Website van Leo HENDRIKS
Christina Rutgers
Christina Rutgers Bij haar huwelijk is zij geassisteerd met David Rutgers haar vader, ONA Utrecht U110 A 7, akte 203 Op 10-5-1705 maakt Christina Rutgers wed. Marten Looten, wonende te Utr. Oudegraft tussen Viebrug en Jacobibrug een testament waarin genoemd haar dochter Susanna huisvrouw van Gijsbert van Antwerpen, begr. te Amsterdam (Nieuwe Kerk) In het begraafregister wordt zij genoemd de weduwe van Martte Loote van Uijtert(=Utrecht) op 26-07-1707, geb. in 1627, ovl. (ongeveer 80 jaar oud) in 1707.

tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1652
met

Maarten Loten erfde in 1678 de buitenplaats Roosenburgh in de Watergraafsmeer, ovl. voor 03-07-1675 ONA Utrecht U80 A 4 akte 198 In deze akte van 3-7-1675 wordt Christina Rutgers genoemd als weduwe van Marten Looten, zn. van Maarten Loten en Cecilia Govertsdr. Lups, geb. te Amsterdam [nl] op 23 sep 1626, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1686.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna*1656  †1724 Utrecht [ut] 67


Maarten Loten
Maarten Loten erfde in 1678 de buitenplaats Roosenburgh in de Watergraafsmeer, ovl. voor 03-07-1675 ONA Utrecht U80 A 4 akte 198 In deze akte van 3-7-1675 wordt Christina Rutgers genoemd als weduwe van Marten Looten, geb. te Amsterdam [nl] op 23 sep 1626, ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1686.

tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Amsterdam [nl] in 1652
met

Christina Rutgers Bij haar huwelijk is zij geassisteerd met David Rutgers haar vader, ONA Utrecht U110 A 7, akte 203 Op 10-5-1705 maakt Christina Rutgers wed. Marten Looten, wonende te Utr. Oudegraft tussen Viebrug en Jacobibrug een testament waarin genoemd haar dochter Susanna huisvrouw van Gijsbert van Antwerpen, begr. te Amsterdam (Nieuwe Kerk) In het begraafregister wordt zij genoemd de weduwe van Martte Loote van Uijtert(=Utrecht) op 26-07-1707, dr. van David Rutgers en Susanna de Flines, geb. in 1627, ovl. (ongeveer 80 jaar oud) in 1707.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna*1656  †1724 Utrecht [ut] 67


Maarten Loten
Maarten Loten, geb. te Brugge [wv] circa 1586, koopman te Amsterdam, vanaf 1629 in compagnie met Jacob van Hummel, bovendien penningmeester van de Meggerzee in Holstein, woonde eerst op Oudezijds Voorburgwal, later op de Keizersgracht.  Hij is in 1632 geportretteerd door Rembrandt  Zie J.G. van Dillen, 'Marten Looten en zijn portret', in: Tijdschrift voor geschiedenis 54 (1939) 181-190 (Los Angeles County Museum of Art, begr. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk op 4 nov 1649.

otr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 22 jaar oud) te Amsterdam [nl] DTB 668, p.121 op 7 okt 1617, tr.
met

Cecilia Govertsdr. Lups, dr. van Govert Lups, geb. circa 1595, begr. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk op 28 nov 1665.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maarten*1626 Amsterdam [nl] †1686 Amsterdam [nl] 59
Govert*1628  †1678  50


Cecilia Lups
Cecilia Govertsdr. Lups, geb. circa 1595, begr. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk op 28 nov 1665.

otr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 31 jaar oud) te Amsterdam [nl] DTB 668, p.121 op 7 okt 1617, tr.
met

Maarten Loten, zn. van Dirck Nicolaasz. Loten en Margaretha van Assenburgh, geb. te Brugge [wv] circa 1586, koopman te Amsterdam, vanaf 1629 in compagnie met Jacob van Hummel, bovendien penningmeester van de Meggerzee in Holstein, woonde eerst op Oudezijds Voorburgwal, later op de Keizersgracht.  Hij is in 1632 geportretteerd door Rembrandt  Zie J.G. van Dillen, 'Marten Looten en zijn portret', in: Tijdschrift voor geschiedenis 54 (1939) 181-190 (Los Angeles County Museum of Art, begr. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk op 4 nov 1649.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maarten*1626 Amsterdam [nl] †1686 Amsterdam [nl] 59
Govert*1628  †1678  50


Jasper de Flines
Jasper de Flines, geb. te Amsterdam [nl] op 27 okt 1629, ovl. (51 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 5 jan 1681.

tr. (resp. 25 en 24 jaar oud) te Schiedam [zh] op 31 jan 1655
met

Aafje Ghijsen, dr. van Jacob Simonszn. Ghijsen en Elisabeth Alewijn, geb. te Schiedam [zh] op 22 aug 1630, ovl. (48 jaar oud) te Amsterdam [nl], begr. te Amsterdam [nl] op 12 aug 1679.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1657 Amsterdam [nl] †1714 Amsterdam [nl] 56


Aafje Ghijsen
Aafje Ghijsen, geb. te Schiedam [zh] op 22 aug 1630, ovl. (48 jaar oud) te Amsterdam [nl], begr. te Amsterdam [nl] op 12 aug 1679.

tr. (resp. 24 en 25 jaar oud) te Schiedam [zh] op 31 jan 1655
met

Jasper de Flines, zn. van Gilbert de Flines en Anna Cornelisdr. van Grootewaal, geb. te Amsterdam [nl] op 27 okt 1629, ovl. (51 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 5 jan 1681.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1657 Amsterdam [nl] †1714 Amsterdam [nl] 56


Jacob Ghijsen
Jacob Simonszn. Ghijsen.

tr.
met

Elisabeth Alewijn.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aafje*1630 Schiedam [zh] 1679 Amsterdam [nl] 48
Maria*1629  †1672  43


Elisabeth Alewijn
Elisabeth Alewijn.

tr.
met

Jacob Simonszn. Ghijsen.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aafje*1630 Schiedam [zh] 1679 Amsterdam [nl] 48
Maria*1629  †1672  43


Jacob de Flines
Jacob de Flines, geb. te Amsterdam [nl] op 16 okt 1657, ged. (20 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 24 jul 1678, ovl. (56 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 jun 1714.

tr. (resp. 22 en 19 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 6 okt 1680
met

Anna de Flines, dr. van Sybrand de Flines en Maria Ghijsen, geb. te Amsterdam [nl] op 12 jul 1661, ovl. (51 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 15 mei 1713.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1694 Amsterdam [nl] †1760 Amsterdam [nl] 66


Anna de Flines
Anna de Flines, geb. te Amsterdam [nl] op 12 jul 1661, ovl. (51 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 15 mei 1713.

tr. (resp. 19 en 22 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 6 okt 1680
met

Jacob de Flines, zn. van Jasper de Flines en Aafje Ghijsen, geb. te Amsterdam [nl] op 16 okt 1657, ged. (20 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 24 jul 1678, ovl. (56 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 jun 1714.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1694 Amsterdam [nl] †1760 Amsterdam [nl] 66


Sybrand de Flines
Sybrand de Flines, geb. te Amsterdam [nl] op 30 jun 1623, ovl. (74 jaar oud) te Utrecht [ut] op 21 jul 1697.

