Website van Leo HENDRIKS
Aeneas Mackay
Aeneas Mackay Kolonel le regt. Schotsche Brigade in dienst der Staten-Generaal Aeneas diende in het regiment van zijn vader, dat na diens dood achtereenvolgens
gecommandeerd werd door Alexander Marjoribanks (tot december 1773), Hugh Mackay (tot
januari 1775) en John Houstoun. Toen de brigade werd ontbonden was hij sedert twee en een half
jaar luitenant-kolonel. Met zijn zoons vertrok hij in 1783 naar Schotland, maar keerde na het
sluiten van de vrede terug en vestigde zich in Nijmegen. Hij is nog tot kolonel bevorderd, heeft echter niet meer aktief als zodanig gediend en ook geen burgerlijke funkties van belang bekleed. Hij was trouwens een welgesteld man; de familie had sedert de vestiging in de Republiek een grote hoeveelheid landerijen in het kwartier van Nijmegen verworven. Het oude en al vroeg aanzienlijke geslacht, waaruit zijn echtgenote, Ursulina Philippina van Haeften stamde, zal in de volgende paragraaf uitvoerig ter sprake komen, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 26 aug 1734, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Nijmegen [ge] in 1807, begr. te Nijmegen [ge] op 15 jul 1807.

tr. (beiden 28 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 14 jun 1763
met

Ursulina Philippina van Haeften, dr. van Bathold van Cock van Gameren Heer van Ophemert (Dijkgraaf van de Tielerwaard) en Margriet van Lynden, geb. te Nijmegen [ge] op 1 aug 1734, ovl. (58 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 1 mrt 1793.

Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1769  †1841 Zutphen [ge] 71
Arnolda*1771 Tiel [ge] †1849 Blitterswijck [li] 77
Theodora*1771  †1851 Nijmegen [ge] 79
Barthold*1773 Tiel [ge] †1854 Ophemert [ge] 81


Ursulina Philippina van Haeften
Ursulina Philippina van Haeften, geb. te Nijmegen [ge] op 1 aug 1734, ovl. (58 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 1 mrt 1793.

tr. (beiden 28 jaar oud) te Nijmegen [ge] op 14 jun 1763
met

Aeneas Mackay Kolonel le regt. Schotsche Brigade in dienst der Staten-Generaal Aeneas diende in het regiment van zijn vader, dat na diens dood achtereenvolgens
gecommandeerd werd door Alexander Marjoribanks (tot december 1773), Hugh Mackay (tot
januari 1775) en John Houstoun. Toen de brigade werd ontbonden was hij sedert twee en een half
jaar luitenant-kolonel. Met zijn zoons vertrok hij in 1783 naar Schotland, maar keerde na het
sluiten van de vrede terug en vestigde zich in Nijmegen. Hij is nog tot kolonel bevorderd, heeft echter niet meer aktief als zodanig gediend en ook geen burgerlijke funkties van belang bekleed. Hij was trouwens een welgesteld man; de familie had sedert de vestiging in de Republiek een grote hoeveelheid landerijen in het kwartier van Nijmegen verworven. Het oude en al vroeg aanzienlijke geslacht, waaruit zijn echtgenote, Ursulina Philippina van Haeften stamde, zal in de volgende paragraaf uitvoerig ter sprake komen, zn. van Daniël Mackay en Arnolda Margaretha van den Steen, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 26 aug 1734, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Nijmegen [ge] in 1807, begr. te Nijmegen [ge] op 15 jul 1807.

Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1769  †1841 Zutphen [ge] 71
Arnolda*1771 Tiel [ge] †1849 Blitterswijck [li] 77
Theodora*1771  †1851 Nijmegen [ge] 79
Barthold*1773 Tiel [ge] †1854 Ophemert [ge] 81


Engelbert van der Esch
Engelbert van der Esch commies ter Comptoire-Generaal van Holland en West-Friesland, ged. te Piershil [zh] op 11 mrt 1622, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 23 apr 1673.

otr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 23 mrt 1653, tr. (resp. ongeveer 31 en 23 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 16 apr 1653
met

Cornelia Quarles van Ufford, dr. van John Quarles van Ufford en Petronella van Berckel, geb. te Rotterdam [zh] op 22 sep 1629, ovl. (43 jaar oud) vermoedelijk te Rotterdam [zh] op 9 nov 1672.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella*1660 Rotterdam [zh] 1702 's-Gravenhage [zh] 41


