Judocus de Visser
Judocus de Visser Visscher.
tr.
met
Theresia de Kinder.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | ~1702 | Turnhout [b] | †1759 | | 57 | 1 | 1 |
>
Theresia de Kinder
Theresia de Kinder.
tr.
met
Judocus de Visser Visscher.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | ~1702 | Turnhout [b] | †1759 | | 57 | 1 | 1 |
>
Johanna Theresia Francisca Havermans
Johanna Theresia Francisca Havermans, ged. te Breda [nb] op 14 sep 1789, ovl. (ongeveer 83 jaar oud) te Breda [nb] op 12 dec 1872.
- Vader:
Jan Joseph Havermans Na het overlijden van de oude Jan Havermans in 1813, ging Weilust
op zijn oudste zoon Florentius over. Deze vermaakte bij zijn olografisch
testament dd. 29 december 1821 de blote eigendom van zijn nalatenschap
aan zijn broer Bon en zijn zusters Anna, Isabella, Maria en Johanna.
42 Na zijn dood in 1824 is de buitenplaats 's zomers in gebruik geweest
bij de weduwnaar Bon en diens ongehuwde zuster Anna, die hun
hoofdwoning aan het Kasteelplein te Breda hadden.43 De onrust tijdens
de Belgische opstand deed hen naar een groter en veiliger buitenverblijf
uitzien, hetgeen leidde tot de aankoop van Ypelaar, waarop beiden, zoals
vermeld, het einde van hun levensdagen hebben afgewacht. In 1837
heeft Mr. B. Havermans het oude kasteeltje door een nieuw herenhuis
vervangen.44
Weilust is in de dertiger jaren in bezit (of gebruik?) geraakt van
het echtpaar Ingen Housz-Havermans, voor wier talrijk kroost het een
heerlijk buitenverblijf was. Na het spoedig overlijden van haar echtgenoot
in 1838 bleef Isabella Havermans zeer aan deze bezitting gehecht.
In een codicil van 7 mei 1862 scrhijft zij: "Nu is mijn laatste verlangen
noch dat mijn Buytengoed genaamt "Wey Lust" te Heusdenhout met de
boere Hoeven en de Zanderey daarbij behoorende aan mijnen zoon Jan
in erfportie wordt aengedeelt, daar ik mijn (= meen) van hij het niet
zal verkoopen, daer ik niet game soude hebben (dat) dit uyt de familie
ging",45 Na haar dood in 1864 ging het goed dus over op de ongehuwde
Bredase wethouder Johannes Josephus Ludovicus Ingen Housz (1810-
99
Jaarboek De Oranjeboom 23 (1970)
1882). Na hem kwam het aan zijn gehuwde broer Dr. A. F. J. Ingen
Housz (1812-1907) die eerst gehuwd was met Maria Bronsgeest
(1812-1844), later met Maria Anna Wilhelmina Hollingetus Pijpers
(1817-190.3). Na het overlijden van de oude medicus kwam Weilust
in handen van diens dochter Susanna Francisca Maria Ingen Housz
(1858-1940), die gehuwd was met de jong gestorven kapitein der
infanterie A. F. G. G. Schwartz (185.3-1901) .46
In 1924 gingen de notarissen A. J. A. Verschraage te Breda en Constant
Laurijssen te Teteringen ten koffiehuize van Sterkens te Heusdenhout
resp. in dat van P. van Gurp aan de Dijk te Teteringen over tot
openbare verkoop van het toen nog 9!/z ha omvattende complex.33 Het
goed werd verworven door de Faber-stichting, die in handen was van
de Bredase advocaat Mr. 1. J. W. Smit (1876-1950) gehuwd met de
Oosterhoutse Anna Adriana Maria Smits (1872-19.38). Deze stichting
heeft Weilust in 1951 van de hand gedaan. Bij akten van 1 augustus
1951 en 17 december 1951 kochten de pachters der boerderij, de erven
Chr. Janssen-van Sprundel de percelen A 1029 (herenhuis met tuin en