tr. (resp. 23 en ongeveer 17 jaar oud) (1) te Schiedam [zh] op 12 mei 1647
met

Maria Ghijsen, dr. van Jacob Simonszn. Ghijsen en Elisabeth Alewijn, geb. in 1629, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) in 1672.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1661 Amsterdam [nl] †1713 Amsterdam [nl] 51

tr. (resp. 51 en 44 jaar oud) (2) op 9 sep 1674
met

Agnes Block, dr. van Arend Block en Ida Rutgers, geb. te Emmerich [nw, Duitsland] op 29 okt 1629, Kweekster van bijzondere planten en bloemen. Block, Agneta (1629-1704)
knaw.nl
BLOCK, Agneta (geb. Emmerich 29-10-1629 – gest. Amsterdam 20-4-1704), botaniste, verzamelaarster, mecenas, tekenares, papierkunstenares. Dochter van Arend Block (1582/89-vóór 12-9-1646 ), lakenhandelaar, en Ida Rutgers (gest. vóór 12-9-1646). Agneta Block trouwde (1) op 2-5-1649 in Amsterdam met Hans de Wolff (1613-1670), zijdehandelaar; (2) op 9-9-1674 in Amsterdam met Sijbrand de Flines (1623-1697), zijdehandelaar. Beide huwelijken bleven kinderloos.
Agneta (Agnes) Block werd op 29 oktober 1629 geboren in het Duitse Emmerich, in een welvarende, doopsgezinde familie die haar fortuin had vergaard in de textielhandel. Ze had twee broers en twee zusters en was het op een na jongste kind. Haar ouders moeten allebei tussen 1632 en 1646 zijn gestorven. Na hun dood werd Agnes, waarschijnlijk samen met haar zussen, ondergebracht in het gezin van David Rutgers, de broer van haar moeder, en diens vrouw Susanna de Flines. Zij woonden in Amsterdam aan het Singel.
Agnes moet een serieus meisje zijn geweest dat ‘zonder wulps vermaak te zoeken’ het liefst in haar kamer zat te lezen. Dit valt op te maken uit ‘Mayboom voor Joan de Wolf, en Agnes Block’, het huwelijksgedicht dat Joost van den Vondel maakte toen zij op 2 mei 1649 trouwde met zijn neef, de doopsgezinde weduwnaar Hans de Wolff (Werken van Vondel 5, 458, r. 9). Het gedicht was opgenomen in het (niet bewaard gebleven) bundeltje met liedjes en gedichten dat voor de bruiloft was gedrukt onder de titel Bloemekrans ter bruiloft van den E. bruidegom Joan de Wolf en d’E. bruyd Agnes Block. Ook werd er een gouden huwelijkspenning gemaakt, waarbij Vondel eveneens een aantal regels dichtte.
Agnes Block en Vondel
Na haar huwelijk verhuisde Agnes Block naar de Warmoesstraat, waar haar echtgenoot en diens zoontje woonden in De Vergulde Wolff en waar ook Wolffs handel in zijden stoffen was gevestigd. Vondel woonde in dezelfde straat. Volgens zijn biograaf Gerard Brandt placht Vondel bij hen ‘alle weken, des vrijdags ’s middags, ter maaltijd te gaan, wel veertien of vijftien jaren lang: ook na zijn [: Hans’] dood bij de weduwe’ (Brandt, 85). De vriendschap tussen Vondel en Agnes Block, die door Brandt ‘een grote liefhebster van alle nutte wetenschappen en edele kunsten, inzonderheid der poëzie, schilder- teken- en prentkunst’ wordt genoemd, was hecht. Vondel vond ‘in zijnen ouderdom nergens groter vermaak dan in haar gezelschap en gesprek’ (Brandt, 85). Hun wederzijdse genegenheid blijkt ook uit het feit dat Vondel haar zijn portret en een aantal boeken schonk die zij ‘onder haar papieren schatten te zijner gedachtenisse’ bewaarde (Brandt, 85). Ook schreef Vondel verschillende gedichten voor haar. In dat voor haar 39ste verjaardag (1668) valt te lezen dat Agnes Block haar dagen vulde met studeren, lezen, tekenen, aquarelleren en boetseren. Bij het tekenen had zij blijkbaar een voorkeur voor ‘bloemperk’ en ‘prieel’, zaken die in haar leven een belangrijke rol zouden gaan spelen.
Aankoop van een buitenplaats aan de Vecht en tweede huwelijk
In 1668 namen Agnes Block en haar echtgenoot hun intrek in een huis aan de Herengracht (thans nummer 162), waar De Wolff in februari 1670 overleed. In juli van dat jaar kocht de weduwe een hofstede met land aan de Vecht in Loenen, een omgeving waar vele rijke doopsgezinde Amsterdammers een buitenhuis hadden. Hier liet zij de buitenplaats Vijverhof aanleggen, bestaande uit een hoofdhuis, oranjerie en andere bijgebouwen, boomgaarden, sier- en moestuinen, lanen en vijvers. De oorlog van 1672 zou de werkzaamheden vertragen, zoals blijkt uit het huwelijksgedicht dat de dichter Joachim Oudaen maakte toen Agnes Block in 1674 opnieuw trouwde. Haar tweede echtgenoot, Sijbrand de Flines, was eveneens een welgestelde doopsgezinde zijdehandelaar en een neef van haar pleegmoeder Susanna de Flines. Uit een eerder huwelijk had hij twee dochters. Weer schreef onder anderen Vondel enkele huwelijksgedichten. Een ervan verwijst naar Agnes’ liefde voor planten en bloemen, die zij zelf met de schaar nabootste in haar papierknipkunst.
Bij de ondertrouw had Agnes Block aangegeven op de Keizersgracht te wonen, maar waarschijnlijk vestigde het gezin zich in Blocks huis op de Herengracht. Een groot deel van hun tijd brachten zij echter door aan de Vecht, waar zij uiteindelijk permanent zouden gaan wonen, zoals blijkt uit haar testament van 1694. In 1699, twee jaar na de dood van Sijbrand de Flines, verhuurde Agnes Block het huis aan de Herengracht aan een familielid. Wel hield zij er een kamer als pied-à-terre.
Botanie en verzameling
Op Vijverhof ontpopte Agnes Block zich tot een bekwaam kweekster van zeldzame en uitheemse planten. De honderden planten- en bloemensoorten in haar tuinen en oranjerie kwamen uit alle windstreken. Sommige waren als zaad direct geïmporteerd uit het verre Oosten of Amerika, andere had zij verkregen door uitwisseling met botanisten in binnen- en buitenland, onder wie Lelio Trionfetti, hoogleraar in de botanie in Bologna. Dichter bij huis wisselde zij veel uit met Paul Hermann van de Hortus te Leiden. Zij had eveneens contact met Jan Commelin, een van de oprichters van de Amsterdamse Hortus waarvoor zij onder meer een Euphorbia nerrifolia beschikbaar stelde. Vijverhof met zijn tuinen trok ook buitenlandse bezoekers, zoals de Duitse medicus Z.C. von Uffenbach.
Agnes Block was de eerste botanicus in de Republiek die erin slaagde een vruchtdragende ananasplant te kweken. Ze was hier kennelijk zo trots op dat zij zich tweemaal met een ananas liet afbeelden. De eerste keer was op een portret van haarzelf, Sijbrand en twee kinderen, mogelijk twee nichtjes, rond 1694 door Jan Weenix geschilderd. Behalve met haar familie, presenteerde Agnes Block zichzelf hier met alles wat voor haar belangrijk was: op de achtergrond Vijverhof, in het midden een volière, links voor de ananas, daarnaast een zeldzame cactus, en rechts voorwerpen uit haar (rariteiten-)verzameling, zoals schelpen, opgezette vlinders, beelden, een tekening van een vogel, boeken en een schilderij. Op een zilveren penning uit 1700 liet ze zich voor de tweede maal met een ananas vereeuwigen. Aan de voorzijde staan haar portret en naam, en de vermelding ‘Flora Batava’. De keerzijde toont de godin Flora, Vijverhof, een ananas en een Latijns opschrift dat vertaald luidt: ‘Kunst en arbeid vermogen waar de natuur in gebreke blijft’. In 1702 bezong achterneef Gualtherius Blok haar Vijverhof in een lofdicht, dat net als het schilderij een goed beeld geeft van de buitenplaats en de verzamelingen die zich daar bevonden.