Cornelia Quarles van Ufford
Cornelia Quarles van Ufford, geb. te Rotterdam [zh] op 22 sep 1629, ovl. (43 jaar oud) vermoedelijk te Rotterdam [zh] op 9 nov 1672.

otr. te 's-Gravenhage [zh] in de Grote Kerk op 23 mrt 1653, tr. (resp. 23 en ongeveer 31 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 16 apr 1653
met

Engelbert van der Esch commies ter Comptoire-Generaal van Holland en West-Friesland, zn. van Jacob van der Esch en Barta Johansdr. van Zijdervelt, ged. te Piershil [zh] op 11 mrt 1622, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 23 apr 1673.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella*1660 Rotterdam [zh] 1702 's-Gravenhage [zh] 41


Anna Aubrij de Martrais
Anna Aubrij de Martrais.

tr.
met

Arent Dirksz. van der Dussen, ged. te Delft [zh] op 31 jan 1647.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marianna*1681 Delft [zh] †1747 's-Gravenhage [zh] 66


Jacob van der Esch
Jacob van der Esch.

tr.
met

Barta Johansdr. van Zijdervelt.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Engelbert~1622 Piershil [zh] †1673 's-Gravenhage [zh] 51


Barta van Zijdervelt
Barta Johansdr. van Zijdervelt.

tr.
met

Jacob van der Esch.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Engelbert~1622 Piershil [zh] †1673 's-Gravenhage [zh] 51


John Quarles van Ufford
John Quarles van Ufford De Nederlandse tak van de familie komt voort uit de uit Londen afkomstige John Quarles (1596-1646/47), die deel uitmaakte van de Court of Merchant Adventurers en als zodanig te Delft en Rotterdam woonachtig was. In laatstgenoemde stad huwde hij Petronella van Berckel, dochter van de burgemeester aldaar. Hun kleinzoon Pieter (1677-1744) trouwde in 1716 met Cornelia Splinter van Loenersloot en kreeg twee zoons, Willem (1717-1781) en Lodewijk (1719-1781). Willem werd onder erkenning van zijn adeldom in 1751 door keizer Frans I in de adelstand verheven en verkreeg op deze wijze voor zichzelf en voor zijn nakomelingen de titel van (rijks)baron. Hij en zijn afstammelingen noemden zich voortaan 'Quarles de Quarles', terwijl de afstammelingen van zijn broer Lodewijk en diens nazaten zich ter onderscheiding 'Quarles van Ufford' zouden noemen, geb. in 1596, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) circa 1646.

tr. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 21 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 31 okt 1628
met

Petronella van Berckel, dr. van Gerard Pieters van Berckel en Cornelia Jacobs de Roos, geb. in 1607, ovl. (ongeveer 41 jaar oud) in 1648, begr. te Rotterdam [zh] op 3 dec 1648.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelia*1629 Rotterdam [zh] †1672 Rotterdam [zh] 43
Willem*1630  †1688  58


Petronella van Berckel
Petronella van Berckel, geb. in 1607, ovl. (ongeveer 41 jaar oud) in 1648, begr. te Rotterdam [zh] op 3 dec 1648.

tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 32 jaar oud) te Rotterdam [zh] op 31 okt 1628
met

John Quarles van Ufford De Nederlandse tak van de familie komt voort uit de uit Londen afkomstige John Quarles (1596-1646/47), die deel uitmaakte van de Court of Merchant Adventurers en als zodanig te Delft en Rotterdam woonachtig was. In laatstgenoemde stad huwde hij Petronella van Berckel, dochter van de burgemeester aldaar. Hun kleinzoon Pieter (1677-1744) trouwde in 1716 met Cornelia Splinter van Loenersloot en kreeg twee zoons, Willem (1717-1781) en Lodewijk (1719-1781). Willem werd onder erkenning van zijn adeldom in 1751 door keizer Frans I in de adelstand verheven en verkreeg op deze wijze voor zichzelf en voor zijn nakomelingen de titel van (rijks)baron. Hij en zijn afstammelingen noemden zich voortaan 'Quarles de Quarles', terwijl de afstammelingen van zijn broer Lodewijk en diens nazaten zich ter onderscheiding 'Quarles van Ufford' zouden noemen, geb. in 1596, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) circa 1646.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelia*1629 Rotterdam [zh] †1672 Rotterdam [zh] 43
Willem*1630  †1688  58


