Pieter Buteux
Pieter Pierrez. Buteux ged. te Middelburg 4 Maart 1673, st. ald. 15 Dec. 1707 en begr. 23 d.a.v. in de Oostkerk, Kiesheer ald.; tr. te Middelburg 16 Nov. 1699 Maria Huygens (Wapen: in zilver een blauwen rechter schuinbalk, beladen met 3 vliegende duiven) geb. te Negapatnam op de kust van Coromandel 9 Aug. 1680, st. te Middelburg 17 April 1719, dr. van Jacob, opperhoofd van Negapatnamen, Bengalen, geb. te Middelburg uit het Brugge's geslacht van dien naam, en Jacoba Vincenius, geb. in 1673, ged. te Middelburg [zh] op 4 mrt 1673, kiesheer van Middelburg, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) te Middelburg [ze] op 15 dec 1707, begr. te Middelburg [ze] in de Oostkerk.
tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 19 jaar oud) te Middelburg [zh] op 17 nov 1699
met
Maria Huygens, dr. van Jacob Huygens en Jacoba Vincentius, geb. te Negapatnam in 1680, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Middelburg [zh] in 1752, tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 22 jaar oud) (2) circa 1709 met Pieter de Sandra werd 6 september 1704
ingeschreven aan de universiteit van Leiden, vertrok 31 mei 1709 met attest. van Leiden naar Middelburg, werd vanwege het openbaar voorlezen van een gedicht bij resolutie van de
schepenen op 18 maart 1709 een jaar de ‘pleitbank ontsegt’, maar dit werd enige dagen later weer ingetrokken, woonde op de Dam, vendumeester van de admiraliteit over de steden Middelburg en Arnemuiden 1711-1728, zijn borgtochten nodig voor dit ambt waren aanvankelijk zijn vader
en zijn schoonvader, later zijn moeder, hoofdparticipant en rekenmeester van de WIC, werd in dit laatste ambt vervangen in 172764. Pieter was aandeelhouder met een kapitaal van 1500 pond vlaams in de Middelburgse Commercie Compagnie
Dit document is afkomstig van www.hogenda.nl Klik hier voor het totale register van Genealogie. Uit dit huwelijk een dochter.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Josine | *1701 | Middelburg [zh] | | | | 1 | 1 |
| 2 | Pieter | *1702 | Middelburg [ze] | †1762 | 's-Gravenhage [zh] | 59 | 1 | 3 |
>
Maria Huygens
Maria Huygens, geb. te Negapatnam in 1680, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Middelburg [zh] in 1752.
tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 26 jaar oud) (1) te Middelburg [zh] op 17 nov 1699
met
Pieter Pierrez. Buteux ged. te Middelburg 4 Maart 1673, st. ald. 15 Dec. 1707 en begr. 23 d.a.v. in de Oostkerk, Kiesheer ald.; tr. te Middelburg 16 Nov. 1699 Maria Huygens (Wapen: in zilver een blauwen rechter schuinbalk, beladen met 3 vliegende duiven) geb. te Negapatnam op de kust van Coromandel 9 Aug. 1680, st. te Middelburg 17 April 1719, dr. van Jacob, opperhoofd van Negapatnamen, Bengalen, geb. te Middelburg uit het Brugge's geslacht van dien naam, en Jacoba Vincenius, geb. in 1673, ged. te Middelburg [zh] op 4 mrt 1673, kiesheer van Middelburg, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) te Middelburg [ze] op 15 dec 1707, begr. te Middelburg [ze] in de Oostkerk.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Josine | *1701 | Middelburg [zh] | | | | 1 | 1 |
| 2 | Pieter | *1702 | Middelburg [ze] | †1762 | 's-Gravenhage [zh] | 59 | 1 | 3 |
tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 22 jaar oud) (2) circa 1709
met
Pieter de Sandra werd 6 september 1704
ingeschreven aan de universiteit van Leiden, vertrok 31 mei 1709 met attest. van Leiden naar Middelburg, werd vanwege het openbaar voorlezen van een gedicht bij resolutie van de
schepenen op 18 maart 1709 een jaar de ‘pleitbank ontsegt’, maar dit werd enige dagen later weer ingetrokken, woonde op de Dam, vendumeester van de admiraliteit over de steden Middelburg en Arnemuiden 1711-1728, zijn borgtochten nodig voor dit ambt waren aanvankelijk zijn vader
en zijn schoonvader, later zijn moeder, hoofdparticipant en rekenmeester van de WIC, werd in dit laatste ambt vervangen in 172764. Pieter was aandeelhouder met een kapitaal van 1500 pond vlaams in de Middelburgse Commercie Compagnie
Dit document is afkomstig van www.hogenda.nl Klik hier voor het totale register van Genealogie, zn. van David de Sandra en Maria Hendriks Ramskrammer, geb. te Middelburg [zh] op 1 feb 1687, ovl. (40 jaar oud) te Middelburg [ze] op 20 jan 1728.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Isabella | *1715 | | †1745 | Middelburg [zh] | 30 | 1 | 0 |
>
Pieter Buteux
Pieter Buteux raad 1750-52, 54-56, 59, 60, 63, 64, 67, 68, 71-76, schepen 1753, 57, 58, 61, 62, 65, 66, 69 en '70, thesaurier van Middelburg, 1759, 60, 63, 64, 67, 68, 71-76 bewindhebber 0.I.C. ter Kamer Zeeland 1768, ontv. Van de 100e penningen op de lande onder de Zuid Watering des Eylands ·Walcheren. commissaris van de Wisselbank te Middelburg 1778, geb. te Middelburg [zh] in 1733, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) te Middelburg [zh] in 1778.
