Website van Leo HENDRIKS
Steven van Brienen
Steven van Brienen uit Arnhem. De stamreeks der Van Brienens vangt aan met Anthonie van Brienen, een apotheker uit Amersfoort die in 1653 te Rotterdam huwde met Hillegonda Pinckeveer. Zijn kleinzoon Wilhelmus van Brienen, geboren te Leiden op 31 maart 1697, stichtte te Amsterdam het handelshuis Willem van Brienen en Zoon. Hij trad te Amsterdam op 26 oktober 1725 in het huwelijk met Anna de Jonge, dochter van Arent Heer van de Groote Lindt en Maria van Schoonderwoert en overleed aldaar op 26 januari 1770. Zijn zoon Arnout Jan van Brienen, geboren te Amsterdam op 28 juni 1735, was daar regent van het Maagdenhuis. Hij huwde op 9 augustus 1759 te Den Haag Sophia Maria Half Wassenaer, dochter van mr Jacob Adamse Heer van Stad aan 't Haringvliet en Ruffina Johanna de Jonge. Sophia Maria bracht door dit huwelijk de halve eigendom van de buitenplaats Clingendaal aan de familie van Brienen van de Groote Lindt. Het oorspronkelijke huis Clingendaal dat de ontvanger-generaal der Unie Philips II Doubleth had doen bouwen moet maar klein zijn geweest. Nicodemus Tessin die in 1687 Den Haag bezocht schrijft in zijn reisjournaal: "Santannelandt (St Annaland zoals Clingendaal ook wel genoemd wordt naar de heerlijkheid die in het bezit was van deze tak van het geslacht Doubleth) lieget nicht weit von hier, gehört einem Herrn zu der f 100.000 einkommen hat. Er heist Heer von Santannenlandt, ist sehr curieux und hat sonsten keinen Dienst. Dass Hauss ist sehr klein, nur von ettzlichen zimbern, die gar klein und nur 4 seyndt".
Over de tuin was hij beter te spreken. "Das beste von Garten so hier umb Haag zu finden ist". Arnout Jan van Brienen kocht in 1782 van Henricus Gerardus de Jonge de ambachtsheerlijkheid van de Groote Lindt; 16 morgen 1' hond land leengoed in de Hoge Nesse; 20 morgen leengoed in het Oosteinde van de Hoge Nesse; de heerlijkheid Dortsmonde c.a.; 3 morgen onder het dorp Meerdervoort; tienden onder de heerlijkheid Meerdervoort; alle de rietenbieslanden, de visserij onder de heerlijkheid van de Groote Lindt; alles tesamen voor f 91.500-. Wij komen Arnout Jan van Brienen in 1803 - een jaar voor zijn overlijden - nog tegen als executeur testamentair van wijlen Jacob Hendrik baron van Wassenaar, Alkemade, Vrijenhaak, Nieuwerkerk en Werve. Arnouts zoon Willem Joseph, Heer van de Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet was op 31 december 1760 te Amsterdam geboren, was lid der firma van Brienen en Zoon aldaar, in 1803 raad van Amsterdam, in 1807 staatsraad in buitengewone dienst en kamerheer honorair, wethouder in 1808, maire van Amsterdam in 1811. Bij open brief van keizer Napoleon d.d. 3 januari 1812 werd hij verheven tot baron de l'Empire. Bij besluit van de Souvereine Vorst d.d. 9 december 1814 werd hij benoemd in de ridderschap van Holland; bij K.B. van 12 januari 1825 werd hij met zijn zoon jhr. Arnoud Willem verheven tot baron. Bij K.B. van 26 oktober 1835 nr. 70 werd dit diploma veranderd in een van erkenning met de titel van baron(es).
Hij trad op 26 mei 1782 te Haarlem in het huwelijk met Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk, dochter van Eduard Pieter Heer van Weerdesteyn en Schalkwijk en Agatha Oem vrouwe van Sandelingenambacht. Haar zusters waren Anna Catharina Maria en Thimothea Maria. Hun voogden waren Denis Roest en Joan Schadé. Zij waren nichten en erfgenamen van Pieter van Borssele die gehuwd was met Maria Catharina Roest. Willem Joseph liet Clingendaal naar de smaak van zijn tijd moderniseren. Hij kocht op 2 februari 1832 van mr. Adam Anthony Stratenus de buitenplaats "Oosterbeek" met drie percelen weiland daarbij en de bouwmanswoning "Overbosch" met een stuk teelland daarachter. Zijn oudste zoon Arnoud Willem werd op 5 april 1783 te Amsterdam geboren, was daar lid van de raad en van 1815-1854 regent van het Maagdenhuis. Evenals zijn vader was hij kamerheer des konings en lid der Eerste Kamer. Ook was hij nog chef der garde nationaal te Amsterdam. Hij huwde op 5 maart 1813 te Amsterdam met Angelica Louisa van Wijkerslooth van Grevenmachern, geboren aldaar 24 februari 1795, dochter van des H.R. Rijksbaron Cornelis Gerardus Josephus en Gertruda Maria Roest van Alkemade. De familie van Wijckerslooth van Grevenmachern was erfgename van jkvr. A.G.M. Schadé, dochter van mr. Pieter Schadé en Cornelia Elisabeth van Schoorel die weer een nicht was van dr. Cornelis van Gessel. Uit dit eerste huwelijk van Arnoud Willem sproten twee kinderen; Willem Diederik Arnold Maria en Adelaide Henriëtte Angélique. Hij hertrouwde te Beveren in Oost Vlaanderen op 18 mei 1825 met Carolina Francisca Josephina van Brouckhoven van Bergeijck, geboren te Brussel op 12 augustus 1802, dame du palais van Koningin Anna Paulowna, dochter van Charles Francois de Paul comte de Bergeyck en Carolina Josephina Maria des comtes Roose de Baisy.
Uit dit huwelijk sproten: Hendrik Jan; mr. Karel Hendrik Joseph; mr. Jacob Diderik Lodewijk Emanuel; Angélique Adelaide Louise Carolina. Arnoud Willem breidde ook door koop zijn bezittingen uit. Hij kocht in 1846 de hofstede "Het Oosterveld" onder Maurik en Ingen; in 1848 een stuk bouwland genaamd "de Dopmaat" onder Maurik; het volgend jaar kocht hij van J.H. baron van Zuylen van Nievelt tot den Schaffelaar de hofsteden "Het Haagje" en "de Perzik" onder Maurik en Ingen. In 1850 rondde hij zijn bezittingen af door de aankoop van de ridderhofstad "Kuilenburg" onder Maurik. Hij woonde te Amsterdam op de Herengracht over de Warmoesgracht (wellicht het perceel Herengracht 284) wijk LL nr. 156. Hij overleed op 26 oktober 1854 te Clingendaal. Hij had aan de huizinge Clingendaal in en uitwendig veel veranderd, zodat de bezitting van Philips II Doubleth niet meer herkenbaar was. Hij was commandant in de orde van de Nederlandse Leeuw, ridder met de ster van de eikenkroon, officier van het Legioen van Eer en van de orde der beide Siciliën etc. Van zijn kinderen valt het volgende te vertellen:
Willem Diederik Arnold Maria geboren te Amsterdam op 5 maart 1814, lid der Provinciale Staten van Zuid- Holland, kamerheer des Konings, woonde in 1830 in Den Haag op Prinsegracht 2, wijk V 406. Hij huwde te Den Haag op 19 oktober 1836 met Ida Charlotte Nicolette Freiin Selby geboren te Kopenhagen op 25 november 1809, dochter van Freiherre Charles Joseph Borre till Oerupgaard en Christiane Louise Georgine Falbe. Uit dit huwelijk o.a. zijn zoon Arnoud Nicolaas Justinus Maria. Hij hertrouwde te Utrecht op 5 augustus 1847 met Adriana Maria barones van Zuylen van Nyevelt, geboren te Haarlem op 18 februari 1819 hofdame van prinses Frederik der Nederlanden, dochter van baron Jan Adriaan en Quirina Catharina Petronella Teding van Berkhoudt. Hij woont dan op Korte Voorhout nr. 6 van waar hij in 1859 verhuisd blijkt te zijn naar Korte Vijverberg nr. 2. Hij was lid van het Haagse scherpschuttersgilde Petit St Hubert (1844), maar is vooral bekend geworden door het kapitale huis dat hij liet bouwen op de hoek van het Lange Voorhout en het Vos in Tuinstraatje, waar in 1557 de herenhuizinge van jhr. Louis 't Seraets stond en later drie kleinere huizen waren verrezen. Toen in 1855 het blok huizen tussen het Kalkstraatje en de Vos in Tuinstraat in openbare veiling werd gebracht kocht de gemeente Den Haag het onder de hand aan om de Vos in Tuinstraat te kunnen verbreden. Het volgend jaar werd besloten het gehele blok na 1 mei 1857 te amoveren, de Vos in Tuinstraat te verbreden en het overschietend terrein te verkopen. Baron van Brienen van de Groote Lindt werd eigenaar. Zijn grote huis werd in 1857 aanbesteed en in april 1858 werd de eerste steen gelegd. Na zijn overlijden op 9 april 1873 kwam het huis in handen van F.J.G. Wirtz die daarin in het voorjaar van 1881 het Hotel des Indes opende.
Adelaide Henriëtte Angélique van Brienen, geboren te Amsterdam op 22 februari 1815, overleden op 4 mei 1871 te Ochain (Luik). Zij huwde op 17 september 1835 met Ch.J.F. graaf de Mercy d?Argenteau grondeigenaar te Ochain bij Luik. Het echtpaar kreeg twee zonen en twee dochters.
Hendrik Jan baron van Brienen, geboren te Amsterdam op 2 mei 1826, overleden te Parijs op 15 februari 1854. Hij trad te Brussel in het huwelijk op 20 april 1852 met Marie Philippe Mathilde Eugenie Ghislaine van der Linden baronne d'Hoogvorst, geboren aldaar 17 juni 1833, overleden op 4 september 1903 te Biarritz, dochter van baron Leon Joseph Ghislain en Marie Philippine Elisabeth baronne de Wal d'Anthinne. Hun enig kind Marie Elizabeth Caroline Josephine Ghislaine overlijdt op 28 jarige leeftijd op 22 mei 1883 in de villa van Brienen te Pau, haar moeder als haar erfgename achterlatend.
Mr. Karel Hendrik Joseph baron van Brienen, Heer van Wezenstein. Geboren op 28 februari 1828 te Arnhem is hij in 1856 gezantschapssecretaris te Weenen. Zijn woonplaats is Wassenaar. Als hij op 4 maart 1858 kinderloos te Pau overlijdt zijn zijn erfgenamen zijn broeder Jacob Diederik Lodewijk Emanuel en zijn zuster Angéligue Adelaide Louise Caroline, die in 1859 als zodanig kregen toegedeeld uit de fideicommissaire nalatenschap van hun vader de hofstede "de Perzik" onder Maurik met het tiendrecht op koorn- en zaadproducten.
Mr. Jacob Diederik Lodewijk Emanuel van Brienen, Heer van Stad aan 't Haringvliet, geboren te Amsterdam op 25 februari 1830, overleden te Brussel op 3 november 1858, grondeigenaar en gewoond hebbende op "Eindenhout" te Heemstede. Zijn erfgenamen waren de oudste zoon van zijn halfbroer (Arnold Nicolaas Justinus Maria, zoon van W.D.A.M.) en de oudste zoon van zijn volle zuster (Thierry Arnaud Laurent Baudouin d'Alsace, zoon van A.A.L.C.). Uit zijn erfenis werd toegedeeld aan Thierry de inboedel van het perceel Keizersgracht 195 te Amsterdam, welke inboedel Thierry op 25 november 1884 overdroeg aan zijn moeder, met uitzondering van het zilverwerk en de kostbaarheden.
Angélique Adelaide Louise Caroline van Brienen, geboren te Amsterdam op 15 januari 1832, overleden te Parijs op 9 april 1921. Zij huwde te Amsterdam op 27 oktober 1852 Simon Gerard Louis prince d'Hénin comte d'Alsace, geboren te Parijs op 14 april 1832 en overleden aldaar op 28 oktober 1891, zoon van prince Charles Louis Albert en Laure Francoise Pauline des barons Durand de Pisieux. In 1859 woonde het gezin op het kasteel Bourlemont te Neufchateau in de Vogezen. Angélique erfde in 1856 van haar vader "de Dopmaat" en de hofsteden "Het Oosterveld" en het "Haagje" onder Maurik en Ingen. In 1886 werd haar uit haar vaders nalatenschap toegedeeld de ridderhofstad "Kuilenburg". Zij kocht ook zelf grond onder Maurik. Haar koop in 1860 van de hoeve "de Bremberg" onder Etten-Leur werd later ongeldig verklaard. Uit haar nalatenschap werden op 13 juli 1922 aan haar oudste zoon Thierry toegedeeld "Het Haagje", "de Perzik", "de Ossewaard", "Het Oosterveld" en de ridderhofstad "Kuilenburg". Een andere zoon van haar, Philippe Charles Comte d'Alsace d'Hénin Liétard, geboren Parijs op 16 juli 1856, reserve luitenant van de Franse generale staf, huwde te Wassenaar op 31 juli 1886 Eleonora Helena Louise barones van Brienen, dochter van Arnoud Nicolaas Justinus Maria baron van Brienen uit diens tweede huwelijk met Maria Louisa Ottolina Niagara barones van Tuyll van Serooskerken op 16 november 1865.
Arnoud Nicolaas Justinus Maria van Brienen, de laatste in de mannelijke lijn van deze tak, oudste zoon van Willem Diederik Arnold Maria. Hij werd op 18 januari 1839 te Den Haag geboren, was lid van de raad van voogdij over Koningin Wilhelmina, kamerheer des Konings in buitengewone dienst en overleed op 4 januari 1903 op de Middellandse Zee. Hij trad op 7 augustus 1862 te Den Haag in het huwelijk met Justina Wilhelmina Adriana barones Rengers, dochter van baron Edzard Hobbe en Arnoldina Wilhelmina Cornelia barones van Pallandt vrouwe van Warmenhuizen. Met zijn overlijden in 1903 stierf het geslacht van Brienen van de Groote Lindt in de mannelijke linie uit. Een dochter uit zijn eerste huwelijk, Ida Cornelia Maria Adriana, geboren te Den Haag op 20 juni 1863 huwde aldaar op 12 mei 1881 mr. Louis Paul Marie Hubert baron Michiels van Verduynen, geboren te Roermond op 23 augustus 1855, wethouder van Den Haag, lid der Provinciale Staten van Zuid-Holland, lid der Tweede Kamer, secretaris-generaal van het Permanente Hof van Arbitrage, zoon van baron Ferdinand Gerard Hubert Hilaire Arnold en Joséphine Regina Hendrica Schaetzen. Dit huwelijk bracht de buitenplaats Clingendaal aan de familie Michiels van Verduynen, die haar op 23 januari 1953 doorverkocht aan de N.V. My "Laan van Meerdervoort". Bij Raadsbesluit d.d. 23 augustus 1954 werd het buiten door de gemeente Den Haag aangekocht en op 27 mei 1955 werd het park voor het publiek opengesteld.
Het familiearchief van Brienen van de Groote Lindt werd in 1955 aan de gemeente Den Haag geschonken. Bij de inventarisatie werden de titels van aankomst van de onroerende goederen geografisch ingedeeld. Een ordening van deze archivalia naar de boedels waaruit zij aan de familie van Brienen van de Groote Lindt ten deel vielen zou de ordening minder overzichtelijk hebben gemaakt.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Antonie Amersfoort [ut] †1700 Rotterdam [zh]  