De collectie gedocumenteerd
Agnes Block benaderde de botanie op een wetenschappelijke manier. Ze bezat vakliteratuur in allerlei talen, hoewel ze aan Trionfetti in Bologna schrijft dat ze haar boeken in het Latijn, Italiaans en Frans niet kon lezen, maar slechts gebruikte voor de afbeeldingen en namen. Bovendien liet zij haar eigen verzameling nauwkeurig documenteren. Zo’n twintig kunstenaars, specialisten in het afbeelden van botanische en zoölogische objecten, kregen de opdracht de door haar gekweekte planten en bloemen, en ook haar vogels, naar het leven vast te leggen in honderden aquarellen. Onder hen waren Herman Saftleven, Pieter en Alida Withoos, Maria Sybilla Merian en haar dochter Johanna Herolts-Graff, Pieter Holsteijn, Maria Moninckx en Johannes Bronkhorst. Uit de exact gedateerde tekeningen van bijvoorbeeld Saftleven valt op te maken dat de kunstenaars soms voor langere tijd op Vijverhof verbleven. De tekeningen, verdeeld over een aantal boeken, werden na Agnes Blocks dood gekocht door Valerius Röver uit Delft en zijn later verspreid geraakt. Dankzij de catalogus die Röver in 1730 van zijn collectie maakte, is bekend welke planten en bloemen Agnes Block liet voorstellen en door wie. Soms schreef ze op de (achterkant van de) tekeningen de naam van de voorgestelde planten en dieren, of van de maker van de aquarel. Twee strookjes papier in een bloemenboek in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, met instructies voor de kunstenaar, maken duidelijk dat zij precies opgaf wat ze wilde.
Testamenten en overlijden
Tot het einde van haar leven bleef Agnes Block worstelen met haar nalatenschap. Meer dan tien keer wijzigde zij haar testament en codicillen. Neven en nichten kwamen in en raakten uit de gratie. Daarbij lijken naar haarzelf vernoemde nichtjes of stiefkleinkinderen een voorkeursbehandeling te hebben gekregen. In haar testament van 1694 regelde Agnes wie van haar erfgenamen na haar dood Vijverhof zou mogen kopen. Deze persoon zou dan ook ‘alle haar, testatrices, kunst van vogeltjes, planten, kruiden ende andere gewassen, met waterverf gedaan of geschilderd, om bij de voors. hofstede te verblijven’ erven (gecit. naar Van der Graft, 92). Haar echtgenoot Sijbrand de Flines, op dat moment nog in leven, zou na haar dood nog een of twee jaar op Vijverhof mogen blijven wonen – iets dat niet gebeurde omdat zij hem overleefde.
Agnes Block stierf op 20 april 1704, in het huis van haar nichtje Ida de Neufville en haar man aan de Keizersgracht, in de leeftijd van 74 jaar. Zij werd begraven in de Oude Kerk. Na haar overlijden werd een, thans niet meer bekende, zilveren begrafenispenning gemaakt. Literator Ludolf Smids schreef een rouwklacht op haar dood.
Omdat geen van haar neven en nichten de buitenplaats wilde kopen, werd Vijverhof verkocht. De tuinen verdwenen in de loop van de achttiende eeuw en in 1813 werd het huis gesloopt. De meeste roerende zaken werden eveneens verkocht en raakten verspreid. Valerius Röver kocht behalve de bloemboeken en het vogelboek, ook de meeste schilderijen uit Blocks verzameling. Van haar eigen knipsels en tekeningen is voorzover bekend niets bewaard gebleven.
Naslagwerken
Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen.
Archivalia
•Stadsarchief Amsterdam: DTB, begraven (Oude Kerk), d.d. 25-04-1704 [Agneta Block].
•Van der Graft (1943) noemt een groot aantal archivalia (deels getranscribeerd) betreffende Agnes Block: o.a. huwelijkscontracten, aankoop van het landgoed, testamenten etc. Zie ook Oorkonden over Vondel en zijn kring met een uittreksel van het testament van Agnes Block van 1704 en (een deel van) de inventaris van Agnes Block opgemaakt na haar dood.
Literatuur
•G. Brandt, Leven van Vondel (Amsterdam 1682; herdr. 1986) 72, 73, 85.
•G. Blok, Vyver-hof van Agneta Blok (Amsterdam 1702) [opgenomen in Van der Graft 1943, 113-115, met afbeelding].
•L. Smids, Rouwklachte over het schielyk afsterven van Juffr. Agnes Block (Amsterdam 1704) (opgenomen als afbeelding in Van der Graft 1943).
•J. Oudaen, ‘De huwelyksband van Sijbrand de Flines met Agnes Block’, in: idem, Poëzij, deel 2 (Amsterdam 1712) 352.
•Z.C. von Uffenbach, Merkwürdige Reisen durch Niedersachsen, Holland und Engelland, deel 3 (Ulm 1754) 612.
•Oorkonden over Vondel en zijn kring, J.F.M. Sterck ed. (Bussum 1918) 74, 135-137, 139, 341-343.
, J.F.M. Sterck e.a. ed, deel 5 (Amsterdam 1931) 25, 63, 458-461; deel 10 (Amsterdam 1937) 18-20, 199, 224-225, 307, 608-609, 666-667 [alle aan Agnes Block gewijde gedichten van Vondel].
•C. van der Graft, Agnes Block. Vondels nicht en vriendin (Utrecht 1943).
•C. van der Graft, ‘Agnes Block en haar liefde voor tropische gewassen’, Jaarboekje van Oud-Utrecht (1962) 117-124.
•J.J. Poelhekke en A.J.C. Oomen, ‘Elf brieven van Agnes Block in de Universiteitsbibliotheek te Bologna’, Mededelingen van het Nederlands Instituut te Rome 32 (1963-2) 2-28.
•W. Schulz, ‘Blumenzeichnungen von Herman Saftleven d.J.’, Zeitschrift für Kunstgeschichte 40 (1977) 135-153.
•P. Smit (red.), Engel’s Alphabetical list of Dutch zoological cabinets and menageries (Amsterdam 1986, 2e ed.), 32-33, nr. 155
E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735 (Zwolle/Amsterdam 1992),21, 217, 315.
•E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Tentoonstellingscatalogus Amsterdams Historisch Museum (Zwolle/Amsterdam 1992), 134-135.
•T. Coppens, ‘Agnes Block, vriendin van Vondel, op de Vijverhof aan de Vecht’, in: idem, Petite Histoire (Baarn 1997) 19-23, 70.
•E. Reitsma, Maria Sibylla Merian & dochters: vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap, (Zwolle 2008) 125-126, 228-231 en passim.
•J. Verhave en J. Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierkunst in Nederland (Zutphen 2008) 174.
•L. Missel, ‘Agnes Blok en Vijverhof’, in: Vrouwen in de botanie en kunst (http://library.wur.nl/alida/Alida_Frameset/alidaframeset_h3_1.htm) [geraadpleegd 20-11-2008].
•Agnes Block (1629-1704), Sybrand de Flines (1623-1697) en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, Online catalogus Amsterdams Historisch Museum (http://www.ahm.nl/schilderijen/) [geraadpleegd 20-11-2008].
Illustratie
Agnes Block, Sybrand de Flines en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, schilderij door Jan Weenix, ca. 1694 (Amsterdams Historisch Museum).
Auteur: Marloes Huiskamp
Biografienummer in 1001 Vrouwen: 296
laatst gewijzigd: 13/01/2014, ovl. (74 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 21 apr 1704, tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 36 jaar oud) (1) in 1649 met Hans de Wolff de Jonge, zn. van Hans de Wolff en Clementia van den Vondel, geb. in 1613, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1670. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Maria Ghijsen
Maria Ghijsen, geb. in 1629, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) in 1672.

