Jacoba de Cocq
Jacoba de Cocq, ovl. in 1589.
tr.
met
Jacob Janszn. Trip, ovl. in 1589.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Elias | *1570 | Zaltbommel [ge] | †1636 | Amsterdam [nl] | 65 | 2 | 5 |
| 2 | Jacob | *1575 | Zaltbommel [ge] | †1661 | Dordrecht [zh] | 86 | 1 | 8 |
>
Elias de Cocq
Elias de Cocq.
Hij krijgt een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacoba | | | †1589 | | | 1 | 2 |
>
Jacob Trip
Jacob Trip, geb. te Zaltbommel [ge] in 1575, ovl. (ongeveer 86 jaar oud) in 1661, begr. te Dordrecht [zh] op 8 mei 1661.
tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 19 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 9 feb 1603
met
Margarita de Geer, dr. van Louis de Geer en Jeanne de Neille, geb. in 1583, ovl. (ongeveer 90 jaar oud) in 1673.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacob | *1604 | Dordrecht [zh] | †1670 | Amsterdam [nl] | 66 | 1 | 0 |
| 2 | Lodewijk | *1605 | Dordrecht [zh] | †1684 | Amsterdam [nl] | 79 | 1 | 2 |
| 3 | Hendrick | *1607 | Dordrecht [zh] | 1666 | Amsterdam [nl] | 59 | 2 | 8 |
| 4 | Maria | *1617 | Dordrecht [zh] | †1672 | Dordrecht [zh] | 55 | 1 | 1 |
| 5 | Samuel | *1622 | Dordrecht [zh] | †1668 | | 46 | 1 | 1 |
>
Jeanne de Neille
Jeanne de Neille, geb. te Liège in 1557, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk in 1641.
tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 44 jaar oud) te Liège op 11 dec 1579
met
Louis de Geer, geb. te Liège in 1535, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 28 okt 1602, tr. (1) met Marie de Jalhea. Uit dit huwelijk een dochter.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margarita | *1583 | | †1673 | | 90 | 1 | 8 |
| 2 | Louis | *1587 | Liège | †1652 | Amsterdam [nl] | 65 | 1 | 15 |
| 3 | Mattyas | *1589 | | | | | 1 | 1 |
>
Mattyas de Geer
Mattyas de Geer, geb. circa 1589.
- Vader:
Louis de Geer, geb. te Liège in 1535, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 28 okt 1602, tr. (1) te Liège met Marie de Jalhea. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 22 jaar oud) (2) te Liège op 11 dec 1579.
- Moeder:
Jeanne de Neille, geb. te Liège in 1557, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk in 1641.
tr.
met
Nomen Nescio.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johanna | *1627 | | †1691 | | 64 | 1 | 5 |
>
Nomen Nescio
Nomen Nescio.
tr.
met
Mattyas de Geer, zn. van Louis de Geer en Jeanne de Neille, geb. circa 1589.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johanna | *1627 | | †1691 | | 64 | 1 | 5 |
>
Johanna de Geer
Johanna de Geer, geb. in 1627, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) in 1691.
tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 39 jaar oud) te Stockholm [s, Zweden] in 1646
met
Hendrick Trip woonde te Amsterdam in het Trippenhuis, zn. van Jacob Trip en Margarita de Geer, geb. te Dordrecht [zh] in 1607, ged. te Dordrecht [zh] in de Waalse Kerk op 14 jan 1607, begr. te Amsterdam [nl] op 15 nov 1666, tr. (resp. ongeveer 25 en 24 jaar oud) (1) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1633 met Cecilia Godin, dr. van Samuel Godin en Anneken Anselmo, geb. te Amsterdam [nl] op 23 aug 1608, ovl. (29 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 3 dec 1637. Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Matthias | *1648 | Amsterdam [nl] | †1695 | Amsterdam [nl] | 46 | 1 | 2 |
| 2 | Louis | ~1653 | Amsterdam [nl] | 1707 | Amsterdam [nl] | 54 | 1 | 1 |
>
Margarita de Geer
Margarita de Geer, geb. in 1583, ovl. (ongeveer 90 jaar oud) in 1673.
- Vader:
Louis de Geer, geb. te Liège in 1535, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 28 okt 1602, tr. (1) te Liège met Marie de Jalhea. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 22 jaar oud) (2) te Liège op 11 dec 1579.