- Vader:
Pieter Buteux med. dr. Leiden 1726, schepen, raad in de vroedschap en thesaurier van Middelburg, gedeputeerde Staten Generaal 1735-1762, zn. van Pieter Pierrez. Buteux (kiesheer van Middelburg) en Maria Huygens, geb. te Middelburg [ze] op 20 dec 1702, ovl. (59 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 16 aug 1762, tr. (resp. 26 en 17 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 jun 1729.
tr. (ongeveer 26 jaar oud) te Middelburg [ze] in 1759
met
Cornelia Speldernieuw.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pierre | *1760 | Middelburg [zh] | †1836 | 's-Gravenhage [zh] | 76 | 1 | 1 |
>
Cornelia Speldernieuw
Cornelia Speldernieuw.
tr. (Pieter ongeveer 26 jaar oud) te Middelburg [ze] in 1759
met
Pieter Buteux raad 1750-52, 54-56, 59, 60, 63, 64, 67, 68, 71-76, schepen 1753, 57, 58, 61, 62, 65, 66, 69 en '70, thesaurier van Middelburg, 1759, 60, 63, 64, 67, 68, 71-76 bewindhebber 0.I.C. ter Kamer Zeeland 1768, ontv. Van de 100e penningen op de lande onder de Zuid Watering des Eylands ·Walcheren. commissaris van de Wisselbank te Middelburg 1778, zn. van Pieter Buteux en Agnes Anna van Sandick, geb. te Middelburg [zh] in 1733, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) te Middelburg [zh] in 1778.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Pierre | *1760 | Middelburg [zh] | †1836 | 's-Gravenhage [zh] | 76 | 1 | 1 |
>
Dirk Willem van der Brugghen
Dirk Willem van der Brugghen, geb. te Bergen op Zoom [nb] op 24 feb 1717, ovl. (53 jaar oud) te Utrecht [ut] op 7 okt 1770, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk.
- Vader:
Jacob Willem van der Brugghen, geb. te Nijmegen [ge] op 12 mrt 1690, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Houghly-Bengalen als commandant van het garnizoen aldaar in 1733, tr. (resp. 24 en ongeveer 19 jaar oud) te Bergen op Zoom [nb] op 2 sep 1714.
tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 15 jaar oud) (1) in 1742 ergens in N.O.I
met
Christina Engelina Rebbens, geb. op 12 dec 1726, ovl. (ongeveer 24 jaar oud) in 1751.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacob | *1743 | Batavia [Indonesië] | †1778 | 's-Gravenhage [zh] | 35 | 1 | 2 |
| 2 | Jan | *1747 | | †1817 | | 70 | 1 | 1 |
tr. (34 jaar oud) (2) te Batavia [Indonesië] op 19 jul 1751
met
Arnouda Deliana Loten, dr. van Joan Gideon Loten en Anna Henrietta van Beaumont, geb. te Semarang [Indonesië], ovl. te Batavia [Indonesië] op 15 mei 1759.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joan | *1753 | Colombo | †1828 | | 75 | 1 | 1 |
| 2 | Anna | *1755 | | †1835 | Utrecht [ut] | 79 | 1 | 1 |
>
Christina Engelina Rebbens
Christina Engelina Rebbens, geb. op 12 dec 1726, ovl. (ongeveer 24 jaar oud) in 1751.
tr. (resp. ongeveer 15 en ongeveer 25 jaar oud) in 1742 ergens in N.O.I
met
Dirk Willem van der Brugghen, zn. van Jacob Willem van der Brugghen en Anthonia Anna de Casembroot, geb. te Bergen op Zoom [nb] op 24 feb 1717, ovl. (53 jaar oud) te Utrecht [ut] op 7 okt 1770, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk, tr. (2) met Arnouda Deliana Loten. Uit dit huwelijk 2 kinderen.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacob | *1743 | Batavia [Indonesië] | †1778 | 's-Gravenhage [zh] | 35 | 1 | 2 |
| 2 | Jan | *1747 | | †1817 | | 70 | 1 | 1 |
>
Arnouda Deliana Loten
Arnouda Deliana Loten, geb. te Semarang [Indonesië], ovl. te Batavia [Indonesië] op 15 mei 1759.
- Vader:
Joan Gideon Loten The Life of Governor Joan Gideon Loten (1710-1789) is de eerst verschenen biografie van deze internationale ambtenaar. Tot nog toe was hij vooral bekend onder ornithologen en kunsthistorici, die zijn grote verzameling tekeningen en acquarellen van vogels en natuurgezichten bestuderen. Alexander Raat beoogt met zijn studie ook de andere kanten van Loten te laten zien: zijn rol in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie en zijn positie van Hollandse virtuoso in de politieke en academische kringen in Londen.
Joan Gideon Loten werd geboren in Maartensdijk, nabij Utrecht. Hier bracht hij de eerste twintig jaar van zijn leven door. Lotens vader was secretaris van het waterschap Lekdijk Benedendams, en de familie was redelijk welvarend. Na een studie aan de Universiteit Utrecht koos hij voor een loopbaan bij de VOC, in het spoor van verschillende voorouders en verwanten. Na een start als klerk bij de VOC-kamer in Amsterdam, kon Loten in 1731 als onderkoopman vertrekken naar Batavia. Al tijdens deze reis maakte hij zijn eerste tekeningen van exotische diersoorten en planten die hij tegenkwam. De gedetailleerde en natuurgetrouwe aard van deze werken toont een oprechte belangstelling voor onbekende natuurverschijnselen.