tr. (resp. ongeveer 17 en 23 jaar oud) te Schiedam [zh] op 12 mei 1647
met

Sybrand de Flines, zn. van Gilbert de Flines en Anna Cornelisdr. van Grootewaal, geb. te Amsterdam [nl] op 30 jun 1623, ovl. (74 jaar oud) te Utrecht [ut] op 21 jul 1697, tr. (2) met Agnes Block. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1661 Amsterdam [nl] †1713 Amsterdam [nl] 51


Agnes Block
Agnes Block, geb. te Emmerich [nw, Duitsland] op 29 okt 1629, Kweekster van bijzondere planten en bloemen. Block, Agneta (1629-1704)
knaw.nl
BLOCK, Agneta (geb. Emmerich 29-10-1629 – gest. Amsterdam 20-4-1704), botaniste, verzamelaarster, mecenas, tekenares, papierkunstenares. Dochter van Arend Block (1582/89-vóór 12-9-1646 ), lakenhandelaar, en Ida Rutgers (gest. vóór 12-9-1646). Agneta Block trouwde (1) op 2-5-1649 in Amsterdam met Hans de Wolff (1613-1670), zijdehandelaar; (2) op 9-9-1674 in Amsterdam met Sijbrand de Flines (1623-1697), zijdehandelaar. Beide huwelijken bleven kinderloos.
Agneta (Agnes) Block werd op 29 oktober 1629 geboren in het Duitse Emmerich, in een welvarende, doopsgezinde familie die haar fortuin had vergaard in de textielhandel. Ze had twee broers en twee zusters en was het op een na jongste kind. Haar ouders moeten allebei tussen 1632 en 1646 zijn gestorven. Na hun dood werd Agnes, waarschijnlijk samen met haar zussen, ondergebracht in het gezin van David Rutgers, de broer van haar moeder, en diens vrouw Susanna de Flines. Zij woonden in Amsterdam aan het Singel.
Agnes moet een serieus meisje zijn geweest dat ‘zonder wulps vermaak te zoeken’ het liefst in haar kamer zat te lezen. Dit valt op te maken uit ‘Mayboom voor Joan de Wolf, en Agnes Block’, het huwelijksgedicht dat Joost van den Vondel maakte toen zij op 2 mei 1649 trouwde met zijn neef, de doopsgezinde weduwnaar Hans de Wolff (Werken van Vondel 5, 458, r. 9). Het gedicht was opgenomen in het (niet bewaard gebleven) bundeltje met liedjes en gedichten dat voor de bruiloft was gedrukt onder de titel Bloemekrans ter bruiloft van den E. bruidegom Joan de Wolf en d’E. bruyd Agnes Block. Ook werd er een gouden huwelijkspenning gemaakt, waarbij Vondel eveneens een aantal regels dichtte.
Agnes Block en Vondel
Na haar huwelijk verhuisde Agnes Block naar de Warmoesstraat, waar haar echtgenoot en diens zoontje woonden in De Vergulde Wolff en waar ook Wolffs handel in zijden stoffen was gevestigd. Vondel woonde in dezelfde straat. Volgens zijn biograaf Gerard Brandt placht Vondel bij hen ‘alle weken, des vrijdags ’s middags, ter maaltijd te gaan, wel veertien of vijftien jaren lang: ook na zijn [: Hans’] dood bij de weduwe’ (Brandt, 85). De vriendschap tussen Vondel en Agnes Block, die door Brandt ‘een grote liefhebster van alle nutte wetenschappen en edele kunsten, inzonderheid der poëzie, schilder- teken- en prentkunst’ wordt genoemd, was hecht. Vondel vond ‘in zijnen ouderdom nergens groter vermaak dan in haar gezelschap en gesprek’ (Brandt, 85). Hun wederzijdse genegenheid blijkt ook uit het feit dat Vondel haar zijn portret en een aantal boeken schonk die zij ‘onder haar papieren schatten te zijner gedachtenisse’ bewaarde (Brandt, 85). Ook schreef Vondel verschillende gedichten voor haar. In dat voor haar 39ste verjaardag (1668) valt te lezen dat Agnes Block haar dagen vulde met studeren, lezen, tekenen, aquarelleren en boetseren. Bij het tekenen had zij blijkbaar een voorkeur voor ‘bloemperk’ en ‘prieel’, zaken die in haar leven een belangrijke rol zouden gaan spelen.
Aankoop van een buitenplaats aan de Vecht en tweede huwelijk
In 1668 namen Agnes Block en haar echtgenoot hun intrek in een huis aan de Herengracht (thans nummer 162), waar De Wolff in februari 1670 overleed. In juli van dat jaar kocht de weduwe een hofstede met land aan de Vecht in Loenen, een omgeving waar vele rijke doopsgezinde Amsterdammers een buitenhuis hadden. Hier liet zij de buitenplaats Vijverhof aanleggen, bestaande uit een hoofdhuis, oranjerie en andere bijgebouwen, boomgaarden, sier- en moestuinen, lanen en vijvers. De oorlog van 1672 zou de werkzaamheden vertragen, zoals blijkt uit het huwelijksgedicht dat de dichter Joachim Oudaen maakte toen Agnes Block in 1674 opnieuw trouwde. Haar tweede echtgenoot, Sijbrand de Flines, was eveneens een welgestelde doopsgezinde zijdehandelaar en een neef van haar pleegmoeder Susanna de Flines. Uit een eerder huwelijk had hij twee dochters. Weer schreef onder anderen Vondel enkele huwelijksgedichten. Een ervan verwijst naar Agnes’ liefde voor planten en bloemen, die zij zelf met de schaar nabootste in haar papierknipkunst.
Bij de ondertrouw had Agnes Block aangegeven op de Keizersgracht te wonen, maar waarschijnlijk vestigde het gezin zich in Blocks huis op de Herengracht. Een groot deel van hun tijd brachten zij echter door aan de Vecht, waar zij uiteindelijk permanent zouden gaan wonen, zoals blijkt uit haar testament van 1694. In 1699, twee jaar na de dood van Sijbrand de Flines, verhuurde Agnes Block het huis aan de Herengracht aan een familielid. Wel hield zij er een kamer als pied-à-terre.
Botanie en verzameling
Op Vijverhof ontpopte Agnes Block zich tot een bekwaam kweekster van zeldzame en uitheemse planten. De honderden planten- en bloemensoorten in haar tuinen en oranjerie kwamen uit alle windstreken. Sommige waren als zaad direct geïmporteerd uit het verre Oosten of Amerika, andere had zij verkregen door uitwisseling met botanisten in binnen- en buitenland, onder wie Lelio Trionfetti, hoogleraar in de botanie in Bologna. Dichter bij huis wisselde zij veel uit met Paul Hermann van de Hortus te Leiden. Zij had eveneens contact met Jan Commelin, een van de oprichters van de Amsterdamse Hortus waarvoor zij onder meer een Euphorbia nerrifolia beschikbaar stelde. Vijverhof met zijn tuinen trok ook buitenlandse bezoekers, zoals de Duitse medicus Z.C. von Uffenbach.
Agnes Block was de eerste botanicus in de Republiek die erin slaagde een vruchtdragende ananasplant te kweken. Ze was hier kennelijk zo trots op dat zij zich tweemaal met een ananas liet afbeelden. De eerste keer was op een portret van haarzelf, Sijbrand en twee kinderen, mogelijk twee nichtjes, rond 1694 door Jan Weenix geschilderd. Behalve met haar familie, presenteerde Agnes Block zichzelf hier met alles wat voor haar belangrijk was: op de achtergrond Vijverhof, in het midden een volière, links voor de ananas, daarnaast een zeldzame cactus, en rechts voorwerpen uit haar (rariteiten-)verzameling, zoals schelpen, opgezette vlinders, beelden, een tekening van een vogel, boeken en een schilderij. Op een zilveren penning uit 1700 liet ze zich voor de tweede maal met een ananas vereeuwigen. Aan de voorzijde staan haar portret en naam, en de vermelding ‘Flora Batava’. De keerzijde toont de godin Flora, Vijverhof, een ananas en een Latijns opschrift dat vertaald luidt: ‘Kunst en arbeid vermogen waar de natuur in gebreke blijft’. In 1702 bezong achterneef Gualtherius Blok haar Vijverhof in een lofdicht, dat net als het schilderij een goed beeld geeft van de buitenplaats en de verzamelingen die zich daar bevonden.