- Moeder:
Jeanne de Neille, geb. te Liège in 1557, begr. te Dordrecht [zh] Augustijnerkerk in 1641.
tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 27 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 9 feb 1603
met
Jacob Trip, zn. van Jacob Janszn. Trip en Jacoba de Cocq, geb. te Zaltbommel [ge] in 1575, ovl. (ongeveer 86 jaar oud) in 1661, begr. te Dordrecht [zh] op 8 mei 1661.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacob | *1604 | Dordrecht [zh] | †1670 | Amsterdam [nl] | 66 | 1 | 0 |
| 2 | Lodewijk | *1605 | Dordrecht [zh] | †1684 | Amsterdam [nl] | 79 | 1 | 2 |
| 3 | Hendrick | *1607 | Dordrecht [zh] | 1666 | Amsterdam [nl] | 59 | 2 | 8 |
| 4 | Maria | *1617 | Dordrecht [zh] | †1672 | Dordrecht [zh] | 55 | 1 | 1 |
| 5 | Samuel | *1622 | Dordrecht [zh] | †1668 | | 46 | 1 | 1 |
>
Hendrick Trip
Hendrick Trip woonde te Amsterdam in het Trippenhuis, geb. te Dordrecht [zh] in 1607, ged. te Dordrecht [zh] in de Waalse Kerk op 14 jan 1607, begr. te Amsterdam [nl] op 15 nov 1666.
- Vader:
Jacob Trip, zn. van Jacob Janszn. Trip en Jacoba de Cocq, geb. te Zaltbommel [ge] in 1575, ovl. (ongeveer 86 jaar oud) in 1661, begr. te Dordrecht [zh] op 8 mei 1661, tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 19 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 9 feb 1603.
tr. (resp. ongeveer 25 en 24 jaar oud) (1) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1633
met
Cecilia Godin, dr. van Samuel Godin en Anneken Anselmo, geb. te Amsterdam [nl] op 23 aug 1608, ovl. (29 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 3 dec 1637.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | *1637 | | †1711 | | 74 | 1 | 1 |
tr. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 19 jaar oud) (2) te Stockholm [s, Zweden] in 1646
met
Johanna de Geer, dr. van Mattyas de Geer en Nomen Nescio, geb. in 1627, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) in 1691.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Matthias | *1648 | Amsterdam [nl] | †1695 | Amsterdam [nl] | 46 | 1 | 2 |
| 2 | Louis | ~1653 | Amsterdam [nl] | 1707 | Amsterdam [nl] | 54 | 1 | 1 |
>
Cecilia Godin
Cecilia Godin, geb. te Amsterdam [nl] op 23 aug 1608, ovl. (29 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 3 dec 1637.
- Vader:
Samuel Godin Samuel Godin, Godijn of Godyn (Antwerpen, 1561 of omstreeks 1566 - Amsterdam, 29 september 1633) was een koopman, afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, handelend op Spanje, Brazilië en de Levant. Hij was een van de bewindhebbers van de Noordsche Compagnie, en sinds 1617 betrokken bij de walvisvaart, en sinds 1621 bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Vanaf 1620 handelde hij op Nieuw-Nederland. Hij gaf zijn naam aan wat nu de Delaware Bay is. Hij was een van de investeerders in Swaanendael, samen met David Pietersz. de Vries die hij daartoe uitgenodigd had in ruil voor zijn inzet. De nederzetting en zijn patroonschap bestond niet lang omdat de factorij werd leeggeplunderd door Indianen, al snel nadat het was opgericht.