Willem Cuper
Willem Cuper.

tr.
met

Geertruida Coets.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  †1704   
Gijsbert~1644 Hemmen [ge] 1716 Deventer [ov] 72


Geertruida Coets
Geertruida Coets.

tr.
met

Willem Cuper.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  †1704   
Gijsbert~1644 Hemmen [ge] 1716 Deventer [ov] 72


Johanna van Haersolte Tot Bredenhorst
Johanna van Haersolte Tot Bredenhorst, geb. op 28 dec 1645, ovl. (23 jaar oud) op 12 jul 1669.

tr.
met

Elbert Anton van Pallandt heer van Voorst, drost van Drenthe 1685-1701, zn. van Johan Frederik van Pallandt en Isabella Gertrude van Brempt, geb. op 2 dec 1637, ovl. (63 jaar oud) op 5 mrt 1701.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ernestine*1667  †1684  17


Adolph Warner van Pallandt
Adolph Warner (Adolph Werner) van Pallandt heer van Eerde en Beerse, geb. te Eerde [ov] op 15 dec 1745, ovl. (77 jaar oud) te Eerde [ov] op 7 dec 1823.

tr. (resp. 31 en 24 jaar oud) te Voorst [ge] op 15 apr 1777
met

Anna Elisabeth Schimmelpenninck, dr. van Andries Schimmelpenninck van der Oye en Woltera Geertruida van Wijnbergen, geb. te Arnhem [ge] op 11 dec 1752, ovl. (69 jaar oud) te Eerde [ov] op 28 jun 1822.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Woltera*1779 Eerde [nb] †1850 Ommen [ov] 70
Adolf*1780  †1848 Zwolle [ge] 68
Andries*1781 Eerde [nb] †1827 Eerde [nb] 46
Gijsbert*1783  †1863  80
Gerharda*1789 Ommen [ov] †1872 Ommen [ov] 83


Anna Elisabeth Schimmelpenninck
Anna Elisabeth Schimmelpenninck, geb. te Arnhem [ge] op 11 dec 1752, ovl. (69 jaar oud) te Eerde [ov] op 28 jun 1822.

tr. (resp. 24 en 31 jaar oud) te Voorst [ge] op 15 apr 1777
met

Adolph Warner (Adolph Werner) van Pallandt heer van Eerde en Beerse, zn. van August Leopold van Pallandt en Anna Elisabeth van Haersolte, geb. te Eerde [ov] op 15 dec 1745, ovl. (77 jaar oud) te Eerde [ov] op 7 dec 1823.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Woltera*1779 Eerde [nb] †1850 Ommen [ov] 70
Adolf*1780  †1848 Zwolle [ge] 68
Andries*1781 Eerde [nb] †1827 Eerde [nb] 46
Gijsbert*1783  †1863  80
Gerharda*1789 Ommen [ov] †1872 Ommen [ov] 83


Cornelis Ascanius VI van Sypestein
Cornelis Ascanius VI van Sypestein heer van Moermont, Renesse en Noordwelle, geb. te Haarlem [nh] op 3 aug 1753, ovl. (44 jaar oud) te Bennebroek [nh], begr. te Haarlem [nh] in de Grote Kerk op 8 nov 1797.

tr. (resp. 29 en ongeveer 21 jaar oud) te Bennebroek [nh] op 6 jul 1783
met

Johanna Cornelia van Diepenbrugge, geb. te Amsterdam [nl], ged. te Amsterdam [nl] Zuiderkerk op 5 mei 1762, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Haarlem [nh] op 19 nov 1816, tr. (resp. ongeveer 36 en 24 jaar oud) (2) te Haarlem [nh] op 7 okt 1798 met Alexander Hendrik Godert Philip baron van Capellen, zn. van Robbert Jasper van Capellen en Sara Jacoba van de Velde, geb. te Zutphen [ge] op 23 okt 1773, ovl. (53 jaar oud) te Hagetmau [Frankrijk] op 17 mrt 1827. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Johanna Cornelia van Diepenbrugge
Johanna Cornelia van Diepenbrugge, geb. te Amsterdam [nl], ged. te Amsterdam [nl] Zuiderkerk op 5 mei 1762, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Haarlem [nh] op 19 nov 1816.