De collectie gedocumenteerd
Agnes Block benaderde de botanie op een wetenschappelijke manier. Ze bezat vakliteratuur in allerlei talen, hoewel ze aan Trionfetti in Bologna schrijft dat ze haar boeken in het Latijn, Italiaans en Frans niet kon lezen, maar slechts gebruikte voor de afbeeldingen en namen. Bovendien liet zij haar eigen verzameling nauwkeurig documenteren. Zo’n twintig kunstenaars, specialisten in het afbeelden van botanische en zoölogische objecten, kregen de opdracht de door haar gekweekte planten en bloemen, en ook haar vogels, naar het leven vast te leggen in honderden aquarellen. Onder hen waren Herman Saftleven, Pieter en Alida Withoos, Maria Sybilla Merian en haar dochter Johanna Herolts-Graff, Pieter Holsteijn, Maria Moninckx en Johannes Bronkhorst. Uit de exact gedateerde tekeningen van bijvoorbeeld Saftleven valt op te maken dat de kunstenaars soms voor langere tijd op Vijverhof verbleven. De tekeningen, verdeeld over een aantal boeken, werden na Agnes Blocks dood gekocht door Valerius Röver uit Delft en zijn later verspreid geraakt. Dankzij de catalogus die Röver in 1730 van zijn collectie maakte, is bekend welke planten en bloemen Agnes Block liet voorstellen en door wie. Soms schreef ze op de (achterkant van de) tekeningen de naam van de voorgestelde planten en dieren, of van de maker van de aquarel. Twee strookjes papier in een bloemenboek in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, met instructies voor de kunstenaar, maken duidelijk dat zij precies opgaf wat ze wilde.
Testamenten en overlijden
Tot het einde van haar leven bleef Agnes Block worstelen met haar nalatenschap. Meer dan tien keer wijzigde zij haar testament en codicillen. Neven en nichten kwamen in en raakten uit de gratie. Daarbij lijken naar haarzelf vernoemde nichtjes of stiefkleinkinderen een voorkeursbehandeling te hebben gekregen. In haar testament van 1694 regelde Agnes wie van haar erfgenamen na haar dood Vijverhof zou mogen kopen. Deze persoon zou dan ook ‘alle haar, testatrices, kunst van vogeltjes, planten, kruiden ende andere gewassen, met waterverf gedaan of geschilderd, om bij de voors. hofstede te verblijven’ erven (gecit. naar Van der Graft, 92). Haar echtgenoot Sijbrand de Flines, op dat moment nog in leven, zou na haar dood nog een of twee jaar op Vijverhof mogen blijven wonen – iets dat niet gebeurde omdat zij hem overleefde.
Agnes Block stierf op 20 april 1704, in het huis van haar nichtje Ida de Neufville en haar man aan de Keizersgracht, in de leeftijd van 74 jaar. Zij werd begraven in de Oude Kerk. Na haar overlijden werd een, thans niet meer bekende, zilveren begrafenispenning gemaakt. Literator Ludolf Smids schreef een rouwklacht op haar dood.
Omdat geen van haar neven en nichten de buitenplaats wilde kopen, werd Vijverhof verkocht. De tuinen verdwenen in de loop van de achttiende eeuw en in 1813 werd het huis gesloopt. De meeste roerende zaken werden eveneens verkocht en raakten verspreid. Valerius Röver kocht behalve de bloemboeken en het vogelboek, ook de meeste schilderijen uit Blocks verzameling. Van haar eigen knipsels en tekeningen is voorzover bekend niets bewaard gebleven.
Naslagwerken
Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen.
Archivalia
•Stadsarchief Amsterdam: DTB, begraven (Oude Kerk), d.d. 25-04-1704 [Agneta Block].
•Van der Graft (1943) noemt een groot aantal archivalia (deels getranscribeerd) betreffende Agnes Block: o.a. huwelijkscontracten, aankoop van het landgoed, testamenten etc. Zie ook Oorkonden over Vondel en zijn kring met een uittreksel van het testament van Agnes Block van 1704 en (een deel van) de inventaris van Agnes Block opgemaakt na haar dood.
Literatuur
•G. Brandt, Leven van Vondel (Amsterdam 1682; herdr. 1986) 72, 73, 85.
•G. Blok, Vyver-hof van Agneta Blok (Amsterdam 1702) [opgenomen in Van der Graft 1943, 113-115, met afbeelding].
•L. Smids, Rouwklachte over het schielyk afsterven van Juffr. Agnes Block (Amsterdam 1704) (opgenomen als afbeelding in Van der Graft 1943).
•J. Oudaen, ‘De huwelyksband van Sijbrand de Flines met Agnes Block’, in: idem, Poëzij, deel 2 (Amsterdam 1712) 352.
•Z.C. von Uffenbach, Merkwürdige Reisen durch Niedersachsen, Holland und Engelland, deel 3 (Ulm 1754) 612.
•Oorkonden over Vondel en zijn kring, J.F.M. Sterck ed. (Bussum 1918) 74, 135-137, 139, 341-343.
, J.F.M. Sterck e.a. ed, deel 5 (Amsterdam 1931) 25, 63, 458-461; deel 10 (Amsterdam 1937) 18-20, 199, 224-225, 307, 608-609, 666-667 [alle aan Agnes Block gewijde gedichten van Vondel].
•C. van der Graft, Agnes Block. Vondels nicht en vriendin (Utrecht 1943).
•C. van der Graft, ‘Agnes Block en haar liefde voor tropische gewassen’, Jaarboekje van Oud-Utrecht (1962) 117-124.
•J.J. Poelhekke en A.J.C. Oomen, ‘Elf brieven van Agnes Block in de Universiteitsbibliotheek te Bologna’, Mededelingen van het Nederlands Instituut te Rome 32 (1963-2) 2-28.
•W. Schulz, ‘Blumenzeichnungen von Herman Saftleven d.J.’, Zeitschrift für Kunstgeschichte 40 (1977) 135-153.
•P. Smit (red.), Engel’s Alphabetical list of Dutch zoological cabinets and menageries (Amsterdam 1986, 2e ed.), 32-33, nr. 155
E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735 (Zwolle/Amsterdam 1992),21, 217, 315.
•E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Tentoonstellingscatalogus Amsterdams Historisch Museum (Zwolle/Amsterdam 1992), 134-135.
•T. Coppens, ‘Agnes Block, vriendin van Vondel, op de Vijverhof aan de Vecht’, in: idem, Petite Histoire (Baarn 1997) 19-23, 70.
•E. Reitsma, Maria Sibylla Merian & dochters: vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap, (Zwolle 2008) 125-126, 228-231 en passim.
•J. Verhave en J. Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierkunst in Nederland (Zutphen 2008) 174.
•L. Missel, ‘Agnes Blok en Vijverhof’, in: Vrouwen in de botanie en kunst (http://library.wur.nl/alida/Alida_Frameset/alidaframeset_h3_1.htm) [geraadpleegd 20-11-2008].
•Agnes Block (1629-1704), Sybrand de Flines (1623-1697) en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, Online catalogus Amsterdams Historisch Museum (http://www.ahm.nl/schilderijen/) [geraadpleegd 20-11-2008].
Illustratie
Agnes Block, Sybrand de Flines en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, schilderij door Jan Weenix, ca. 1694 (Amsterdams Historisch Museum).
Auteur: Marloes Huiskamp
Biografienummer in 1001 Vrouwen: 296
laatst gewijzigd: 13/01/2014, ovl. (74 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 21 apr 1704.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 36 jaar oud) (1) in 1649
met