Biografie[bewerken]
Samuel Godin was een van de dertien kinderen van Jean Godin, in 1576 de gouverneur van het Fort Lillo tijdens de Spaanse Furie. In 1595 was hij betrokken bij een juridische zaak tegen Isaac le Maire en Dirck van Os in opdracht van Jean Vivien die in 1602 zijn schoonvader zou worden.[1] Samuel kwam waarschijnlijk via de "Calvinistische route" (Vlissingen of Middelburg) naar Amsterdam.[2] In 1600 verstuurde hij een brief naar Clusius in Leiden.[3] Op 24 augustus 1602 trouwde Godijn met Anneken Anselmo in Bremen, geboren in Antwerpen (1583-1630). Samen met zijn broer Daniel investeerde hij 3.000 gulden in de VOC in augustus 1602.[4] Godin handelde in wol, indigo uit Spanje, brazielhout, maar rond 1617 raakte hij geïnteresseerd in de walvisvaart en werd bewindhebber van de Noordsche Compagnie. Vanwege moeilijk met Engelse en Deense vissers rond Spitsbergen nam hij een initiatief tot vangsten bij Noordriver. Ongeveer tien kooplieden investeerden in twee schepen, Godin was een van hen.[5] In augustus 1622 kocht hij een erf op de Keizersgracht en woonde daar in het huis genaamd de De Walvis, tegenwoordig 107.[6]
Unus American ex Virginia
Het lijkt dat Samuel Godin en Kiliaen van Rensselaer vanwege competitie rond het Hudson (rivier) besloten zuidelijker handel te drijven.[7] In 1628 werd hun collega bewindhebber Samuel Blommaert geïnformeerd over geschikt land niet ver van Godyn's Bay.[8] In 1629, toen er binnen de West-Indische Compagnie gediscussieerd werd hoe er meer handel zou kunnen worden gedreven met Nieuw-Nederland, dat Samuel Godijn een van de kooplieden was, die zich sterk maakte voor het uitbreiden van het aantal kolonies.[9] Zijn medestanders waren Blommaert, de gebroeder Hendrick en Louis Trip, die evenwel hun aandeel overdeden aan Albert C. Burgh, en Van Rensselaer. Op hun verzoek werd er door agenten tussen Cape Henlopen en de monding van de Delaware land in gebruik genomen, in een gebied waar de WIC zwak vertegenwoordigd was.[10] Het patroonschap werd in mei 1630, uitgebreid door de aankoop van een stuk land aan de overkant van de rivier. De aankoop werd bekrachtigd op 1 juni 1630.[11] Godin en Blommaert maakten een begin met de kolonie Swaanendael door een schip in gereedheid te brengen om kolonisten over te brengen, voorzien van materiaal en gereedschap om op walvissen te jagen, waarmee de onkosten zouden kunnen worden bestreden.[12] In december 1630 voer hun schip De Walvis uit met immigranten, levensmiddelen, vee zaaigoed, etc.[11][13] Een tweede schip bereikte nooit haar bestemming omdat het werd gekaapt door Duinkerkers.
Het gezelschap van iets meer dan dertig man vestigde iets ten noorden van Cape Henlopen.[10] Ook Johannes de Laet, bewindhebber en geleerde, en de schipper David Pietersz. de Vries namen deel aan het patroonschap. Toen De Vries in 1632 bij de kolonie arriveerde, zag hij dat de nederzetting in brand was gestoken en de bevolking vermoord. In juli 1633 was De Vries terug in Amsterdam.[14] Tegen de belangen van Godin in had de schipper tabak uitgeladen in Engeland en stiekem beverhuiden vervoerd in zijn kajuit, die op Texel werden overgeladen in een roeiboot.[15] Godin zou het niet lang meer maken; hij was ziek en stierf in september. De boedelinventaris opgemaakt na zijn overlijden bevatte diverse beelden, schilderijen, landkaarten, parels en juwelen.[16]
Familie[bewerken]
De Groenlandsche pakhuizen op Keizersgracht 40-44, gebouwd in 1621.[17]
Samuel Godin had drie broers: Philips, Anthonie en Daniel; Paulus Godin was zijn neef. Zijn vrouw was in 1630 begraven in de Waalse kerk. Het echtpaar had acht kinderen.[18] Zijn dochter Cecilia (1607-1637) trouwde in 1633 met Hendrick Trip. Zijn oudste zoon Samuel erfde een hofstede en land in de Beemster, maar verhuisde naar Haarlem. Zijn andere zonen erfden een aandeel in de Noordsche Compagnie en in de Groenlandse pakhuizen. Zijn dochter Johanna (1606-1648) trouwde in 1634 met Jacob Trip, een broer van Hendrick Trip en erfde een van de twee huizen op de Keizersgracht. Samuel Godin behoort tot de voorouders van Lady Diana.[19], geb. te Antwerpen [b, België] in 1561, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 29 sep 1633, tr. (ongeveer 41 jaar oud) te Bremen [dl] op 24 aug 1602.
- Moeder:
Anneken Anselmo, begr. te Amsterdam [nl] in de Waalse Kerk in 1630.
tr. (resp. 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 apr 1633
met
Hendrick Trip woonde te Amsterdam in het Trippenhuis, zn. van Jacob Trip en Margarita de Geer, geb. te Dordrecht [zh] in 1607, ged. te Dordrecht [zh] in de Waalse Kerk op 14 jan 1607, begr. te Amsterdam [nl] op 15 nov 1666, tr. (2) met zijn nicht Johanna de Geer. Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | *1637 | | †1711 | | 74 | 1 | 1 |
>
Samuel Godin
Samuel Godin Samuel Godin, Godijn of Godyn (Antwerpen, 1561 of omstreeks 1566 - Amsterdam, 29 september 1633) was een koopman, afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, handelend op Spanje, Brazilië en de Levant. Hij was een van de bewindhebbers van de Noordsche Compagnie, en sinds 1617 betrokken bij de walvisvaart, en sinds 1621 bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Vanaf 1620 handelde hij op Nieuw-Nederland. Hij gaf zijn naam aan wat nu de Delaware Bay is. Hij was een van de investeerders in Swaanendael, samen met David Pietersz. de Vries die hij daartoe uitgenodigd had in ruil voor zijn inzet. De nederzetting en zijn patroonschap bestond niet lang omdat de factorij werd leeggeplunderd door Indianen, al snel nadat het was opgericht.