Nog maar kort aangekomen in Nederlands Indië, trouwde Loten in 1733 met Anna Henrietta van Beaumont. In vijfentwintig jaar wist hij vervolgens op te klimmen tot gouverneur van Makassar (1744-1750), commissaris van Bantam (1752) en gouverneur van Ceylon (1752-1757). Bovendien kreeg hij door zijn benoeming tot Raad ordinair van Indië zitting in het hoogste gezagsorgaan van de VOC in Batavia. Dit gebeurde in 1755, een jaar dat ook werd getekend door de dood van zijn echtgenote. Zowel officiële documenten als Lotens persoonlijke geschriften geven de indruk van een loyale en trouwe ambtenaar, die de inheemse bevolking respecteerde en zich aan de verdragen met lokale hoofden hield. Ook gaf hij gedurende zijn tijd in Indië diverse opdrachten voor natuurhistorische schilderwerken, onder meer aan Pieter Cornelis de Bevere (1721- ca.1780), waardoor zijn verzameling gestaag groeide. De erfenis van Nathanael Steinmetz (voormalig gouverneur van Ambon, overleden in 1753), wiens enige erfgenaam hij samen met zijn vrouw was, bood Loten financiële onafhankelijkheid voor de rest van zijn leven.
Na de plotselinge dood van zijn enige overlevende kind, Anna Deliana, besloot Loten in 1758 terug te keren naar Nederland. Binnen een jaar verhuisde hij echter naar Londen. De intellectuele ambiance van deze kosmopolitische stad boeide hem meer dan zijn thuishaven Utrecht, waar de Kerk nog een machtige rol speelde. De orthodox Calvinistische traditie keurde Lotens natuurhistorische belangstelling sterk af, en hij voeld zich er in zijn vrijheid belemmerd. In Engeland echter wist hij zich gewaardeerd om zijn verdiensten en niet om zijn herkomst. In 1765 hertrouwde hij met Lettice Cotes, wat echter geen gelukkige verbintenis lijkt te zijn geweest. Ondanks zijn goede betrekkingen met de Royal Society en de heren van het British Museum voelde Loten zich uiteindelijk toch ook in Londen een Nederlandse buitenstaander. Hij keerde in 1781 terug naar Utrecht, waar hij woonde tot zijn dood in 1789.
Naast zijn ambtelijke carrière en internationale levensloop, was Loten een groot liefhebber en beoefenaar van de natuurwetenschappen. Hij had een passie voor sterrenkunde en schafte gedurende zijn leven meerdere kostbare astronomische instrumenten aan. Ook was hij een liefhebber van literatuur over zoölogische, astronomische en medische onderwerpen. Deze interesse voor de werking van de natuur was een vorm van intellectueel vermaak voor de Engelse elite van de Royal Society – virtuosi genoemd. Loten streefde hiermee naar een dieper inzicht in de rol van God in de schepping.
Lotens groeiende verzameling voorwerpen en afbeeldingen bracht hem in contact met verschillende verzamelaars en wetenschappers van zijn tijd, zoals George Edwards (1694-1773), Thomas Pennant (1726-1798), Dr Daniel Solander (1733-1782), Joseph Banks (1743-1820) en Sir Ashton Lever (1729-1788). Na zijn overlijden werd het grootste deel van de verzameling geveild. De manuscripten en tekeningen werden geërfd door Lotens broer en worden nu bewaard in verschillende Nederlandse en Engelse archieven, musea en bibliotheken (o.a. British Library te Londen en het Teylers Museum te Haarlem).
Lotens ego-documenten, waarop de hier besproken studie zich baseert, zijn geschreven in een mengeling van Engels, Nederlands en Frans, “in a personal and original style and expressed in a remarkable Anglo-Dutch English” (p.18). Raat heeft daarbij aandacht gehad voor alle aspecten van Lotens leven en karakter, ook de meer persoonlijke en minder vleiende. Het boek bevat dan ook veel citaten, alle in het Engels vertaald. De originele tekstpassages zijn opgenomen in het separate notenapparaat achterin het boek. De citaten zijn nergens geparafraseerd of ingekort, wat het directe contact met de historische personen bevordert. Dat de vaak lange citaten steeds in de lopende tekst zijn opgenomen, maakt echter dat deze niet altijd even vlot leest.
De verzameling ego-documenten bestaat uit brieven aan vrienden en familie en uit persoonlijke aantekeningen en geheugensteuntjes. Dat Lotens geschriften niet voor de buitenwereld waren bedoeld, maakt deze tot een directe weergave van zijn persoonlijke ideeën, maar ook van zijn stemmingswisselingen. Deze bronnen geven daarom niet altijd een betrouwbaar beeld van de historische realiteit, maar het is Raat er vooral om te doen geweest, de gebeurtenissen vanuit de invalshoek van persoonlijke ervaring te beschouwen. Het nadeel van deze invalshoek is echter dat de beschikbare bronnen niet gelijkmatig over de tijd tot stand zijn gekomen: Loten heeft sommige perioden uit zijn leven zorgvuldig beschreven, andere nauwelijks. Hoewel Raat zich hiervan rekenschap geeft, lijkt er weinig te zijn wat hij had kunnen doen om dit probleem op te lossen. Behalve de brieven van zijn familie, zijn er namelijk bijna geen contemporaine bronnen beschikbaar die over Loten schrijven.
De uitgave bevat een chronologisch overzicht van Lotens levensloop en carrière, een genealogie van zijn familie, een Nederlandstalige samenvatting en een uitgebreid notenapparaat van maar liefst 90 pagina’s lang. Naast de vele zwart-wit afbeeldingen bevat het boek twee indrukwekkende kleurkaternen (samen 32 pagina’s) met prachtige afbeeldingen van de natuurhistorische acquarellen die Loten tijdens zijn leven heeft vervaardigd en verzameld. Want ondanks Raats bijzondere inspanningen blijven het toch vooral deze stukken die de studie naar Loten aantrekkelijk maken.