Hans de Wolff de Jonge, zn. van Hans de Wolff en Clementia van den Vondel, geb. in 1613, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1670, otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 19 jaar oud) (1) te Amsterdam [nl] op 20 feb 1643, tr. met Cornelia Block, dr. van Pieter Adriaenszn. Block en Cornelia Laurensdr. Schouten, geb. te Amsterdam [nl] circa 1623, ovl. (hoogstens 26 jaar oud) voor 1649. Uit dit huwelijk een zoon.

tr. (resp. 44 en 51 jaar oud) (2) op 9 sep 1674
met

Sybrand de Flines, zn. van Gilbert de Flines en Anna Cornelisdr. van Grootewaal, geb. te Amsterdam [nl] op 30 jun 1623, ovl. (74 jaar oud) te Utrecht [ut] op 21 jul 1697, tr. (1) met Maria Ghijsen, dr. van Jacob Simonszn. Ghijsen en Elisabeth Alewijn. Uit dit huwelijk een dochter.


Hans de Wolff de Jonge
Hans de Wolff de Jonge, geb. in 1613, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1670.

otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 19 jaar oud) (1) te Amsterdam [nl] op 20 feb 1643, tr.
met

Cornelia Block, dr. van Pieter Adriaenszn. Block en Cornelia Laurensdr. Schouten, geb. te Amsterdam [nl] circa 1623, ovl. (hoogstens 26 jaar oud) voor 1649.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1646  †1691  45

tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 19 jaar oud) (2) in 1649
met