Bernardus Blok
Bernardus Blok, geb. te Makassar [Indonesië] op 10 apr 1756, schepen en secrertaris van Enkhuizen en diverse andere openbare functies, ovl. (62 jaar oud) te Alkmaar [nh] op 29 jul 1818.

tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 19 jaar oud) (1) circa 1776
met

Margaretha Johanna Assuerus Avenhorn, dr. van Gerardus Assuerus Avenhorn en Catharina Frederica de Jongh van Persijn, geb. te Enkhuizen [nh] op 18 feb 1757, ovl. (23 jaar oud) te Enkhuizen [nh] of Leeuwarden? op 24 sep 1780.

tr. (resp. 24 en 26 jaar oud) (2) te Enkhuizen [nh] op 2 dec 1780
met

Johanna Cornelia Vaillant, dr. van Christiaan Jan Vaillant en Elisabeth Blankaart, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 12 aug 1754, ovl. (49 jaar oud) te Enkhuizen [nh] op 30 sep 1803, tr. (resp. 18 en ongeveer 33 jaar oud) (1) te Enkhuizen [nh] op 29 nov 1772 met Pieter Gerritszn. Buyskes. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Margaretha Johanna Assuerus Avenhorn
Margaretha Johanna Assuerus Avenhorn, geb. te Enkhuizen [nh] op 18 feb 1757, ovl. (23 jaar oud) te Enkhuizen [nh] of Leeuwarden? op 24 sep 1780.

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 20 jaar oud) circa 1776
met

Bernardus Blok, zn. van Roelof Blok en Jacoba Martha Coop à Groen, geb. te Makassar [Indonesië] op 10 apr 1756, schepen en secrertaris van Enkhuizen en diverse andere openbare functies, ovl. (62 jaar oud) te Alkmaar [nh] op 29 jul 1818, tr. (2) met Johanna Cornelia Vaillant. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Johannes Wilhelmus van Romunde
Johannes Wilhelmus van Romunde, geb. te Kampen [ov] op 17 jul 1812, ovl. (47 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 4 mrt 1860.