Biografie[bewerken]
Samuel Godin was een van de dertien kinderen van Jean Godin, in 1576 de gouverneur van het Fort Lillo tijdens de Spaanse Furie. In 1595 was hij betrokken bij een juridische zaak tegen Isaac le Maire en Dirck van Os in opdracht van Jean Vivien die in 1602 zijn schoonvader zou worden.[1] Samuel kwam waarschijnlijk via de "Calvinistische route" (Vlissingen of Middelburg) naar Amsterdam.[2] In 1600 verstuurde hij een brief naar Clusius in Leiden.[3] Op 24 augustus 1602 trouwde Godijn met Anneken Anselmo in Bremen, geboren in Antwerpen (1583-1630). Samen met zijn broer Daniel investeerde hij 3.000 gulden in de VOC in augustus 1602.[4] Godin handelde in wol, indigo uit Spanje, brazielhout, maar rond 1617 raakte hij geïnteresseerd in de walvisvaart en werd bewindhebber van de Noordsche Compagnie. Vanwege moeilijk met Engelse en Deense vissers rond Spitsbergen nam hij een initiatief tot vangsten bij Noordriver. Ongeveer tien kooplieden investeerden in twee schepen, Godin was een van hen.[5] In augustus 1622 kocht hij een erf op de Keizersgracht en woonde daar in het huis genaamd de De Walvis, tegenwoordig 107.[6]
Unus American ex Virginia
Het lijkt dat Samuel Godin en Kiliaen van Rensselaer vanwege competitie rond het Hudson (rivier) besloten zuidelijker handel te drijven.[7] In 1628 werd hun collega bewindhebber Samuel Blommaert geïnformeerd over geschikt land niet ver van Godyn's Bay.[8] In 1629, toen er binnen de West-Indische Compagnie gediscussieerd werd hoe er meer handel zou kunnen worden gedreven met Nieuw-Nederland, dat Samuel Godijn een van de kooplieden was, die zich sterk maakte voor het uitbreiden van het aantal kolonies.[9] Zijn medestanders waren Blommaert, de gebroeder Hendrick en Louis Trip, die evenwel hun aandeel overdeden aan Albert C. Burgh, en Van Rensselaer. Op hun verzoek werd er door agenten tussen Cape Henlopen en de monding van de Delaware land in gebruik genomen, in een gebied waar de WIC zwak vertegenwoordigd was.[10] Het patroonschap werd in mei 1630, uitgebreid door de aankoop van een stuk land aan de overkant van de rivier. De aankoop werd bekrachtigd op 1 juni 1630.[11] Godin en Blommaert maakten een begin met de kolonie Swaanendael door een schip in gereedheid te brengen om kolonisten over te brengen, voorzien van materiaal en gereedschap om op walvissen te jagen, waarmee de onkosten zouden kunnen worden bestreden.[12] In december 1630 voer hun schip De Walvis uit met immigranten, levensmiddelen, vee zaaigoed, etc.[11][13] Een tweede schip bereikte nooit haar bestemming omdat het werd gekaapt door Duinkerkers.
Het gezelschap van iets meer dan dertig man vestigde iets ten noorden van Cape Henlopen.[10] Ook Johannes de Laet, bewindhebber en geleerde, en de schipper David Pietersz. de Vries namen deel aan het patroonschap. Toen De Vries in 1632 bij de kolonie arriveerde, zag hij dat de nederzetting in brand was gestoken en de bevolking vermoord. In juli 1633 was De Vries terug in Amsterdam.[14] Tegen de belangen van Godin in had de schipper tabak uitgeladen in Engeland en stiekem beverhuiden vervoerd in zijn kajuit, die op Texel werden overgeladen in een roeiboot.[15] Godin zou het niet lang meer maken; hij was ziek en stierf in september. De boedelinventaris opgemaakt na zijn overlijden bevatte diverse beelden, schilderijen, landkaarten, parels en juwelen.[16]
Familie[bewerken]
De Groenlandsche pakhuizen op Keizersgracht 40-44, gebouwd in 1621.[17]
Samuel Godin had drie broers: Philips, Anthonie en Daniel; Paulus Godin was zijn neef. Zijn vrouw was in 1630 begraven in de Waalse kerk. Het echtpaar had acht kinderen.[18] Zijn dochter Cecilia (1607-1637) trouwde in 1633 met Hendrick Trip. Zijn oudste zoon Samuel erfde een hofstede en land in de Beemster, maar verhuisde naar Haarlem. Zijn andere zonen erfden een aandeel in de Noordsche Compagnie en in de Groenlandse pakhuizen. Zijn dochter Johanna (1606-1648) trouwde in 1634 met Jacob Trip, een broer van Hendrick Trip en erfde een van de twee huizen op de Keizersgracht. Samuel Godin behoort tot de voorouders van Lady Diana.[19], geb. te Antwerpen [b, België] in 1561, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 29 sep 1633.