gracht), A 10.30 (stal) en A 1575 (de Klaverakker aan de overkant van
de weg). De gemeente Breda verwierf bij akte van .30 november 1951
de nog altijd aangebouwde boerderij, met stal, erf en boomgaard en een
vrijstaande Vlaamse schuur (A 10.31) . Verder kwam de gemeente Breda
nog in het bezit van bouw- en weiland ten N.W. en ten Z. van de hoeve
(sectie A .328.329.3.30.350, 1032 en 1454), totaal ter grootte van
7 ha 52 a 25 ca. De koopsom bedroeg f 22.548,18. Uit deze aankoop
verkocht de gemeente de boerderij met stal en 26 are .30 ca grond op
21 september 1955 aan de erven Chr. Janssen-van Sprunde1.47 Deze
waren hierdoor in het bezit geraakt van herenhuis met boerderij, tuin,
gracht, oprijlaan en stallen, maar nog niet van de Vlaamse schuur. Deze
laatste hebben zij eerst verworven krachtens raadsbesluit der gemeente
Breda van 18 maart 1971, zn. van Gerardus Havermans en Isabella van Amelsfoort, geb. te Breda [nb] in mei 1738, ged. te Breda [nb] op 14 mei 1738 (getuigen: peter: Bonaventura van Amelsfoort, en meter:Joanna Wils), ovl. (75 jaar oud) te Breda [nb] op 27 jun 1813, begr. te Rijsbergen [nb], tr. (resp. 36 en 19 jaar oud) te Rijsbergen [nb] op 13 feb 1775.
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 24 jaar oud) te Breda [nb] op 15 feb 1813
met
Franciscus Stuijck, zn. van Jean Francois Stuijck en Anne Marie van der Heijden, ged. te Antwerpen [b, België] St. Walburgis op 25 apr 1788, zout- en zeepzieder, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Breda [nb] op 29 nov 1846.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ludovica | *1832 | Breda [nb] | †1908 | Breda [nb] | 75 | 1 | 3 |
>
Franciscus Stuijck
Franciscus Stuijck, ged. te Antwerpen [b, België] St. Walburgis op 25 apr 1788, zout- en zeepzieder, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Breda [nb] op 29 nov 1846.
tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 23 jaar oud) te Breda [nb] op 15 feb 1813
met
Johanna Theresia Francisca Havermans, dr. van Jan Joseph Havermans en Anna Maria Floren, ged. te Breda [nb] op 14 sep 1789, ovl. (ongeveer 83 jaar oud) te Breda [nb] op 12 dec 1872.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ludovica | *1832 | Breda [nb] | †1908 | Breda [nb] | 75 | 1 | 3 |
>
Ludovica Isabella Maria Stuijck
Ludovica Isabella Maria Stuijck, geb. te Breda [nb] op 14 mei 1832, ovl. (75 jaar oud) te Breda [nb] op 5 apr 1908.
tr. (resp. 26 en 31 jaar oud) te Breda [nb] op 9 jun 1858
met
Petrus Roverius van Mierlo, zn. van Jacobus Christianus van Mierlo (koopman, en lid van de vroedschap) en Adriana Buysen, geb. te Breda [nb] op 27 aug 1826, stadsgeneesheer van Breda, en medeoprichter Bredase Bank Van Mierlo, ovl. (81 jaar oud) te Breda [nb] op 6 jun 1908.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacobus | *1862 | Breda [nb] | †1941 | Breda [nb] | 79 | 1 | 11 |
| 2 | Hermanus | *1866 | Breda [nb] | †1944 | Breda [nb] | 78 | 1 | 8 |
| 3 | Adriana | *1871 | Breda [nb] | †1961 | Breda [nb] | 90 | 1 | 5 |
>
Petrus Roverius van Mierlo
Petrus Roverius van Mierlo, geb. te Breda [nb] op 27 aug 1826, stadsgeneesheer van Breda, en medeoprichter Bredase Bank Van Mierlo, ovl. (81 jaar oud) te Breda [nb] op 6 jun 1908.