Cécile de Morrée, zn. van Joan Karel Loten en Arnoudina Aerssen van Juchem, geb. te Maartensdijk [ut] in 1710, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Utrecht [ut] op 25 feb 1789, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk, tr. (resp. ongeveer 23 en 16 jaar oud) te Batavia [Indonesië] op 24 aug 1733.
tr. (Dirk 34 jaar oud) te Batavia [Indonesië] op 19 jul 1751
met
Dirk Willem van der Brugghen, zn. van Jacob Willem van der Brugghen en Anthonia Anna de Casembroot, geb. te Bergen op Zoom [nb] op 24 feb 1717, ovl. (53 jaar oud) te Utrecht [ut] op 7 okt 1770, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk, tr. (1) met Christina Engelina Rebbens. Uit dit huwelijk 2 zonen.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joan | *1753 | Colombo | †1828 | | 75 | 1 | 1 |
| 2 | Anna | *1755 | | †1835 | Utrecht [ut] | 79 | 1 | 1 |
>
Joan Gideon Loten
Joan Gideon Loten The Life of Governor Joan Gideon Loten (1710-1789) is de eerst verschenen biografie van deze internationale ambtenaar. Tot nog toe was hij vooral bekend onder ornithologen en kunsthistorici, die zijn grote verzameling tekeningen en acquarellen van vogels en natuurgezichten bestuderen. Alexander Raat beoogt met zijn studie ook de andere kanten van Loten te laten zien: zijn rol in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie en zijn positie van Hollandse virtuoso in de politieke en academische kringen in Londen.
Joan Gideon Loten werd geboren in Maartensdijk, nabij Utrecht. Hier bracht hij de eerste twintig jaar van zijn leven door. Lotens vader was secretaris van het waterschap Lekdijk Benedendams, en de familie was redelijk welvarend. Na een studie aan de Universiteit Utrecht koos hij voor een loopbaan bij de VOC, in het spoor van verschillende voorouders en verwanten. Na een start als klerk bij de VOC-kamer in Amsterdam, kon Loten in 1731 als onderkoopman vertrekken naar Batavia. Al tijdens deze reis maakte hij zijn eerste tekeningen van exotische diersoorten en planten die hij tegenkwam. De gedetailleerde en natuurgetrouwe aard van deze werken toont een oprechte belangstelling voor onbekende natuurverschijnselen.
Nog maar kort aangekomen in Nederlands Indië, trouwde Loten in 1733 met Anna Henrietta van Beaumont. In vijfentwintig jaar wist hij vervolgens op te klimmen tot gouverneur van Makassar (1744-1750), commissaris van Bantam (1752) en gouverneur van Ceylon (1752-1757). Bovendien kreeg hij door zijn benoeming tot Raad ordinair van Indië zitting in het hoogste gezagsorgaan van de VOC in Batavia. Dit gebeurde in 1755, een jaar dat ook werd getekend door de dood van zijn echtgenote. Zowel officiële documenten als Lotens persoonlijke geschriften geven de indruk van een loyale en trouwe ambtenaar, die de inheemse bevolking respecteerde en zich aan de verdragen met lokale hoofden hield. Ook gaf hij gedurende zijn tijd in Indië diverse opdrachten voor natuurhistorische schilderwerken, onder meer aan Pieter Cornelis de Bevere (1721- ca.1780), waardoor zijn verzameling gestaag groeide. De erfenis van Nathanael Steinmetz (voormalig gouverneur van Ambon, overleden in 1753), wiens enige erfgenaam hij samen met zijn vrouw was, bood Loten financiële onafhankelijkheid voor de rest van zijn leven.
Na de plotselinge dood van zijn enige overlevende kind, Anna Deliana, besloot Loten in 1758 terug te keren naar Nederland. Binnen een jaar verhuisde hij echter naar Londen. De intellectuele ambiance van deze kosmopolitische stad boeide hem meer dan zijn thuishaven Utrecht, waar de Kerk nog een machtige rol speelde. De orthodox Calvinistische traditie keurde Lotens natuurhistorische belangstelling sterk af, en hij voeld zich er in zijn vrijheid belemmerd. In Engeland echter wist hij zich gewaardeerd om zijn verdiensten en niet om zijn herkomst. In 1765 hertrouwde hij met Lettice Cotes, wat echter geen gelukkige verbintenis lijkt te zijn geweest. Ondanks zijn goede betrekkingen met de Royal Society en de heren van het British Museum voelde Loten zich uiteindelijk toch ook in Londen een Nederlandse buitenstaander. Hij keerde in 1781 terug naar Utrecht, waar hij woonde tot zijn dood in 1789.
Naast zijn ambtelijke carrière en internationale levensloop, was Loten een groot liefhebber en beoefenaar van de natuurwetenschappen. Hij had een passie voor sterrenkunde en schafte gedurende zijn leven meerdere kostbare astronomische instrumenten aan. Ook was hij een liefhebber van literatuur over zoölogische, astronomische en medische onderwerpen. Deze interesse voor de werking van de natuur was een vorm van intellectueel vermaak voor de Engelse elite van de Royal Society – virtuosi genoemd. Loten streefde hiermee naar een dieper inzicht in de rol van God in de schepping.
Lotens groeiende verzameling voorwerpen en afbeeldingen bracht hem in contact met verschillende verzamelaars en wetenschappers van zijn tijd, zoals George Edwards (1694-1773), Thomas Pennant (1726-1798), Dr Daniel Solander (1733-1782), Joseph Banks (1743-1820) en Sir Ashton Lever (1729-1788). Na zijn overlijden werd het grootste deel van de verzameling geveild. De manuscripten en tekeningen werden geërfd door Lotens broer en worden nu bewaard in verschillende Nederlandse en Engelse archieven, musea en bibliotheken (o.a. British Library te Londen en het Teylers Museum te Haarlem).