tr. (resp. ongeveer 21 en 29 jaar oud) (1) te Bennebroek [nh] op 6 jul 1783
met

Cornelis Ascanius VI van Sypestein heer van Moermont, Renesse en Noordwelle, zn. van Cornelis Ascanius V van Sypestein en Elisabeth Anna Slicher, geb. te Haarlem [nh] op 3 aug 1753, ovl. (44 jaar oud) te Bennebroek [nh], begr. te Haarlem [nh] in de Grote Kerk op 8 nov 1797.

tr. (resp. ongeveer 36 en 24 jaar oud) (2) te Haarlem [nh] op 7 okt 1798
met

Alexander Hendrik Godert Philip baron van Capellen, zn. van Robbert Jasper van Capellen en Sara Jacoba van de Velde, geb. te Zutphen [ge] op 23 okt 1773, ovl. (53 jaar oud) te Hagetmau [Frankrijk] op 17 mrt 1827.


Alexander Hendrik Godert Philip van Capellen
Alexander Hendrik Godert Philip baron van Capellen, geb. te Zutphen [ge] op 23 okt 1773, ovl. (53 jaar oud) te Hagetmau [Frankrijk] op 17 mrt 1827.

tr. (resp. 24 en ongeveer 36 jaar oud) te Haarlem [nh] op 7 okt 1798
met

Johanna Cornelia van Diepenbrugge, geb. te Amsterdam [nl], ged. te Amsterdam [nl] Zuiderkerk op 5 mei 1762, ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Haarlem [nh] op 19 nov 1816, tr. (1) met Cornelis Ascanius VI van Sypestein heer van Moermont, Renesse en Noordwelle. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Robbert Jasper van Capellen
Robbert Jasper van Capellen Robert Jasper van der Capellen was na de dood van Joan Derk van der Capellen tot den Pol in 1784 diens algemeen erkende opvolger als leider van de patriotten. Zowel in Gelderland als buiten dat gewest gold hij als een zeer invloedrijk en radicaal voorman van de nationale patriottenbeweging. Dat hij van alle patriottenleiders de enige was die in 1788, na de inval van de Pruisen en de Oranje contrarevolutie, ter dood veroordeeld werd, zegt genoeg over de plaats die hij in de beweging innam. Toch is hij in de historiografie altijd wat in de schaduw gebleven van zijn beroemde neef Joan Derk, ‘de tribuun der burgerij’. Eerst nu is een biografie van deze Gelderse baron verschenen, van de hand van Jacques Baartmans.
De biografie bevat zeer veel gegevens, met name over de persoon Robert Jasper, zijn politieke leven en zijn tijd. Het boek is mooi uitgegeven, bevat vele illustraties, een duidelijke opgave van geraadpleegde bronnen en literatuur en een persoonsregister. Deze studie zal in ieder geval als Fundgrube fungeren voor allen die zich van nu af aan met leven en werk van Van der Capellen zullen bezighouden. De auteur is, getuige zijn opmerkingen in het voorwoord, de eerste om toe te geven dat er over de baron nog genoeg te onderzoeken overblijft in het enorme familiearchief Van der Capellen in het Gelders Archief Arnhem.
Baartmans behandelt in chronologische volgorde vier aspecten van leven en werk van de baron van der Capellen. Allereerst zijn persoonlijk leven: zijn kindertijd, zijn rechtenstudie in Utrecht, zijn huwelijk en vaderschap. Vervolgens komt uiteraard Van der Capellens rol in de patriottenbeweging aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van zijn activiteiten als belangenbehartiger van de in 1787 naar de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk uitgeweken patriotten. Tenslotte beschrijft Baartmans de periode vanaf de terugkeer van Van der Capellen in 1802 tot zijn overlijden in 1814. Dat waren droevige jaren: De baron takelde lichamelijk en geestelijk af, zijn politieke rol was uitgespeeld, financiële problemen bezorgden hem veel kopzorg en het wangedrag van sommige van zijn kinderen vergalde zijn oude dag.