tr. (resp. 31 en 26 jaar oud) te Breda [nb] op 9 jun 1858
met
Ludovica Isabella Maria Stuijck, dr. van Franciscus Stuijck (zout- en zeepzieder) en Johanna Theresia Francisca Havermans, geb. te Breda [nb] op 14 mei 1832, ovl. (75 jaar oud) te Breda [nb] op 5 apr 1908.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jacobus | *1862 | Breda [nb] | †1941 | Breda [nb] | 79 | 1 | 11 |
| 2 | Hermanus | *1866 | Breda [nb] | †1944 | Breda [nb] | 78 | 1 | 8 |
| 3 | Adriana | *1871 | Breda [nb] | †1961 | Breda [nb] | 90 | 1 | 5 |
>
Amelis Utenengh
Amelis Utenengh.
tr.
met
Awe Grauwert.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Melis | | | | | | 2 | 0 |
| 2 | Berend | | | | | | 1 | 0 |
>
Awe Grauwert
Awe Grauwert.
tr.
met
Amelis Utenengh.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Melis | | | | | | 2 | 0 |
| 2 | Berend | | | | | | 1 | 0 |
>
Anna de Haze
Anna de Haze.
tr.
met
Melis Utenengh, zn. van Amelis Utenengh en Awe Grauwert, ridder, heer van Amelisweerd, relatie (1) met Cunera van Leefdael. Uit deze relatie geen kinderen.
>
Beatrix van Zuylen van Nijeveld
Beatrix van Zuylen van Nijeveld, ovl. op 28 mei 1471.
tr.
met
Berend Uteneng, zn. van Amelis Utenengh en Awe Grauwert.
>
Berend Uteneng
Berend Uteneng.
tr.
met
Beatrix van Zuylen van Nijeveld, dr. van Frederik van Zuylen van Nijeveld en Diderica van Maarssen, ovl. op 28 mei 1471.
>
Anna Maria Catharina van Niel
Anna Maria Catharina van Niel Niel van Zuijdewijn, ged. te 's-Hertogenbosch [nb] op 2 mei 1703, ovl. (ongeveer 30 jaar oud) te Sonsbeek in 1733.
- Vader:
Johan (Quirijn) van Niel, zn. van Johannes van Niel en Maria van Nieuhoff, ged. te 's-Hertogenbosch [nb] op 21 jul 1667, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 22 jaar oud) (1) te Antwerpen [b, België] op 9 mei 1693 met Anna Maria Hassingh. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. ongeveer 34 en 22 jaar oud) (2) te Dinther [nb] op 21 dec 1701 op het kasteel van Heeswijk.
tr. (beiden ongeveer 19 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 3 mei 1722
met
Jacques Huibert Borret, zn. van Hubertus Borret en Anna Walthery, ged. te Dordrecht [zh] op 8 apr 1703, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Antwerpen [b, België] in 1768.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hubertus | ~1723 | Dordrecht [zh] | †1752 | Ravenstein [nb] | 29 | 1 | 4 |
| 2 | Johannes | *1727 | | | | | 1 | 0 |
>
Jacques Huibert Borret
Jacques Huibert Borret, ged. te Dordrecht [zh] op 8 apr 1703, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Antwerpen [b, België] in 1768.