Lotens ego-documenten, waarop de hier besproken studie zich baseert, zijn geschreven in een mengeling van Engels, Nederlands en Frans, “in a personal and original style and expressed in a remarkable Anglo-Dutch English” (p.18). Raat heeft daarbij aandacht gehad voor alle aspecten van Lotens leven en karakter, ook de meer persoonlijke en minder vleiende. Het boek bevat dan ook veel citaten, alle in het Engels vertaald. De originele tekstpassages zijn opgenomen in het separate notenapparaat achterin het boek. De citaten zijn nergens geparafraseerd of ingekort, wat het directe contact met de historische personen bevordert. Dat de vaak lange citaten steeds in de lopende tekst zijn opgenomen, maakt echter dat deze niet altijd even vlot leest.
De verzameling ego-documenten bestaat uit brieven aan vrienden en familie en uit persoonlijke aantekeningen en geheugensteuntjes. Dat Lotens geschriften niet voor de buitenwereld waren bedoeld, maakt deze tot een directe weergave van zijn persoonlijke ideeën, maar ook van zijn stemmingswisselingen. Deze bronnen geven daarom niet altijd een betrouwbaar beeld van de historische realiteit, maar het is Raat er vooral om te doen geweest, de gebeurtenissen vanuit de invalshoek van persoonlijke ervaring te beschouwen. Het nadeel van deze invalshoek is echter dat de beschikbare bronnen niet gelijkmatig over de tijd tot stand zijn gekomen: Loten heeft sommige perioden uit zijn leven zorgvuldig beschreven, andere nauwelijks. Hoewel Raat zich hiervan rekenschap geeft, lijkt er weinig te zijn wat hij had kunnen doen om dit probleem op te lossen. Behalve de brieven van zijn familie, zijn er namelijk bijna geen contemporaine bronnen beschikbaar die over Loten schrijven.
De uitgave bevat een chronologisch overzicht van Lotens levensloop en carrière, een genealogie van zijn familie, een Nederlandstalige samenvatting en een uitgebreid notenapparaat van maar liefst 90 pagina’s lang. Naast de vele zwart-wit afbeeldingen bevat het boek twee indrukwekkende kleurkaternen (samen 32 pagina’s) met prachtige afbeeldingen van de natuurhistorische acquarellen die Loten tijdens zijn leven heeft vervaardigd en verzameld. Want ondanks Raats bijzondere inspanningen blijven het toch vooral deze stukken die de studie naar Loten aantrekkelijk maken.
Cécile de Morrée, geb. te Maartensdijk [ut] in 1710, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Utrecht [ut] op 25 feb 1789, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk.
- Vader:
Joan Karel Loten, zn. van Joan Loten en Constantia Hoeufft, geb. te Amsterdam [nl] op 19 nov 1679, ovl. (84 jaar oud) te Utrecht [ut] op 1 dec 1763, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk, tr. (resp. 30 en 24 jaar oud) te Wijk Bij Duurstede [ge] op 7 mrt 1710.
tr. (resp. ongeveer 23 en 16 jaar oud) te Batavia [Indonesië] op 24 aug 1733
met
Anna Henrietta van Beaumont, dr. van Cornelis van Beaumont (opperkoopman te Colombo 1712,) en Deliana Joansdr Blesius, geb. te Kaap de Goede Hoop op 22 nov 1716, ovl. (38 jaar oud) te Colombo op 10 aug 1755.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Arnouda | | Semarang [Indonesië] | †1759 | Batavia [Indonesië] | | 1 | 2 |
>
Anna Henrietta van Beaumont
Anna Henrietta van Beaumont, geb. te Kaap de Goede Hoop op 22 nov 1716, ovl. (38 jaar oud) te Colombo op 10 aug 1755.
tr. (resp. 16 en ongeveer 23 jaar oud) te Batavia [Indonesië] op 24 aug 1733
met
Joan Gideon Loten The Life of Governor Joan Gideon Loten (1710-1789) is de eerst verschenen biografie van deze internationale ambtenaar. Tot nog toe was hij vooral bekend onder ornithologen en kunsthistorici, die zijn grote verzameling tekeningen en acquarellen van vogels en natuurgezichten bestuderen. Alexander Raat beoogt met zijn studie ook de andere kanten van Loten te laten zien: zijn rol in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie en zijn positie van Hollandse virtuoso in de politieke en academische kringen in Londen.
Joan Gideon Loten werd geboren in Maartensdijk, nabij Utrecht. Hier bracht hij de eerste twintig jaar van zijn leven door. Lotens vader was secretaris van het waterschap Lekdijk Benedendams, en de familie was redelijk welvarend. Na een studie aan de Universiteit Utrecht koos hij voor een loopbaan bij de VOC, in het spoor van verschillende voorouders en verwanten. Na een start als klerk bij de VOC-kamer in Amsterdam, kon Loten in 1731 als onderkoopman vertrekken naar Batavia. Al tijdens deze reis maakte hij zijn eerste tekeningen van exotische diersoorten en planten die hij tegenkwam. De gedetailleerde en natuurgetrouwe aard van deze werken toont een oprechte belangstelling voor onbekende natuurverschijnselen.