tr. (ongeveer 41 jaar oud) te Bremen [dl] op 24 aug 1602
met
Anneken Anselmo, begr. te Amsterdam [nl] in de Waalse Kerk in 1630.
Uit dit huwelijk 3 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johanna | *1606 | | †1648 | | 42 | 1 | 0 |
| 2 | Cecilia | *1608 | Amsterdam [nl] | †1637 | Amsterdam [nl] | 29 | 1 | 3 |
| 3 | Maria | *1624 | | †1708 | | 84 | 1 | 2 |
>
Louis Trip
Louis Trip, ged. te Amsterdam [nl] Oude Waalse Kerk op 7 sep 1653, begr. te Amsterdam [nl] Westerkerk op 1 dec 1707.
- Vader:
Hendrick Trip woonde te Amsterdam in het Trippenhuis, zn. van Jacob Trip en Margarita de Geer, geb. te Dordrecht [zh] in 1607, ged. te Dordrecht [zh] in de Waalse Kerk op 14 jan 1607, begr. te Amsterdam [nl] op 15 nov 1666, tr. (1) met Cecilia Godin, dr. van Samuel Godin en Anneken Anselmo. Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder, tr. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 19 jaar oud) (2) te Stockholm [s, Zweden] in 1646.
tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 24 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 26 mei 1676
met
Anna Nuyts, dr. van Denijs Cornelisz Nuyts en Anna Jansdr. Nijs, ged. te Amsterdam [nl] in de Nieuwe Kerk NK op 7 mei 1652, begr. te Amsterdam [nl] in de Oosterkerk op 26 apr 1719.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hendrik | *1677 | Amsterdam [nl] | †1731 | Groningen [gr] | 54 | 1 | 2 |
>
David Nuyts
David Nuyts, geb. in 1567, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) in 1631.
tr. (ongeveer 26 jaar oud) te Leiden [zh] circa 1593
met
Magdalena Timmermans.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Emmerentia | | | | | | 1 | 0 |
>
Scato Trip
Scato Trip advocaat, en vervulde vele publieke functies, geb. te Groningen [gr] op 21 feb 1742, ovl. (80 jaar oud) te Groningen [gr] op 29 jun 1822.
- Vader:
Hindrik Jan Trip vervulde hoge militiare functies, laatst. Luitenant-Generaal, zn. van Scato Trip en Maria Lant, ged. te Groningen [gr] op 25 jan 1715, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Groningen [gr] op 3 feb 1780, tr. (resp. ongeveer 24 en 18 jaar oud) te Groningen [gr] op 12 jul 1739.
tr. (resp. 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Groningen [gr] op 6 mrt 1768
met
Clara Elisabeth Wolthers, dr. van Harmen Wolthers en Louisa Christina Conring, geb. te Groningen [gr] in 1746, ovl. (ongeveer 48 jaar oud) te Groningen [gr] in 1794.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Herman | *1776 | Groningen [gr] | †1846 | Groningen [gr] | 69 | 1 | 2 |
>
Clara Elisabeth Wolthers
Clara Elisabeth Wolthers, geb. te Groningen [gr] in 1746, ovl. (ongeveer 48 jaar oud) te Groningen [gr] in 1794.