- Vader:
Hubertus Borret "Die handel in mee of meekrap [rode verfstof] werd [sedert het einde van de 18e eeuw] uitgeoefend in het pand Kuipershaven 41/42, dat de toepasselijke naam "Het Meevat" draagt. Ter plaatse werd in 1699 door Hubert [Huijbert] Borret een viertal huisjes en kelders gekocht en vervangen door het thans nog bestaande pand. .. [In de natuurstenen onderpui bevindt zich een poortje met bovenlicht van smeedijzer, in het midden waarvan een vat is uitgebeeld, oorspronkelijk een spijkervat, later rood geverfd en voorstellende een meevat.] De stichter, Hubert Borret, was een aanzienlijk Luiks koopman, die zich in 1682 als grossier te Dordrecht vestigde. Hij was rooms-katholiek en zijn vestiging hier ter stede stond in verband met de soepele houding der stadsregering tegenover de katholieken sedert 1672. Hubert Borret, vurig katholiek als hij was, is de grondlegger van de rooms-katholieke kerk in Dordrecht geweest. In 1711 deed het schisma in Dordrecht zijn intrede en beide kerken op de Hoge Nieuwstraat en de Voorstraat (het Kruis) bleven eigendom van de oud-katholieken. Hubert Borret stelde alles in het werk om hier een katholiek geestelijke te krijgen en een kerk te stichten. .. [Reeds in 1707 werd er een rooms-katholieke] godsdienstoefening gehouden en wel in het huis het Meevat, het fraaie woonhuis van Borret. Uit het kerkelijk register blijkt dat de eerste doopsels en vormsels in de woning van Borret door priesters van buiten werden verricht. Met recht mag men daarom "het Meevat" op de hoek van de Schrijversstraat als de bakermat van katholiek Dordrecht beschouwen. Later werd een ander pakhuis van Borret, eveneens op de Kuipershaven [links van de voormalige pastorie, nu Boumanhuis (verslavingszorg, Kuipershaven 40), welk gebouw dateert van 1903 en aan de linkerzijde staat van "het Meevat"], ook als kerk gebruikt. .. In 1717 gelukte het aan Borret om een eigen priester, Leonardus Vinquedes, te krijgen en nadien begint de groei van het aantal katholieken in Dordrecht. Bij zijn dood, in 1730, kon Borret met voldoening op zijn arbeid terugzien. .. In de jaren 1737 tot 1739 ging men tot de bouw van een kerk over. Door een gift van f. 2500, - van mevrouw Oem was men in staat twee pakhuizen te kopen en op die plaats een nieuwe kerk te bouwen." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 236-237), geb. circa dec 1655, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 19 jun 1730, begr. begraven in de Grote Kerk van Dordrecht met zijn vrouw en zoon Huijbert, tr. (2) met Marie Anna Cornélie de Jozée, ged. te Liège op 24 jan 1669, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Liège op 28 sep 1746. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 19 jaar oud) (1) te Liège op 12 jan 1681.
- Moeder:
Anna Walthery, ged. te Liège op 28 jan 1661, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Dordrecht [zh] op 1 sep 1704, begr. te Dordrecht [zh] in de Grote Kerk.
tr. (beiden ongeveer 19 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 3 mei 1722
met
Anna Maria Catharina van Niel Niel van Zuijdewijn, dr. van Johan (Quirijn) van Niel en Catharina Johanna Tijbosch, ged. te 's-Hertogenbosch [nb] op 2 mei 1703, ovl. (ongeveer 30 jaar oud) te Sonsbeek in 1733.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hubertus | ~1723 | Dordrecht [zh] | †1752 | Ravenstein [nb] | 29 | 1 | 4 |
| 2 | Johannes | *1727 | | | | | 1 | 0 |
>
Hubertus Borret
Hubertus Borret, ged. te Dordrecht [zh] op 24 apr 1723, ovl. (ongeveer 29 jaar oud) te Ravenstein [nb] op 22 mei 1752.
- Vader:
Jacques Huibert Borret, zn. van Hubertus Borret en Anna Walthery, ged. te Dordrecht [zh] op 8 apr 1703, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Antwerpen [b, België] in 1768, tr. (beiden ongeveer 19 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 3 mei 1722.
tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 23 jaar oud) te Velp [ge] op 2 feb 1744
met
Maria Henriette Elisabeth (Maria Hendrica Elisabeth) van der Gheest, dr. van Anthonius Josephus van der Gheest en Maria Gertrudis Schott, geb. te Velp [ge], ged. te Velp [ge] op 19 nov 1720 (getuigen: Joannes Nicolaus Schott en Maria Christina van der Gheest), ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Gemert [nb] op 5 nov 1765, tr. (resp. ongeveer 37 en 32 jaar oud) (2) te Velp [ge] op 4 feb 1758 met Pieter Adriaan (Peter Adriaan) de la Court, zn. van Johannes Arnoldus de la Court en Aldegundis Tulleneers, geb. te Hasselt [li] België op 2 mrt 1725, ovl. (67 jaar oud) te Gemert [nb] op 20 okt 1792. Uit dit huwelijk 2 kinderen.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Theodorus | ~1746 | Ravenstein [nb] | †1786 | Gemert [nb] | 40 | 1 | 1 |
>
Maria Henriette Elisabeth van der Gheest
Maria Henriette Elisabeth (Maria Hendrica Elisabeth) van der Gheest, geb. te Velp [ge], ged. te Velp [ge] op 19 nov 1720 (getuigen: Joannes Nicolaus Schott en Maria Christina van der Gheest), ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Gemert [nb] op 5 nov 1765.
