn geweest.
In 1719 werd hij regent van het St. Nicolaasgasthuis te 's Gravenhage, 13 Juni 1742 gekozen tot hoofdingeland van Delfland (in de plaats van Adriaen Pieter de Hinojosa) en meermalen wegens de Staten-Generaal gedeputeerd als commissaris-politiek op de vergaderingen der N. Holl. Synode.
In 1708 kocht hij een huis in het Westeinde te 's Gravenhage, gelegen aan de westzijde van de Geweldigerspoort of -laan (thans de Lange Lombardstraat). Gedurende de geheele 18e eeuw droeg daarom deze laan den naam van ‘het Slop van Fagel’. Hij heeft zijn verder leven in dit huis gewoond. In 1742 werd het getaxeerd op ƒ 900 huurwaarde. Fagel had toen een inkomen van ƒ 9000, bezat een buitenplaats (Noordervliet, onder Voorburg), hield 5 dienstboden en een koets met twee paarden.
Hij huwde te 's Gravenhage 23 Maart 1693 met Elisabeth Dierquens, met wie hij zijn 50-jarige echtvereeniging mocht herdenken. Zij werd te 's Gravenh. geboren 15 Maart 1674 en overleed aldaar 19 October 1745, dochter van Mr. Salomon, president van den Raad van Brabant, en van Catharina Parmentier. Uit dit huwelijk sproten acht kinderen, waarvan vier jong overleden. De anderen zijn Margaretha Rosiana F. (1699-1762), echtgenoote van den ridder-baronet Mr. Gualtherus de Raet, heer van Kijfhoek en Dubbeldam; Maria Françoise F. (1705-1777) gehuwd met Mr. Nicolaes ten Hove, thesaurier-generaal der Unie; Hendrik (2) (kol. 390); en Elisabeth Agneta F. (1709-1768), de vrouw van Mr. Johan Dierquens, burgemeester van 's Gravenhage, en postmeester (voor de helft) in het binnenl. postcomtoir.
De portretten van Fagel en Elisabeth Dierquens in Geneal. Herald. Bladen I. Penning op 50-jarige echtv. in Catal. Herald. Tentoonstelling te 's Gravenh, no. 4699 en 4715 (één exemplaar berust in Teyler's museum).
[p. 385]
Zie: Haagsch Jaarb. 1903, 289, 405; 1911, 174, 336: Alg. Ned. Familiebl. I no. 51, 2a; Resoluties der St. van Holland, d.d. 21 Juni. 23 Juni en 24 Juni 1746 (met het oog op zijn overlijden); Geneal. Herald. Bladen I (genealogie).
Regt, geb. te Leiden [zh] in 1663, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 jun 1746.

tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 18 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 23 mei 1693
met

Elisabeth Dierquens, dr. van Salomon Salomonsz. Dierquens en Catharina Parmentier, geb. in 1674, ged. te 's-Gravenhage [zh] in de kloosterkerk op 16 mrt 1674, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 19 okt 1745, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1699 's-Gravenhage [zh] †1762  63
Maria*1705  †1773  67
Hendrik*1706  †1790  84
Elisabeth*1709  †1768  59


Elisabeth Dierquens
Elisabeth Dierquens, geb. in 1674, ged. te 's-Gravenhage [zh] in de kloosterkerk op 16 mrt 1674, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 19 okt 1745, begr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk.

tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 29 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 23 mei 1693
met