Johannes Wilhelmus van Romunde.
-.
advocaat te Amsterdam, van 1835 tot 1 oktober 1838.
-.
kantonrechter te Amsterdam, van 1 oktober 1838 tot 1 april 1848.
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 22 december 1840 tot maart 1848 (voor de landelijke stand, district Sloterdijk).
-.
schoolopziener, tweede district van Noord-Holland, van 1 april 1842 tot 1 augustus 1856.
-.
raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Amsterdam, van 1 april 1848 tot 1 augustus 1856.
-.
lid stedelijke raad (vanaf 15 oktober 1851 gemeenteraad) van Amsterdam, van 25 januari 1850 tot 1 augustus 1856.
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 9 september 1850 tot 5 juli 1853 (voor het kiesdistrict Amsterdam).
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 9 september 1853 tot 1 augustus 1856 (voor het kiesdistrict Nieuwer-Amstel).
-.
minister voor de Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst, van 1 augustus 1856 tot 23 februari 1860.
nevenfuncties.
-.
kapitein bij de schutterij te Amsterdam.
-.
regent R.K. Oude-Armenkantoor te Amsterdam.
-.
regent Moenshofje te Amsterdam.

tr. (resp. 24 en 26 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 22 jun 1837
met

Regina Cornelia Schermer, dr. van Bernardus Schermer en Gesina Stam, geb. te Wormerveer [nh] op 18 feb 1811, ovl. (54 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 6 mei 1865, tr. (1) met Laurens Willem Bruijnen, zn. van Pieter Bruijnen en Maria Stam. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1843 Amsterdam [nl] †1890 Utrecht [ut] 47
Wilhelmina*1851 Amsterdam [nl] †1875 Mechelen (B) [b] 24


Regina Cornelia Schermer
Regina Cornelia Schermer, geb. te Wormerveer [nh] op 18 feb 1811, ovl. (54 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 6 mei 1865.

tr. (resp. 22 en ongeveer 34 jaar oud) (1) te Wormerveer [nh] op 14 jan 1834
met

Laurens Willem Bruijnen, zn. van Pieter Bruijnen en Maria Stam, geb. te Zaandam [nh], ged. in 1799, advocaat en procureur, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 14 mei 1835.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Laurentia*1835 Amsterdam [nl]    

tr. (resp. 26 en 24 jaar oud) (2) te Amsterdam [nl] op 22 jun 1837
met

Johannes Wilhelmus van Romunde, zn. van Richardus van Romunde (koopman, wethouder van Kampen en Statenlid in Overijssel) en Walburga Muurlink, geb. te Kampen [ov] op 17 jul 1812, ovl. (47 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 4 mrt 1860.

Johannes Wilhelmus van Romunde.
-.
advocaat te Amsterdam, van 1835 tot 1 oktober 1838.
-.
kantonrechter te Amsterdam, van 1 oktober 1838 tot 1 april 1848.
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 22 december 1840 tot maart 1848 (voor de landelijke stand, district Sloterdijk).
-.
schoolopziener, tweede district van Noord-Holland, van 1 april 1842 tot 1 augustus 1856.
-.
raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Amsterdam, van 1 april 1848 tot 1 augustus 1856.
-.
lid stedelijke raad (vanaf 15 oktober 1851 gemeenteraad) van Amsterdam, van 25 januari 1850 tot 1 augustus 1856.
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 9 september 1850 tot 5 juli 1853 (voor het kiesdistrict Amsterdam).
-.
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 9 september 1853 tot 1 augustus 1856 (voor het kiesdistrict Nieuwer-Amstel).
-.
minister voor de Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst, van 1 augustus 1856 tot 23 februari 1860.
nevenfuncties.
-.
kapitein bij de schutterij te Amsterdam.
-.
regent R.K. Oude-Armenkantoor te Amsterdam.
-.
regent Moenshofje te Amsterdam.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1843 Amsterdam [nl] †1890 Utrecht [ut] 47
Wilhelmina*1851 Amsterdam [nl] †1875 Mechelen (B) [b] 24


Johanna Regina van Oort
Johanna Regina van Oort, geb. te Sloterdijk [nh] in 1732.

tr. (ongeveer 19 jaar oud) te Osdorp [nh] op 24 mei 1752
met

Jan Hallemans, begr. te Amsterdam [nl] op 4 jan 1800.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1770 Houtrijk en Polanen †1802 Amsterdam [nl] 31


Antoinette Cathérine Thérèse Alberdingk Thijm
Antoinette Cathérine Thérèse Alberdingk Thijm zangeres, geb. te Amsterdam [nl] op 15 mrt 1830, ovl. (67 jaar oud) te Roermond [li] op 7 jan 1898.

tr. (resp. 28 en 31 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 1 mrt 1859
met