Robert Jasper was zonder enige twijfel een overtuigd patriot en een warm voorstander van democratisering. In Baartmans beschouwingen figureert Van der Capellen echter als een welhaast modern democraat. In zijn behandeling van Van der Capellens politieke optreden houdt de schrijver er te weinig rekening mee dat de politieke opvattingen en ideeën in het revolutionaire klimaat van de jaren 1781 – 1787 en vooral daarna snel veranderden. Dat geldt vooral voor de begrippen ‘democratie’ en `democraat’ (cf. de titel). Zo kan men na de baanbrekende werken van C.H.E. de Wit ( De strijd tussen aristocratie en democratie en De Nederlandse revolutie van de achttiende eeuw) het patriotse ‘leerstuk’ Grondwettige Herstelling echt niet meer, zoals Baartmans doet, “het politieke handboek van de democratische patriotten” noemen ( p. 71- cursivering van mij). Zelfs de Acte van Verbintenis, in de opstelling waarvan Robert Jasper een groot aandeel had, was minder democratisch dan Baartmans doet voorkomen. De beschrijving van Van der Capellens politieke activiteiten en vooral van de kritiek daarop “door geestverwanten die nog meer van hem verwachtten” zoals de auteur zelf vermeldt (p. 220), komt daardoor soms wat in de lucht te hangen.
De schrijver maakt echter in dit opzicht veel goed met een interessante, zij het niet geheel originele, beschouwing over het speciale karakter van de patriotse beweging in Gelderland. (In haar dissertatie Democratische Bewegingen in Gelderland uit 1973 heeft van mevrouw A.H. Wertheim- Gijse Weenink al op dit speciale karakter gewezen). De kleine burgerij in de Gelderse steden en de plattelandsbevolking waren volgens Baartmans veel minder oranjegezind dan “de vergelijkbare bevolkingsgroepen in Holland” (p. 83). In Gelderland konden de adel op het platteland en de kongsi van oligarchie en adel in de steden een welhaast absolute macht uitoefenen. Dit als uitvloeisel van de Regeringsreglementen van 1674. Daartegen was van 1702 tot 1717 een protestbeweging actief geweest: de Nieuwe Plooi (overigens niet alleen in de steden zoals Baartmans stelt, maar ook onder de boerenbevolking). De Gelderse patriotse beweging stond daarmee in een lange traditie van verzet tegen de heerschappij van de aristocratie en kon daarom, volgens de schrijver, veel democratischer zijn en niet beperkt blijven tot de gegoede burgerij zoals in de Hollandse steden. Dat verklaart, aldus Baartmans, tevens het unieke karakter van Robert Jaspers’ leiderschap: een Gelders “aristocraat en regent die leiding gaf aan […] een democratische beweging” (p.83).
Van der Capellen heeft in Frankrijk een tijd lang een belangrijke rol gespeeld als behartiger van de belangen van de patriotse ballingen. Aanvankelijk was hij voor allen in de sterk verdeelde ballingengemeenschap de enige acceptabele leider die bij de Franse regering voor de belangen van de Nederlandse patriotten kon opkomen. Later werd hij meer en meer als lid van één van de fel tegenover elkaar staande facties beschouwd en verloor hij aan gezag. Tenslotte weigerde hij nog verder zitting te nemen in het patriottencomité. Baartmans heeft veel archiefonderzoek verricht naar de verwikkelingen en politieke strijd binnen de patriotse ballingengroep in Frankrijk, hetgeen geresulteerd heeft in een interessant hoofdstuk.
Het boek bevat een paar schoonheidsfouten. De schrijver van Gelderland in den patriottentijd heette niet H.A. Westrate (p. 230) maar H.A. Weststrate. Van der Capellen heeft vast niet geschreven “nunc of numquam” maar “nunc aut nunquam” [ nu of nooit] (p. 141). Baartmans noemt Etta Palm een “feministe en daarom een bewonderaarster van prinses Wilhelmina” (p.151); deze misvatting berust waarschijnlijk op een foutieve lezing van hetgeen Joost Rosendaal vermeldt in Bataven ! over de orangistische intrigante en anti-patriotse spionne: “Etta Palm, die haar bewondering voor Wilhelmina van Pruisen paarde aan een revolutionair feminisme” (Bataven ! p. 309), geb. te Gorssel [ge] op 30 apr 1743, ovl. (71 jaar oud) te Deventer [ov] op 7 jun 1814.