Agnes Block, dr. van Arend Block en Ida Rutgers, geb. te Emmerich [nw, Duitsland] op 29 okt 1629, Kweekster van bijzondere planten en bloemen. Block, Agneta (1629-1704)
knaw.nl
BLOCK, Agneta (geb. Emmerich 29-10-1629 – gest. Amsterdam 20-4-1704), botaniste, verzamelaarster, mecenas, tekenares, papierkunstenares. Dochter van Arend Block (1582/89-vóór 12-9-1646 ), lakenhandelaar, en Ida Rutgers (gest. vóór 12-9-1646). Agneta Block trouwde (1) op 2-5-1649 in Amsterdam met Hans de Wolff (1613-1670), zijdehandelaar; (2) op 9-9-1674 in Amsterdam met Sijbrand de Flines (1623-1697), zijdehandelaar. Beide huwelijken bleven kinderloos.
Agneta (Agnes) Block werd op 29 oktober 1629 geboren in het Duitse Emmerich, in een welvarende, doopsgezinde familie die haar fortuin had vergaard in de textielhandel. Ze had twee broers en twee zusters en was het op een na jongste kind. Haar ouders moeten allebei tussen 1632 en 1646 zijn gestorven. Na hun dood werd Agnes, waarschijnlijk samen met haar zussen, ondergebracht in het gezin van David Rutgers, de broer van haar moeder, en diens vrouw Susanna de Flines. Zij woonden in Amsterdam aan het Singel.
Agnes moet een serieus meisje zijn geweest dat ‘zonder wulps vermaak te zoeken’ het liefst in haar kamer zat te lezen. Dit valt op te maken uit ‘Mayboom voor Joan de Wolf, en Agnes Block’, het huwelijksgedicht dat Joost van den Vondel maakte toen zij op 2 mei 1649 trouwde met zijn neef, de doopsgezinde weduwnaar Hans de Wolff (Werken van Vondel 5, 458, r. 9). Het gedicht was opgenomen in het (niet bewaard gebleven) bundeltje met liedjes en gedichten dat voor de bruiloft was gedrukt onder de titel Bloemekrans ter bruiloft van den E. bruidegom Joan de Wolf en d’E. bruyd Agnes Block. Ook werd er een gouden huwelijkspenning gemaakt, waarbij Vondel eveneens een aantal regels dichtte.
Agnes Block en Vondel
Na haar huwelijk verhuisde Agnes Block naar de Warmoesstraat, waar haar echtgenoot en diens zoontje woonden in De Vergulde Wolff en waar ook Wolffs handel in zijden stoffen was gevestigd. Vondel woonde in dezelfde straat. Volgens zijn biograaf Gerard Brandt placht Vondel bij hen ‘alle weken, des vrijdags ’s middags, ter maaltijd te gaan, wel veertien of vijftien jaren lang: ook na zijn [: Hans’] dood bij de weduwe’ (Brandt, 85). De vriendschap tussen Vondel en Agnes Block, die door Brandt ‘een grote liefhebster van alle nutte wetenschappen en edele kunsten, inzonderheid der poëzie, schilder- teken- en prentkunst’ wordt genoemd, was hecht. Vondel vond ‘in zijnen ouderdom nergens groter vermaak dan in haar gezelschap en gesprek’ (Brandt, 85). Hun wederzijdse genegenheid blijkt ook uit het feit dat Vondel haar zijn portret en een aantal boeken schonk die zij ‘onder haar papieren schatten te zijner gedachtenisse’ bewaarde (Brandt, 85). Ook schreef Vondel verschillende gedichten voor haar. In dat voor haar 39ste verjaardag (1668) valt te lezen dat Agnes Block haar dagen vulde met studeren, lezen, tekenen, aquarelleren en boetseren. Bij het tekenen had zij blijkbaar een voorkeur voor ‘bloemperk’ en ‘prieel’, zaken die in haar leven een belangrijke rol zouden gaan spelen.
Aankoop van een buitenplaats aan de Vecht en tweede huwelijk
In 1668 namen Agnes Block en haar echtgenoot hun intrek in een huis aan de Herengracht (thans nummer 162), waar De Wolff in februari 1670 overleed. In juli van dat jaar kocht de weduwe een hofstede met land aan de Vecht in Loenen, een omgeving waar vele rijke doopsgezinde Amsterdammers een buitenhuis hadden. Hier liet zij de buitenplaats Vijverhof aanleggen, bestaande uit een hoofdhuis, oranjerie en andere bijgebouwen, boomgaarden, sier- en moestuinen, lanen en vijvers. De oorlog van 1672 zou de werkzaamheden vertragen, zoals blijkt uit het huwelijksgedicht dat de dichter Joachim Oudaen maakte toen Agnes Block in 1674 opnieuw trouwde. Haar tweede echtgenoot, Sijbrand de Flines, was eveneens een welgestelde doopsgezinde zijdehandelaar en een neef van haar pleegmoeder Susanna de Flines. Uit een eerder huwelijk had hij twee dochters. Weer schreef onder anderen Vondel enkele huwelijksgedichten. Een ervan verwijst naar Agnes’ liefde voor planten en bloemen, die zij zelf met de schaar nabootste in haar papierknipkunst.
Bij de ondertrouw had Agnes Block aangegeven op de Keizersgracht te wonen, maar waarschijnlijk vestigde het gezin zich in Blocks huis op de Herengracht. Een groot deel van hun tijd brachten zij echter door aan de Vecht, waar zij uiteindelijk permanent zouden gaan wonen, zoals blijkt uit haar testament van 1694. In 1699, twee jaar na de dood van Sijbrand de Flines, verhuurde Agnes Block het huis aan de Herengracht aan een familielid. Wel hield zij er een kamer als pied-à-terre.
Botanie en verzameling
Op Vijverhof ontpopte Agnes Block zich tot een bekwaam kweekster van zeldzame en uitheemse planten. De honderden planten- en bloemensoorten in haar tuinen en oranjerie kwamen uit alle windstreken. Sommige waren als zaad direct geïmporteerd uit het verre Oosten of Amerika, andere had zij verkregen door uitwisseling met botanisten in binnen- en buitenland, onder wie Lelio Trionfetti, hoogleraar in de botanie in Bologna. Dichter bij huis wisselde zij veel uit met Paul Hermann van de Hortus te Leiden. Zij had eveneens contact met Jan Commelin, een van de oprichters van de Amsterdamse Hortus waarvoor zij onder meer een Euphorbia nerrifolia beschikbaar stelde. Vijverhof met zijn tuinen trok ook buitenlandse bezoekers, zoals de Duitse medicus Z.C. von Uffenbach.
Agnes Block was de eerste botanicus in de Republiek die erin slaagde een vruchtdragende ananasplant te kweken. Ze was hier kennelijk zo trots op dat zij zich tweemaal met een ananas liet afbeelden. De eerste keer was op een portret van haarzelf, Sijbrand en twee kinderen, mogelijk twee nichtjes, rond 1694 door Jan Weenix geschilderd. Behalve met haar familie, presenteerde Agnes Block zichzelf hier met alles wat voor haar belangrijk was: op de achtergrond Vijverhof, in het midden een volière, links voor de ananas, daarnaast een zeldzame cactus, en rechts voorwerpen uit haar (rariteiten-)verzameling, zoals schelpen, opgezette vlinders, beelden, een tekening van een vogel, boeken en een schilderij. Op een zilveren penning uit 1700 liet ze zich voor de tweede maal met een ananas vereeuwigen. Aan de voorzijde staan haar portret en naam, en de vermelding ‘Flora Batava’. De keerzijde toont de godin Flora, Vijverhof, een ananas en een Latijns opschrift dat vertaald luidt: ‘Kunst en arbeid vermogen waar de natuur in gebreke blijft’. In 1702 bezong achterneef Gualtherius Blok haar Vijverhof in een lofdicht, dat net als het schilderij een goed beeld geeft van de buitenplaats en de verzamelingen die zich daar bevonden.
De collectie gedocumenteerd
Agnes Block benaderde de botanie op een wetenschappelijke manier. Ze bezat vakliteratuur in allerlei talen, hoewel ze aan Trionfetti in Bologna schrijft dat ze haar boeken in het Latijn, Italiaans en Frans niet kon lezen, maar slechts gebruikte voor de afbeeldingen en namen. Bovendien liet zij haar eigen verzameling nauwkeurig documenteren. Zo’n twintig kunstenaars, specialisten in het afbeelden van botanische en zoölogische objecten, kregen de opdracht de door haar gekweekte planten en bloemen, en ook haar vogels, naar het leven vast te leggen in honderden aquarellen. Onder hen waren Herman Saftleven, Pieter en Alida Withoos, Maria Sybilla Merian en haar dochter Johanna Herolts-Graff, Pieter Holsteijn, Maria Moninckx en Johannes Bronkhorst. Uit de exact gedateerde tekeningen van bijvoorbeeld Saftleven valt op te maken dat de kunstenaars soms voor langere tijd op Vijverhof verbleven. De tekeningen, verdeeld over een aantal boeken, werden na Agnes Blocks dood gekocht door Valerius Röver uit Delft en zijn later verspreid geraakt. Dankzij de catalogus die Röver in 1730 van zijn collectie maakte, is bekend welke planten en bloemen Agnes Block liet voorstellen en door wie. Soms schreef ze op de (achterkant van de) tekeningen de naam van de voorgestelde planten en dieren, of van de maker van de aquarel. Twee strookjes papier in een bloemenboek in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, met instructies voor de kunstenaar, maken duidelijk dat zij precies opgaf wat ze wilde.
Testamenten en overlijden
Tot het einde van haar leven bleef Agnes Block worstelen met haar nalatenschap. Meer dan tien keer wijzigde zij haar testament en codicillen. Neven en nichten kwamen in en raakten uit de gratie. Daarbij lijken naar haarzelf vernoemde nichtjes of stiefkleinkinderen een voorkeursbehandeling te hebben gekregen. In haar testament van 1694 regelde Agnes wie van haar erfgenamen na haar dood Vijverhof zou mogen kopen. Deze persoon zou dan ook ‘alle haar, testatrices, kunst van vogeltjes, planten, kruiden ende andere gewassen, met waterverf gedaan of geschilderd, om bij de voors. hofstede te verblijven’ erven (gecit. naar Van der Graft, 92). Haar echtgenoot Sijbrand de Flines, op dat moment nog in leven, zou na haar dood nog een of twee jaar op Vijverhof mogen blijven wonen – iets dat niet gebeurde omdat zij hem overleefde.
Agnes Block stierf op 20 april 1704, in het huis van haar nichtje Ida de Neufville en haar man aan de Keizersgracht, in de leeftijd van 74 jaar. Zij werd begraven in de Oude Kerk. Na haar overlijden werd een, thans niet meer bekende, zilveren begrafenispenning gemaakt. Literator Ludolf Smids schreef een rouwklacht op haar dood.
Omdat geen van haar neven en nichten de buitenplaats wilde kopen, werd Vijverhof verkocht. De tuinen verdwenen in de loop van de achttiende eeuw en in 1813 werd het huis gesloopt. De meeste roerende zaken werden eveneens verkocht en raakten verspreid. Valerius Röver kocht behalve de bloemboeken en het vogelboek, ook de meeste schilderijen uit Blocks verzameling. Van haar eigen knipsels en tekeningen is voorzover bekend niets bewaard gebleven.
Naslagwerken
Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen.
Archivalia
•Stadsarchief Amsterdam: DTB, begraven (Oude Kerk), d.d. 25-04-1704 [Agneta Block].
•Van der Graft (1943) noemt een groot aantal archivalia (deels getranscribeerd) betreffende Agnes Block: o.a. huwelijkscontracten, aankoop van het landgoed, testamenten etc. Zie ook Oorkonden over Vondel en zijn kring met een uittreksel van het testament van Agnes Block van 1704 en (een deel van) de inventaris van Agnes Block opgemaakt na haar dood.
Literatuur
•G. Brandt, Leven van Vondel (Amsterdam 1682; herdr. 1986) 72, 73, 85.
•G. Blok, Vyver-hof van Agneta Blok (Amsterdam 1702) [opgenomen in Van der Graft 1943, 113-115, met afbeelding].
•L. Smids, Rouwklachte over het schielyk afsterven van Juffr. Agnes Block (Amsterdam 1704) (opgenomen als afbeelding in Van der Graft 1943).
•J. Oudaen, ‘De huwelyksband van Sijbrand de Flines met Agnes Block’, in: idem, Poëzij, deel 2 (Amsterdam 1712) 352.
•Z.C. von Uffenbach, Merkwürdige Reisen durch Niedersachsen, Holland und Engelland, deel 3 (Ulm 1754) 612.
•Oorkonden over Vondel en zijn kring, J.F.M. Sterck ed. (Bussum 1918) 74, 135-137, 139, 341-343.
, J.F.M. Sterck e.a. ed, deel 5 (Amsterdam 1931) 25, 63, 458-461; deel 10 (Amsterdam 1937) 18-20, 199, 224-225, 307, 608-609, 666-667 [alle aan Agnes Block gewijde gedichten van Vondel].
•C. van der Graft, Agnes Block. Vondels nicht en vriendin (Utrecht 1943).
•C. van der Graft, ‘Agnes Block en haar liefde voor tropische gewassen’, Jaarboekje van Oud-Utrecht (1962) 117-124.
•J.J. Poelhekke en A.J.C. Oomen, ‘Elf brieven van Agnes Block in de Universiteitsbibliotheek te Bologna’, Mededelingen van het Nederlands Instituut te Rome 32 (1963-2) 2-28.
•W. Schulz, ‘Blumenzeichnungen von Herman Saftleven d.J.’, Zeitschrift für Kunstgeschichte 40 (1977) 135-153.
•P. Smit (red.), Engel’s Alphabetical list of Dutch zoological cabinets and menageries (Amsterdam 1986, 2e ed.), 32-33, nr. 155
E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735 (Zwolle/Amsterdam 1992),21, 217, 315.
•E. Bergvelt en R. Kistemaker red, De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Tentoonstellingscatalogus Amsterdams Historisch Museum (Zwolle/Amsterdam 1992), 134-135.
•T. Coppens, ‘Agnes Block, vriendin van Vondel, op de Vijverhof aan de Vecht’, in: idem, Petite Histoire (Baarn 1997) 19-23, 70.
•E. Reitsma, Maria Sibylla Merian & dochters: vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap, (Zwolle 2008) 125-126, 228-231 en passim.
•J. Verhave en J. Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierkunst in Nederland (Zutphen 2008) 174.
•L. Missel, ‘Agnes Blok en Vijverhof’, in: Vrouwen in de botanie en kunst (http://library.wur.nl/alida/Alida_Frameset/alidaframeset_h3_1.htm) [geraadpleegd 20-11-2008].
•Agnes Block (1629-1704), Sybrand de Flines (1623-1697) en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, Online catalogus Amsterdams Historisch Museum (http://www.ahm.nl/schilderijen/) [geraadpleegd 20-11-2008].
Illustratie
Agnes Block, Sybrand de Flines en twee kinderen op de buitenplaats Vijverhof, schilderij door Jan Weenix, ca. 1694 (Amsterdams Historisch Museum).
Auteur: Marloes Huiskamp
Biografienummer in 1001 Vrouwen: 296
laatst gewijzigd: 13/01/2014, ovl. (74 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 21 apr 1704, tr. (2) met Sybrand de Flines. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Lijsbeth Hooft
Lijsbeth Gerritsdr. Hooft.