Petrus Josephus Hubertus Cuypers Cuijpers, Petrus Josephus Hubertus (bekend onder de naam Cuypers), architect (Roermond 16-5-1827 - Roermond 3-3-1921). Zoon van Joannes Hubertus Cuijpers, koopman en kerk-schilder, en Maria Joanna Bex. Gehuwd op 26-11-1850 met Maria Rosalia van de Vin. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. Na haar overlijden (7-11-1855) gehuwd op 1-3-1859 met Antoinette Catharine Thérèse Alberdingk Thijm (naamstoevoeging Thijm bij KB van 20-1-1834 nr. 56). Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 3 dochters geboren.
Het geslacht Cuypers was vanaf het midden van de 18de eeuw in Roermond woonachtig en had meermalen blijk gegeven van een artistieke aanleg. Aan Pierres opleiding werd dan ook door de ouders alle zorg besteed. Na zijn opleiding aan het Stedelijk College te Roermond vertrok de jonge Cuypers in 1844 naar Antwerpen om zich aan de Kunstacademie in de bouwkunde te bekwamen. De opvatting dat Cuypers zich hier min of meer tegen de verdrukking in tot neogoticus zou hebben ontwikkeld behoeft enige correctie: juist de Antwerpse leermeesters - Frans Andries Durlet, Frans Stoop en Ferdinand Berckmans - waren pioniers van de neogotiek in België. Cuypers was in Antwerpen een goede leerling: bij het slotconcours in 1849 behaalde hij de Prix d'excellence en met veel feestgedruis werd hij daarna in zijn geboortestad ingehaald.
Voor zijn verdere vorming had Cuypers in Roermond veel te danken aan zijn contacten met de notaris en oudheidkundige Charles Guillon. Hij kreeg spoedig opdracht het koor van de Munsterkerk te restaureren en een nieuw altaar te ontwerpen. In 1851 werd hij tot stadsarchitect benoemd en deed hij veel ervaring op bij het bouwen van enige woonhuizen in Roermond en het ontwerpen van de pastorieën van Venray en Veghel. In laatstgenoemde stad had hij in een kelder voor het eerst een kruisribgewelf aangebracht. Bij de eerste naar zijn ontwerp uitgevoerde kerk, te Oeffelt (Nb.) in 1853, paste hij dergelijke gewelven op grotere schaal toe. Niets wijst erop - al heeft Cuypers' latere vriend en beschermer Victor de Stuers dat wel eens zo voorgesteld - dat Cuypers bij dergelijke ondernemingen in ernstige botsing zou zijn gekomen met de toezichthoudende Waterstaatsingenieurs. De eerste pogingen van Cuypers de gotiek op meer structurele wijze toe te passen dateren van vóór Cuypers' contacten omstreeks 1854 met de Franse architect en theoreticus Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc. Behalve door zijn opleiding te Antwerpen was hij ook beïnvloed door een bezoek aan het Rijngebied in 1850, waar de Keulse neogotische bouwschool zijn aandacht trok.
Na het succes van zijn eerste kerk kreeg Cuypers veel opdrachten voor restauratie en nieuwbouw, waardoor zijn bekendheid ook buiten Roermond toenam. Voorts stichtte hij in 1852 met Fr. Stolzenberg een atelier voor kerkelijke kunst, dat een kolossale produktie van kerkmeubelen en beeldhouwwerken op zijn naam heeft staan. Bij verdere restauratie van de Munsterkerk in Roermond was Cuypers tot de overtuiging gekomen dat deze kerk oorspronkelijk met twee westtorens ontworpen was geweest, zodat hij besloot het gebouw in de aanvankelijk bedoelde toestand te reconstrueren. Dit leidde echter tot een felle polemiek - waarin hij o.a. Guilon en de architect Ch. Weber tegen zich vond - maar door interventie van o.a. Viollet-le-Duc, die persoonlijk op het strijdtoneel verscheen, konden de tegenstanders worden verslagen en werd de reconstructiebouw doorgezet (1864-1867). Latere generaties hebben de rigoureuze behandeling van het gebouw te ingrijpend gevonden. Nochtans verdient Cuypers' restauratie als negentiende-eeuwse schepping waardering. Dat Cuypers zo spoedig bekendheid verwierf, is mede te danken aan de invloed van de bekende katholieke auteur Joseph Alberdingk Thijm, die in zijn periodiek Dietsche Warande onophoudelijk propaganda maakte voor het bouwen in een zuiver opgevatte gotische stijl.
Naarmate Cuypers' actieradius zich uitbreidde, bleek Roermond te excentrisch te liggen. In 1865 vestigde hij zich in Amsterdam en van hieruit zou hij zijn werkterrein aanzienlijk verbreden. Dat Cuypers daarbij wel eens op weerstand stuitte was reeds gebleken in de jaren '60, toen zijn bekroond ontwerp voor het monument op Plein 1813 in Den Haag als te 'rooms' werd afgewezen. Hiertegenover stond echter veel erkenning, ook in het buitenland. Zo werd hij in 1870 benoemd tot Dombaumeister in Mainz, waar hij de oostelijke koepel van de dom bouwde. Vele andere Duitse opdrachten volgden. In Nederland had Victor de Stuers inmiddels zijn geruchtmakend artikel 'Holland op zijn smalst' in De Gids (1873) gepubliceerd en het regeringsbeleid, ook op het gebied van het behoud van historische gebouwen, geducht over de hekel gehaald. Hierop werd in 1874 een commissie van rijksadviseurs voor het kunst- en wetenschapsbeleid opgericht en in 1875 kreeg het departement van Binnenlandse Zaken speciaal voor kunsten en wetenschappen een nieuwe afdeling onder leiding van De Stuers. Cuypers werd lid van het College van Rijksadviseurs voor de monumenten van geschiedenis en kunst, en zo kwam een nauwe samenwerking tussen Cuypers en De Stuers tot stand. Te zamen ontplooiden zij grote activiteit. Dit veroorzaakte binnen het College veel argwaan - er werd zelfs gesproken van een ultramontaans complot - zodat in 1879 het College ontbonden moest worden. Hierdoor kreeg het duo De Stuers-Cuyper, echter juist meer invloed.
Ondertussen had Cuypers door bemiddeling van De Stuers meegedaan aan een besloten wedstrijd voor een ontwerp voor de bouw van het Rijksmuseum in Amsterdam, waarbij het ontwerp van Cuypers werd bekroond (1876) en uitgevoerd. Ook nu liepen de critici te hoop, de Koning zelf zou hebben verklaard dat hij nooit een voet in dat 'klooster' zou zetten. Na enige tijd luwde de kritiek en in 1885 kon het museum in gebruik genomen worden. Hoewel Cuypers hierna weinig gebouwen voor de rijksoverheid tot stand heeft gebracht, bleef zijn invloed, vooral bij de beide rijksbouwmeesters, C.H. Peters en J. van Lokhorst, duidelijk merkbaar. Dat hij overigens ook na het Rijksmuseum nog belangrijke opdrachten voor het ontwerpen van openbare gebouwen kreeg, blijkt uit de bouw van het Centraal Station in Amsterdam, waarmee hij in 1881 begon.