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 20 jaar oud) (1) te Velp [ge] op 2 feb 1744
met
Hubertus Borret, zn. van Jacques Huibert Borret en Anna Maria Catharina van Niel, ged. te Dordrecht [zh] op 24 apr 1723, ovl. (ongeveer 29 jaar oud) te Ravenstein [nb] op 22 mei 1752.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Theodorus | ~1746 | Ravenstein [nb] | †1786 | Gemert [nb] | 40 | 1 | 1 |
tr. (resp. ongeveer 37 en 32 jaar oud) (2) te Velp [ge] op 4 feb 1758
met
Pieter Adriaan (Peter Adriaan) de la Court, zn. van Johannes Arnoldus de la Court en Aldegundis Tulleneers, geb. te Hasselt [li] België op 2 mrt 1725, ovl. (67 jaar oud) te Gemert [nb] op 20 okt 1792.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Petronella | *1758 | Gemert [nb] | †1848 | 's-Heerenberg [ge] | 89 | 1 | 2 |
| 2 | Paulus | ~1760 | Gemert [nb] | †1848 | Oosterbeers | 87 | 1 | 4 |
>
Theodorus Antonius Franciscus Borret
Theodorus Antonius Franciscus Borret, ged. te Ravenstein [nb] op 31 jul 1746, schout van Stad en Landen van Ravenstein en rentmeester van de Duitse Orde, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Gemert [nb] op 19 sep 1786.
tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Broekhuizen [li] op 14 jan 1772
met
Maria Patronella Aerdts, dr. van Antonius Adolphus Johannes Aerdts en Anna Catharina Sijberts, ged. te Broekhuizen [li] op 30 dec 1746, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te Gemert [nb] op 15 mei 1829.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Antonius | *1782 | Gemert [nb] | †1858 | Delft [zh] | 76 | 1 | 5 |
>
Maria Patronella Aerdts
Maria Patronella Aerdts, ged. te Broekhuizen [li] op 30 dec 1746, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te Gemert [nb] op 15 mei 1829.
tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Broekhuizen [li] op 14 jan 1772
met
Theodorus Antonius Franciscus Borret, zn. van Hubertus Borret en Maria Henriette Elisabeth van der Gheest, ged. te Ravenstein [nb] op 31 jul 1746, schout van Stad en Landen van Ravenstein en rentmeester van de Duitse Orde, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Gemert [nb] op 19 sep 1786.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Antonius | *1782 | Gemert [nb] | †1858 | Delft [zh] | 76 | 1 | 5 |
>
Antonius Adolphus Johannes Aerdts
Antonius Adolphus Johannes Aerdts.
tr.
met
Anna Catharina Sijberts.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | ~1746 | Broekhuizen [li] | †1829 | Gemert [nb] | 82 | 1 | 1 |
>
Anna Catharina Sijberts
Anna Catharina Sijberts.
tr.
met
Antonius Adolphus Johannes Aerdts.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | ~1746 | Broekhuizen [li] | †1829 | Gemert [nb] | 82 | 1 | 1 |
>
Antonius Josephus Lambertus Borret
Antonius Josephus Lambertus Borret, geb. te Gemert [nb] op 12 aug 1782, lid GS van Noord-Brabant, lid RvSt, en gouverneur van Noord-Brabant en tenslotte staatsraad i.b.d, ovl. (76 jaar oud) te Delft [zh] op 7 sep 1858.