tr. (resp. 26 en 16 jaar oud) op 18 jun 1769
met

Sara Jacoba van de Velde, dr. van Pieter van de Velde en Clasina Helena Coop van Groen, geb. te Djakarta [Indonesië] op 30 jul 1752, ovl. (71 jaar oud) te Zutphen [ge] op 29 aug 1823.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alexander*1773 Zutphen [ge] †1827 Hagetmau [Frankrijk] 53
Frederik*1781 Brummen [ge] †1854 Maastricht [li] 72
Emerance~1787 Haarlem [nh] †1872 Groningen [gr] 85


Sara Jacoba van de Velde
Sara Jacoba van de Velde, geb. te Djakarta [Indonesië] op 30 jul 1752, ovl. (71 jaar oud) te Zutphen [ge] op 29 aug 1823.

tr. (resp. 16 en 26 jaar oud) op 18 jun 1769
met

Robbert Jasper van Capellen Robert Jasper van der Capellen was na de dood van Joan Derk van der Capellen tot den Pol in 1784 diens algemeen erkende opvolger als leider van de patriotten. Zowel in Gelderland als buiten dat gewest gold hij als een zeer invloedrijk en radicaal voorman van de nationale patriottenbeweging. Dat hij van alle patriottenleiders de enige was die in 1788, na de inval van de Pruisen en de Oranje contrarevolutie, ter dood veroordeeld werd, zegt genoeg over de plaats die hij in de beweging innam. Toch is hij in de historiografie altijd wat in de schaduw gebleven van zijn beroemde neef Joan Derk, ‘de tribuun der burgerij’. Eerst nu is een biografie van deze Gelderse baron verschenen, van de hand van Jacques Baartmans.
De biografie bevat zeer veel gegevens, met name over de persoon Robert Jasper, zijn politieke leven en zijn tijd. Het boek is mooi uitgegeven, bevat vele illustraties, een duidelijke opgave van geraadpleegde bronnen en literatuur en een persoonsregister. Deze studie zal in ieder geval als Fundgrube fungeren voor allen die zich van nu af aan met leven en werk van Van der Capellen zullen bezighouden. De auteur is, getuige zijn opmerkingen in het voorwoord, de eerste om toe te geven dat er over de baron nog genoeg te onderzoeken overblijft in het enorme familiearchief Van der Capellen in het Gelders Archief Arnhem.
Baartmans behandelt in chronologische volgorde vier aspecten van leven en werk van de baron van der Capellen. Allereerst zijn persoonlijk leven: zijn kindertijd, zijn rechtenstudie in Utrecht, zijn huwelijk en vaderschap. Vervolgens komt uiteraard Van der Capellens rol in de patriottenbeweging aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van zijn activiteiten als belangenbehartiger van de in 1787 naar de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk uitgeweken patriotten. Tenslotte beschrijft Baartmans de periode vanaf de terugkeer van Van der Capellen in 1802 tot zijn overlijden in 1814. Dat waren droevige jaren: De baron takelde lichamelijk en geestelijk af, zijn politieke rol was uitgespeeld, financiële problemen bezorgden hem veel kopzorg en het wangedrag van sommige van zijn kinderen vergalde zijn oude dag.
Robert Jasper was zonder enige twijfel een overtuigd patriot en een warm voorstander van democratisering. In Baartmans beschouwingen figureert Van der Capellen echter als een welhaast modern democraat. In zijn behandeling van Van der Capellens politieke optreden houdt de schrijver er te weinig rekening mee dat de politieke opvattingen en ideeën in het revolutionaire klimaat van de jaren 1781 – 1787 en vooral daarna snel veranderden. Dat geldt vooral voor de begrippen ‘democratie’ en `democraat’ (cf. de titel). Zo kan men na de baanbrekende werken van C.H.E. de Wit ( De strijd tussen aristocratie en democratie en De Nederlandse revolutie van de achttiende eeuw) het patriotse ‘leerstuk’ Grondwettige Herstelling echt niet meer, zoals Baartmans doet, “het politieke handboek van de democratische patriotten” noemen ( p. 71- cursivering van mij). Zelfs de Acte van Verbintenis, in de opstelling waarvan Robert Jasper een groot aandeel had, was minder democratisch dan Baartmans doet voorkomen. De beschrijving van Van der Capellens politieke activiteiten en vooral van de kritiek daarop “door geestverwanten die nog meer van hem verwachtten” zoals de auteur zelf vermeldt (p. 220), komt daardoor soms wat in de lucht te hangen.