Twee beginselen zijn karakteristiek voor Cuypers' werk. In de eerste plaats het principe van een rationeel gebruik van bouwmaterialen en constructie. Alle architectonische vormen dienden gerechtvaardigd te worden door een constructieve noodzaak, zoals ook Viollet-le-Duc meende. Daarnaast was Cuypers, in tegenstelling tot de agnostisch ingestelde Viollet-le-Duc, een diep religieus man die dat ook in zijn werk wilde uiten. Zelf schreef hij niet veel over zijn opvattingen, maar in Thijm had hij zijn theoretisch leidsman gevonden. Voortbouwend op de symbolische beschouwingen van Duitse en Engelse auteurs, kwam Thijm tot verklaringen van de architectonische elementen van het kerkgebouw die verder gingen dan in de middeleeuwen gebruikelijk was. Zo wilde Thijm de bij middeleeuwse kathedralen dikwijls voorkomende verschillen tussen de twee fronttorens, zoals in Chartres, uitleggen als symbolen van twee verschillende titels van Maria: de ivoren toren en de toren van David. Dit had tot gevolg dat Cuypers, wanneer hij meer torens aan een kerk aanbracht, deze vrijwel altijd onderling verschillend van vorm maakte.
In Cuypers' oeuvre laten zich twee perioden onderscheiden. In de eerste, die eindigt omstreeks 1870, overheersen de vormen ontleend aan de Franse gotiek van de dertiende eeuw. Dit hangt samen met de opvattingen van Thijm dat de voortbrengselen van de Nederlandse gotiek uit een late en daarom decadent te achten periode stamden en daardoor niet voor navolging in aanmerking kwamen. Een goed voorbeeld van deze kerkbouw is de St. Lambertus te Veghel, die Cuypers tussen 1856 en 1862 bouwde: de kerk heeft een echte kathedrale plattegrond, met kooromgang en straalkapellen, en is voorzien van een toren waarvan de bovenbouw is geïnspireerd op de kathedraal van Chartres. Een andere kerk met een duidelijk kathedrale opzet is de St. Catharina te Eindhoven, die niet alleen was voorzien van een omgang met straalkapellen, maar ook van twee torens. Het weelderigst opgezet was wel Cuypers' St. Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam (begonnen 1864), met een centrale kruisingskoepel, een koor met omgang, en maar liefst zes torens, alle verschillend van vorm. Het gebouw werd nooit voltooid en is in 1969 afgebroken. De eerste doorhem gebouwde kerken waren inwendig gepleisterd en gepolychromeerd. In de Alkmaarse St. Laurentius en de St. Catharina te Eindhoven werd het interieur als schoon werk beschouwd. In zijn latere werk heeft Cuypers dit steeds vaker gedaan, waarbij hij graag gebruik maakte van de mogelijkheden om met verschillend getinte baksteen bijzondere kleureffecten te bereiken.
In de tweede periode, sinds 1870, neemt de Franse invloed bij Cuypers iets af en wordt zijn werk eclectischer. Hij neemt nu meer elementen over uit de Nederlandse gotische tradities, mede geïnspireerd door het Utrechtse Sint Bernulphusgilde, dat sterk de nadruk legde op de betekenis van nationale bouwtradities. Een van zijn merkwaardigste scheppingen, de Vondelkerk in Amsterdam (1870), ligt nog in de overgang tussen beide periodes. Over de herkomst van haar merkwaardige centraliserende plattegrond is veel gespeculeerd. Echt Hollands zou men de St. Hippolytus te Delft (1884, gesloopt 1974) kunnen noemen, duidelijk geïnspireerd door de late gotiek van het in de Hollandse kuststreek voorkomende kerktype. Het brede middenschip van de St. Dominicus te Amsterdam (1884) werd beïnvloed door de Italiaanse gotiek van de Santa Croce te Florence. Ook experimenteerde hij met centraliserende plattegronden, o.a. in Lutjebroek (1876) en Oisterwijk (1893).
Bij zijn restauraties streefde hij naar een reconstructie volgens de ideale principes van de oorspronkelijke stijl en trachtte hij een gebouw stijlzuiverder en vollediger te maken dan het in het verleden ooit geweest was. Wel heel ver ging Cuypers bij de herstelwerkzaamheden aan het kasteel De Haar bij Haarzuilens (1892), die in feite neerkwamen op een herbouw volgens Cuypers' zienswijze.
Zonder aan de verdiensten van andere Nederlandse architecten van zijn tijd te kort te doen moet men toch vaststellen dat Cuypers de eerste Nederlandse architect van internationale betekenis in de moderne tijd is geweest. Zijn betekenis voor de ontwikkeling der bouwkunst is vooral daarin gelegen dat hij de principes van een rationele architectuur op consequente wijze heeft toegepast en daarmee de bouwkunst in Nederland op internationaal peil heeft gebracht. Daarnaast was voor hem de symbolische en religieuze betekenis van een gebouw ook van groot belang. Dat een bouwkundige schepping meer is dan constructie alleen is steeds zijn uitgangspunt geweest. Cuypers' kunstenaarschap ontving veel erkenning, hetgeen bleek uit de verlening van een eredoctoraat in de letteren door de Rijksuniversiteit te Utrecht in 1886 en in 1907 het doctoraat honoris causa in de technische wetenschappen te Delft. Van zijn leerlingen kunnen genoemd worden zijn zoon J.Th.J. Cuypers (1861-1949), E.J. Margry (1841-1891), Nicolaas Molenaar (1850-1930) en Jan Stuyt (1868-1934), wier activiteiten voornamelijk op het gebied van de kerkbouw lagen, alsmede K.P.C. de Bazel (1869-1932) en J.M.L. Lauweriks (1869-1923).
A: Tekeningenarchief in het Documentatiecentrum voor de Nederlandse Bouwkunst te Amsterdam. Persoonlijk archief Cuijpers in Gemeentearchief Roermond.
P: Behalve diverse artikelen in vaktijdschriften: Het Rijks-Museum te Amsterdam. Tekst van Victor de Stuers. Platen van P.J.H. Cuypers (Amsterdam, [1896-1898]); Le château de Haar à Haarzuylens (Utrecht, 1909).
L: Victor de Stuers, 'Dr. P.J.H. Cuypers', in Mannen en vrouwen van beteekenis in onze dagen. Bijeengebr. door E.D. Pijzel 28 (1897) 187-228; Het werk van Dr. P.J.H. Cuypers, 1827-1917 (Amsterdam, 1917) met een vrij uitvoerige werklijst; Cuypersnummer van Het Gildeboek 4 (1920/ '21) 49-112; Cuypersnummer van Limburg's Jaarboek 23 (1927) 3 - 104; Gerard Brom, Herleving van de kerkelike kunst in katholiek Nederland (Leiden, 1933); M.K.J. Smeets, 'Legendevorming omtrent 19e eeuwse gewelfbouw?', in De Maasgouw 72 (1958) 43 - 55; H.P.R. Rosenberg, 'De neogotiek van Cuypers en Tepe', in Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 10 (1971) 1 - 14; idem, De 19de-eeuwse kerkelijke bouwkunst in Nederland ('s-Gravenhage, 1972); S. de Blaauw, 'Een negentiende-eeuwse Magister Operum. Pierre Cuypers en de bouwkunst van de Middeleeuwen', in Excursiones mediaevales. Opstellen aangeboden aan Prof.Dr. A.G. Jongkees door zijn leerlingen (Groningen, 1979) 13 - 38; G. Hoogewoud, J.J. Kuyt, A. Oxenaar, P.J.H. Cuypers en Amsterdam: gebouwen en ontwerpen 1860-1898 (['s-Gravenhage], 1985).
I: F.J. Duparc, Een eeuw strijd voor Nederlands cultureel erfgoed ('s-Gravenhage 1975) [Afbeelding 19; Pierre Cuijpers circa 1880].
A.J. Looyenga, zn. van Johannes Hubertus Cuypers (kunst- en huisschilder) en Maria Johanna Bex, geb. te Roermond [li] op 16 mei 1827, ovl. (93 jaar oud) te Roermond [li] op 3 mrt 1921, tr. (resp. 23 en 24 jaar oud) (1) op 26 nov 1850 met Maria Rosalia van de Vin, dr. van Petrus Johannes van de Vin en Catharina Beukeleers, geb. te Antwerpen [b, België] op 7 dec 1825, ovl. (29 jaar oud) te Roermond [li] op 7 nov 1855. Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Josephus*1861 Roermond [li] †1949 Meerssen [li] 87
Anna*1874 Amsterdam [nl]    