Antonius Josephus Lambertus Borret.
ntonius Borret (1782-1858).
bestuurder.
Mr. Antonius Josephus Lambertus Borret werd geboren te Gemert op 12 augustus 1782, als enige zoon van de landschout van Ravenstein en rentmeester van de commanderij van Gemert, mr. Theodorus A.F. Borret, en van Maria P. Aerdts. Hij huwde in 1811 te 's-Hertogenbosch met Maria Elisabeth Vermeulen, aldaar geboren op 17 januari 1788 als dochter van de Bossche onderprefect H.F. Vermeulen. Antonius Borret overleed te Delft op 7 september 1858.
Het katholieke geslacht Borret was afkomstig uit Tilleur bij Luik. In de zeventiende eeuw vestigde Hubertus Borret zich als wijnkoper en bankier in Dordrecht. Zijn kleinzoon, eveneens Hubertus geheten, de grootvader van Antonius, kreeg rond 1740 banden met Brabant door zijn huwelijk met de dochter van de jurist mr. A.J. van der Gheest en door zijn ambt als keurvorstelijk rentmeester in Ravenstein. Het was in de Republiek der Verenigde Nederlanden voor een katholiek onmogelijk om een publiek ambt te bekleden. De opgang naar een bestuurlijke functie was derhalve voor de katholieke elite slechts mogelijk in die streken die niet tot de Republiek behoorden. In Oost-Brabant waren dat de gebieden rond Bokhoven, Megen, Ravenstein, Gemert, Boxmeer en Oeffelt. Hier konden katholieken zich bekwamen in het openbare bestuurswerk. Toen na de komst van de Fransen in 1795 aan de achterstelling van de katholieken een einde kwam, konden de uit deze streken afkomstige families - Van Sasse van Ysselt, Van de Mortel, De la Court, Verheijen - gemakkelijk de weg vinden naar de Brabantse rechterlijke macht, de politiek en het bestuur.
Ook voor de jonge Borret lag na de voltooiing van zijn juridische studie in Keulen en Utrecht in 1803 de weg naar een maatschappelijke carrière open. Hij begon zijn loopbaan bij de rechtbank in 's-Hertogenbosch, maar al spoedig, onder de katholieke koning Lodewijk Napoleon, maakte hij de overstap naar het bestuur en werd hij divisiechef bij het Haagse departement van justitie en politie. Onder Willem I keerde hij terug naar Brabant, en wel als lid van Gedeputeerde Staten, die vanaf 1814 onder voorzitterschap van gouverneur Hultman stonden.
Het was voor vele Brabanders een ergernis dat hun provincie geen geboren Brabander, maar een 'vreemdeling' tot gouverneur had gekregen. Met name de katholieke elite was zeer gevoelig voor elke zweem van bevoordeling van protestanten. Ook Borret keerde zich tegen de achterstelling van katholieken bij benoemingen. Toen gouverneur Hultman in 1819 dementeerde, trachtten de gedeputeerden bij de koning gedaan te krijgen dat aan het hoofd van de provincie nu een Noordbrabander zou komen. Het gerucht, dat zij in feite hun primus inter pares Borret hiervoor op het oog hadden, is tekenend voor diens grote invloed.
Een andere doorn in het oog van de Brabantse elite was het ontbreken van een Brabander in de invloedrijke Raad van State. Al vanaf 1818 werd voor deze felbegeerde functie de naam van Borret genoemd. Pas in augustus 1821 volgde de daadwerkelijke benoeming, onmiddellijk na felle Kamerdebatten over een nieuw belastingstelsel, met herinvoering van oude belastingen die in Noord-Brabant vele ressentimenten opriepen. Borret heeft bij deze kwestie een bemiddelende rol gespeeld en heeft getracht een aarzelende Brabander, het kamerlid A.J.J.H. Verheijen, over de streep te trekken. Dat niet alleen zijn geweten, maar ook het Brabantse belang, en wellicht zelfs eigenbelang hierbij een rol gespeeld heeft, werd vermoed door Borrets concurrenten voor de plaats in de Raad van State, met name die welke afkomstig waren uit de Westbrabantse elite. Dezen vreesden als altijd een overwicht van de 'Bosschenaren'. Dat niettemin Borrets benoeming alom met instemming werd begroet, getuigt van waardering voor zijn kwaliteiten.