Nog maar kort aangekomen in Nederlands Indië, trouwde Loten in 1733 met Anna Henrietta van Beaumont. In vijfentwintig jaar wist hij vervolgens op te klimmen tot gouverneur van Makassar (1744-1750), commissaris van Bantam (1752) en gouverneur van Ceylon (1752-1757). Bovendien kreeg hij door zijn benoeming tot Raad ordinair van Indië zitting in het hoogste gezagsorgaan van de VOC in Batavia. Dit gebeurde in 1755, een jaar dat ook werd getekend door de dood van zijn echtgenote. Zowel officiële documenten als Lotens persoonlijke geschriften geven de indruk van een loyale en trouwe ambtenaar, die de inheemse bevolking respecteerde en zich aan de verdragen met lokale hoofden hield. Ook gaf hij gedurende zijn tijd in Indië diverse opdrachten voor natuurhistorische schilderwerken, onder meer aan Pieter Cornelis de Bevere (1721- ca.1780), waardoor zijn verzameling gestaag groeide. De erfenis van Nathanael Steinmetz (voormalig gouverneur van Ambon, overleden in 1753), wiens enige erfgenaam hij samen met zijn vrouw was, bood Loten financiële onafhankelijkheid voor de rest van zijn leven.
Na de plotselinge dood van zijn enige overlevende kind, Anna Deliana, besloot Loten in 1758 terug te keren naar Nederland. Binnen een jaar verhuisde hij echter naar Londen. De intellectuele ambiance van deze kosmopolitische stad boeide hem meer dan zijn thuishaven Utrecht, waar de Kerk nog een machtige rol speelde. De orthodox Calvinistische traditie keurde Lotens natuurhistorische belangstelling sterk af, en hij voeld zich er in zijn vrijheid belemmerd. In Engeland echter wist hij zich gewaardeerd om zijn verdiensten en niet om zijn herkomst. In 1765 hertrouwde hij met Lettice Cotes, wat echter geen gelukkige verbintenis lijkt te zijn geweest. Ondanks zijn goede betrekkingen met de Royal Society en de heren van het British Museum voelde Loten zich uiteindelijk toch ook in Londen een Nederlandse buitenstaander. Hij keerde in 1781 terug naar Utrecht, waar hij woonde tot zijn dood in 1789.
Naast zijn ambtelijke carrière en internationale levensloop, was Loten een groot liefhebber en beoefenaar van de natuurwetenschappen. Hij had een passie voor sterrenkunde en schafte gedurende zijn leven meerdere kostbare astronomische instrumenten aan. Ook was hij een liefhebber van literatuur over zoölogische, astronomische en medische onderwerpen. Deze interesse voor de werking van de natuur was een vorm van intellectueel vermaak voor de Engelse elite van de Royal Society – virtuosi genoemd. Loten streefde hiermee naar een dieper inzicht in de rol van God in de schepping.
Lotens groeiende verzameling voorwerpen en afbeeldingen bracht hem in contact met verschillende verzamelaars en wetenschappers van zijn tijd, zoals George Edwards (1694-1773), Thomas Pennant (1726-1798), Dr Daniel Solander (1733-1782), Joseph Banks (1743-1820) en Sir Ashton Lever (1729-1788). Na zijn overlijden werd het grootste deel van de verzameling geveild. De manuscripten en tekeningen werden geërfd door Lotens broer en worden nu bewaard in verschillende Nederlandse en Engelse archieven, musea en bibliotheken (o.a. British Library te Londen en het Teylers Museum te Haarlem).
Lotens ego-documenten, waarop de hier besproken studie zich baseert, zijn geschreven in een mengeling van Engels, Nederlands en Frans, “in a personal and original style and expressed in a remarkable Anglo-Dutch English” (p.18). Raat heeft daarbij aandacht gehad voor alle aspecten van Lotens leven en karakter, ook de meer persoonlijke en minder vleiende. Het boek bevat dan ook veel citaten, alle in het Engels vertaald. De originele tekstpassages zijn opgenomen in het separate notenapparaat achterin het boek. De citaten zijn nergens geparafraseerd of ingekort, wat het directe contact met de historische personen bevordert. Dat de vaak lange citaten steeds in de lopende tekst zijn opgenomen, maakt echter dat deze niet altijd even vlot leest.
De verzameling ego-documenten bestaat uit brieven aan vrienden en familie en uit persoonlijke aantekeningen en geheugensteuntjes. Dat Lotens geschriften niet voor de buitenwereld waren bedoeld, maakt deze tot een directe weergave van zijn persoonlijke ideeën, maar ook van zijn stemmingswisselingen. Deze bronnen geven daarom niet altijd een betrouwbaar beeld van de historische realiteit, maar het is Raat er vooral om te doen geweest, de gebeurtenissen vanuit de invalshoek van persoonlijke ervaring te beschouwen. Het nadeel van deze invalshoek is echter dat de beschikbare bronnen niet gelijkmatig over de tijd tot stand zijn gekomen: Loten heeft sommige perioden uit zijn leven zorgvuldig beschreven, andere nauwelijks. Hoewel Raat zich hiervan rekenschap geeft, lijkt er weinig te zijn wat hij had kunnen doen om dit probleem op te lossen. Behalve de brieven van zijn familie, zijn er namelijk bijna geen contemporaine bronnen beschikbaar die over Loten schrijven.
De uitgave bevat een chronologisch overzicht van Lotens levensloop en carrière, een genealogie van zijn familie, een Nederlandstalige samenvatting en een uitgebreid notenapparaat van maar liefst 90 pagina’s lang. Naast de vele zwart-wit afbeeldingen bevat het boek twee indrukwekkende kleurkaternen (samen 32 pagina’s) met prachtige afbeeldingen van de natuurhistorische acquarellen die Loten tijdens zijn leven heeft vervaardigd en verzameld. Want ondanks Raats bijzondere inspanningen blijven het toch vooral deze stukken die de studie naar Loten aantrekkelijk maken.
Cécile de Morrée, zn. van Joan Karel Loten en Arnoudina Aerssen van Juchem, geb. te Maartensdijk [ut] in 1710, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Utrecht [ut] op 25 feb 1789, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Arnouda | | Semarang [Indonesië] | †1759 | Batavia [Indonesië] | | 1 | 2 |
>
Jacob Loten
Jacob Loten, geb. in 1658, ovl. (ongeveer 76 jaar oud) in 1734.