De schrijver maakt echter in dit opzicht veel goed met een interessante, zij het niet geheel originele, beschouwing over het speciale karakter van de patriotse beweging in Gelderland. (In haar dissertatie Democratische Bewegingen in Gelderland uit 1973 heeft van mevrouw A.H. Wertheim- Gijse Weenink al op dit speciale karakter gewezen). De kleine burgerij in de Gelderse steden en de plattelandsbevolking waren volgens Baartmans veel minder oranjegezind dan “de vergelijkbare bevolkingsgroepen in Holland” (p. 83). In Gelderland konden de adel op het platteland en de kongsi van oligarchie en adel in de steden een welhaast absolute macht uitoefenen. Dit als uitvloeisel van de Regeringsreglementen van 1674. Daartegen was van 1702 tot 1717 een protestbeweging actief geweest: de Nieuwe Plooi (overigens niet alleen in de steden zoals Baartmans stelt, maar ook onder de boerenbevolking). De Gelderse patriotse beweging stond daarmee in een lange traditie van verzet tegen de heerschappij van de aristocratie en kon daarom, volgens de schrijver, veel democratischer zijn en niet beperkt blijven tot de gegoede burgerij zoals in de Hollandse steden. Dat verklaart, aldus Baartmans, tevens het unieke karakter van Robert Jaspers’ leiderschap: een Gelders “aristocraat en regent die leiding gaf aan […] een democratische beweging” (p.83).
Van der Capellen heeft in Frankrijk een tijd lang een belangrijke rol gespeeld als behartiger van de belangen van de patriotse ballingen. Aanvankelijk was hij voor allen in de sterk verdeelde ballingengemeenschap de enige acceptabele leider die bij de Franse regering voor de belangen van de Nederlandse patriotten kon opkomen. Later werd hij meer en meer als lid van één van de fel tegenover elkaar staande facties beschouwd en verloor hij aan gezag. Tenslotte weigerde hij nog verder zitting te nemen in het patriottencomité. Baartmans heeft veel archiefonderzoek verricht naar de verwikkelingen en politieke strijd binnen de patriotse ballingengroep in Frankrijk, hetgeen geresulteerd heeft in een interessant hoofdstuk.
Het boek bevat een paar schoonheidsfouten. De schrijver van Gelderland in den patriottentijd heette niet H.A. Westrate (p. 230) maar H.A. Weststrate. Van der Capellen heeft vast niet geschreven “nunc of numquam” maar “nunc aut nunquam” [ nu of nooit] (p. 141). Baartmans noemt Etta Palm een “feministe en daarom een bewonderaarster van prinses Wilhelmina” (p.151); deze misvatting berust waarschijnlijk op een foutieve lezing van hetgeen Joost Rosendaal vermeldt in Bataven ! over de orangistische intrigante en anti-patriotse spionne: “Etta Palm, die haar bewondering voor Wilhelmina van Pruisen paarde aan een revolutionair feminisme” (Bataven ! p. 309), zn. van Frederik Robbert Evert van der Capellen en Anna Margaretha Elisabeth van Lynden d 'Aspremont, geb. te Gorssel [ge] op 30 apr 1743, ovl. (71 jaar oud) te Deventer [ov] op 7 jun 1814.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alexander*1773 Zutphen [ge] †1827 Hagetmau [Frankrijk] 53
Frederik*1781 Brummen [ge] †1854 Maastricht [li] 72
Emerance~1787 Haarlem [nh] †1872 Groningen [gr] 85


Elisabeth Sophia van Sypestein
Elisabeth Sophia van Sypestein, geb. te Haarlem [nh] op 19 dec 1756, begr. te Haarlem [nh] in de Grote Kerk op 9 jan 1800.

tr. (beiden 24 jaar oud) te Haarlem [nh] op 8 jan 1781
met

Jan Teding van Berkhout, zn. van Jan Teding van Berkhout en Cornelia Hillegonda van Schuylenburch, geb. te Delft [zh] op 5 mrt 1756, ovl. (50 jaar oud) te Haarlem [nh] op 15 jun 1806.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1783 Haarlem [nh] †1814 Haarlem [nh] 30
Jan*1786 Haarlem [nh] †1856 Bloemendaal [nh] 70
Quirina*1789 Haarlem [nh] †1866 's-Gravenhage [zh] 76