tr.
met

Joost Claeszn. Anslo zij sterft, nalatende 1 dochter; hij hertrouwt Agnes Schouten, gezegd van Cleeff, dochter van Lambert Corneliszoon Schouten, gezegd van Cleeff, en van Christina Meyninga Matthijsdochter; hij sterf zonder kinderen; zijne weduwe hetrouwt Jan van Neck, secretaris van de Admiraliteit van West-Friesland in het Noorder kwartier. Zonder kinderen, zn. van Claes Claeszn. Anslo en Geertgen Jans, tr. (2) met Nijsje Lamberts Schouten. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1615  †1687  72


Claes Anslo
Claes Claeszn. Anslo, ovl. in 1632.

tr. in 1582
met

Geertgen Jans, ovl. in 1638.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost     
Cornelis*1592 Amsterdam [nl] †1646  54


Geertgen Jans
Geertgen Jans, ovl. in 1638.

tr. in 1582
met

Claes Claeszn. Anslo, ovl. in 1632.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost     
Cornelis*1592 Amsterdam [nl] †1646  54


Govert Lups
Govert Lups.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cecilia*1595  1665 Amsterdam [nl] 70


Maria de Hem
Maria de Hem, geb. te Norwich (Gb) [nf] in 1585.

tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Norwich (Gb) [nf] in 1610
met

Carel Loten, zn. van Dirck Nicolaasz. Loten en Margaretha van Assenburgh, geb. te Brugge [wv] op 4 jul 1584, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Heemstede [nh] in 1652, begr. te Amsterdam [nl] in de Westerkerk, tr. (1) met Johanna Valkenburg. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. 64 en 44 jaar oud) (3) te Hillegom [zh] op 27 sep 1648 met Maria van den Corput. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara*1608 Amsterdam [nl] †1669 Leiden [zh] 60
Johannes*1612 Amsterdam [nl] †1676 Amsterdam [nl] 63


Maria Sara van Oyen
Maria Sara van Oyen, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 30 apr 1767, ovl. (59 jaar oud) te Olst [ov] op 24 mei 1826.

tr. (resp. 29 en 25 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 10 jul 1796 (25 juli 1796)
met

Arnold Jan Bernard van Suchtelen van de Haare heer van de Haare 1814-, burgemeester van Deventer 1816-1829 heer van de Haare, Ontvanger dir. belastgingen, lid gezworenen en wethouder, gemeente Deventer, 1e distr. houtvester en officier van de jacht in Overijsel, lid amortisatiesyndicaat, burgemeester van Deventer, staatsraad ib.d, plaats in de Lid van de Raad van State van 28 september 1832 tot 21 januari 1849, zn. van Jan van Suchtelen van de Haare en Josina Caecilia van Buren, geb. te Olst [ov] (te Deventer) op 30 okt 1770, ovl. (78 jaar oud) te Zwolle [ge] op 21 jan 1849, tr. (1) met Antonia Henrietta van Buren. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anthon*1799 Wijhe [ov] †1887 Olst [ov] 87