- Vader:
Harmen Wolthers, zn. van Wolther Wolthers en Maria Clara van Buttingha, geb. in 1721, ged. te Groningen [gr] op 2 okt 1721, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) te Groningen [gr] op 26 mrt 1788, tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 18 jaar oud) te Groningen [gr] op 23 jan 1746.
tr. (resp. ongeveer 21 en 26 jaar oud) te Groningen [gr] op 6 mrt 1768
met
Scato Trip advocaat, en vervulde vele publieke functies, zn. van Hindrik Jan Trip en Anna Siccama, geb. te Groningen [gr] op 21 feb 1742, ovl. (80 jaar oud) te Groningen [gr] op 29 jun 1822.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Herman | *1776 | Groningen [gr] | †1846 | Groningen [gr] | 69 | 1 | 2 |
>
Jan Trip
Jan Willemszn. Trip.
tr.
met
Geertrui van den Berg.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Andries | *1812 | Elburg [ge] | | | | 1 | 1 |
>
Geertrui van den Berg
Geertrui van den Berg.
tr.
met
Jan Willemszn. Trip.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Andries | *1812 | Elburg [ge] | | | | 1 | 1 |
>
Anneken Anselmo
Anneken Anselmo, begr. te Amsterdam [nl] in de Waalse Kerk in 1630.
tr. (Samuel ongeveer 41 jaar oud) te Bremen [dl] op 24 aug 1602
met
Samuel Godin Samuel Godin, Godijn of Godyn (Antwerpen, 1561 of omstreeks 1566 - Amsterdam, 29 september 1633) was een koopman, afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, handelend op Spanje, Brazilië en de Levant. Hij was een van de bewindhebbers van de Noordsche Compagnie, en sinds 1617 betrokken bij de walvisvaart, en sinds 1621 bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Vanaf 1620 handelde hij op Nieuw-Nederland. Hij gaf zijn naam aan wat nu de Delaware Bay is. Hij was een van de investeerders in Swaanendael, samen met David Pietersz. de Vries die hij daartoe uitgenodigd had in ruil voor zijn inzet. De nederzetting en zijn patroonschap bestond niet lang omdat de factorij werd leeggeplunderd door Indianen, al snel nadat het was opgericht.
Biografie[bewerken]
Samuel Godin was een van de dertien kinderen van Jean Godin, in 1576 de gouverneur van het Fort Lillo tijdens de Spaanse Furie. In 1595 was hij betrokken bij een juridische zaak tegen Isaac le Maire en Dirck van Os in opdracht van Jean Vivien die in 1602 zijn schoonvader zou worden.[1] Samuel kwam waarschijnlijk via de "Calvinistische route" (Vlissingen of Middelburg) naar Amsterdam.[2] In 1600 verstuurde hij een brief naar Clusius in Leiden.[3] Op 24 augustus 1602 trouwde Godijn met Anneken Anselmo in Bremen, geboren in Antwerpen (1583-1630). Samen met zijn broer Daniel investeerde hij 3.000 gulden in de VOC in augustus 1602.[4] Godin handelde in wol, indigo uit Spanje, brazielhout, maar rond 1617 raakte hij geïnteresseerd in de walvisvaart en werd bewindhebber van de Noordsche Compagnie. Vanwege moeilijk met Engelse en Deense vissers rond Spitsbergen nam hij een initiatief tot vangsten bij Noordriver. Ongeveer tien kooplieden investeerden in twee schepen, Godin was een van hen.[5] In augustus 1622 kocht hij een erf op de Keizersgracht en woonde daar in het huis genaamd de De Walvis, tegenwoordig 107.[6]
Unus American ex Virginia
Het lijkt dat Samuel Godin en Kiliaen van Rensselaer vanwege competitie rond het Hudson (rivier) besloten zuidelijker handel te drijven.[7] In 1628 werd hun collega bewindhebber Samuel Blommaert geïnformeerd over geschikt land niet ver van Godyn's Bay.[8] In 1629, toen er binnen de West-Indische Compagnie gediscussieerd werd hoe er meer handel zou kunnen worden gedreven met Nieuw-Nederland, dat Samuel Godijn een van de kooplieden was, die zich sterk maakte voor het uitbreiden van het aantal kolonies.[9] Zijn medestanders waren Blommaert, de gebroeder Hendrick en Louis Trip, die evenwel hun aandeel overdeden aan Albert C. Burgh, en Van Rensselaer. Op hun verzoek werd er door agenten tussen Cape Henlopen en de monding van de Delaware land in gebruik genomen, in een gebied waar de WIC zwak vertegenwoordigd was.[10] Het patroonschap werd in mei 1630, uitgebreid door de aankoop van een stuk land aan de overkant van de rivier. De aankoop werd bekrachtigd op 1 juni 1630.[11] Godin en Blommaert maakten een begin met de kolonie Swaanendael door een schip in gereedheid te brengen om kolonisten over te brengen, voorzien van materiaal en gereedschap om op walvissen te jagen, waarmee de onkosten zouden kunnen worden bestreden.[12] In december 1630 voer hun schip De Walvis uit met immigranten, levensmiddelen, vee zaaigoed, etc.[11][13] Een tweede schip bereikte nooit haar bestemming omdat het werd gekaapt door Duinkerkers.