Johannes Hubertus Cuypers
Johannes Hubertus Cuypers, geb. te Roermond [li] op 3 nov 1769, kunst- en huisschilder, ovl. (88 jaar oud) te Roermond [li] op 12 feb 1858.

tr. (resp. 35 en 23 jaar oud) te Roermond [li] op 25 jan 1805
met

Maria Johanna Bex, dr. van Godefridus Bex en Maria Helena Bloemstein, geb. te Schinveld [li] op 18 feb 1781, ovl. (93 jaar oud) te Roermond [li] op 21 feb 1874.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henri*1813 Roermond [li]    
Petrus*1827 Roermond [li] †1921 Roermond [li] 93


Jan Baptist van Keulen
Jan Baptist van Keulen Koopman, Lid vroedschap Amsterdam, ged. te Amsterdam [nl] Boompjes op 5 nov 1754, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Vreeland [ut] op 12 dec 1819, begr. te Amsterdam [nl] in de Oude Kerk.

tr. (resp. ongeveer 28 en 25 jaar oud) (1) te Utrecht [ut] op 8 dec 1782
met

Anna Maria Ida van Baerle, dr. van Philippus Johannes van Baerle (advocaat en hoogheemraad van Hagestein) en Angela Maria van Muijlwijk, geb. te Utrecht [ut] op 15 jun 1757, ovl. (51 jaar oud) op 5 dec 1808.

tr. (resp. ongeveer 54 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Vreeland [ut] op 19 jun 1809
met

Theodora Christina Bouvy, dr. van Pablo Antonio Bouvy en Petronella Catharina Janson, geb. in 1783, firmant in de fa. Cavallier & van Ceulen een voortzetting van de fa. Joseph Bouvy te Amsterdam, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) in 1843, tr. (resp. ongeveer 37 en 37 jaar oud) (2) te Vreeland [ut] op 30 nov 1820 met Andreas Antonius Reael, zn. van Hubertus Anthonius Reael en Maria Catharina Stoutenburg, geb. te Amsterdam [nl] op 31 jul 1783, ovl. (72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 11 mrt 1856. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Theodora Christina Bouvy
Theodora Christina Bouvy, geb. in 1783, firmant in de fa. Cavallier & van Ceulen een voortzetting van de fa. Joseph Bouvy te Amsterdam, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) in 1843.

tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 54 jaar oud) (1) te Vreeland [ut] op 19 jun 1809
met

Jan Baptist van Keulen Koopman, Lid vroedschap Amsterdam, zn. van Adrianus van Keulen en Elisabeth van de Putte, ged. te Amsterdam [nl] Boompjes op 5 nov 1754, ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Vreeland [ut] op 12 dec 1819, begr. te Amsterdam [nl] in de Oude Kerk, tr. (1) met Anna Maria Ida van Baerle. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (resp. ongeveer 37 en 37 jaar oud) (2) te Vreeland [ut] op 30 nov 1820
met

Andreas Antonius Reael, zn. van Hubertus Anthonius Reael en Maria Catharina Stoutenburg, geb. te Amsterdam [nl] op 31 jul 1783, ovl. (72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 11 mrt 1856.


Petrus Johannes Franciscus Thijm
Petrus Johannes Franciscus Thijm, geb. te Amsterdam [nl], ged. te Amsterdam [nl] op 18 sep 1795, apotheker, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 24 apr 1868.

tr. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 37 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 nov 1830
met

Anna Maria Bouvy, dr. van Pablo Antonio Bouvy en Petronella Catharina Janson, ged. te Amsterdam [nl] op 13 jul 1793, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 17 okt 1859.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1831 Amsterdam [nl] †1912 Zwolle [ge] 81
Anna*1832 Amsterdam [nl] †1880 Amsterdam [nl] 47


Anna Maria Bouvy
Anna Maria Bouvy, ged. te Amsterdam [nl] op 13 jul 1793, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 17 okt 1859.

tr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 35 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 7 nov 1830
met