Hiermee verdween Borret voor een periode van meer dan twintig jaren uit 's-Hertogenbosch. Als Staatsraad, bovendien goed bevriend met de Oranje-vorsten, werd hij belast met vele belangrijke opdrachten. Een benoeming tot commissaris voor Oost-Indië wees hij af. In 1839 werd hij tezamen met P. Gericke commissaris voor de wederinbezitneming van de provincie Limburg, voorheen in Belgische handen. Het jaar daarop kreeg hij een vertrouwelijke opdracht in Brussel, waar hij de particuliere financiële belangen van de koninklijke familie moest behartigen.
In de zomer van 1840 was voor het eerst sprake van een gouverneurspost voor Borret, en wel in Maastricht. Collega Gericke zou dan in 's-Hertogenbosch komen, in de plaats van de zittende gouverneur, Van den Bogaerde van Terbrugge. Diens positie werd na 1841 onhoudbaar na een slepende ruzie met gedeputeerde H. de Wijs. Minister Schimmelpennick vond Van den Bogaerde niet meer passen in het moderne staatsbestel. Maar op 20 april 1842 werd Borret zijn opvolger. Deze benoeming werd met gejuich begroet. Voor het eerst sinds 1810, sinds het bewind van De la Court, kreeg het gouvernementspaleis in 's-Hertogenbosch weer een Brabantse bewoner. Borret bleef veertien jaar gouverneur, ook al was meerdere malen sprake van een andere functie. Nog in 1842 viel zijn naam bij de opvolging van de minister van Justitie C. van Maanen en in 1845 werd hij genoemd voor de post van ambassadeur, mogelijk in Brussel.
Als hoogste bestuurder was hij buitengewoon populair in Noord-Brabant. Zijn vriendenkring beperkte zich niet tot de katholieke elite uit Oost-Brabant. Tot zijn intimi behoorden ook protestanten, zoals de Helmondse kasteelheer en districtscommissaris C.F. Wesselman. Aan hun vriendschap danken wij een omvangrijke en waardevolle briefwisseling. In totaal zijn 135 brieven van Borret aan Wesselman bewaard gebleven, de meeste uit de periode 1843-1846. Behalve over persoonlijke problemen schreef Borret hierin ook openhartig over zijn bekommernissen in zijn functie van gouverneur: over de materiële achterstand, de grote armoede, de problemen met de burgemeestersbenoemingen en ook over het veranderende politieke klimaat in Nederland.
Borret was koningsgezind en conservatief en had de grootste moeite met het veldwinnende liberalisme onder de Brabantse 'papo-Thorbeckeanen' en met de nieuwe richtlijnen en principes die de liberale regering hem na 1848 voorschreef. Hij ergerde zich aan het uiterlijk vertoon rond het gouverneursambt, maar nog meer aan de liberale inzichten waarmee de nieuwe generatie politici goede sier trachtte te maken. Hij voelde zich door de regering aan de dijk gezet, als een oude kneuter of een oude slaapmuts, zoals hij zichzelf meerdere malen schertsend noemde tegenover zijn generatiegenoot Wesselman. Beiden beschouwden zich als 'oude practische bazen' uit een grijs verleden, toen bestuurders nog veel goeds konden verrichten, zonder al te veel beknibbeling of bemoeizucht van buitenaf.
Borret vreesde in 1845 en 1846 dat de gevolgen van de aardappelziekte, die de Brabantse boeren hard trof, zou leiden tot een sociale chaos. Elk jaar zag hij de ontbinding van de maatschappij naderen, maar het duurde tot 1848, voordat het in Brabant werkelijk tot ongeregeldheden kwam. In Peelland en in de Meierij brak een oproer uit, gericht tegen het inzamelen van de tiendbelastingen. Het graan werd ongetiend geoogst, tiendschoven werden gestolen, schuren in brand geschoten en tiendpachters bedreigd. Borret moest militaire assistentie vragen. Pas na de stationering van militairen keerde de rust in Oost-Brabant terug, ook al zag het er aan de vooravond van de oogst van 1849 opnieuw dreigend uit.