Het gezelschap van iets meer dan dertig man vestigde iets ten noorden van Cape Henlopen.[10] Ook Johannes de Laet, bewindhebber en geleerde, en de schipper David Pietersz. de Vries namen deel aan het patroonschap. Toen De Vries in 1632 bij de kolonie arriveerde, zag hij dat de nederzetting in brand was gestoken en de bevolking vermoord. In juli 1633 was De Vries terug in Amsterdam.[14] Tegen de belangen van Godin in had de schipper tabak uitgeladen in Engeland en stiekem beverhuiden vervoerd in zijn kajuit, die op Texel werden overgeladen in een roeiboot.[15] Godin zou het niet lang meer maken; hij was ziek en stierf in september. De boedelinventaris opgemaakt na zijn overlijden bevatte diverse beelden, schilderijen, landkaarten, parels en juwelen.[16]
Familie[bewerken]
De Groenlandsche pakhuizen op Keizersgracht 40-44, gebouwd in 1621.[17]
Samuel Godin had drie broers: Philips, Anthonie en Daniel; Paulus Godin was zijn neef. Zijn vrouw was in 1630 begraven in de Waalse kerk. Het echtpaar had acht kinderen.[18] Zijn dochter Cecilia (1607-1637) trouwde in 1633 met Hendrick Trip. Zijn oudste zoon Samuel erfde een hofstede en land in de Beemster, maar verhuisde naar Haarlem. Zijn andere zonen erfden een aandeel in de Noordsche Compagnie en in de Groenlandse pakhuizen. Zijn dochter Johanna (1606-1648) trouwde in 1634 met Jacob Trip, een broer van Hendrick Trip en erfde een van de twee huizen op de Keizersgracht. Samuel Godin behoort tot de voorouders van Lady Diana.[19], geb. te Antwerpen [b, België] in 1561, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 29 sep 1633.
Uit dit huwelijk 3 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johanna | *1606 | | †1648 | | 42 | 1 | 0 |
| 2 | Cecilia | *1608 | Amsterdam [nl] | †1637 | Amsterdam [nl] | 29 | 1 | 3 |
| 3 | Maria | *1624 | | †1708 | | 84 | 1 | 2 |
>
Jacob Trip
Jacob Trip, geb. te Dordrecht [zh] op 22 feb 1604, ovl. (66 jaar oud) te Amsterdam [nl] in dec 1670.
- Vader:
Jacob Trip, zn. van Jacob Janszn. Trip en Jacoba de Cocq, geb. te Zaltbommel [ge] in 1575, ovl. (ongeveer 86 jaar oud) in 1661, begr. te Dordrecht [zh] op 8 mei 1661, tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 19 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 9 feb 1603.
tr. (resp. 29 en ongeveer 27 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 14 feb 1634
met
Johanna Godin, dr. van Samuel Godin en Anneken Anselmo, geb. in 1606, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) in 1648.
>
Johanna Godin
Johanna Godin, geb. in 1606, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) in 1648.
- Vader:
Samuel Godin Samuel Godin, Godijn of Godyn (Antwerpen, 1561 of omstreeks 1566 - Amsterdam, 29 september 1633) was een koopman, afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, handelend op Spanje, Brazilië en de Levant. Hij was een van de bewindhebbers van de Noordsche Compagnie, en sinds 1617 betrokken bij de walvisvaart, en sinds 1621 bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Vanaf 1620 handelde hij op Nieuw-Nederland. Hij gaf zijn naam aan wat nu de Delaware Bay is. Hij was een van de investeerders in Swaanendael, samen met David Pietersz. de Vries die hij daartoe uitgenodigd had in ruil voor zijn inzet. De nederzetting en zijn patroonschap bestond niet lang omdat de factorij werd leeggeplunderd door Indianen, al snel nadat het was opgericht.