Cornelis Gerrit Fagel FAGEL (Mr. Cornelis Gerrit), geb. te Leiden 28 Sept. 1663, gedoopt in de Hooglandsche kerk ald. (onder de namen Cornelius Gerardus) 2 Octob. 1663; overl. te 's Gravenhage 21 Juni 1746, begr. Gr. Kerk ald. 27 Juni; zoon van Mr. Hendrik (1) en van Margaretha Rosa.
Hij werd te Leiden geboren, terwijl zijn vader aldaar zijn jurid. studiën voortzette. Zelf werd hij er ook student in de rechten, behaalde den meesterstitel en werd circa 1690 raadsheer in het Hof van Brabant. 17 Juli 1705 gekozen tot raadsheer in het Hof van Holland, in de plaats van zijn overleden oom Benjamin (kol. 382), deed hij den eed in handen van den president Sluysken 23 Juli 1705. Hij bleef dit ambt tot zijn dood bekleeden en liet den roem na van een hoogstbekwaam rechtsgeleerde en uitmuntend rechter te zijn geweest.
In 1719 werd hij regent van het St. Nicolaasgasthuis te 's Gravenhage, 13 Juni 1742 gekozen tot hoofdingeland van Delfland (in de plaats van Adriaen Pieter de Hinojosa) en meermalen wegens de Staten-Generaal gedeputeerd als commissaris-politiek op de vergaderingen der N. Holl. Synode.
In 1708 kocht hij een huis in het Westeinde te 's Gravenhage, gelegen aan de westzijde van de Geweldigerspoort of -laan (thans de Lange Lombardstraat). Gedurende de geheele 18e eeuw droeg daarom deze laan den naam van ‘het Slop van Fagel’. Hij heeft zijn verder leven in dit huis gewoond. In 1742 werd het getaxeerd op ƒ 900 huurwaarde. Fagel had toen een inkomen van ƒ 9000, bezat een buitenplaats (Noordervliet, onder Voorburg), hield 5 dienstboden en een koets met twee paarden.
Hij huwde te 's Gravenhage 23 Maart 1693 met Elisabeth Dierquens, met wie hij zijn 50-jarige echtvereeniging mocht herdenken. Zij werd te 's Gravenh. geboren 15 Maart 1674 en overleed aldaar 19 October 1745, dochter van Mr. Salomon, president van den Raad van Brabant, en van Catharina Parmentier. Uit dit huwelijk sproten acht kinderen, waarvan vier jong overleden. De anderen zijn Margaretha Rosiana F. (1699-1762), echtgenoote van den ridder-baronet Mr. Gualtherus de Raet, heer van Kijfhoek en Dubbeldam; Maria Françoise F. (1705-1777) gehuwd met Mr. Nicolaes ten Hove, thesaurier-generaal der Unie; Hendrik (2) (kol. 390); en Elisabeth Agneta F. (1709-1768), de vrouw van Mr. Johan Dierquens, burgemeester van 's Gravenhage, en postmeester (voor de helft) in het binnenl. postcomtoir.
De portretten van Fagel en Elisabeth Dierquens in Geneal. Herald. Bladen I. Penning op 50-jarige echtv. in Catal. Herald. Tentoonstelling te 's Gravenh, no. 4699 en 4715 (één exemplaar berust in Teyler's museum).
[p. 385]
Zie: Haagsch Jaarb. 1903, 289, 405; 1911, 174, 336: Alg. Ned. Familiebl. I no. 51, 2a; Resoluties der St. van Holland, d.d. 21 Juni. 23 Juni en 24 Juni 1746 (met het oog op zijn overlijden); Geneal. Herald. Bladen I (genealogie).
Regt, zn. van Hendrik Fagel en Margaretha Rosa, geb. te Leiden [zh] in 1663, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 21 jun 1746.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1699 's-Gravenhage [zh] †1762  63
Maria*1705  †1773  67
Hendrik*1706  †1790  84
Elisabeth*1709  †1768  59


Louis de Geer
Louis de Geer, geb. te Liège in 1535, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 28 okt 1602.

tr. (1) te Liège
met

Marie de Jalhea.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1574 Liège †1609 Dordrecht [zh] 34

tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 22 jaar oud) (2) te Liège op 11 dec 1579
met

Jeanne de Neille, geb. te Liège in 1557, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk in 1641.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margarita*1583  †1673  90
Louis*1587 Liège †1652 Amsterdam [nl] 6515 
Mattyas*1589     


Marie de Jalhea
Marie de Jalhea.

tr. te Liège
met

Louis de Geer, geb. te Liège in 1535, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 28 okt 1602, tr. (2) met Jeanne de Neille. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1574 Liège †1609 Dordrecht [zh] 34


Adriaen Janszn.
Adriaen Janszn..

tr.
met

Sophia Heymans.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alithea*1589 Dordrecht [zh] †1656 Amsterdam [nl] 67


Sophia Heymans
Sophia Heymans.

tr.
met

Adriaen Janszn..

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alithea*1589 Dordrecht [zh] †1656 Amsterdam [nl] 67