In 1850 kreeg de functie van Borret de nieuwe naam 'commissaris des konings'. Hij mocht nog minder dan voorheen gouverneren, nog minder welwillend besturen, maar slechts de uitvoerder zijn van de geest van de nieuwe tijd. Toch bleef Borret nog tot 1856 in functie, terwijl de regering-Thorbecke in de jaren 1850-1852 maar liefst vier conservatieve commissarissen ontsloeg, soms onder zeer geruchtmakende omstandigheden. Waarom heeft Thorbecke de oude anti-liberaal in 's-Hertogenbosch gehandhaafd? Een kwestie van persoonlijke sympathie? Of durfde hij zijn ontslag niet aan? Waarschijnlijk waagde Thorbecke het niet de onmisbare steun van de Brabantse katholieken op het spel te zetten. Borret moest eerder smeken om zijn ontslag. Pas op 73-jarige leeftijd en na herhaald verzoek, kreeg hij de gelegenheid van het politieke toneel terug te treden. Tegelijk was in 1856 ook een vacature ontstaan in de Eerste Kamer. Borret gaf de Brabantse Statenleden te verstaan een verkiezing in geen geval te zullen aannemen. Toch meenden nog 25 leden van Provinciale Staten hun commissaris te weinig eer aan te doen indien zij hun stem aan een ander zouden verlenen.
Borret vond rust in de nabijheid van zijn familie. Hij overleed in 1858 in Delft, de woonplaats van zijn dochter Maria A.H. van der Kun-Borret. Zijn oudste zoon, mgr. Theodore Borret, was hoogleraar te Warmond en zijn tweede zoon Eduardus werd Staatsraad en minister van Justitie.
Bronnen.
• A.F.J. van Kempen, Gouvernement tussen Kroon en Statenfacties. De positie van vier gouverneurs in het politieke krachtenveld van Noord-Brabant 1813-1830, Tilburg 1988.
• A.F.J. van Kempen, 'Mr A.J.L. Borret (1782-1858) en J.E.P.E. Gericke (1785-1845), commissarissen voor de wederinbezitneming, 1839-1840', in: J.M.H. Wieland (red.), De gouverneurs in de beide Limburgen 1815-1989, Maastricht 1989.
• A.F.J. van Kempen, 'Een vervagend vooruitzicht op de weg naar vooruitgang', De Vlasbloem 8 (1987) 41-67.
• A.F.J. van Kempen, 'De voet in de stijgbeugel', De Vlasbloem 7 (1986) 127-146,.
• W.J.F. Nuyens, Geschiedenis van het Nederlandsche volk van 1815 tot op onze dagen, 1883-1886 2, z.p. 1883-1886, deel 2, 220.
Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1996).
Auteur: A.F.J. van Kempen.
tr. (resp. 28 en ongeveer 23 jaar oud) te 's-Hertogenbosch [nb] op 4 mei 1811
met
Maria Elisabeth Vermeulen, dr. van Josephus Vermeulen en Maria Anna Bijnen, ged. op 17 jan 1788, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Utrecht [ut] op 28 jun 1865.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1814 | 's-Hertogenbosch [nb] | †1877 | Bergen [nh] | 63 | 1 | 10 |
| 2 | Eduard | *1816 | 's-Hertogenbosch [nb] | | | | 1 | 3 |
| 3 | Ferdinand | *1819 | 's-Hertogenbosch [nb] | †1900 | Klundert [nb] | 81 | 1 | 2 |
| 4 | Josephus | *1820 | 's-Gravenhage [zh] | †1909 | | 88 | 1 | 0 |
| 5 | Bernardus | *1826 | Brussel [België] | †1886 | Antwerpen [b, België] | 59 | 1 | 1 |
>