Biografie[bewerken]
Samuel Godin was een van de dertien kinderen van Jean Godin, in 1576 de gouverneur van het Fort Lillo tijdens de Spaanse Furie. In 1595 was hij betrokken bij een juridische zaak tegen Isaac le Maire en Dirck van Os in opdracht van Jean Vivien die in 1602 zijn schoonvader zou worden.[1] Samuel kwam waarschijnlijk via de "Calvinistische route" (Vlissingen of Middelburg) naar Amsterdam.[2] In 1600 verstuurde hij een brief naar Clusius in Leiden.[3] Op 24 augustus 1602 trouwde Godijn met Anneken Anselmo in Bremen, geboren in Antwerpen (1583-1630). Samen met zijn broer Daniel investeerde hij 3.000 gulden in de VOC in augustus 1602.[4] Godin handelde in wol, indigo uit Spanje, brazielhout, maar rond 1617 raakte hij geïnteresseerd in de walvisvaart en werd bewindhebber van de Noordsche Compagnie. Vanwege moeilijk met Engelse en Deense vissers rond Spitsbergen nam hij een initiatief tot vangsten bij Noordriver. Ongeveer tien kooplieden investeerden in twee schepen, Godin was een van hen.[5] In augustus 1622 kocht hij een erf op de Keizersgracht en woonde daar in het huis genaamd de De Walvis, tegenwoordig 107.[6]
Unus American ex Virginia
Het lijkt dat Samuel Godin en Kiliaen van Rensselaer vanwege competitie rond het Hudson (rivier) besloten zuidelijker handel te drijven.[7] In 1628 werd hun collega bewindhebber Samuel Blommaert geïnformeerd over geschikt land niet ver van Godyn's Bay.[8] In 1629, toen er binnen de West-Indische Compagnie gediscussieerd werd hoe er meer handel zou kunnen worden gedreven met Nieuw-Nederland, dat Samuel Godijn een van de kooplieden was, die zich sterk maakte voor het uitbreiden van het aantal kolonies.[9] Zijn medestanders waren Blommaert, de gebroeder Hendrick en Louis Trip, die evenwel hun aandeel overdeden aan Albert C. Burgh, en Van Rensselaer. Op hun verzoek werd er door agenten tussen Cape Henlopen en de monding van de Delaware land in gebruik genomen, in een gebied waar de WIC zwak vertegenwoordigd was.[10] Het patroonschap werd in mei 1630, uitgebreid door de aankoop van een stuk land aan de overkant van de rivier. De aankoop werd bekrachtigd op 1 juni 1630.[11] Godin en Blommaert maakten een begin met de kolonie Swaanendael door een schip in gereedheid te brengen om kolonisten over te brengen, voorzien van materiaal en gereedschap om op walvissen te jagen, waarmee de onkosten zouden kunnen worden bestreden.[12] In december 1630 voer hun schip De Walvis uit met immigranten, levensmiddelen, vee zaaigoed, etc.[11][13] Een tweede schip bereikte nooit haar bestemming omdat het werd gekaapt door Duinkerkers.
Het gezelschap van iets meer dan dertig man vestigde iets ten noorden van Cape Henlopen.[10] Ook Johannes de Laet, bewindhebber en geleerde, en de schipper David Pietersz. de Vries namen deel aan het patroonschap. Toen De Vries in 1632 bij de kolonie arriveerde, zag hij dat de nederzetting in brand was gestoken en de bevolking vermoord. In juli 1633 was De Vries terug in Amsterdam.[14] Tegen de belangen van Godin in had de schipper tabak uitgeladen in Engeland en stiekem beverhuiden vervoerd in zijn kajuit, die op Texel werden overgeladen in een roeiboot.[15] Godin zou het niet lang meer maken; hij was ziek en stierf in september. De boedelinventaris opgemaakt na zijn overlijden bevatte diverse beelden, schilderijen, landkaarten, parels en juwelen.[16]
Familie[bewerken]
De Groenlandsche pakhuizen op Keizersgracht 40-44, gebouwd in 1621.[17]
Samuel Godin had drie broers: Philips, Anthonie en Daniel; Paulus Godin was zijn neef. Zijn vrouw was in 1630 begraven in de Waalse kerk. Het echtpaar had acht kinderen.[18] Zijn dochter Cecilia (1607-1637) trouwde in 1633 met Hendrick Trip. Zijn oudste zoon Samuel erfde een hofstede en land in de Beemster, maar verhuisde naar Haarlem. Zijn andere zonen erfden een aandeel in de Noordsche Compagnie en in de Groenlandse pakhuizen. Zijn dochter Johanna (1606-1648) trouwde in 1634 met Jacob Trip, een broer van Hendrick Trip en erfde een van de twee huizen op de Keizersgracht. Samuel Godin behoort tot de voorouders van Lady Diana.[19], geb. te Antwerpen [b, België] in 1561, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 29 sep 1633, tr. (ongeveer 41 jaar oud) te Bremen [dl] op 24 aug 1602.
- Moeder:
Anneken Anselmo, begr. te Amsterdam [nl] in de Waalse Kerk in 1630.
tr. (resp. ongeveer 27 en 29 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 14 feb 1634
met
Jacob Trip, zn. van Jacob Trip en Margarita de Geer, geb. te Dordrecht [zh] op 22 feb 1604, ovl. (66 jaar oud) te Amsterdam [nl] in dec 1670.
>