- Vader:
Johannes Loten Jean Loten (1612-1676) was geboren in Amsterdam maar zijn vader Charles Loten kwam uit Brugge. Charles Loten was een rijk, vooraanstaand koopman in Amsterdam. Hij bezat een buitenplaats aan de Volgerweg in de Beemster waar Joost van den Vondel regelmatig logeerde wat hem inspireerde tot zijn Lofzang op de Beemster. Zoon Jean was hoofdingeland van de Beemster en dijkgraaf vanaf 1666. Hij erfde de hofstede aan de Volgerweg van zijn vader. Jean Loten trouwde eerst met Elisabeth Hellinx (1612-1635) en daarna met Apollonia Seleijns (1625-1670). Van hun kinderen erfde dochter Maria Loten het Spaanse Huijs bij de verdeling van de nalatenschap in 1677, zn. van Carel Loten en Maria de Hem, geb. te Amsterdam [nl] op 1 okt 1612, ovl. (63 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 10 mei 1676, tr. (1) met Elisabeth Hellinx, geb. in 1612, ovl. (ongeveer 23 jaar oud) in 1635. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2).
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 18 jaar oud) te Sloten [nh] op 19 aug 1681
met
Duyfje van de Poll, dr. van Harmen van de Poll en Bregje Hooft, geb. in 1663, ovl. (ongeveer 75 jaar oud) in 1738.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Apollonia | *1683 | | †1761 | | 78 | 1 | 1 |
| 2 | Bregje | *1692 | | †1760 | | 68 | 1 | 2 |
>
Duyfje van de Poll
Duyfje van de Poll, geb. in 1663, ovl. (ongeveer 75 jaar oud) in 1738.
- Vader:
Harmen van de Poll secretaris van Amsterdam, zn. van Jan Harmenszn. van de Poll en Duijfje van Gerwen, geb. te Amsterdam [nl] in 1640, ged. te Amsterdam [nl] op 26 feb 1640, ovl. (ongeveer 32 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 5 jan 1673, tr. (resp. ongeveer 22 en 22 jaar oud) op 2 jan 1663.
tr. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 23 jaar oud) te Sloten [nh] op 19 aug 1681
met
Jacob Loten, zn. van Johannes Loten en Apollonia Willemsdr. Selijns, geb. in 1658, ovl. (ongeveer 76 jaar oud) in 1734.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Apollonia | *1683 | | †1761 | | 78 | 1 | 1 |
| 2 | Bregje | *1692 | | †1760 | | 68 | 1 | 2 |
>
Johannes Loten
Johannes Loten Jean Loten (1612-1676) was geboren in Amsterdam maar zijn vader Charles Loten kwam uit Brugge. Charles Loten was een rijk, vooraanstaand koopman in Amsterdam. Hij bezat een buitenplaats aan de Volgerweg in de Beemster waar Joost van den Vondel regelmatig logeerde wat hem inspireerde tot zijn Lofzang op de Beemster. Zoon Jean was hoofdingeland van de Beemster en dijkgraaf vanaf 1666. Hij erfde de hofstede aan de Volgerweg van zijn vader. Jean Loten trouwde eerst met Elisabeth Hellinx (1612-1635) en daarna met Apollonia Seleijns (1625-1670). Van hun kinderen erfde dochter Maria Loten het Spaanse Huijs bij de verdeling van de nalatenschap in 1677, geb. te Amsterdam [nl] op 1 okt 1612, ovl. (63 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 10 mei 1676.
- Moeder:
Maria de Hem, geb. te Norwich (Gb) [nf] in 1585.
tr. (1)
met
Elisabeth Hellinx, geb. in 1612, ovl. (ongeveer 23 jaar oud) in 1635.
tr. (2)
met
Apollonia Willemsdr. Selijns, dr. van Willem Selijns en Susanna Rijckaert, geb. in 1625, ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 1 feb 1670.
Uit dit huwelijk 7 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Guilielmus | *1644 | Amsterdam [nl] | | | | 1 | 6 |
| 2 | Joan | *1646 | Amsterdam [nl] | †1724 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 2 |
| 3 | Abraham | *1647 | Amsterdam [nl] | †1727 | | 79 | 1 | 2 |
| 4 | Maria | *1652 | Amsterdam [nl] | 1700 | Amsterdam [nl] | 48 | 1 | 1 |
| 5 | Jacob | *1658 | | †1734 | | 76 | 1 | 2 |
| 6 | Constantia | *1663 | Amsterdam [nl] | 1710 | Amsterdam [nl] | 47 | 1 | 2 |
| 7 | Susanna | *1666 | Amsterdam [nl] | | | | 2 | 1 |
>
Apollonia Selijns
Apollonia Willemsdr. Selijns, geb. in 1625, ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 1 feb 1670.
tr.