Petrus Johannes Franciscus Thijm, zn. van Lambertus Thijm en Elisabeth Maria Hallemans, geb. te Amsterdam [nl], ged. te Amsterdam [nl] op 18 sep 1795, apotheker, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Amsterdam [nl] op 24 apr 1868.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1831 Amsterdam [nl] †1912 Zwolle [ge] 81
Anna*1832 Amsterdam [nl] †1880 Amsterdam [nl] 47


Vincent Rijke
Vincent Rijke.

tr. in 1722
met

Anna Christina Weckering.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catrina*1730 Amsterdam [nl] †1800 Amsterdam [nl] 70


Anna Christina Weckering
Anna Christina Weckering.

tr. in 1722
met

Vincent Rijke.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catrina*1730 Amsterdam [nl] †1800 Amsterdam [nl] 70


Josephus Donatus Justus Thijm
Josephus Donatus Justus Thijm De eerste Thijm die naar Suriname kwam was Josephus Donatus Justus Thijm, geboren
in januari 1769 te Amsterdam.
Hij trouwde in september 1787 te Paramaribo met Johanna Maria Spaan, dochter van
Jan Spaan (1729-1782) en Johanna Maria Berkhoff (1736-1790).
In principe stammen alle Surinaamse Thijm's af van Josephus Donatus Justus Thijm.
Josephus Thijm had 5 kinderen met Johanna Maria Spaan.
Hij had 2 zonen, Lambertus Thijm, geboren te Paramaribo in 1794 en James Thijm,
geboren te Paramaribo in 1800.
Lambertus Thijm had een relatie met Doortje van Roepel en uit deze relatie
zijn minstens 7 kinderen geboren.
James Thijm had een relatie met Fanny Haarloo en uit deze relatie zijn minstens
8 kinderen geboren.
Fanny Haarloo was een Negerin, geboren in 1799 en overleden te Paramaribo op
28-09-1866. Zij werd gemanumitteerd in 1833.
Jan Houthakker, geb. te Amsterdam [nl] in jan 1769, ovl. (54 jaar oud) op 21 feb 1823.

tr. (resp. 18 en 15 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] in sep 1787
met

Johanna Maria Spaan, dr. van Jan Spaan en Johanna Maria Berkhoff, geb. te Suriname Distrikt op 11 apr 1772, ovl. (43 jaar oud) te Suriname Distrikt op 10 feb 1816.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1793 Suriname Distrikt †1834 Brussel [België] 41
Lambertus*1794 Paramaribo [Suriname]    
Clasina*1797 Suriname Distrikt †1848  51
James*1800 Paramaribo [Suriname]    


Johanna Maria Spaan
Johanna Maria Spaan, geb. te Suriname Distrikt op 11 apr 1772, ovl. (43 jaar oud) te Suriname Distrikt op 10 feb 1816.

tr. (resp. 15 en 18 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] in sep 1787
met

Josephus Donatus Justus Thijm De eerste Thijm die naar Suriname kwam was Josephus Donatus Justus Thijm, geboren
in januari 1769 te Amsterdam.
Hij trouwde in september 1787 te Paramaribo met Johanna Maria Spaan, dochter van
Jan Spaan (1729-1782) en Johanna Maria Berkhoff (1736-1790).
In principe stammen alle Surinaamse Thijm's af van Josephus Donatus Justus Thijm.
Josephus Thijm had 5 kinderen met Johanna Maria Spaan.
Hij had 2 zonen, Lambertus Thijm, geboren te Paramaribo in 1794 en James Thijm,
geboren te Paramaribo in 1800.
Lambertus Thijm had een relatie met Doortje van Roepel en uit deze relatie
zijn minstens 7 kinderen geboren.
James Thijm had een relatie met Fanny Haarloo en uit deze relatie zijn minstens
8 kinderen geboren.
Fanny Haarloo was een Negerin, geboren in 1799 en overleden te Paramaribo op
28-09-1866. Zij werd gemanumitteerd in 1833.
Jan Houthakker, zn. van Joan Baptist Thijm (brouwer in "t Roode Hart" aan de Prinsengracht 353-359) en Catrina Rijke, geb. te Amsterdam [nl] in jan 1769, ovl. (54 jaar oud) op 21 feb 1823.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1793 Suriname Distrikt †1834 Brussel [België] 41
Lambertus*1794 Paramaribo [Suriname]    
Clasina*1797 Suriname Distrikt †1848  51
James*1800 Paramaribo [Suriname]    


Maria Anna van der Klokken
Maria Anna Marianne van der Klokken, geb. te 's-Hertogenbosch [nb] op 26 aug 1733.

otr. te Vught [nb] op 11 mei 1767, tr. (resp. 33 en ongeveer 44 jaar oud) te Vught [nb] op 31 mei 1767, kerk.huw. te Vught [nb] kerk St. Lambertusparochie; getuigen Walterus de Jong en Petrus Vissers op 3 jun 1767
met

Johannes Franciscus Thijm, zn. van Lambertus Johanneszn. Thijm en Maria Theresia van Malsen, geb. te Amsterdam [nl] in 1722, ged. te Amsterdam [nl] op 17 jul 1722 (getuigen: Franciscus Emmanuel Rosseau en Jacoba Francisca van Malsen).

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1768 Vught [nb] †1849  81
Lambertus~1769 Vught [nb] †1803 Maashees [nb] 33
Birgitta~1771 Vught [nb] †1856 Weert [li] 84
Theresia~1774 Vught [nb]    
Johanna~1777 Vught [nb]    


Johanna Maria Thijm
Johanna Maria Thijm, ged. te Vught [nb] op 19 sep 1777 (getuigen: Lambertus Franciscus Thijm, Petrus van der Meijden, Johanna Meijer en Wilhelmina van Gogh).


Theresia Wijnanda Thijm
Theresia Wijnanda Thijm, ged. te Vught [nb] Sint-Lambertus parochie op 3 okt 1774.


Birgitta Catharina Thijm
Birgitta Catharina Thijm, ged. te Vught [nb] op 31 okt 1771, ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Weert [li] op 25 okt 1856.

tr.
met

Simon Jan Baptist Peerboom, geb. te Reek [nb] circa 1765, ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Weert [li] op 11 dec 1829.