met
Johannes Loten Jean Loten (1612-1676) was geboren in Amsterdam maar zijn vader Charles Loten kwam uit Brugge. Charles Loten was een rijk, vooraanstaand koopman in Amsterdam. Hij bezat een buitenplaats aan de Volgerweg in de Beemster waar Joost van den Vondel regelmatig logeerde wat hem inspireerde tot zijn Lofzang op de Beemster. Zoon Jean was hoofdingeland van de Beemster en dijkgraaf vanaf 1666. Hij erfde de hofstede aan de Volgerweg van zijn vader. Jean Loten trouwde eerst met Elisabeth Hellinx (1612-1635) en daarna met Apollonia Seleijns (1625-1670). Van hun kinderen erfde dochter Maria Loten het Spaanse Huijs bij de verdeling van de nalatenschap in 1677, zn. van Carel Loten en Maria de Hem, geb. te Amsterdam [nl] op 1 okt 1612, ovl. (63 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 10 mei 1676, tr. (1) met Elisabeth Hellinx. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk 7 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Guilielmus | *1644 | Amsterdam [nl] | | | | 1 | 6 |
| 2 | Joan | *1646 | Amsterdam [nl] | †1724 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 2 |
| 3 | Abraham | *1647 | Amsterdam [nl] | †1727 | | 79 | 1 | 2 |
| 4 | Maria | *1652 | Amsterdam [nl] | 1700 | Amsterdam [nl] | 48 | 1 | 1 |
| 5 | Jacob | *1658 | | †1734 | | 76 | 1 | 2 |
| 6 | Constantia | *1663 | Amsterdam [nl] | 1710 | Amsterdam [nl] | 47 | 1 | 2 |
| 7 | Susanna | *1666 | Amsterdam [nl] | | | | 2 | 1 |
>
Dirck Loten
Dirck Nicolaasz. Loten, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Leiden [zh] in 1623, begr. te Leiden [zh] in de Pieterskerk op 10 jun 1623.
tr.
met
Margaretha van Assenburgh.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Carel | *1584 | Brugge [wv] | †1652 | Heemstede [nh] | 67 | 3 | 2 |
| 2 | Maarten | *1586 | Brugge [wv] | 1649 | Amsterdam [nl] | 63 | 1 | 2 |
| 3 | Nicolaas | | | | | | 1 | 1 |
>
Margaretha van Assenburgh
Margaretha van Assenburgh.
tr.
met
Dirck Nicolaasz. Loten, geb. circa 1545, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Leiden [zh] in 1623, begr. te Leiden [zh] in de Pieterskerk op 10 jun 1623.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Carel | *1584 | Brugge [wv] | †1652 | Heemstede [nh] | 67 | 3 | 2 |
| 2 | Maarten | *1586 | Brugge [wv] | 1649 | Amsterdam [nl] | 63 | 1 | 2 |
| 3 | Nicolaas | | | | | | 1 | 1 |
>
Arnoudina Aerssen van Juchem
Arnoudina Aerssen van Juchem, geb. op 10 nov 1685, ovl. (90 jaar oud) te Utrecht [ut] op 5 dec 1775.
tr. (resp. 24 en 30 jaar oud) te Wijk Bij Duurstede [ge] op 7 mrt 1710
met
Joan Karel Loten, zn. van Joan Loten en Constantia Hoeufft, geb. te Amsterdam [nl] op 19 nov 1679, ovl. (84 jaar oud) te Utrecht [ut] op 1 dec 1763, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joan | *1710 | Maartensdijk [ut] | †1789 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 1 |
| 2 | Arnoud | *1719 | | †1801 | | 82 | 1 | 2 |
>
Joan Karel Loten
Joan Karel Loten, geb. te Amsterdam [nl] op 19 nov 1679, ovl. (84 jaar oud) te Utrecht [ut] op 1 dec 1763, begr. te Utrecht [ut] in de Jacobikerk.
tr. (resp. 30 en 24 jaar oud) te Wijk Bij Duurstede [ge] op 7 mrt 1710
met
Arnoudina Aerssen van Juchem, dr. van Cornelis Aerssen van Juchem en Emilia Schade van Westrum, geb. op 10 nov 1685, ovl. (90 jaar oud) te Utrecht [ut] op 5 dec 1775.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Joan | *1710 | Maartensdijk [ut] | †1789 | Utrecht [ut] | 78 | 1 | 1 |
| 2 | Arnoud | *1719 | | †1801 | | 82 | 1 | 2 |
>
Joan Gideon Willem Karel van der Brugghen van Croÿ
Joan Gideon Willem Karel (Joan Gideon Willem Carel) van der Brugghen van Croÿ (van der Brugghen), geb. te Utrecht [ut] op 8 sep 1783, ovl. (42 jaar oud) te Utrecht [ut] op 24 jun 1826.
tr. (resp. 21 en 17 jaar oud) te Utrecht [ut] op 17 feb 1805
met
Arnoudina Berendina Wilhelmina (Arnaudina Berendina Wilhelmina) van Westreenen (van Westrenen), dr. van Nicolaes van Westrenen en Cornelia van der Hoop, geb. te Utrecht [ut] op 15 sep 1787, ged. te Utrecht [ut] op 23 sep 1787, ovl. (50 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 nov 1837.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Caroline | *1806 | Utrecht [ut] | †1844 | Utrecht [ut] | 37 | 1 | 3 |
>
Arnoudina Berendina Wilhelmina van Westreenen
Arnoudina Berendina Wilhelmina (Arnaudina Berendina Wilhelmina) van Westreenen (van Westrenen), geb. te Utrecht [ut] op 15 sep 1787, ged. te Utrecht [ut] op 23 sep 1787, ovl. (50 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 17 nov 1837.
tr. (resp. 17 en 21 jaar oud) te Utrecht [ut] op 17 feb 1805
met
Joan Gideon Willem Karel (Joan Gideon Willem Carel) van der Brugghen van Croÿ (van der Brugghen), zn. van Joan Carel Gideon van der Brugghen van Croÿ en Margaretha Geertruida Falck, geb. te Utrecht [ut] op 8 sep 1783, ovl. (42 jaar oud) te Utrecht [ut] op 24 jun 1826.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Caroline | *1806 | Utrecht [ut] | †1844 | Utrecht [ut] | 37 | 1 | 3 |
>
Johan Blesius
Johan Blesius.
tr.
met
Christiana Diemer.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Deliana | ~1693 | Kaap de Goede Hoop | | | | 1 | 3 |
>